‘Ik heb nooit de ambitie gehad om kunstenaar te zijn. Artiest: dat woord irriteert me al mijn hele leven.’ Beeld Johan Jacobs
‘Ik heb nooit de ambitie gehad om kunstenaar te zijn. Artiest: dat woord irriteert me al mijn hele leven.’Beeld Johan Jacobs

Humo sprak metEver Meulen, Humo’s huistekenaar

‘Ik teken alles mooier dan het in het echt is, want aan het lelijke is er nooit gebrek’

In 1969, het jaar van de Woodstock Music & Art Fair en het Altamont Free Concert, trad Guy Mortier aan als hoofdredacteur van het weekblad Humo. Hij was welgeteld 26. Ever Meulen was toen 23, een kind van zijn tijd maar evengoed een zoon van Palmer Vermeulen en Maria Windels uit Kuurne. Met felicitaties van de examencommissie was hij kort geleden aan een Brusselse kunstschool afgestudeerd als grafisch veelkunner.

Voor zijn vermaak tekende hij bezienswaardige portretten van Elvis, The Beatles, Frank Zappa en Bob Dylan, nu eens realistisch, dan weer karikaturaal, en nog een andere keer met een psychedelische inslag. Wist Ever Meulen toen veel dat hem een bepalende lotswending boven het hoofd hing, waartoe zijn vriend en schoolgenoot Luc Guillaume de aanzet zou geven. Guillaume, een layoutman die onder het onopvallende pseudoniem Luk Vankessel ooit inheemse hits scoorde met ‘Voel eens Annelieze’ en ‘Hotel Paradiso’, porde Ever Meulen aan om zijn tekenwerk op een mooie dag aan Guy Mortier te laten zien. Aldus geschiedde, en reken maar dat die ontmoeting ter hoogte van de Livornostraat 97 in Elsene iconische gevolgen had, zowel voor Ever Meulen als voor Humo.

Als prille adolescent ten plattelande zag ik opeens opwindender en ook vrolijker tijden gloren in de TTT-bladzijden van Humo: ik werd een nieuw levensgevoel gewaar dat ik vanaf 1971 ook afleidde uit het wondere werk van Ever Meulen, die toen al in vele tekenstijlen thuis was. Je had de anarchistische gagstrips van ‘Balthazar de Groene Steenvreter’ en ‘Piet Peuk’, een deerlijk verfomfaaide en navenant getekende freak. Daarnaast trok de gesofisticeerde uitvoering van Ever Meulen in zijn tekeningen prachtige steden op – grootsteedse architectuur uit de jaren 30 en 40 die er door zijn toedoen als een schitterend toekomstbeeld uitzag. In zo’n decor liepen dan met beheerste zwier getekende personages rond die samen bijvoorbeeld Roxy Music waren.

Er spreekt vaker heimwee naar de toekomst van gisteren uit het oeuvre van Ever Meulen. Ook uit zijn met Europees raffinement getekende americana: denk maar aan de gevetkuifde rock-’n-rollers, de welgevormde bolides en de sexy rock-’n-rollchicks in een eeuwigdurend soort fifties, ergens in een gedroomd Californië: ‘Naakte auto’s en glimmende meisjes,’ zoals Ever Meulen het eens heeft uitgedrukt. Later kwamen de complexe tekeningen met bijvoorbeeld verwijzingen naar het werk van Giorgio de Chirico of René Magritte. Wimmelbilder, zeggen types die graag een woordje Duits in de conversatie mikken: de tekening als kijkspel – de compositie was een vernuftig raderwerk waarin Ever Meulen veel tegelijk liet gebeuren, terwijl hij ook nog eens virtuoos dolde met de wetten van het perspectief, en met nog een stuk of wat andere tekenkunstige afspraken. En dan waren er natuurlijk ook de tientallen onvergetelijke omslagtekeningen die hij voor Humo heeft gemaakt. Ik noem ze niet op, laat staan dat ik die covers zou beschrijven, want het juiste woord kan nooit opwegen tegen de juiste lijn en de ideale pennentrek van Ever Meulen.

Nu de tekenaar een jongen van een zekere leeftijd is (75) en al vijftig jaar schoonheid en elegantie aan Humo toevoegt, was de tijd rijp voor een uitgebreide tentoonstelling van die halve eeuw werk in galerie Campo & Campo in Antwerpen. Het hooggeëerde publiek kan er tussen 22 oktober en 3 december zijn ogen volop de kost geven. Omdat de tijd ook rijp was voor een gesprek over leven & werk & nog een paar dingetjes, bevond ik me op de laatste zomerdag van 2021 in het atelier van de meester aan de Meilaan in Sint-Lambrechts-Woluwe. Die werkruimte ziet uit op een diepe tuin, waar zich naar verluidt geregeld drie kraaien zonder mensenvrees vertonen, en elke avond komt er ook een stadsvos langs. Gekleed in zijn favoriete steunkleur, het Evergreen (reseda- of machinegroen, Seafoam Green of – vooruit dan maar – Pantone 556C), geeft de meester, nog voor ik de eerste vraag kan stellen, een verrassende voorzet.

cover Beeld ever meulen
coverBeeld ever meulen

EVER MEULEN «Ik had ook zanger kunnen worden, want ik kan heel goed zingen.

HUMO Je meent het.

EVER MEULEN (zingt) «Wise men say only fools rush in... Toen ik jong was imiteerde ik Elvis, en geloof me, ik was daar echt goed in. In de parochiezaal heb ik ooit, begeleid door een bandje van niemendal maar toch met veel succes, ‘Kom van dat dak af’ van Peter Koelewijn ten beste gegeven. Ik weet nog dat ik stikjaloers was toen ik Raymond van het Groenewoud in 1972 met z’n band Louisette zag optreden – ik wilde op de plaats van Raymond staan. Thuis lag ik ’s avonds ook altijd in mijn bed te zingen, soms tot middernacht, in ieder geval tot mijn moeder riep: ‘Eddy! Eddyyyyy! Stop ermee! Nu!’ En toch zei iedereen dat ik goed kon zingen. Maar iedereen zei ook dat ik goed kon tekenen. Ik dacht bij mezelf: als ik zanger word, moet ik elke dag de deur uit om in een of andere uithoek van Vlaanderen mijn publiek te bedienen – en ik ben iemand die nog het liefst thuiszit. Mijn hele jeugd ben ik een fervente thuiszitter geweest. Altijd zat ik aan de keukentafel te tekenen, volkomen tevreden.»

HUMO Tekenen doe je in je dooie eentje.

EVER MEULEN «Ja, maar ik voelde me nooit eenzaam. Ik heb ook nooit een assistent gehad. Ik zou het lastig vinden mocht hier iemand rondlopen tegen wie ik voortdurend moet zeggen wat hij of zij moet doen. Dat zou mij alleen maar van mijn werk afhouden en mijn concentratie verstoren. Ik ben er ook altijd van uitgegaan dat ik, wat mijn werk betreft, alles alleen zou moeten oplossen.

»Ik ben dus solitair, en niet avontuurlijk, en al helemaal geen reiziger. Vuitton vroeg mij om een boek te maken over een grote stad naar keuze – New York of Rio de Janeiro, Tokio, het maakte allemaal niet uit. In die metropool moest ik dan 120 tekeningen maken, wat bepaald veel is voor iemand met mijn werktempo. Ik wilde dat boek graag maken, maar dan enkel en alleen in Brussel. En toen brak corona uit, zodat het vanzelf Brussel werd. Een geluk bij een ongeluk. Elke zondagochtend reed ik met mijn Chevrolet Corvair, 60 jaar oud, door mijn woonstad: Viviane (Smekens, zijn vrouw, red.) maakte foto’s en ik schetsjes van interessante huizen, stadsgezichten en merkwaardige hoekjes. Ik ben redelijk blij met dat travel book, en ik heb me er geweldig mee geamuseerd.»

De reus Marlon Brando voor Humo. ‘Te mooi is niet goed, maar ik ben niet vrij te pleiten van perfectionisme. Ik zal altijd wel iets willen maken dat beter is dan wat ik gisteren heb gemaakt.’
 Beeld ever meulen
De reus Marlon Brando voor Humo. ‘Te mooi is niet goed, maar ik ben niet vrij te pleiten van perfectionisme. Ik zal altijd wel iets willen maken dat beter is dan wat ik gisteren heb gemaakt.’Beeld ever meulen

Pierenverdriet

HUMO Even terug naar januari 1971, toen je eerste tekening verscheen in Humo. Hoe stond je toen in het leven?

EVER MEULEN «Ik was ambitieus: ik wist dat ik kon tekenen, en technisch beheerste ik het vak, want ik had veel geleerd op Sint-Lucas in Gent, in de artistieke humaniora. Sint-Lucas was een vakschool, waar je voornamelijk met alle mogelijke materialen leerde werken, zonder al te veel artistieke pretenties. Je leerde en oefende er tekentechnieken, en ik bleek daar vanaf dag één veel feeling voor te hebben. Terwijl niemand in mijn familie enige affiniteit met de kunstwereld had. Mijn ouders wisten dan ook niet meteen wat ze met Eddy moesten aanvangen. Rekenen was al op de lagere school een ramp voor mij; ik kon alleen maar tekenen, en daarnaast had ik nog een zekere belangstelling voor geschiedenis en aardrijkskunde, maar dat was alles. Op advies van de pastoor stuurden ze me dan maar naar het Provinciaal Technisch Instituut in Kortrijk, waar ik de opleiding textieltekenen volgde: het ontwerpen van dessins voor stoffen. Daar was vraag naar in de textielindustrie in de vlasstreek, waar ik geboren ben. Maar ik tekende veel liever ventjes en landschappen. Het feest begon voor mij pas toen ik voor de tweede helft van de middelbare school naar Sint-Lucas kon. Ik was er altijd de eerste van de klas. En ik wist toen al dat ik niets anders wilde worden dan tekenaar.»

‘Ik heb niet de ­renommee van Luc ­Tuymans of Michael Borremans, maar ik heb gedaan wat ik kon en wilde doen, met het nodige succes.’ Beeld Johan Jacobs
‘Ik heb niet de ­renommee van Luc ­Tuymans of Michael Borremans, maar ik heb gedaan wat ik kon en wilde doen, met het nodige succes.’Beeld Johan Jacobs

HUMO Behalve zanger dan.

EVER MEULEN «Ik wilde het net zeggen. Harry Belafonte kon ik ook wel aan. (Zingt) This is my island in the sun...’ Maar het stond in de sterren geschreven dat ik tekenaar zou worden. Op mijn 7de werd al een tekening van mij in het toenmalige kinderblad Ons Volkske gepubliceerd, en toen ik 9 was won ik een plaatselijke tekenwedstrijd met mijn afbeelding van de Leieslag. Die hing in het bureau van de burgemeester van Kuurne, en daar was mijn vader enorm trots op. ‘Eddy is een tekenaar,’ zei hij vanaf toen, en dat klonk als een voldongen feit. Ik stond in de lagere school ook al als Eddy de Tekenaar bekend. Op dat gebied had ik geen concurrentie.

»Op mijn 12de, in 1958, heb ik mijn eerste volledige stripverhaal getekend. (Hij toont me dat toen al verbluffende werkstuk en ook een familiefoto uit zijn kinderjaren) Kijk, zo zag ik er toen uit. Mijn broer leek op mijn vader, hij had zwart golvend haar, terwijl ik op mijn moeder leek: ik had dezelfde fluttige haarkwaliteit als mijn moeke, haren die een schminkster van de openbare omroep ooit ‘pierenverdriet’ heeft genoemd. (Wijst een foto van zijn vader aan) Dit is mijn vader, een populair man in Kuurne, een man met veel humor ook. Hij stond aan het hoofd van de gemeentearbeiders: bij die functie hoorde een kepie waarop de letters GLK stonden: Gemeentewerken Leider Kuurne. Hij droeg die dienstpet graag, want hij was een tikje militaristisch: hij was korporaal geweest in zijn diensttijd, maar hij had sergeant willen worden, en die kepie maakte iets goed.

»Ik had goede ouders. Alles kon bij mij thuis, zonder dat mijn zus, mijn broer en ik daarom verwend waren. Ach, ik was gewoon een bofkont. Alles zat me mee.

»Maar goed, pas toen ik in Brussel in de hogere afdeling van Sint-Lukas was terechtgekomen, werd ik me er steeds meer van bewust dat ik met kunst bezig was. Dat kwam omdat ik daar, in die grote stad, ineens in een uitgesproken artistieke ambiance verzeild was geraakt, een beetje losgezongen van de gewone wereld. En het kwam ook wel door de popart, die ik in de zomer van 1967 in Londen had gezien en die een openbaring voor me was, misschien omdat het stripverhaal er een rol in speelde. En voeg daar dan The Beatles en de popmuziek van de jaren 60 aan toe. Vóór de popart was de dominante kunstvorm hier de lyrische abstractie – Pierre Alechinsky, bijvoorbeeld – maar daar had ik helemaal niets mee. Ik maakte in 1968 liever etsen van Mickey Mouse. Geef mij maar Andy Warhol, Roy Lichtenstein, David Hockney of Jim Dine. Ik heb nog even in La Cambre gezeten, een gerenommeerde Franstalige kunstschool in de hoofdstad. Om mee te tellen moest je daarheen, hoorde je toen vaak, maar op die school waren ze de lyrische abstractie nog niet te boven, en ze waren er ook nog helemaal op Parijs gericht, terwijl ik vol was van de popart die ik in de zomer van 1967 in Londen had gezien. Dáár gebeurde het toen in de psychedelische tijd. Ik hoorde dan ook niet thuis in La Cambre, en na drie weken zat ik op Sint-Lukas in Brussel.»

Vier van de tweehonderdtwintig TTT-koppen. ‘Bij dat werk had ik voor het eerst het gevoel dat ik een eigen stijl had ontwikkeld. Dat het een zoekplaatje was, dwong de mensen om er langer naar te kijken dan naar andere tekeningen.’ Beeld ever meulen
Vier van de tweehonderdtwintig TTT-koppen. ‘Bij dat werk had ik voor het eerst het gevoel dat ik een eigen stijl had ontwikkeld. Dat het een zoekplaatje was, dwong de mensen om er langer naar te kijken dan naar andere tekeningen.’Beeld ever meulen

Ruzie met de galerist

HUMO Op een dag in 1970 ging je je op advies van je vriend en gewezen schoolgenoot Luc Guillaume aanmelden in de Livornostraat in Brussel, het meest historische adres van Humo, waar je oog in oog kwam te staan met Guy Mortier, wiens carrière als hoofdredacteur ook nog maar pas was begonnen. De wereld glom van nieuwigheid, toen.

EVER MEULEN «Guy en ik bleken al heel snel op dezelfde golflengte te zitten. Humo had nog geen huistekenaar, dat kwam dus goed uit, en ik heb nadien nooit meer ergens hoeven te solliciteren. Ik hing graag op de redactie rond en ik vond iedereen er geestig: Guy voorop, natuurlijk, maar ook Herman De Coninck, Piet Piryns, Guido Van Meir, Daan Delannoy...»

HUMO Je was veel tekenaars tegelijk in je beginjaren: striptekenaar, cartoonist, karikaturist, illustrator, omslagontwerper ...

EVER MEULEN «En – niet onbelangrijk – ik hield van Elvis en van popmuziek in ’t algemeen. Ik was, zeg maar, multidisciplinair (lachje). En het fascineerde Guy dat ik daags nadat hij me een opdracht had gegeven al met een afgewerkte tekening op de proppen kwam. ‘Net wat ik nodig heb,’ zei hij dan. In het begin was werken voor Humo makkelijk, toen was Guy allang blij als hij een beeld had voor de cover, en dat kon hij van me krijgen: u vraagt, wij draaien. Later werd het steeds moeilijker. Guy wist namelijk steeds beter wat hij wilde. Maar goed, ik ben altijd redelijk soepel gebleven, en Guy is meteen een vriend geworden. We zien elkaar nog geregeld. Dat ik hem in 1970 ben tegengekomen, was een groot geluk.

»Er zijn nog andere mensen richtinggevend voor me geweest. Willem Deneckere, bijvoorbeeld, een schilder uit Kortrijk die zich kapot heeft gedronken – hij is al twintig jaar dood. Hij was docent op de Normaalschool in Gent, waar ook Octave Landuyt lesgaf. We zaten vaak samen op de trein van Kortrijk naar Gent, en onze gesprekken gingen altijd over kunst. Hij stimuleerde me en wees me op tentoonstellingen die ik absoluut moest zien, en ik slorpte alles op als een spons, want ik was een snotaap uit Kuurne die van niks wist. Op Sint-Lucas in Gent maakte ik mijn tekeningen voor Willem, en niet voor mijn echte leraren. Op de trein was hij één van de beste docenten die ik ooit heb gehad.

»Je weet dat mijn liefde voor de auto en oldtimers groot is. Ik werd lid van de Belgische Automobielclub, waar ik Patrick Van der Stricht heb leren kennen, een Franstalige architect. Zijn parate kennis van auto’s en hun geschiedenis was verbluffend, en bovendien kon hij ze ook prachtig tekenen. Bij elke auto die ik tekende, vroeg ik me af: wat zou Patrick ervan vinden? Patrick is ook al gestorven – hij lag dood naast zijn tekentafel. Van de drie mensen die mijn leven hebben bepaald, leeft alleen Guy nog. Gelukkig.»

HUMO Je oeuvre is opgewekt en jij bent, voor zover ik weet, ook meestal goedgehumeurd. Teken je een auto-ongeluk, dan komen alle betrokkenen er goed af, enkele kleerscheuren en zwellende builen niet te na gesproken, en dat alles in een humoristische sfeer: het leven is slapstick, als je er oog voor hebt. In gedachten hoor ik bij het zien van veel van je tekeningen een gouwe ouwe van The Tremeloes: ‘Even the Bad Times Are Good’.

EVER MEULEN «Ik ben altijd een gelukkig mens geweest. Onvermijdelijk zijn mijn ouders gestorven, en mijn drie jaar jongere broer Freddy is ook al enkele jaren dood...»

HUMO Eddy en Freddy.

EVER MEULEN «Dat was nu ook weer niet zo ongewoon na de oorlog, Rudy (lacht). Maar wat ik wilde zeggen: goede vrienden zijn nu dood. Laatst stierf ook de cartoonist Hugoké... Ik word steeds meer geconfronteerd met de dood van mijn generatiegenoten, wat voor een gelukkig mens op z’n minst een beetje vervelend is. Toen mijn ouders een bepaalde leeftijd hadden bereikt, waren er periodes dat ze wel elke dag naar een begrafenis moesten. Ik vrees dat die tijd nu ook voor mij is aangebroken.»

null Beeld ever meulen
Beeld ever meulen

HUMO Kunnen gedachten aan de dood je van je stuk brengen?

EVER MEULEN «Ik vind ze in elk geval onprettig. En ik merk dat ik zowel in De Morgen als in De Standaard met toenemende belangstelling de overlijdensberichten uitpluis. En toch ben ik niet echt met de dood bezig. Ik weet dat ik ga sterven, en dat is dan dat. Ik maak me hooguit een beetje zorgen over mijn nalatenschap.»

HUMO Als je het over je nalatenschap hebt, heb je het wellicht in de eerste plaats over je oeuvre. Hoop je dat je kinderen er iets mee doen?

EVER MEULEN «Een beetje. Mijn zoon en mijn stiefzoon weten dat mijn tekeningen best bij elkaar blijven. En ik hoop dat er, nadat ik verdwenen ben, af en toe nog een tentoonstelling van mijn werk zal worden opgezet. Pas op, ik wil geen museum, hè. Eigenlijk wil ik niks, maar ’t zou jammer zijn mocht al mijn werk in de vuilnisbak terechtkomen. Niet alleen wegens de moeite die ik ervoor heb gedaan, maar vooral omdat dat werk het bekijken waard is. Zelfs mijn werk van vroeger mocht er zijn.»

HUMO Je bent altijd een bewaarder geweest, hè? Je hebt je allereerste vulpotlood nog, en zelfs je eerste profielpennetje dat je als kind van de schoolmeester cadeau kreeg, omdat die man ook wel zag dat je veel beter kon tekenen dan gemiddeld. Je bewaart zelfs een velletje papier waarop je telkens weer hetzelfde figuurtje tekent om lijndiktes van verschillende tekenpennen uit te proberen.

EVER MEULEN «Al mijn werk, en alles wat er verband mee houdt, heb ik bewaard. Bij elke tekening die ik heb gemaakt, hoort zelfs een volledig dossier. In het dossier van de hoesontwerpen die ik voor de electropopgroep Telex heb gemaakt, bijvoorbeeld, zitten pákken voorbereidende schetsen, plus alle correspondentie die ik met Marc Moulin voor die opdracht heb gevoerd.»

HUMO Je hebt lange tijd niets met het galeriewezen te maken willen hebben. Daar is de laatste tijd verandering in gekomen.

EVER MEULEN «Ja, maar een meevaller is het niet. De originele tekeningen die ik in opdracht van Vuitton heb gemaakt, zijn nu te koop in een Brusselse galerie, en het enige wat zo’n galerie wil, is verkopen en 50 procent van de prijs opstrijken. Er zijn dubbele tekeningen bij, bijvoorbeeld een panoramisch zicht op het viaduct van Vilvoorde, en die galerie bestaat het de twee helften daarvan apart te verkopen. Wat zou ik anders kunnen denken dan: ze snappen er niets van. Les één: alle galeristen zijn platte commerçanten.

»Het publiek dat naar die galerie komt is mij bovendien totaal vreemd. Kunstverzamelaars die altijd pingelen en me zeggen: ‘Eddy, tu n’as pas de cote.’ Wat betekent: de waarde van je werk op de kunstmarkt is ons totaal onbekend. Wat is Ever Meulen dan waard? Mijn tekeningen worden daar voor 6.000 euro per stuk verkocht. Voor heel veel mensen is dat een bom geld, ik weet het wel. Ik krijg de helft van dat bedrag, en de helft van die 3.000 euro gaat dan weer naar de belastingen. Maar het ergste is nog dat ik mijn tekeningen kwijt ben, terwijl ik er mijn hele leven alles aan heb gedaan om mijn originele werk bij elkaar te houden. ‘Niet alle tekeningen zijn te koop,’ zei ik in die galerie, maar dan kreeg ik te horen: ‘Maar we hebben ze ingelijst!’ Moet ik daar blij mee zijn? We hebben dus ruzie.»

HUMO Heb je genoeg verdiend aan je werk?

EVER MEULEN «Ik heb ervan kunnen leven, maar ik heb er hard voor moeten werken. Ik vind dat ik altijd onderbetaald ben geweest, mijn werk leverde me minder op dan de gemiddelde kantoorbaan bij de overheid. Als ik tekeningen maakte, dacht ik altijd eerst: die of die zal er blij mee zijn.»

‘Vrienden en generatiegenoten zijn nu dood, en toch ben ik zelf niet echt met de dood bezig. Ik maak me hooguit een beetje zorgen over mijn nalatenschap.’ (Foto: met zijn vrouw Viviane) Beeld Johan Jacobs
‘Vrienden en generatiegenoten zijn nu dood, en toch ben ik zelf niet echt met de dood bezig. Ik maak me hooguit een beetje zorgen over mijn nalatenschap.’ (Foto: met zijn vrouw Viviane)Beeld Johan Jacobs

‘Moh, Eddy!’

HUMO Je bent 75. Valt er iets goeds te zeggen over de levensfase waarin je nu zit?

EVER MEULEN «Natuurlijk wel. Als je niets ernstigs onder de leden hebt, is 75 jaar zijn geen probleem. Ik ben al tien jaar met pensioen, en dat is toch ongelofelijk? Je staat op wanneer je wilt, je maakt een wandelingetje, en je hebt intussen geen deadlines te vrezen, laat staan onmogelijke deadlines, zo van: die tekening moet je gisteren af hebben. Ik heb ontelbare nachten doorgehaald destijds, waardoor ik een nachtmens ben geworden. Op den duur was de nacht voor mij ideaal om te werken: stilte, geen telefoons. Maar nachtwerk betekent ook dat je dan tot ’s middags in je bed ligt, wat dan weer minder ideaal is.

»Maar à propos: bén ik wel 75? (lacht) Zo te voelen wel: pijn in mijn nek ’s ochtends, en steeds meer last van mijn voeten. Gevoelloosheid. Mijn voeten slapen omdat zenuwbanen onherstelbaar kapot zijn. Dat betekent dat autorijden een probleem dreigt te worden, terwijl ik er altijd dol op ben geweest. De laatste tijd veel minder. Mijn zoon is aan de Luxemburgse grens een huisje aan het bouwen. Ik durf er niet naartoe, want misschien slapen mijn voeten al voor Namen en kan ik niet meer voelen of ik nu gas geef of rem. Gelukkig doen mijn handen het nog goed, ook al komt er artrose voor in mijn familie.»

HUMO Toen David Hockney zijn ouderdom gewaar begon te worden, ging hij van Californië terug naar zijn geboortegrond in East Yorkshire, waar hij verwoed en met meesterhand de landschappen van zijn kindertijd en jeugd begon te tekenen en schilderen. Ik heb vaker gehoord dat de ouderdom doet terugverlangen naar de plek waar je leven een aanvang nam.

EVER MEULEN «Daar kan ik me iets bij voorstellen. Ik vind Kuurne nu toffer dan toen ik er nog bij mijn ouders woonde. Er is niets te zien, maar toch. Een tijd geleden moest ik erheen voor een begrafenis. Ik stelde na die dienst vast dat ik er niemand meer kende en dacht: waar moet ik nu heen? Ik ben dan maar langs de Leie gaan wandelen, en ik vond het fan-tas-tisch! Ik liep er bij een oude boerderij met een scheefgezakt dak een man tegen het lijf die ik me vaag herinnerde. Ik maakte me bekend en die man zei: ‘Moh, Eddy! Eddy Vermeulen! De zeune van Palmer! Eddy de Tekenaar!’ Waarna ik door die gewone man, zeg maar een boer, onthaald werd als een wereldster: ‘Lucienne, kijk eens wie er hier is: Eddy, Eddy van Palmer, over wie we al zoveel gehoord hebben!’ Het deed me veel meer plezier dan ik had gedacht.»

HUMO Ik weet dat je altijd voor het grote publiek hebt willen werken, en niet voor een kring van ingewijden.

EVER MEULEN «Ik heb altijd willen communiceren via mijn werk, het publiek moest het kunnen zíén, en daarbij denk ik niet meteen aan het vernissagepubliek van de kunstgaleries. Om te beginnen heb ik nooit de ambitie gehad om kunstenaar te zijn. Artiest: dat woord irriteert me al mijn hele leven. Er zijn zelfverklaarde kunstenaars die elke lijn die ze op papier zetten vanzelf kunst vinden, zelfs als die lijn tenenkrullend slecht is.

»Na al die jaren vind ik tekenen nog altijd zeer moeilijk..Ik ben geen vlotte tekenaar, ik heb er veel concentratie en energie voor nodig. Om me in te werken, maak ik tientallen tekeningen vooraleer ik aan mijn definitieve versie begin, en dan nog moet ik die vaak overdoen. Ik kan het nu veel beter dan vroeger, maar toch is er veel dat ik nu niet meer kan tekenen. Omdat ik er het geduld niet meer voor heb, en misschien heb ik er ook wel de technische vaardigheid niet meer voor.

»Neem nu die poster van Roxy Music uit 1974, die ik toen al straf vond. Guy zei: ‘Fantastisch, Eddy. Wat denk je? 500 frank?’ (lacht) Ik weet niet of ik dat niveau nu nog zou kunnen halen. Maar dat belet me niet om nog steeds enthousiast te zijn over mijn werk. Het kost me ook geen moeite om mezelf één van de betere tekenaars in Vlaanderen te vinden. Tien jaar geleden had ik dat uit een soort bescheidenheid misschien niet durven te zeggen, nu wel.»

HUMO Ik hoef er niet van overtuigd te worden dat tekenen op jouw wereldniveau moeilijk blijft, maar er zal toch ook wel plezier mee gemoeid zijn?

EVER MEULEN «En of. Zodra je het gevoel krijgt dat een tekening begint te lukken, als je merkt dat alles beetje bij beetje op z’n pootjes terechtkomt, raak je in een soort roes, waardoor je je besef van tijd verliest. En dan kun je niet meer stoppen, omdat die toestand zo aangenaam en zo meeslepend is.»

HUMO Ben je geneigd andere tekenaars op hun metier, hun vakkunde te beoordelen?

EVER MEULEN «Ja. Slordigheid zal me altijd ergeren in een tekening.»

HUMO Over precisie gesproken: de geweldige Humo-cover naar aanleiding van een euthanasiedossier komt me voor de geest: een doodskist in een ziekenhuisbed, omgeven door allerlei uiterst nauwkeurig getekende medische apparatuur. En ik denk nu ook aan de cover waarin Spock van ‘Star Trek’ in een vernuftig uitgetekende kappersstoel zit. Toen je die covers tekende was er nog geen internet, waarop je naar believen beelden van medische apparatuur of kappersstoelen kunt opvragen.

EVER MEULEN «Ik ben dan ook in een ziekenhuis en bij een kapper schetsen gaan maken. En ik heb mijn leven lang ook veel documentatie verzameld: een heel dikke map met plaatjes van auto’s, uiteraard, een map met plaatjes van bomen, een map met noem maar op. Zo’n documentatie vind ik, ook al is er internet, nog altijd essentieel voor een tekenaar.»

HUMO Je tekent heel graag de schoonheid van technologie: uiteraard auto’s, maar ik herinner me een Humo-cover waarop zo’n vliegtuig staat dat alleen maar een vleugel is, een Vliegende Vleugel die een tankwagen het luchtruim insleurt.

EVER MEULEN «Gemaakt naar aanleiding van de film ‘The Right Stuff’. Toevallig is dat een tekening waarvoor ik de deadline niet heb gehaald. Ik heb er dan ook een week uitstel voor gekregen. Ik had een chef d’oeuvre met waterverf voor ogen, wat zo goed als onbegonnen werk is. Ook als ik díé cover zie, vraag ik me af: zou ik dat nog wel kunnen? Maar ik was in die periode werkelijk geobsedeerd door mijn werk: geen zee ging me te hoog. Het origineel van die tekening is al verbleekt – het blauw trekt beetje bij beetje weg, omdat die Vliegende Vleugel al een paar keer op exposities heeft gehangen, en nu dus weer, bij Campo. Ik hou mijn hart vast.»

HUMO Kun je altijd en overal tekenen?

EVER MEULEN «Nee. Nu ja, ik kan overal wel schetsjes maken, maar terdege tekenen kan ik kan alleen hier in mijn atelier. Ik kom thuis, ga zitten, concentreer me en dán begin ik aan het echte werk. Misschien zou ik ook wel in New York kunnen werken, maar dan in een exacte kopie van mijn atelier hier.»

HUMO In je tekeningen verfraai je het aanschijn van de zichtbare wereld: ook een vorm van wereldverbetering.

EVER MEULEN «Ja, ik teken alles mooier dan het in het echt is. Ik heb er ook behoefte aan om de dingen op papier te verbeteren. Een goeie tekening is oké, maar van mij moet ze ook wel mooi zijn. Ik zoek naar schoonheid, want aan het lelijke, en het gewild lelijke, is en was er nooit gebrek. Ik denk nu aan de punktijd, waar ik altijd met gemengde gevoelens tegenaan heb gekeken. Punk vond ik vooral visueel onaantrekkelijk: een veiligheidsspeld door een oorlel of een neusvleugel is niet meteen een esthetische verrukking voor mij. Punkrock heeft me in ieder geval niet van de Californische softrock van bijvoorbeeld Eagles afgebracht, die ik toen het summum van popmuziek vond. Naast Steely Dan. En Jackson Browne, die ik nog altijd één van de beste zangers aller tijden vind.

»Alleen zijn, met muziek erbij, is de beste manier om me op mijn werk te concentreren. Ik ben tijdens mijn werk ook altijd een fanatiek radioluisteraar geweest en kan een gesprek op de radio volgen als ik teken. Dat ik naar de radio kan luisteren of een plaat kan draaien tijdens mijn werk, vind ik een luxueuze situatie. Ook wel omdat ik aan het raam zit, mijn favoriete plek, met uitzicht op mijn tuin. De deadline zet druk op mij, maar voor het overige vermijd ik alle stress. Ik kan ook niet snel werken: haast maakt van mij een knoeier. Eigenlijk laat ik me altijd gaan in mijn werk: de opdracht, het thema, zit in mijn achterhoofd, maar voor de rest teken ik bijna in het wilde weg, zonder vooropgezet doel – ik heb er vooraf dus geen idee van wat ik precies ga tekenen. Ik maak ook altijd veel omwegen en zijsprongetjes: dat levert veel op het eerste gezicht onbruikbare tekeningetjes op, een soort bijvangst, maar toch weet ik die onvoorspelbare dingetjes vaak in het grotere geheel van mijn uiteindelijke tekening in te passen, vaak als verrassingselement. Ik werk dus heel anders dan Joost Swarte, die ik destijds bij Humo heb binnengehaald. Joost gaat altijd recht op zijn doel af. Kreeg hij een opdracht van Guy, dan had hij zijn tekening op de trein terug naar Haarlem al tot in de details uitgedacht. En wat gedetailleerd in zijn hoofd zat, werd dan ook zijn tekening, alsof hij datgene wat hij in gedachten had op een vel tekenpapier projecteerde. Het zit niet in me om tekeningen te bedenken. Pas op, dit is geen kritiek op de werkwijze van Joost, hè. Ik wil alleen maar op een verschil in aanpak wijzen.»

TTT stroken Beeld ever meulen
TTT strokenBeeld ever meulen

HUMO Stuit je, ondanks al je ervaring, nog op tekenkunstige problemen? Teken je je weleens klem?

EVER MEULEN «O, ja. Het lukt vaak niet. Ik werk recto verso, ’t is te zeggen: ik teken op tamelijk transparant papier. Als ik mijn blad omdraai, zie ik een nieuw beeld, het spiegelbeeld, waarop ik – eigenaardig fenomeen – de mankementen van de tekening op de voorkant beter zie: een handje of een voetje dat niet deugt. Gummen en herbeginnen.»

HUMO Behalve een estheet ben je vast ook wel een perfectionist.

EVER MEULEN «Ik zal die neiging wel hebben, ja, maar ik pas ervoor op: ik weet allang dat perfectionisme geen pretje is voor je naaste omgeving. Het is ook funest voor de werksfeer: perfectionisten zijn lastige klanten. Weet je wat het is? Mooi is goed, maar te mooi is dat dan weer niet. Maar ik ben niet vrij te pleiten van perfectionisme: het is meer dan eens gebeurd dat ik een in Humo gepubliceerde tekening, nadat ik het origineel teruggekregen had van de drukkerij, nog corrigeerde. Ik zal altijd wel iets willen maken dat beter is dan wat ik gisteren heb gemaakt.»

HUMO Kun je ook diep tevreden zijn over je werk?

EVER MEULEN «Sterker nog: ik kan er zelfs ronduit gelukkig van worden, ook al denk ik dan dat een tekening nooit goed genoeg kan zijn. Ik heb zelfs tekeningen op mijn nachtkastje gezet, om er in bed lang naar te kijken en vervolgens voldaan in slaap te vallen. Bijvoorbeeld ‘Baby you can drive my car’, met dat meisje, die auto met drie sturen en die drie vetkuiven.»

HUMO O ja, prachtig. Heb je als 75-jarige tekenaar nog ambitie?

EVER MEULEN «Jawel, maar die is anders dan vroeger. De drang om te publiceren en een groot publiek te bereiken, is na vijftig jaar behoorlijk afgenomen. Ik wil voortaan werk maken waar ik vooral zelf iets aan heb, in de grootst mogelijke vrijheid. In opdracht wil ik liever niet meer werken.

»Voor de rest kan ik alleen maar tevreden zijn: ik heb gedaan wat ik kon en wilde doen, met het nodige succes. Ik heb niet de renommee van Luc Tuymans of Michael Borremans, maar mijn werk is dan weer door heel veel mensen goed bevonden. Onder anderen door Borremans zelf, die tijdens zijn tentoonstelling in Bozar ineens op me kwam afgestapt en zei: ‘Ever Meulen, ik ben fan van u.’»

‘Het fascineerde Guy dat ik daags nadat hij me een opdracht had gegeven al met een afgewerkte tekening op de proppen kwam. ‘Net wat ik nodig heb,’ zei hij dan.’ Beeld ever meulen
‘Het fascineerde Guy dat ik daags nadat hij me een opdracht had gegeven al met een afgewerkte tekening op de proppen kwam. ‘Net wat ik nodig heb,’ zei hij dan.’Beeld ever meulen

Iele tietjes

HUMO Je hebt school gemaakt. Ik zie nog steeds nieuwe epigonen van je opduiken.

EVER MEULEN «Ik denk: ach wat, die jongens proberen ook maar iets, en ze zijn geïnspireerd door mij zoals ik indertijd ook door tekenaars als Hergé en Edgar P. Jacobs en nog vele anderen geïnspireerd was. Ze mogen gerust op mijn terrein komen, want ik ben toch de beste (lacht)

HUMO Reken maar. Volgens mij ben je niet bezig met concurrentie.

EVER MEULEN «Er is mij altijd meer werk aangeboden dan ik kon behappen. Waar had ik de tijd moeten vinden om me druk te maken over concurrentie? Ik heb dan ook veel vrienden onder collega-tekenaars. Kama, één van die vrienden, houdt dan weer niet van de concurrentie. Met tekenaars als Willem, die al sinds 1968 in Parijs werkt, onder andere voor Libération en Charlie Hebdo, en met Joost Swarte heb ik een uitstekende relatie.»

HUMO Ik weet dat je Joost Swarte in zijn beginfase enige knepen van het vak hebt bijgebracht.

EVER MEULEN «Joost is een productontwikkelaar die striptekenaar wilde worden: een autodidact dus. Daar is niets mis mee, want Robert Crumb is ook autodidact, en is er een betere tekenaar dan Crumb? Ik heb Joost bijvoorbeeld geleerd welke soorten tekenpapier bij welke pennen horen als je problemen bij het inkten wilt vermijden. Ik kan je wel zeggen dat hij razendsnel bijleerde.»

HUMO Eén van je eerste publicaties in Humo was de gagstrip ‘Piet Peuk’, uitgevoerd in een bepaald onklare, ietwat bibberige lijn, in een sfeer die aan de Amerikaanse undergroundcomics van een tekenaar als Robert Crumb deed denken. Piet Peuk was een verlopen hippie of anders een morsige student, en in die gagstrip overschreed je de grens van de onnozelheid en de meligheid rücksichtslos.

EVER MEULEN (lacht) «En dat kon Guy wel smaken, denk ik. Inderdaad, ik wilde een volslagen idioot in de alternatieve sfeer weergeven, een slobberig type met een eeuwige peuk in zijn bek. Alles goed en wel, maar die hele Piet Peuk, met z’n oren op steeltjes, was niet wat ik toen echt wilde maken. Zo’n wekelijks stripje begon bovendien snel een karwei te worden, al heb ik er wel 120 getekend.

»Toen ben ik de koppen van de TTT-rubriek beginnen te tekenen, een zoekplaatje eigenlijk, waarin ik telkens weer de drie T’s van Tieners, Toppers, Treffers verborg. En bij dat werk had ik voor het eerst het gevoel dat ik een eigen stijl had ontwikkeld. Dat het een zoekplaatje was, dwong de mensen om er langer naar te kijken dan naar andere tekeningen.»

HUMO Ik vind die TTT-koppen nog altijd meesterlijk. Intussen zijn ze van een tijdloze schoonheid.

EVER MEULEN «Piet Peuk was een inderdaad een undergroundfiguurtje, uitgevoerd in een opzettelijk knullige stijl en in een bibberlijn waar ik me ook toen al voor geneerde, want ik ben altijd een estheet geweest, en mijn verlangen om iets moois te tekenen, in de klare lijn en zonder tekstballonnen, werd bevredigd in die koppen, waarvan ik er 220 heb getekend. Ik teken al lang niet meer in die stijl, maar ik hou er nog altijd van.

»In die vroege jaren 70 kon alles bij Humo, zelfs Piet Peuk, waar Guy en ook veel lezers erg voor te vinden waren.»

HUMO Bestaat er zoiets als ‘de gelukkigste tijd van je leven’?

EVER MEULEN «Zeker. Ik was gelukkig als kind, en later als student aan Sint-Lukas met alle artistieke vriendschappen – de tijdgeest van toen beloofde veel. En nadien ben ik zeer gelukkig geweest bij Humo in de jaren 70, 80 en zelfs nog een eindje in de jaren 90. Iedereen benijdde me omdat ik voor Humo werkte.»

HUMO In 1985 zei je in een interview: ‘Om les te geven moet je zekerheden hebben, wetmatigheden waarin je zelf gelooft.’ Die had je toen niet. Maar in de jaren 90 begon je wel les te geven aan Sint-Lucas in Gent.

EVER MEULEN «Ik ben er voor gevráágd, zoals ook The New Yorker mij gevraagd heeft om covers te tekenen. Ik heb mezelf dus niet aangeboden, want dat doe ik nooit. Art Spiegelman, de tekenaar van ‘Maus’, heeft me gevraagd om voor zijn blad Raw te tekenen. Ik hoef niemand te bedanken, want ik heb alles zelf getekend, maar Spiegelman is iemand die mij toch een zetje in de goede richting heeft gegeven. Toen ik in Raw had gepubliceerd, kreeg ik meteen een verzoek van de Amerikaanse Playboy, maar dat feest is niet doorgegaan: de tietjes die ik tekende waren te iel. Hugh Hefner, de baas van Playboy, liet me in een handgeschreven brief weten: ‘I’m sorry to say but your artwork is too sophisticated.’

»Maar hadden we het niet over lesgeven? Inderdaad, ik heb, bijna tot mijn verbazing, vijftien jaar lesgegeven, ’t is te zeggen: één dag per week.»

HUMO Enig idee hoe je als leraar was?

EVER MEULEN «Slecht. Ik kan me in ieder geval niet voorstellen dat ik goed was. En de hele schoolsfeer en vooral de administratie zaten me niet zo lekker. Ik moest op Sint-Lucas ook nog eens bewijzen wie ik allang was. Uit de mond van pseudokunstenaars kreeg ik er in de lerarenkamer te horen: ‘’t Is niet omdat jij tekeningetjes voor Humo maakt, dat je moet denken dat je...’ Tweederangsfiguren voor wie er niets anders opzit dan hun hele leven les te geven, zijn courant in het kunstonderwijs.

»Ik ging elke week lesgeven met twee koffers vol boeken: werk van heel goede, soms obscure Amerikaanse tekenaars uit de jaren 30 en 40 die een Amerikaanse vriend me destijds opstuurde. Ik liet mijn studenten daar kennis mee maken. De ene hield ervan, en de andere niet. Iemand die er wel van hield was Jeroom, een jongen uit de omgeving van Antwerpen die voor Sint-Lucas in Gent had gekozen omdat ik er lesgaf.»

HUMO In het boek ‘Stedevaart’ van Jan Brokken las ik laatst hoe de schilder Morandi over lesgeven aan een kunstschool dacht: ‘Hij hield van zijn baan als docent, omdat hij zijn studenten alleen een paar technieken hoefde aan te leren, en niet een visie, een overtuiging of een manier van kijken.’

EVER MEULEN «Dat begrijp ik. Ik zou nooit tegen een student zeggen hoe en in welke geest hij moet tekenen. Ik kan iemand technieken bijbrengen en zeggen wat een goede of een slechte tekening is. Of wat een goede of een verkeerde compositie is. En het verschil tussen slordigheid en precisie kan ik ook uitleggen. Een ‘manier van kijken’ kun je volgens mij niet aanleren, maar je kunt iemand wel béter leren kijken, gewoon door op bepaalde details te wijzen: ‘Zie je dat? En dat?’ Lang niet iedereen ziet alles met z’n eigen ogen.»

HUMO Oefening baart kunst, en je hebt om zo te zeggen een leven lang geoefend. Denk je dat je virtuoos bent?

EVER MEULEN «Als ik denk aan de tijd die ik nog altijd nodig heb om een tekening te voltooien, en de moeilijkheden die ik moet overwinnen vooraleer ik iets op papier krijg, kan ik onmogelijk een virtuoos zijn. Ik neem aan dat het resultaat weleens virtuoos oogt, maar dat komt alleen omdat er zo hard aan is gewerkt. Ik heb nog nooit een tekening gemaakt met de vinger in de neus. Ik heb honderden auto’s getekend, maar dat soort ervaring garandeert niets: elke tekening is totaal nieuw voor mij. Ik kan doodeenvoudig niet terugvallen op wat ik eerder heb gemaakt. Een slecht geheugen, blijkbaar.»

HUMO Laatste vraag, waarop iemand van 75 vast wel een antwoord heeft: waarom is het leven de moeite waard?

EVER MEULEN «Het is de moeite waard als je zoveel geluk hebt gehad als ik. Ik heb altijd kunnen doen wat ik wilde, namelijk: tekenen. Weliswaar meestal in opdracht, maar ik kon dat gewoon, de beperkingen die opdrachtgevers me oplegden inspireerden mij. Niemand kan zich voorstellen hoeveel plezier ik aan mijn werk heb beleefd. Als een tekening af is, slaat de twijfel toe, ook vandaag nog: is ze wel goed genoeg? Maar zolang ik eraan werk, voel ik me met voorsprong de gelukkigste mens van de wereld.»

‘Ever Meulen: 50 jaar Humo-tekenaar’, van 22 oktober tot 3 december in galerie Campo & Campo in Antwerpen. Meer info: campocampo.be

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234