'Ik val liever dood dan met pensioen te gaan.' De 6 decennia van Kamagurka (60)

Uit ‘Echte mannen’ van Kamagurka en de Vlaamse Primitieven: ‘Echte mannen praten met God. Tot hij bekent: ‘Ik ben zot.’’ Maar wat als de Almachtige weer eens in een meeting zit, en je toch koste wat het kost een antwoord wil op de vraag: ‘Wat bezielde U toen U ons zestig jaar geleden Kamagurka toezond?’ Dan zit er niet anders op dan met de kraakverse zestiger Luc Zeebroek zelf – geboren op 5 mei 1956, en hoe – de zes decennia van zijn leven onder de loep te nemen.

'Mijn cartoons zijn secondewerk, maar dat vind ik er net leuk aan. Als kind wou ik al even snel kunnen tekenen als schrijven'

Een paard kachelt gestaag voorbij, op de rug een opgelaten kleuter. Op het erf van een kinderboerderij in West-Vlaanderen hebben we afgesproken met Kamagurka. Aurélie, de jongste Zeebroek-telg, zelf nog maar even aan haar tweede decennium toe, is meegekomen en host ondertussen rond op het erf. Ze komt geregeld het interview over haar vaders levensloop opleuken met een kat in de armen, een verdwaalde kleuter, een Orval voor vaderlief, of gewoon: good old kattenkwaad. Wellicht genetisch doorgegeven, dat laatste.


1. Het kind

HUMO Het prille begin ligt in Nieuwpoort, waar je geboren bent.

Kamagurka «In het plaatselijke moederhuis, dat naar verluidt ondertussen een bejaardentehuis geworden is. Als ik de cirkel rond wil maken, kan ik dus nog altijd daar terecht om mijn kaars uit te blazen. Mijn allereerste herinnering is dat ik bij mijn grootmoeder op schoot zat, en dat er op een bepaald moment een gigantische figuur aan het raam verscheen. Ik weet nog altijd niet of het nu echt gebeurd is, want we woonden op de eerste verdieping. De enige uitleg die ik achteraf heb kunnen bedenken, is dat er toevallig een reuzenstoet passeerde, wat in die tijd wel eens gebeurde in Nieuwpoort.»

HUMO Hoe zag het gezin Zeebroek eruit?

Kamagurka «Mijn moeder had een verfwinkel op de benedenverdieping, en mijn vader werkte in Oostende – ook al in een verfwinkel. Mijn grootouders woonden bij ons in, en het was vooral mijn grootvader die zich over me ontfermde. Van mijn grootmoeder kan ik me dan weer niet herinneren dat ze ooit een woord gezegd heeft.»

HUMO Je was enig kind, vrij ongewoon in die tijd.

Kamagurka «Mijn moeder wou maar één kind. Mijn vader ook, hij was opgegroeid in een gezin met elf kinderen. Mijn ouders waren ook niet bijster katholiek, terwijl het net katholieke gezinnen waren die veel kinderen hadden.»

HUMO Je geloofde niet?

Kamagurka «Ik heb wel mijn eerste communie gedaan, maar alleen omdat de pastoor verf bij ons kocht. Ik geloofde er eerlijk gezegd toen al niets van, van wat ze je daar probeerden wijs te maken. Een sprookje was het, meer niet. En Sinterklaas kende ik ook al snel: dat was meester Willy van het eerste studiejaar. Ik had ’m herkend.»

HUMO 1956 is elf jaar na de oorlog. Vooral in de Westhoek is dat niet erg lang.

Kamagurka «Het ging er dan ook de hele tijd over. En als het niet over de Tweede Wereldoorlog ging, dan wel over de Eerste: mijn grootvader had vier jaar in de loopgraven gezeten. Onze familiefotoalbums waren niet alleen gevuld met familiefoto’s, maar ook met oorlogsbeelden: foto’s van koeien die langs de weg met hun poten in de lucht lagen en karren met vluchtelingen – een beetje zoals je nu in Syrië ziet. Op school in Nieuwpoort leerden we dat iemand van ons dorp destijds de Eerste Wereldoorlog beslecht had door de sluizen open te draaien. Ik kon als kind maar niet begrijpen waarom hij daar dan vier jaar mee gewacht had (lacht). Maar het gaf wel een veilig gevoel: het idee dat, mocht er ooit een nieuwe oorlog komen, we gewoon de sluizen konden openzetten.

'We vochten elke dag, en ik had ook een boekje met namen van andere kinderen, die ik wilde vermoorden'

»Mijn hele jeugd was ik omringd door mensen die littekens overgehouden hadden aan die oorlogen. Ik had twee tantes die in een trein hadden gezeten die gebombardeerd was. Eén tante was gruwelijk verbrand aan haar benen, en de andere was naar verluidt zó geschrokken dat ze gestopt was met groeien. Een piepklein mens was het, ik zie ze nog zo voor me.»

HUMO Waar hield de jonge Kama zich zoal mee bezig?

Kamagurka «Enkel gezonde fysieke en psychische activiteiten, dat kan ik je verzekeren. In bomen klimmen. En vechten: volledige slachtpartijen werden er toen aangericht onder jongens. We vochten elke dag, maar dat was toen normaal. Ik had ook een boekje met namen van andere kinderen, die ik me had voorgenomen om te vermoorden. Allemaal onschuldig natuurlijk, maar als je kind zoiets vandaag zou wagen, word je meteen naar een psychiater, een therapeut en een stel sociale werkers gestuurd. Mijn grote geluk was dat ik als kind zo vrij werd gelaten.»

HUMO Van wie heb je je talent geërfd?

Kamagurka «Mijn vader, geloof ik. Hij was naar de schildersschool geweest, maar alleen om te leren hoe je muren schildert. Hij had wel talent: ik heb nog enkele schilderijen van hem liggen. Vooral visserstafereeltjes en landschappen, een beetje impressionistisch, à la Permeke. Door de winkel van mijn moeder zat ik natuurlijk ook al van kindsbeen af tussen de verf. Ik herinner me hoe mijn moeder een portefeuille had met glazen buisjes in: pigment, om verf te maken. Fantastische kleuren, ik vond het toen al zonde dat ze altijd gemengd werden met witte verf.

»Op een keer, toen mijn moeder weg was, ben ik die buisjes op de grond beginnen te gooien – rood, geel, blauw, paars: alles door elkaar. Het had iets weg van een Tibetaans zandtapijt, maar dan gemaakt door een waanzinnige. Tot mijn moeder thuiskwam en zag dat ik een fortuin op de grond had kapotgegooid. Het pak slaag dat daarop volgde, herinner ik me nog altijd levendig. Maar ik heb er mijn eerste kunstles uit geleerd. Namelijk: als artiest word je niet altijd beloond voor je werk. Je moet soms ook kunnen afzien.»


2. De tiener

HUMO Je tienerjaren begonnen met een verhuizing: het gezin Zeebroek trok naar Oostende. Je ging er naar het atheneum.

Kamagurka «Ik begon weer helemaal opnieuw, maar ik had het geluk dat ik kon terugvallen op een goeie kindertijd: ik was geen duts. Veel gevochten daar, alweer. Maar ik blijf erbij: dat was de schuld van mijn vader. Hij had nog gebokst en had me enkele technieken geleerd, die ik gewoon verbazend goed in de praktijk wist om te zetten.»

'Het atheneum was verschrikkelijk. Er waren een paar normale leraars, maar de anderen zouden ze vandaag gewoon opsluiten.'

HUMO Kon je als jonge artiest je weg vinden op het atheneum?

Kamagurka «Integendeel. Het atheneum was toen verschrikkelijk. Er waren een paar normale leraars, maar de anderen waren patiënten die ze tegenwoordig zouden opsluiten. Daar gaven ze gewoon les, en jij was afhankelijk van hun waanzin. Om je een idee te geven: ik had tekenles van een man met een bijna Babylonische baard. Silvio Romano heette hij. Vergeet ik nooit. Zodra het regende, wikkelde hij die baard in plastic: een hilarisch tafereel, maar niemand durfde te lachen. Elke les begon met een controle van de potloden. We hadden elk één potlood, nummer vijf – hard als een naald, je kon er amper mee tekenen. Dan ging Silvio alle banken af en gaf hij je willekeurig een cijfer op tien hoe goed je potlood geslepen was: drie, zes, acht, nul, één. Telkens andere cijfers, maar iedereen toonde elke les gewoon hetzelfde potlood, dat we speciaal bewaarden voor die inspectie. Daarna moesten we steevast een kader tekenen. Zónder je blad te verleggen, want dan kreeg je nul. Dat kader moest bovendien zo goed als onzichtbaar zijn - en als je durfde te gommen, was je gebuisd. Dan ging hij wéér rond, om een cijfer op je kader te kleven. En dan, als er na al die waanzin nog tien minuten overbleven, tekenden we een kubus. Daar zat je dan, als jongen die zot was van tekenen en kleur: overgeleverd aan een psychopaat die je elke les een kubus deed tekenen.

»Jaren later liep ik eens in het museum Dhondt-Dhaenens in Deurle rond, en wie zag ik daar lopen? Silvio Romano. Een enorme agressie borrelde toen in me op, en ik ben op hem afgestapt. ‘Ken je me nog?’ vroeg ik. Hij kende me nog. ‘Weet je het nog? Potloodpunt: één centimeter, geslepen gedeelte: twee centimeter, kader: zo goed als onzichtbaar.’ Hij wist het nog. ‘Eigenlijk ben jij erger dan Dutroux,’ heb ik ’m toen gezegd. Hij leeft naar verluidt nog altijd.»

'Herr Seele intrigeerde me meteen mateloos: zo'n wereldvreemde, vooroorlogse figuur in een drollenvanger en op sandalen'

HUMO Je late tienerjaren leidden je naar de kunstacademie in Gent, waar je Herr Seele leerde kennen. Het begin van een bewogen vriendschap.

Kamagurka «Ik studeerde er tekenfilm, en Seele volgde beeldhouwkunst. Het was meteen plezant. Hij intrigeerde me mateloos: zo’n volledig wereldvreemde, vooroorlogse figuur in een drollenvanger en op sandalen, vaak een pijp rokend of op zoethout kauwend. Seele was toen nog volop richting klooster aan het evolueren: hij geloofde oprecht in God en las de grote christelijke filosofen. Terwijl ik dan weer bezig was met tekenen voor Hara Kiri, het blad dat later Charlie Hebdo zou baren. Een totaal andere insteek (lacht). Ook creatief prikkelde hij me enorm: hij was naar Firenze gegaan om er de oude schildertechnieken te leren. Ik heb ’m zo ooit eens zwarte verf zien maken met niets meer dan roet uit een uitlaatpijp en een eierdooier. Perféct zwart van kleur, maar na een paar dagen begint het helaas wel enorm te stinken.»

HUMO Een kwestie van gelijkgestemde geesten die elkaar troffen?

Kamagurka «Seele was net als ik zeer anarchistisch ingesteld, maar bij hem was dat anarchisme op een andere leest geschoeid: dat kwam bij wijze van spreken vanonder zijn paterspij gedampt. De verhalen die hij vertelde, hoorden daar ook bij: hij had naar eigen zeggen in Torhout met een pletwals de muur van z’n college omvergereden.»

HUMO Mei ’68 viel in je prille tienerjaren. Heb je als tiener de grote ideologieën aangehangen? Je wist alleszins met verve je legerdienst te ontlopen.

Kamagurka «Kijk, ik vocht dan wel veel in mijn jeugd, maar ik was wél pacifistisch ingesteld. Ik wou niet op mensen gaan schieten. Gelukkig had ik Herr Seele leren kennen, en via hem de macrobiotiek. Het plan was om de maanden vóór de keuring alleen maar bruine rijst te eten. Vier maanden later woog ik nog 48 kilo: toen ik voor de keuringscommissie verscheen, probeerden ze me zo snel mogelijk weer buiten te krijgen, voor ik ter plekke doodviel. Ik was ervan af, dacht ik. Maar een paar maanden later zouden ze me opnieuw wegen, om te zien of ik niet doelbewust de dienstplicht probeerde te ontlopen. Wéér maandenlang op rijst leven. Maar ik heb het overleefd: ik had het gevoel dat ik in mijn eentje het Belgische leger verslagen had. Nu ja, de geschiedenis had toen al aangetoond dat daar niet zo’n kunst aan was.

»Maar de belangrijkste reden waarom ik niet in dienst wou, was omdat ik ondertussen al voor Humo was beginnen te werken.»

'Hoe meer kwade brieven Guy Mortier kreeg, hoe meer tekeningen hij in Humo zette'

HUMO Je eerste Humo-tekening verscheen in 1975. Hoe was die op het uit ivoor en bladgoud opgetrokken bureau van Guy Mortier beland?

Kamagurka «Via Ever Meulen. Eigenlijk interesseerde het me toen niet echt om in Humo te verschijnen. Ik wilde zo underground mogelijk zijn en voor zo obscuur mogelijke blaadjes tekenen. In ‘Tante Leny presenteert’, bijvoorbeeld, een Nederlands undergroundblad in de jaren 70. Maar Eddy had die tekeningen gezien en speelde die door aan Guy Mortier, die ze prompt in Humo publiceerde. Op z’n Mortiers: zonder dat ik het wist. Ik kende Humo daarvoor niet, maar toen ik het ging zoeken, was ik verkocht. Die geest van anarchie en geloofwaardigheid: die zocht ik al een hele tijd. Het was het begin van een periode waarin ik geen vijf maar zeven dagen per week voor Humo ging werken.»

'Als twintiger beleefde ik eindelijk de totale vrijheid. Ik woonde in een flat die ik zelf betaalde van wat ik bij Humo deed.'

HUMO Die eerste jaren ging dat gepaard met heel wat lezersbrieven van Humo-lezers die je, euh, aparte stijl niet echt wisten te appreciëren.

Kamagurka «Dat zou goed kunnen, maar die heb ik in elk geval nooit gezien. Dat was Guy zijn probleem. Alhoewel: ik kan me perfect inbeelden dat, hoe meer kwade brieven hij kreeg, hoe meer tekeningen hij erin zette (lacht).»


3. De twintiger

HUMO Een periode waarin Humo in een stroomversnelling kwam, met jou erbij.

Kamagurka «Heerlijk was dat: eindelijk de totale vrijheid. Ik woonde in een appartement dat ik zelf betaalde van wat ik bij Humo deed, en door af en toe eens een boekje uit te brengen bij uitgeverij Kritak. Die periode van bevrijding zag je ook terug in de punk, met de Talking Heads en de Sex Pistols. Exact het tegenovergestelde van wat je vandaag ziet. Alles viel in die tijd onder dezelfde teneur: ‘Het dak moet eraf.’ Ook bij Humo: wars van de publieke opinie altijd voor het meest bizarre en het meest afwijkende gaan. En voortdurend alles ter discussie stellen.»

HUMO Cowboy Henk stak de neus aan het venster in 1981. Werd hij ook geboren uit die mentaliteit?

Kamagurka «Helemaal. Seele en ik kwamen net op het goede moment met onze samenwerking. Cowboy Henk is eigenlijk geboren in De Morgen. Ik maakte er op dat moment een dagstrip, wat toen een droom van me was. Al was het resultaat eerder een soort antistrip: mijn stripfiguur heette Bob Plagiaat, en elke dag kwam hij vertellen wat er in de ándere strips gebeurde. Maar op den duur werd ik dat concept wat beu, en liet ik Bob in plaats daarvan een eigen stripverhaal tekenen: de avonturen van Cowboy Henk - met hulp van Herr Seele. Henks uiterlijk kopieerden we uit een ouwe cowboystrip uit de jaren 30. ‘Dit moet het zijn,’ zei ik tegen Seele. Hij had het meteen onder de knie. Maar de verhalen werden steeds absurder. Tot ik op een bepaald moment naar Parijs vertrok, en ik Herr Seele achterliet zonder scenario’s. De lege tekstballonnen vulde hij dan maar op met tekst uit een boekje om te leren schaken (lacht). Het effect was hilarisch, maar er kwamen meteen kwade lezersbrieven. En bij De Morgen was er geen Guy Mortier die ons in bescherming nam. Op een dag werd het te veel: we hadden Cowboy Henk getekend die probeerde te kakken met een erectie, maar die door die acrobatische kunsten zichzelf totaal onderscheet. Na afloop waste hij zijn handen en liep hij weer weg, vol stront (lacht). Enfin, de druppel te veel voor De Morgen, en er werd besloten om Cowboy Henk op te doeken. We maakten nog één pagina met de boodschap: ‘Kranten verschijnen en kranten verdwijnen, maar Cowboy Henk blijft eeuwig bestaan.’ En vanaf toen verscheen Cowboy Henk in Humo. En hij staat er nog steeds.»

HUMO Het jaar daarna maakte je je eerste tv-reeks voor de Nederlandse VPRO: ‘Sfeervol bullshitten’. Ook met Herr Seele.

Kamagurka «Ik was toen een enorme fan van ‘Eraserhead’, de eerste film van David Lynch. Niet dat dat opviel aan ‘Sfeervol bullshitten’, maar ik wou hetzelfde bevreemdende gevoel opwekken. Het moest humoristisch zijn, maar je moest je ook afvragen: ‘Waar zit ik nu naar te kijken? En waaróm?’ Voor de opnames was ik een tijdje in Amsterdam gaan wonen. Moeilijke bevalling, die opnames: take na take ging de mist in omdat we niet konden stoppen met lachen. De beste remedie: rondjes lopen. Robert Wiering was toen onze regisseur, en hij heeft ons ontelbare keren doen lopen.»

HUMO Nederland was ook goed voor jou.

Kamagurka «Ik ben er met open armen ontvangen – en ditto benen. Ook mijn theatershows liepen goed in Nederland: begin jaren 80 speelde ik er makkelijk veertig keer per jaar. In België stond ik ondertussen zo’n vijf keer per jaar op het podium. Maar we dáchten ook helemaal niet aan pakweg de BRT. We waren bezig met wat Koot en Bie maakten, en Wim T. Schippers. Vrije geesten die tegelijk ook kritiek uitten: dat was wat we wilden.»

HUMO Heb je nooit overwogen om definitief naar Nederland te verkassen?

Kamagurka «Nee, de moeite niet. Daarvoor was het te dichtbij (lacht). En ik was altijd blij wanneer ik terug in België kwam: de cafés waren hier langer open. En nog belangrijker: ik wou in de buurt van Humo blijven.»

HUMO De redactiebezetting van die tijd is mettertijd legendarisch geworden. Liep jij er ook vaak rond?

Kamagurka «Je had toen Marc Didden, Daan Delannoy, Wilfried Hendrickx, met wie ik af en toe eens een robbertje vocht. Dat vechten is er nooit uitgegaan, begin ik te merken. En ook Willy Courteaux zat er toen nog, de toenmalige Dwarskijker, met die pijp van ’m die uren in de wind stonk. En later zouden Rudy Vandendaele en (pdw) er nog bij komen. Ik zag het een beetje als mijn taak om die mannen af en toe wakker te schudden. Vermoeidheid was me vreemd in die dagen: ik ging naar de redactie en kwam met meer energie thuis dan toen ik vertrok. Het voelde telkens weer een beetje als landen toen ik thuiskwam.»

HUMO Het waren ook jaren waarin je op het podium te vinden was met de Vlaamse Primitieven, je begeleidingsband. Dat leidde tot aparte optredens, op zijn zachtst gezegd.

Kamagurka «Eén keer zelfs voor Hugo Claus! In Gent was dat. Ik weet nog dat Herr Seele tijdens het optreden in een hoekje van het podium een pompoen zou klaarmaken. Alleen: hij was de sojasaus vergeten, waarop we het optreden stillegden, en ik met Seele de auto insprongen om bij hem thuis de saus te gaan halen. Een halfuurtje later waren we terug – de pompoen stond intussen in brand en de drummer was in slaap gevallen. Maar het publiek, onder wie één Hugo Claus, zat nog altijd geduldig te wachten. Die vonden het best, en nadat ik de drummer had gewekt, gingen we weer verder met de avond. Na afloop kwam Hugo me zeggen dat het het beste optreden was dat hij ooit had gezien. Ik weet niet of hij het meende, maar hij heeft het toch maar gezegd.

'Met 'Lava' hadden we op een bepaald moment bijna een miljoen kijkers. Met pure onzin, nota bene.'

»Ik wou dat de mensen met onze optredens iets zagen dat ze nooit zouden vergeten. Stand-upcomedy is op dat vlak een tamelijk conservatief genre: je staat twintig minuten moppen te vertellen en je gaat naar huis. Terwijl het bij ons álle kanten uit kon. Consequent zijn in mijn onzin, dat was het idee. Ik was ook erg geïnspireerd door de Amerikaanse comedian Lenny Bruce, die na vrijwel elk optreden gearresteerd werd. Applaus interesseerde me niet, als ik achteraf maar in de problemen raakte.»


4. De dertiger

HUMO Je beëindigde je twintiger jaren met ‘Lava’, ook vandaag nog altijd je bekendste televisionele wapenfeit.

Kamagurka «Ik wou iets maken waar véél mensen naar zouden kijken. Daar was de tijd wel rijp voor, vond ik. Verschillende publieken verenigen, dat was het doel: Eddy Wally-fans doen kijken naar absurde humor. En omgekeerd: diegenen die zich te goed voelden voor Eddy Wally doen kijken naar Eddy Wally. In die zin had ik ‘Lava’ afgekeken van Humo: daar had ik geleerd hoe een juiste cocktail van verschillende ingrediënten succes kon hebben. En het lukte: op een bepaald moment zaten we tegen het miljoen kijkers aan. Met pure onzin, nota bene.»

HUMO Het is in het huidige tv-landschap hard zoeken naar waardige opvolgers. Zie je vandaag überhaupt nog iets waarin de geest van ‘Lava’ voortleeft?

Kamagurka «Dat mis ik momenteel: pure sketch. Ja, je ziet het in zekere mate terug in ‘De ideale wereld’. Maar dat blijft toch actualiteitsgebonden, terwijl actualiteit bij ons zelfs geen kans kreeg. Het laatste van die strekking was voor mij ‘Jiskefet’, ook al een poos geleden. Ik ben er zeker van dat ‘Lava’ ook vandaag zou aanslaan. Er is namelijk een enorm gat in de markt voor mensen die los van alle realiteit en actualiteit voor gekte willen gaan. Wat heb je anders? Dat ene programma waar die gasten anderen nadoen?»

HUMO ‘Tegen de sterren op’?

Kamagurka «Dat, ja. Twee seconden en ik val in slaap. Dat is kinderhumor voor volwassenen. Nee, geef me dan maar het origineel – dat is tenminste nog grappig.»

HUMO Je werd als dertiger ook vader. Verandert dat een mens op die leeftijd?

Kamagurka «Op dat moment wel: je bent plots verantwoordelijk voor een leven dat jij hebt helpen maken, hè. Sarah is geboren toen ik 27 was, twee jaar later was Boris er. Maar ik ben altijd keihard doorgegaan met waar ik mee bezig was. Mijn toenmalige vrouw nam gelukkig veel voor haar rekening. Je kunt je er op voorhand niets bij voorstellen, een kind krijgen. Tot je er één hebt. Het heeft even geduurd voor ik dat goed besefte.»

HUMO Commercieel waren de vroege jaren 90 gouden tijden voor Humo. En voor jou persoonlijk?

Kamagurka «Daar heb ik nooit bij stilgestaan. Qua omzet alvast niet, denk ik. Ik ben nooit zo met financiën bezig geweest. Zolang ik maar genoeg verdiende om te doen wat ik wilde doen, en vooral: om mijn kinderen eten te geven. Dat is al wat me interesseerde, ook vandaag nog. Geld is een middel voor mij, geen doel. Hoe vaak ik ook geassocieerd mag worden met Marc Coucke (lacht).»


5. De veertiger

Kamagurka «Toen ik 25 was, heb ik ‘Veertig’ van Kees van Kooten gelezen. Ik weet nog dat ik er toen van schrok dat Kees al zo oud was. Tot ik zelf 40 werd. Je bent er namelijk voor je het weet.»

HUMO Vond je het erg, 40 worden?

Kamagurka (denkt na) «Nee. Net zoals ik het niet erg vind om 60 te worden. Ik sta ook niet de hele tijd stil bij mijn leeftijd, dat helpt. Of dat deed ik toch niet tot jij me kwam interviewen. Bedankt daarvoor.»

HUMO ‘Every man over forty is a scoundrel,’ wist George Bernard Shaw. Diende zich in jouw geval een midlifecrisis aan?

Kamagurka «Er is wel iets aan van die uitspraak, geloof ik. Het is namelijk zo dat je op je 40ste voor een harde keuze komt te staan: ga je braaf worden, of ga je verder zoals je bezig bent? Ik heb het laatste gekozen. Ik heb het me nog geen seconde beklaagd.

»Nu ik erop terugkijk, was het inderdaad wel een bepalende periode: mijn kinderen waren al vrij groot, en zelf maakte ik een scheiding mee: het begin van een heel ander leven. Ik trok in boven een café: Pink Flamingo’s, in de Onderstraat in Gent. Altijd interessant, je boven een café vestigen. Het was er één groot atelier: Boris had er zijn eigen opnamestudio om zijn muziek te maken, terwijl ik de hele tijd op de grond zat te schilderen en met (pdw) teksten voor programma’s schreef. Ik wou in die dagen vooral het creatieve aanwakkeren bij mijn kinderen, het is zo’n zonde als kinderen daarvan verstoken blijven.»

HUMO Je bent op je 46ste opnieuw vader geworden. Was dat fundamenteel anders dan de eerste keer?

Kamagurka «Ja, al was het maar omdat ik als dertiger nog niet uitrekende hoe oud ik over een aantal jaar zou zijn. ‘Als zij 13 is, zal ik 60 zijn,’ dat soort denkwerk. Dat komt er op latere leeftijd onvermijdelijk wel bij kijken.»

'Ik zie er misschien geen 60 uit, maar ik vóél me ook geen 60. Geen fysieke klachten, op een beetje gehoorschade na.'

HUMO Heb je in die periode ook geleerd om vakantie te nemen en te rusten? Tot dan was je met geen stokken van je werk weg te slaan.

Kamagurka «Dat heb ik moeten leren, ja. Ik ben een enorm moeilijke mens om mee op vakantie te gaan: ik sta met mijn cartoons elke dag in Het Laatste Nieuws, én op de voorpagina van NRC Handelsblad. Waar ik ook ben, ik weet sowieso: om elf uur ’s ochtends moet ik kunnen bellen met de krant, en een uur later moet ik mijn tekening kunnen opsturen. Ook op vakantie. Dat komt in de praktijk neer op secondewerk, maar dat vind ik er net leuk aan. Als kind wou ik al even snel kunnen tekenen als schrijven. Als ik de zin ‘Er loopt een man door de straat’ schreef, wou ik dat tafereel in dezelfde tijd kunnen tekenen.»


6. De vijftiger

HUMO Die vlijt kwam je goed van pas in je jaren als vijftiger. In 2008 maakte je je ‘Kamalmanak’: een jaar lang een schilderij per dag.

Kamagurka «Een periode waarin ik me als schilder volledig heb kunnen ontwikkelen. Schilderen is trouwens wat ik in de toekomst nog het meeste wil doen. In België is er bovendien nog veel ruimte om iets teweeg te brengen op dat vlak. Bovendien is mijn leeftijd een voordeel, want hoe oud is 60 maar als je schildert? Piepjong! Kijk naar wat Picasso en Matisse toen nog deden. Let op mijn woorden: schilders ontwikkelen zich pas écht na hun 60ste.»

HUMO De Kamalmanak werd gesponsord door Marc Coucke, toen nog gewoon miljonair in plaats van miljardair, en alweer het begin van een opmerkelijke vriendschap. Hoe zijn jullie eigenlijk bevriend geraakt?

Kamagurka «Marc had werken van me gekocht toen ik tentoonstelde in Westende. ‘Waarom schilder je niet wat vaker?’ vroeg hij me. Hij stelde voor om samen te zitten en een businessplan te maken, met daarin een financiële buffer die me toeliet om een jaar lang elke dag te schilderen, zonder dat ik me iets van geld moest aantrekken. Dat plan is uitgegroeid tot de bvba die we nu samen beheren.»

HUMO De bvba Kamacoucka. Hoeveel zakenman zit er in Kamagurka? Ik vond online een veiling waarop spullen van jou verkocht werden. Van een oude Pop Poll-medaille voor beste tekenaar tot een oude schildersbroek en je gebruikte penselen toe.

Kamagurka «Voor mijn 60ste verjaardag was dat. Dat was niet de eerste veiling, hoor. Maar ze zijn niet serieus bedoeld. Ik vind het gewoon een fijn idee dat mensen mijn cartoons voor een redelijke prijs kunnen kopen. Om het geld draait het niet.»

'Ik val liever dood dan met pensioen te gaan. Zo'n looprek en een pamper: niets voor mij'

HUMO Maar je Pop Poll-medaille, Kama...

Kamagurka (lacht) «Maar ik heb er thuis nóg 33 liggen! Ik kan er wel eentje missen.»

‘Dag dochter.’ ‘Dag opa.’ Dochter Aurélie komt erbij zitten, en spreekt haar bezonnebrilde vader vermanend toe, terwijl ze met haar handen knopen probeert te leggen in het stugge grijsdonkere haar erboven: ‘Zet je bril eens af, papa. Straks heb je van die witte kringen rond je ogen. En trek niet zo’n raar gezicht. Nee, géén raar gezicht, zei ik.’ Diepe zucht. ‘Ach, praat maar verder.’

HUMO Wat heb je geleerd van de vrouwen in je leven, Kama?

Kamagurka «In de eerste plaats: dat het geen pretje is om te menstrueren. En daarnaast: hoe ik structuur in mijn leven kan brengen. Dat heb ik nu, voor het eerst in mijn leven. Het is ook goed voor me: je houdt op die manier meer tijd over voor het creatieve. Mijn vrouw houdt mijn agenda bij: elke ochtend vertelt ze me wat er te gebeuren staat. En daar put ik rust uit.»

HUMO Ik moet grif toegeven: je ziet er hoegenaamd geen 60 uit.

Kamagurka «En wat belangrijker is: ik vóél me ook geen zestig. Geen fysieke klachten, tenzij lichte gehoorschade aan één kant. En mijn vrouw zegt dan wel dat ik wat vergeetachtig word, ik zie dat eerder als een luxe die ik me kan veroorloven.»

HUMO 60 jaar: als je federaal parlementslid was, kon je al vijf jaar beleggen in Panama.

Kamagurka (proest het uit bij ‘pensioen’) «Ik zou niet weten wat dat is. Dat is uitgevonden voor mensen die hun hele leven elke dag zwaar werk gedaan hebben, tegen hun zin. Maar kijk naar een boom of een paard, die gaan toch ook niet met pensioen? Ik ben een boom of een paard: mijn eigen baas, én mijn eigen slaaf. En mocht ik dan toch ziek worden, dan val ik liever meteen dood dan met pensioen te gaan. Nee, zo’n looprek en een pamper aan mijn gat: niets voor mij.»

De jeugd roert zich weer: de jongste Zeebroek komt haar vader er fijntjes aan herinneren dat hij haar uren geleden beloofd had nog een wandeling met haar te zullen maken. Tegen zoveel prille daadkracht heeft ervaring geen verweer - ook niet op 60. Luc Zeebroek staat op: ‘Je hebt wel genoeg, zeker? ’t Is wel goed geweest, hè? Waarop Aurélie: ‘Eindelijk!’

Genoeg? Integendeel. De decennia zijn op, geen beter moment om een nieuw in te zetten. Dat er nog vele mogen volgen.


Lees ook: 60 jaar Kamagurka: de 6 gezichten van Luc Zeebroek

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234