RUINERWOLD - Leden van de rechtbank bezoeken de afgesloten ruimtes in de boerderij in Ruinerwold waar Gerrit Jan Van D. met vijf jongeren werd aangetroffen. 'Ik zag de kinderen helemaal in elkaar duiken. Ze leken doodsangsten uit te staan’Beeld ANP

ReconstructieSpookhoeve Ruinerwold

'Ik sloeg mijn zoon met mijn geestelijk zwaard. Ik voelde dat er iets in hem zat'

Gerrit Jan van D., de vader van het gezin in Ruinerwold dat jarenlang een verborgen leven leidde, staat vandaag weer voor de rechter. In het boek ‘Spookhoeve Ruinerwold’ reconstrueren journalisten Silvan Schoonhoven en Marcel Vink de bizarre levensloop van Gerrit Jan van D. en zijn ‘kelderkinderen’, tot op het moment van de ontdekking. Een voorpublicatie.

Josef gelooft zijn ogen niet als hij die ochtend naar de oprit van zijn hoeve loopt. Op de weg voor de boerderij staat een politiewagen geparkeerd. De blauw-oranje strepen vloeken met de aardkleuren van het Drentse landschap. Hij ziet uniformen, aan de verkeerde kant van het hek. Ze staan zelfs al voor de binnenpoort. ‘De wereld is gek geworden,’ bromt Josef, een vijfiger uit Oostenrijk. Hij beent op de mannen af en vraagt wat ze op zijn terrein te zoeken hebben. De agenten kijken verrast op. Voor hen staat een figuur met een woeste baard, een wilde bruine haardos en een gebit waarin een boventand ontbreekt. Ze willen weten hoe hij heet. ‘Ik ben Josef, de huurder.’ Snel stuurt hij een bericht naar het nummer dat in zijn telefoon staat onder de naam ‘PF’: ‘De agenten halen versterking en gaan naar binnen. Ze vertellen niet wat ze weten.’

De afgelopen jaren heeft de markante huurder al vaker buren, politie en andere pottenkijkers aan het hek in Ruinerwold gehad. Het lukt hem altijd om ze af te wimpelen. Hij houdt zijn goed afgesloten terrein aan de Buitenhuizerweg voortdurend in de gaten. Regelmatig pakt hij zijn verrekijker om de omgeving af te speuren. Er is nooit iemand in geslaagd ongemerkt in de buurt te komen. Kinderen die zich vlak bij de hoeve wagen, jaagt hij zonder pardon weg. Maar nu staan er geen kinderen aan de poort. De mannen in dienstkleding zijn bijzonder vasthoudend. Ze gaan ook niet weg als Josef snauwt dat ze er zonder huiszoekingsbevel niet in mogen. De agenten vinden van wel. Ze beginnen over artikel 3 van de politiewet, die betreden toelaat als er aanwijzingen zijn dat iemand binnen hulp nodig heeft. Josef, die hoopt dat zijn tekstbericht inmiddels is aangekomen, weigert het te geloven. ‘Dit is de omgekeerde wereld.’

Het is kwart voor elf ’s ochtends, maandag 14 oktober, de laatste warme dag van het jaar 2019. Boven Drenthe hangt een pak wolken, een regenfront is in aantocht. De boerderij, een samenklontering van houten en stenen bouwsels, staat ingeklemd in een mozaïek van velden, nog droog van de zomer. De hoeve ligt op een krappe drie kwartier lopen van het centrum in het nog geen vierduizend zielen tellende dorp. Ondanks de geïsoleerde ligging zijn er rond Josefs boerderij allerlei verdedigingslinies opgetrokken. Vanaf de weg moet je een bruggetje over naar een zelfgetimmerd hek met prikkeldraad en een slot. Het houtwerk vormt een logo: een cirkel, omsloten door een vierkant. Achter het eerste hek loopt een pad ruim honderd meter door weiland. Aan het eind zien de agenten een hoge wal van hout met een tweede hek, van gaas. Ook hieraan hangt een slot. Erboven is een camera vastgeschroefd.

Wie het tweede hek openknipt en naar binnen loopt, zoals agenten eerder die ochtend al hadden gedaan bij de eerste verkenning, hoort het alarmerende gegak van ganzen en dreigend geblaf van honden uit de houten schuren. Wegens het gevaar van de honden hadden de politiemannen zich toen van het binnenerf teruggetrokken en een hondengeleider opgeroepen, maar net voordat die aankomt, arriveert de bebaarde Oostenrijker bij de hoeve. Inmiddels staan er zeven agenten rond de boerderij, die dan nog geen flauw idee hebben wat ze zullen aantreffen. De huurder gedraagt zich steeds hinderlijker. Hij weigert het binnenste toegangshek te ontgrendelen en het is hem niet aan het verstand te brengen dat de dienders geen machtiging nodig hebben. Omdat Josef niet te vermurwen is, stappen de politiemannen door het gat dat ze eerder in het gaas hebben geknipt. Josef volgt, morrend en protesterend.

Hoe zit het met die honden, willen de agenten weten als ze eindelijk voor de schuur staan. Lopen die vrij rond? Josef mompelt dat ze in een hok zitten en niets doen. De hondengeleider waarschuwt hem: als straks blijkt dat ze toch loslopen en ze vallen iemand aan, dan kan dat heel vervelende gevolgen hebben voor de dieren. Er kan gericht worden geschoten. Josef is niet onder de indruk en blijft maar tegenstribbelen. Hij vertikt het de schuurdeur open te draaien en weigert zich over de agressieve dieren te ontfermen als dat nodig is. In plaats daarvan herhaalt hij nog maar eens: ‘De hele wereld is gek geworden.’ Voor de agenten is de maat vol. Ze hebben genoeg gewaarschuwd en houden de Oostenrijker aan. In één beweging pakken ze zijn sleutelbos af. Het is elf uur als Josef B. met handboeien om wordt afgevoerd.

'Gerrit Jan gelooft dat sinds de dood van zijn vrouw in 2004 haar geest af en toe bezit nam van zijn eigen minderjarige kinderen. Op die momenten verwachtte hij intieme handelingen’

Officieel onbestaand

De agenten hebben nu de handen vrij en lopen verder het erf op. Voor hun ogen opent zich een decor van cirkelvormige moestuinen, weelderige groenteperken en met plastic overspannen kassen. Naast een enorme kunststof watertank ontdekken ze aan de achterkant van de grote schuur een deur naar binnen, die ook weer op slot zit. De juiste sleutel zit niet aan Josefs rammelende bos. Om tien over elf breken ze de deur open. Binnen ruikt het naar hooi, hout en dieren. Een Mechelse herder en een hond die lijkt op een pitbull grommen vervaarlijk en lopen vrij rond. De politiemannen waren er al bang voor. De geleider gebruikt zijn schild en een kruiwagen om de beesten een hok in te drijven.

Dan wagen de agenten zich verder de schuur in. Gemekker stijgt op uit geitenstallen, ze zien een grote hooistapel, een voorraad hout en wat bouwmaterialen. Niets wat duidt op wiet, een sekte of ander onraad. Was het dan toch een valse melding die ochtend, en had de tipgever zijn ontsnappingsverhaal bij elkaar gefantaseerd? Plots valt hun oog op een kledingstuk aan een hanger. Het lijkt van een meisje, maar de jonge eigenares is nergens te bekennen. De agenten weten het even niet meer en overleggen met het bureau. Daar is maar één persoon die aanwijzingen kan geven: de melder die ze op het spoor van de mysterieuze hoeve had gebracht en zich Jan Zon noemt.

Jan Zon van D. is een 25-jarige slungel met sluik haar, een vlassig baardje en een vriendelijk gezicht. Hij zit op het politiebureau sinds een schoonmaakster hem die maandagochtend aantrof op de stoep voor het kantoor. Verbalisant Kevin nam een kijkje en informeerde of hij ergens mee kon helpen. Het onwaarschijnlijke verhaal kwam er daarna snel uit. Wat de diender vooral bijblijft: de raadselachtige jongen beweerde dat hij officieel niet bestaat.

Jan Zon had zijn bizarre relaas de avond ervoor ook al gedaan in eetcafé De Kastelein in Ruinerwold. Hij viel daar op omdat hij moeilijk verstaanbaar was en vijf glazen bier tegelijk bestelde voor zichzelf, maar nog meer omdat hij wat kleding betreft uit de jaren 80 leek weggelopen. Toen vertelde hij dat hij was ontsnapt aan een soort sekte, en dat hij zich zorgen maakte over zijn opgesloten broertje en zusjes.

Barman Chris belde daarop de politie. Na een gesprek met twee agenten en een telefoontje naar de officier van justitie viel rond middernacht het besluit niet in actie te komen. Het was beter om maandag bij daglicht te gaan kijken. Ze brachten Jan Zon terug naar de hoeve in de veronderstelling dat hij geen direct gevaar liep. Toch ging de jongen de boerderij niet meer in. Hij maakte meteen rechtsomkeert en dwaalde naar Meppel, waar hij de nacht buiten het bureau doorbracht.

Nu zit Jan Zon naast een politieman om telefonisch de weg te wijzen door de boerderij waar hij negen jaar doorbracht. Op zijn aanwijzing verlaten de agenten de schuur door een zijdeur. Ze komen in een besloten binnentuin, die met een hoge schutting is afgeschermd van het erf waar ze eerder hadden rondgekeken. Door de binnentuin loopt een rond pad, op de grond liggen grote stenen en er is een glazen uitbouwtje zichtbaar. ‘Je moet gelijk rechts,’ zegt Jan. ‘Daar is een serre met een kast die je aan de kant moet schuiven.’ Inspecteur Arno zet zijn koevoet tussen de sponningen en laat de serredeur openspringen. Als ze de kast verschuiven, komt er inderdaad een deur tevoorschijn. ‘Politie!’ roept de inspecteur nadat hij die heeft opengebroken. Binnen in het halletje is het warm. Her en der openen ze deuren. Ze hebben het gevoel in een macaber doolhof of een filmscène te zijn beland. Eén van hen loopt een gang in die uitkomt in een ruimte vol stro. Hij ziet ook een ventilator die zuurstof in een schacht blaast. Maar waar komt die luchtkoker uit?

Arno en zijn collega Kevin lopen verder en openen een andere deur. Ze zien een rommelig keukentje, een hoogslaper, een kroonluchter met scheefgezakte kaarsen. Op een plank zoemt een monitor met beelden van alle bewakingscamera’s. Het ruikt hier muf. ‘Een geur als bij oude mensen,’ noteert Arno later. Het is duidelijk dat hier leven is. Dan, als de agenten een kastdeur openklappen, ontvouwt zich een bijna Bijbels tafereel. In een krappe kamer met hooi kijken zes paar knipperende ogen hen aan vanuit het duister. Vier jonge vrouwen, tieners of begin de 20, zitten dicht tegen elkaar aan. Een jongen zit ernaast op een kruk. Op een matras in het midden ligt een onverzorgd uitziende oude man met – net als Josef – lang haar en een wilde baard, maar dan grijswit. ‘Ik zag dat de kinderen helemaal in elkaar doken. Ze maakten een zeer bange indruk,’ schrijf de verbalisant. ‘Ik had het gevoel dat ze doodsangsten uitstonden.’

De grijsaard mompelt en maakt onverstaanbare geluiden. Negen jaar is Gerrit Jan van D. van de radar verdwenen, nu gebeurt waar hij jarenlang ’s nachts van wakker schrok: agenten zijn het Zonnehuis binnengedrongen.

De geest van de moeder

Tijdens de politieverhoren willen de kinderen er aanvankelijk niets over kwijt. Ze hebben het weggedrukt, willen niet dat het hun leven gaat beheersen, maken ze duidelijk. De zedenrechercheurs denken op basis van de verklaringen dat Gerrit Jan in elk geval met twee buitenkinderen seksuele omgang heeft gehad, waarbij een tijdelijke geestwisseling voor hem het excuus vormde. Gerrit Jan heeft met eigen ogen gezien dat sinds de sterfdag van zijn vrouw Hye Jin Moon in 2004 haar geest af en toe bezit nam van zijn eigen minderjarige kinderen. De intrede van moeders geest in hun lichaam is voor de buitenkinderen het pijnlijkste gesprekspunt tijdens de politieverhoren. ‘Je moest dan zitten in de bidhouding,’ verklaart één van hen. ‘Stil zijn, en dan op een gegeven moment je ogen openen en dan had je de geest in je.’ Na enig aandringen biecht één van de kinderen op dat vader op die momenten verwachtte dat er intieme handelingen bij hem werden uitgevoerd.

'Jan Zon is een 25-jarige slungel met sluik haar, een vlassig baardje en een vriendelijk gezicht. Op het politiebureau vertelt hij dat hij officieel niet bestaat’

Uiteindelijk krijgt één van de oudste binnenkinderen de vaste rol als voertuig voor moeders geest. Op de momenten dat die in haar vaart, zien de andere kinderen een transformatie. ‘Dan gaat iedereen ‘moeder’ zeggen,’ vertelt één van hen aan de politie. ‘Ik zie dat ze er ouder uit gaat zien, meer volwassen. Ze heeft dan ook andere levensopvattingen en kijkt niet als zus naar me, maar meer met een soort bezorgdheid. Als zus is ze oppervlakkiger, niet zo diep. Ze vindt het meestal heel leuk als moeder komt.’ ‘Mijn geest verlaat me dan,’ verklaart de dochter om wie het gaat. En: ‘Ik slaap altijd naast mijn vader.’ Zelf zegt ze dat lichamelijk contact zich beperkt tot een omhelzing of een kus op de mond. ‘Als de geest van moeder er was, dan gebeurde er niks. Misschien wel geestelijk, maar niet lijfelijk.’

Seksueel misbruik is volgens de oudere kinderen pas serieus aan de orde sinds de dood van moeder Hye Jin in 2004. Hun herinneringen aan lijfstraffen en mishandeling gaan echter veel verder terug. Al op de Vrije School krijgt een basisschooljuf wantrouwen omdat kinderen vaak ziek worden gemeld en op een dag een kind rondloopt met twee blauwe ogen. Ze doet melding en er komt een inspecteur langs bij het huis in Hasselt (in Nederland, red.) om te praten, maar Gerrit Jan heeft keurig opgeruimd en zijn kind instructies gegeven, zodat het lijkt of er niets aan de hand is. Gerrit Jan komt van de aanklacht af door te vertellen dat de kinderen schmink op hun gezicht hadden gesmeerd vanwege een schoolfeest; de zoon deed zo zijn best om het spul eraf te wrijven dat er bloeduitstortingen rond zijn ogen kwamen. ‘Er kwam een lang onderzoek,’ schrijft Gerrit Jan aan Sorina (een Roemeense vrouw met wie Gerrit Jan vanaf 2006 online begon te converseren, op MySpace en Second Life, red.). ‘Ze wilden de kinderen afpakken, maar uiteindelijk werd ik vrijgesproken.’ De burgemeester van de gemeente Zwartewaterland bevestigt dat laatste naderhand.

Als de politie in 2019 de kinderen verhoort, is mishandeling een terugkerend gespreksthema. Hij was nooit zachtzinnig met ze, blijkt uit alle verklaringen. Voor een profeet Gods is Gerrit Jan ronduit een driftkikker. Meestal reageerde hij zijn woede af op zijn computer. Hij schold op haperende programma’s, op ‘dat shit-Microsoft’ in het algemeen en op Bill Gates in het bijzonder. Als het systeem voor de zoveelste maal vastliep, gooide hij er weleens een welgemeend godverdomme uit en ramde hij met zijn vuist op het toetsenbord. Tijdens de verhoren zijn dat de zeldzame momenten dat de herinneringen aan de Aartsvader een glimlach op de gezichten brengen. Verder valt er niet veel te lachen. Het fysieke geweld nam toe na de dood van zijn vrouw. Dat Gerrit Jan koortsachtig zocht naar zondebokken, is zwak uitgedrukt. Hij kookte over van wantrouwen en rancune.

'De gevluchte zoon Jan Zon deed zijn bizarre relaas in eetcafé De Kastelein. Hij viel daar op omdat hij moeilijk verstaanbaar was en vijf glazen bier tegelijk bestelde voor zichzelf’

Bezeten door Satan

Vooral zijn oudste zonen zijn vaak de pineut. Eén van hen werd eens langere tijd in de kou gezet, waarop hij in het hondenhok tegen de hond aan kroop om het een beetje warm te krijgen. Eén van de kinderen beschrijft ook een vernederende bestraffing waarvoor Gerrit Jan mogelijk inspiratie heeft opgedaan uit volksgerichten zoals die zich volgens overlevering rond hunebedden voltrokken. Zijn zoon moet, nadat hij weer iets heeft geflikt, midden op het land staan, waarna zijn broers kluiten modder naar hem smijten. ‘God heeft me gezegd dat mijn zoon niet meer mijn zoon mag zijn,’ meldt Gerrit Jan aan Sorina, die op het moment van schrijven nog stevig in zijn greep is. ‘Vandaag zei God dat het afgelopen is. Het zoonschap wordt hem officieel ontnomen. Zelfs als hij zijn weg terug wil vinden naar God, kan hij mijn zoon niet meer zijn. Het spijt me, maar ik heb geen andere keus.’

Directe aanleiding: de jongen hitst zijn jongere broer nog altijd voortdurend stiekem op om ‘slechte dingen’ te doen terwijl hij ogenschijnlijk de aardige jongen speelt. Inmiddels heeft hij ‘zeker honderd keer geprobeerd zijn broers en zussen te doden’. ‘Toen Hye Jin stierf, was die jongen daar extreem blij om,’ raast Gerrit Jan verder tegen Sorina, die het op dat moment nog allemaal klakkeloos aanneemt. ‘Al die tijd had hij eraan gewerkt om haar dood te krijgen. Omdat zij hem altijd terechtwees en hij onder invloed kwam van slechte geesten. Satan voer in hem. Toen hij 15 was, zei hij dat zijn enige doel in het leven was om God kapot te maken. En dat hij dag en nacht zou werken om zijn broers en zussen te doden. Ik heb hem vaak gevraagd of hij nog iets kon aanvoeren ter verdediging. Hij boog dan alleen zijn hoofd en zei dat hij een oordeel verdiende.’

Eén van de zonen verklaart bij de politie hoe zo’n oordeel eruitzag. 

Zoon «Ik was wel bang voor mijn vader, al vind ik dat moeilijk om te zeggen. Ik was voornamelijk bang dat ik niet het antwoord gaf waar hij naar zocht, als ik iets fout had gedaan en moest bidden. Die bange momenten waren gekoppeld aan dat je in zijn beleving iets verkeerds had gedaan of gedacht. De angst was dan of het antwoord na het bidden hem wel beviel.«

- Wat als het antwoord niet beviel?

Zoon «Of je werd teruggestuurd en moest opnieuw bidden. Of hij gaf uitleg, een preek of een speech. Of hij hielp je om de geest uit je te verwijderen.»

- Hoe deed hij dat?

Zoon «Slaan of in je keel knijpen tot je het bewustzijn verloor. Ik kan me dat herinneren doordat je dan weer bijkomt en het even niet meer goed weet in blinde paniek, desoriëntatie. Van [mijn broer] weet ik een keer dat het gebeurde. Hij werd van boven naar beneden gehaald en dat gebeurde toen in de gang. Ik zag dat hij zijn bewustzijn verloor. Dat deed mijn vader. We kwamen altijd wel weer snel bij.»

- Hoe vaak heeft hij dat bij jou gedaan?

Zoon «Wel vaak, tientallen keren denk ik wel. In de twintig keer, denk ik wel.»

Of het echt zo ging en of het klopt dat vader zijn zonen soms wakker maakte voor een geweldsuitbarsting, staat niet vast. Wel is opvallend dat Gerrit Jan in 2006 aan Sorina een gebeurtenis beschrijft die sterk doet denken aan wat de zoon beschrijft:

CosmicEagle (de naam die Gerrit Jan online gebruikt, red.) «Ik heb maar een uur geslapen. In dat uur had ik een vreselijke droom. Ik droomde dat ik de politie vertelde dat ze een atoombom moesten laten ontploffen. Omdat de vijand te dichtbij was. Ze deden het.»

Sorina «Oh!»

CosmicEagle «Om ons heen stierven alle mensen. Toen werd ik wakker.»

Sorina «Wat denk je dat het betekent?»

CosmicEagle «Dat er nu zeer gevaarlijke aanvallen plaatsvonden die de hele wereld kunnen bedreigen. Dus ging ik naar [zoon]. Omdat hij met een zeer slechte geest was gaan slapen. Hij keek extreem arrogant. Ik maakte hem wakker, het was ongeveer 6 uur ’s ochtends. Ik heb hem getuchtigd met woorden omdat hij zo’n slechte geest had. En sloeg hem een paar keer met mijn geestelijk zwaard. Ik voelde dat er iets in hem zat. Door hem geestelijk te slaan, dood ik meestal de geesten in hem. Maar er gebeurde niets en hij zag er nog steeds erg arrogant en vreemd uit. Toen zag ik een heel klein wezen, geestelijk, in zijn hoofd kruipen. Ongeveer 1 centimeter in diameter en rond. Terwijl ik met hem bleef praten, ving ik het wezen heel snel met mijn hand. Ik heb zijn hoofd niet aangeraakt. Maar toen ik het ving, viel hij bewusteloos. Ik had het schepsel in mijn hand en bestudeerde het nadat ik het had gedood met mijn spirituele zwaard. Nadat ik dat wezen had ontdekt, vernietigde God hen allemaal en vertelde me dat er vele, vele miljarden van waren.»

Sorina «Voelde [zoon] zich beter toen hij wakker werd? Realiseerde hij zich wat er gebeurd was?»

CosmicEagle «Hij realiseerde zich niet echt wat er gebeurde. Maar nadat hij wakker was geworden, zag hij er weer normaal uit. Ja, het was een grote overwinning.»

Silvan Schoonhoven & Marcel Vink, ‘Spookhoeve Ruinerwold’, Mythras Books

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234