null Beeld Arnon Grunberg
Beeld Arnon Grunberg

Arnon Grunberg in Oekraïne (2)flaneren in Odessa

‘Ik vertrouw ons leger, niet onze overheid. En Zelenski veracht ik’

De tweede etappe van zijn oorlogsreis in Oekraïne brengt Arnon Grunberg in de havenstad Odessa: ooit een kosmopolitisch, liberaal toevluchtsoord voor schrijvers en kunstenaars, nu een verloederde stad waar het corrupte bestuur de Russische dreiging voorafging. De gemeenschappelijke vijand verenigt, maar lang niet iedereen ziet de toekomst rooskleurig in: ‘Ik vrees dat we na onze overwinning een kleptocratie zullen krijgen zoals in Rusland.’

Arnon Grunberg

‘Als Fjodor Dostojevski naar Odessa was gegaan, had er meer humor in zijn boeken gezeten,’ zegt Katherine Ergeeva. Ze is midden veertig en conservator bij het literatuurmuseum van Odessa, dat vanwege de oorlog gesloten is, maar ze is bereid me een rondleiding door de stad te geven.

We staan voor het monument van de schrijver Isaak Babel, dat in 2013 is onthuld: Katherine, mijn fixer Vlad, een kleine man die af en toe zenuwachtig met zijn ogen knippert, en ik. Pal naast het monument is een vluchtelingencentrum, een witte tent met wat speelgoed erin. Druk is het niet, de vluchtelingen zijn elders. Het logo van Unesco prijkt op de tent, de discrete aanwezigheid van internationale organisaties herinnert eraan dat ruim een halfjaar geleden de meeste inwoners van Odessa dachten dat hun stad in een mum van tijd in handen van de Russen zou vallen. De geschilderde Oekraïense vlaggen op vrijwel ieder huis stammen uit die periode. Alsof de mensen het oprukkende leger wilden laten weten: ‘Maak je geen illusies, hier wonen Oekraïners.’ Daarna viel zo’n tent van Unesco eigenlijk reuze mee.

Inmiddels lijken de kansen te keren, Oekraïne is aan een tegenoffensief begonnen, maar over dat tegenoffensief wordt nauwelijks gepraat. Waarom over oorlog beginnen? Klagen is voor mensen die eigenlijk niets te klagen hebben.

Op twee uur rijden ten oosten van Odessa begint het front, maar men lijkt eraan gewend te zijn, zoals de Berlijners ooit gewend waren geraakt aan de muur (behalve, natuurlijk, degenen die tijdens een poging tot Republikflucht door de grenswachten van de DDR in de rug werden geschoten).

Deze zomer bleven de stranden rondom Odessa leeg, zwemmen in de Zwarte Zee was verboden omdat de kans op een zeemijn te stuiten te groot was. In tijden van oorlog past men zich aan, maar Vlad vertelt me dat zijn vader gewoon is doorgegaan met zwemmen, hij is te oud om bang te zijn voor zeemijnen. Als het alleen maar wat warmer zou worden. De herfst begint vroeg dit jaar in Odessa.

De nachttrein heeft mij van Lviv naar Odessa gebracht, de stad van de door mij geliefde Isaak Babel, de stad waar ik in 2008 met een groep Amerikaanse mannen op zoek ging naar een Oekraïense bruid. We deden toen ook Cherson aan, ongeveer tweehonderd kilometer ten oosten van Odessa. Hoe armer de stad, hoe groter de kans op een bruid. Je kunt nog zo tegen het neoliberalisme zijn maar alles is altijd ook een markt. Het systeem verandert, de sluipwegen veranderen, het menselijk verlangen en de immense nood aan bevrediging zijn onveranderlijk.

Nu is Cherson de enige regionale hoofdstad die de Russen sinds het begin van deze oorlog in handen hebben. Hoe lang nog, is de vraag.

We steken de straat over, waar het terras van Café Babel voor minder dan een derde gevuld is. Katherine wijst naar boven: ‘Hier woonde Babel.’

Op onze telefoons klinkt een indringend geluid: het is weer tijd voor het luchtalarm. Katherine kijkt verstoord, als een acteur die wacht tot een vergeetachtige in het publiek zijn mobieltje heeft gevonden. Voor de meeste inwoners is de oorlog weinig meer dan ongemak. Economisch ongemak ook uiteraard. Het IMF verwacht dat de Oekraïense economie dit jaar met 35 procent zal krimpen, de inflatie bedroeg in augustus 24 procent. Misschien is dat één van de redenen waarom Odessa zo levendig lijkt. Waarom consumptie uitstellen als van uitstel slechts afstel lijkt te komen?

null Beeld Arnon Grunberg
Beeld Arnon Grunberg

Rijk der liefde

Twintig jaar geleden had George W. Bush het over de axis of evil, waarmee hij Irak, Iran en Noord-Korea bedoelde. Om het eigen licht helderder te laten schijnen heeft men altijd de duisternis van een door en door slechte vijand nodig. Poetin lijkt me een reëlere vijand dan Saddam ooit was. Hoe dichterbij de oorlog, hoe schaarser de edele intenties. Overleven is geen edele bezigheid, hooguit doen sommige mensen hun best om er iets nobels van te maken.

In één van zijn vroege verhalen schrijft Babel over de ‘edele intenties’ van het tijdens de socialistische revolutie opgerichte Commissariaat van Welzijnszorg. Het commissariaat had een aantal urgente taken: ‘De onmiddellijke verheffing der zielen, het afkondigen van het rijk der liefde en de voorbereiding van burgers op een waardig bestaan.’

Het rijk der liefde stortte in voor het goed en wel in elkaar was getimmerd, de waardigheid rukte desalniettemin op, vooral in de vorm van welvaart, eerst in West-Europa, na de val van de muur ook in Oost-Europa. De blijdschap over die waardigheid verdampte vervolgens razendsnel, al was het maar omdat het altijd nog waardiger kan.

‘Babel schreef ook over de gangsters in Odessa,’ zegt Vlad, ‘maar de grootste misdadiger in deze stad is tegenwoordig burgemeester Gennadi Troechanov. Vóór de oorlog was hij zelfs pro-Russisch, maar toen hij zag dat Rusland het moeilijk had, heeft hij zijn positie genuanceerd.’ Katherine knikt.

Troechanov staat onder verdenking van fraude, hij zou Odessa de-Oekraïniseren en rondom hem wemelt het van de corruptieschandalen.

Met haast onvermoeibaar optimisme en het geduld van een vrouw die weet dat niet alleen de molens van God langzaam malen, wijst Katherine om zich heen op de verwaarlozing en soms regelrechte vernietiging van monumenten en cultureel erfgoed in de stad. Voor de verandering zijn het niet de Russen, het gemeentebestuur zelf heeft van nalatigheid een afgod gemaakt.

Nu en dan sluit de kiezer de grootste misdadiger in zijn hart, ook de liefde kan een dwaalleer zijn, laten we het daarop houden.

‘Je kunt je amper voorstellen hoe kosmopolitisch en liberaal Odessa aan het eind van de 19de eeuw was,’ zegt Katherine. Ze raakt de gevel van het gebouw waar Babel woonde zachtjes aan. De stenen lijken alleen al door de strelingen verder af te brokkelen.

‘Toen Babel in 1939 wegens anti-Sovjetactiviteiten werd gearresteerd in Peredelkino, ten zuiden van Moskou,’ vertelt Katherine, ‘vroeg zijn laatste vrouw – hij had er een paar versleten – of hij zijn bril nog mocht pakken, want zonder bril zag hij niets. De agenten zeiden dat hij zijn bril niet nodig had en toen wist ze genoeg. In 1940 is hij geëxecuteerd, maar pas in 1953 werd zijn dood officieel bevestigd door de Sovjetautoriteiten. Hij heeft nog een kleinzoon die journalist is en die in Amerika woont.’

De streek, die van de Baltische staten naar het zuiden loopt, van Riga tot Odessa, is door historicus Timothy Snyder omschreven als de Bloodlands: hier hebben Stalin en Hitler miljoenen mensen laten doden, tegenstanders van het regime, volkscommissarissen, Joden, krijgsgevangenen, intellectuelen, grootgrondbezitters, burgers. Maar Katherine wijst me zachtjes terecht, er is meer geschiedenis dan Hitler en Stalin: ‘Aan het eind van de 19de eeuw had je in Odessa moslims, Joden, katholieken, orthodoxen, Bulgaren, Grieken, Turken, Russen, Oekraïners, alles leefde hier door elkaar. Je had zeventig synagogen, vóór de Tweede Wereldoorlog was nog altijd een derde van de bevolking Joods. Maar in 1905, na de eerste mislukte Russische revolutie, na de opstand op het slagschip Potjomkin hier voor de kust, die bloedig werd neergeslagen, vond er een grote pogrom plaats. Daarna werd alles anders. Het nationalisme kwam hier opzetten, het zionisme, het Russisch nationalisme, het Oekraïens nationalisme. Toen Poesjkin hier in 1823 aankwam, schreef hij: ‘Ik heb Moskou verlaten en ben in Europa aangekomen.’ Na 1905 is dat gevoel vernietigd.’

De open, kosmopolitische, liberale samenleving had het meest virulente nationalisme gebaard. Misschien is dat het lot van het liberalisme, om telkens weer illiberalisme groot te brengen. Juist omdat het liberalisme niet gelooft in vijandschap en vijanden, creëert het altijd weer zijn eigen beulen.

‘Het vertrouwen was ondermijnd,’ zegt Katherine. ‘Iedere bevolkingsgroep dacht: we hebben alleen elkaar. Sommige Joden concludeerden: hier is geen toekomst voor ons. De staat Israël is geboren in Odessa, belangrijke zionisten als Vladimir Jabotinski en Leon Pinsker kwamen van hier.’

We staan inmiddels voor een ander onttakeld huis, waar ditmaal de grote Russische dichter Poesjkin heeft gewoond. In de buurt ligt ook het appartement van de veel minder bekende Jabotinski. Katherine zegt: ‘Hij heeft Babel eigenlijk groot gemaakt. Ze schreven allebei over de Joden van Odessa, maar Babel schreef over de arme Joden en Jabotinski schreef in het Russisch, Jiddisch en Hebreeuws. Je moet zijn roman ‘De vijf’ lezen.’

‘Was Jabotinski niet de grondlegger van het onverzoenlijke zionisme,’ vraag ik, ‘waaruit later in Israël de Likoedpartij voortkwam? Menachem Begin, daarna Netanyahu, het zijn in zekere zin erfgenamen van Jabotinski.’

‘Zeker,’ zegt ze, ‘maar zijn erfgenamen hebben hem misbruikt en verkeerd begrepen. Hij was een groot literair talent, maar toen hij zag dat de tijden niet goed waren voor de literatuur wendde hij zich tot de politiek.’

De kunstenaar die zich teleurgesteld afwendt van de kunst, de schrijver die zich afwendt van de literatuur en heil ziet in de politiek. Begrijpelijk, daar niet van.

‘Odessa heeft zoveel meer gebaard dan de mensen weten,’ zeg ik.

Ze knikt en terwijl de schemering inzet, lopen we naar het huis waar Gogol heeft gewoond, schrijver van het onvolprezen ‘Dode zielen’. De restaurants lopen langzaam vol.

‘Hij was naar Odessa gekomen om warm te worden,’ zegt Katherine. ‘Een deel van zijn manuscripten heeft hij verbrand. Het enige waarvan hij nog warm werd, was een glaasje sherry.’

Dat Gogol op het eind van zijn leven, net als Tolstoj, aan godsdienstwaanzin leed en zijn literaire werk maar zondig vond, daarover zwijgt Katherine discreet.

Fixer Vlad had vroeger een dierenwinkel. ‘Die liep goed, maar toen kwam de oorlog. De mensen verlieten Odessa, hun huisdieren namen ze mee.’ Beeld Arnon Grunberg
Fixer Vlad had vroeger een dierenwinkel. ‘Die liep goed, maar toen kwam de oorlog. De mensen verlieten Odessa, hun huisdieren namen ze mee.’Beeld Arnon Grunberg

Team-Spielberg

In Café Atelier staan allemaal oude naaimachines, wat doet vermoeden dat het ooit een naaiatelier is geweest. Nu is het een plek waar de intelligentsia van Odessa samenkomt en er gesprekjes voert met buitenlandse journalisten die vanuit Odessa naar het front hopen te gaan.

Vlad zit op het terras en rookt met ietwat trillende handen. Hij is midden veertig, lang was hij journalist, maar een paar jaar geleden begon hij een winkel voor huisdieren. ‘Vooral dierenvoer,’ zegt Vlad. ‘De winkel liep goed, zelf heb ik drie honden en drie katten, maar toen kwam de oorlog. De mensen verlieten Odessa met hun huisdieren.’

‘Had jij als voormalig journalist de oorlog zien aankomen?’ vraag ik.

‘Dat het oorlog zou worden, had ik verwacht,’ zegt Vlad, ‘maar niet zo’n oorlog. Niet de grote oorlog.’

Anatoli Spitsa schuift aan. Hij is fotograaf, komt uit Marioepol en heeft enige lokale bekendheid gekregen door op Facebook een brief aan Steven Spielberg te publiceren. Daarin vertelt hij hoe hij in 2014 uit Donetsk vluchtte en via Mykolaiv in Odessa belandde. Een interview met Spielberg in een Oekraïense krant had hem doen besluiten dat hij bij het team van Spielberg wilde horen. Kort daarop was hij op de vlucht geslagen.

‘De mensen vragen of Spielberg al geantwoord heeft,’ zegt Anatoli, ‘maar hij heeft het natuurlijk druk. Ik maak foto’s om mensen te ondersteunen. Ik ben eigenlijk een IT-specialist, maar ik ben een groot fan van Sjachtar Donetsk, de voetbalclub.’

‘Ze hebben gisteren tegen Leipzig gespeeld en gewonnen,’ zeg ik.

Hij knikt en dat is de enige keer dat ik licht zie in zijn ogen.

‘Ik dacht: hoe kan ik dichter bij de spelers komen?’ gaat hij verder. ‘Door fotograaf te worden. Ik ben in 2019 in Marioepol gaan wonen. Ik heb ook meegedaan aan een Russische fotografiewedstrijd met een foto van de Maidan-opstand, ik werd tweede, maar sinds de oorlog hebben ze mijn foto’s verwijderd.’

De Maidan-opstand vond plaats in 2013 toen de toenmalige president van Oekraïne, Viktor Janoekovytsj, het associatieverdrag met de EU niet wilde ondertekenen.

‘Bent u van plan terug te keren naar Marioepol?’ vraag ik.

‘Wat voor plan zou dat moeten zijn? Alles is vernietigd. Mijn vriendin en ik zijn vóór de oorlog uit elkaar gegaan en mijn ex-vrouw zit in Duitsland met mijn dochter. Vlak voor de oorlog zei ik tegen mijn vriendin: ‘De oorlog begint, laten we een stelletje worden.’ Maar ze zag het niet zitten om met mij een stelletje te zijn.’

Jonge mensen flaneren langs het café, over een paar uur begint de avondklok. Wie wil flaneren, moet het nu doen.

‘Ik ben hier naar het vluchtelingencentrum voor mensen uit Marioepol gegaan,’ zegt Anatoli. ‘Ik stond in de rij. Na een uur besloot ik: ik wil geen vluchteling zijn. Ik ben uit de rij gegaan en ben de stad ingelopen.’

Zoals hij uit die rij liep, zo staat hij nu op en loopt hij de stad in. Ik kijk hem na. Een flaneur te midden van flaneurs.

Regisseuse Oksana Taranenko: ‘Eigenlijk is Oekraïne altijd een matriarchaat geweest. Als de kozakken thuiskwamen, was hun vrouw de baas.’ (Foto: met dirigent Vladimir Vrublevski.)
 Beeld Arnon Grunberg
Regisseuse Oksana Taranenko: ‘Eigenlijk is Oekraïne altijd een matriarchaat geweest. Als de kozakken thuiskwamen, was hun vrouw de baas.’ (Foto: met dirigent Vladimir Vrublevski.)Beeld Arnon Grunberg

Moeras spelen

In het prachtige operahuis van Odessa wordt gerepeteerd voor de duurste opera in de geschiedenis van Oekraïne: ‘Katerina’, gebaseerd op het gelijknamige gedicht van de beroemdste Oekraïense dichter Taras Sjevtsjenko, de muziek is geschreven door de componist Olexander Rodin, die uit Kyiv komt. Het verhaal is simpel en naar huidige maatstaven wat sentimenteel. Een Oekraïens meisje raakt zwanger van een Russische soldaat. De ouders van het meisje moeten niets van die zwangerschap hebben en het meisje gaat naar de bossen, waar ze verandert in een zeemeermin.

In de kantine van de opera spreek ik met de regisseuse Oksana Taranenko, ze maakt, zoals het een regisseuse allicht betaamt, een wat strenge indruk.

‘Het ministerie van defensie heeft bevolen dat theaters alleen producties mogen brengen als het publiek snel de schuilkelder in kan als het luchtalarm gaat,’ zegt Oksana. ‘We verkopen dus niet zoveel kaarten als we zouden willen, want er zijn meer stoelen dan plekken in de schuilkelder.’

Naast haar zit Vladimir Vrublevski, één van de dirigenten van het operahuis. Hij zit erbij alsof het hem allemaal niet aangaat.

‘Is er verschil tussen opera in vredestijd en opera in oorlogstijd?’ vraag ik aan Oksana.

‘De oorlog is niet nu begonnen. De oorlog begon in 2014.’ Maar uit haar antwoord maak ik op dat de oorlog voor haar in 2014 slechts een nieuwe dimensie kreeg. ‘Als student ging ik naar Moskou, waar ik een fobie ontwikkelde voor Rusland. Ik las dat Rusland, of de Sovjet-Unie, consequent geprobeerd had de Oekraïense intelligentsia te vernietigen en de Oekraïense identiteit voor te stellen als iets minderwaardigs, iets boers, iets heidens. De Russische laars probeert ons fijn te stampen, al heel lang. Vergeef me als ik nu mystiek klink. Het emotionele en het intellectuele gaan bij ons samen, de Rus meende heel lang intellectueel en militair superieur te zijn en in bepaalde opzichten was hij dat ook, maar het emotionele en het intellectuele zijn in de Russische cultuur gescheiden.’

Ze vertelt dat de eerste christenen in Oekraïne nogal gewelddadig tekeergingen om de leer van Jezus te verspreiden, ze heeft het over ‘tovenaars’ die werden vermoord door de christenen en dat de Dnjepr, de grote rivier die in de Zwarte Zee uitmondt, rood zou zijn gekleurd door het bloed van alle vermoorde heidenen die niet op de leer van Jezus zaten te wachten.

‘Drie imperia strekten zich over Oekraïens grondgebied uit en hebben er hun sporen achtergelaten: het Russische, het Ottomaanse en het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. Ik ben niet voor een multiculturele samenleving die alle culturen oplost, maar voor een samenleving waarin iedereen zijn eigen cultuur behoudt. We gaan nergens in op, maar politiek gezien zijn wij Oekraïners.’

‘In de jaren 20 had je een Oekraïense renaissance in Charkov. Verwacht u nu weer zo’n renaissance?’

‘We willen het, maar dat kun je niet forceren. De internationale organisaties zijn dood. Daarvan hoeven we weinig te verwachten. Europa heeft met ideeën te maken, welke ideeën heeft de EU?’

‘Is de NAVO ook dood?’ vraag ik voor de zekerheid.

‘Nee,’ zegt ze, ‘de NAVO leeft, maar er wordt een schaduwoorlog uitgevochten tussen de NAVO en Rusland op ons grondgebied. Dat is zó 20ste-eeuws. Ik vertrouw het niet. Ik denk zelfs dat de zogenaamde terroristische organisaties bedacht zijn door de imperia.’

Volgens mij doelt ze op Al-Qaeda, IS, maar ik kan het haar niet vragen. De fixer onderbreekt haar verhaal. De tijd dringt, we hebben afgesproken dat ik straks ook nog een stuk van de repetitie zou bijwonen.

We gaan nog even naar buiten. Dirigent en regisseur willen een sigaretje roken.

Omdat de dirigent tot nu heeft gezwegen, vraag ik hem wat hij van het mild nationalistische karakter vindt dat uit deze opera spreekt. Muziek is onvertaalbaar. Muziek gaat door alle grenzen heen. Of is dat naïef?

Hij antwoordt: ‘Muziek is universeel, elke goede dirigent kan deze opera regisseren, maar Oekraïense muziek komt het best tot haar recht met een Oekraïense dirigent.’

‘U komt niet uit Odessa, u komt uit het oosten van Oekraïne, u kwam hier voor een verjaardag vlak voor de oorlog uitbrak en bent noodgedwongen gebleven. Stel dat u nu een prachtig aanbod kreeg om voor de opera in Parijs te werken.’

Vladimir Vrublevski sluit zijn ogen even. Nadat hij ze weer heeft geopend, zegt hij: ‘Ik ga waar mijn God mij vertelt heen te gaan.’

Terwijl we weer naar binnen lopen, vraag ik nog aan Oksana hoe ze leiding geeft aan zo’n groot team.

‘Ik ben geen despoot,’ antwoordt ze, ‘maar eigenlijk is Oekraïne altijd al een matriarchaat geweest. De kozakken kwamen thuis en dan zeiden hun vrouwen: ‘Fijn dat je terug bent van het slagveld, maar dit hier is mijn slagveld.’’

Deze namiddag wordt er gewerkt aan een scène waarin het zwangere Oekraïense meisje al is veranderd in een zeemeermin. Een enorm koor is verkleed als de bladeren die op het meer drijven en dat koor, een man of tachtig, drijft Oksana geregeld tot wanhoop, maar ze schreeuwt niet. Ze zegt tegen het koor: ‘Jullie zijn moeras. Jullie moeten stil zijn en moeras spelen. Meer wordt op dit moment niet van jullie gevraagd.’

Na een halfuur fluister ik tegen Vlad: ‘Ik weet genoeg, laten we gaan.’ Poetin kan ook bestreden worden met behulp van een zeemeermin. Meer troost heeft een mens niet nodig.

Alexander Pavlovski: ‘De problemen houden niet op met de overwinning, die beginnen dan pas. Toch zie ik er niets in om vluchteling te worden.’
 Beeld Arnon Grunberg
Alexander Pavlovski: ‘De problemen houden niet op met de overwinning, die beginnen dan pas. Toch zie ik er niets in om vluchteling te worden.’Beeld Arnon Grunberg

Stabiel front

Vrijdag begint met een huwelijksvoltrekking op de binnenplaats van mijn hotel. Er is muziek en een receptie. Later die dag zal ik meer huwelijksjurken in de straten van Odessa tegenkomen, vrijdag is een populaire dag om te trouwen. En zoals Vlad zegt: ‘We kunnen ons leven niet oneindig uitstellen omdat het front stabiel blijft.’

We rijden naar het vluchtelingencentrum iets buiten het centrum waar vluchtelingen uit Marioepol en omstreken zich kunnen melden. Het is hier dat Anatoli Spitsa in de rij stond om zich te laten registreren als vluchteling en besloot dat hij toch maar geen vluchteling wilde zijn.

Het centrum maakt een schone, wat klinische indruk. Kinderopvang, kliniek, kantoor, alles ineen.

Ik ontmoet Lubov met haar dochtertje Diana. Lubov is een vrouw van 34, ze draagt een wit T-shirt met zwarte vlindertjes erop. Haar dochtertje van 6 maanden is ongeveer net zo groot als mijn zoon van 16 maanden.

Ze gaat zitten, Diana slaapt. Lubov zegt dat ze haar verhaal met mij wil delen. En dan begint ze te praten. Ze komt uit Marioepol, ze verwachtte haar eerste kind, maar er waren wat problemen met de zwangerschap, daarom moest ze eerder naar het ziekenhuis. Volgens haar verschool het Azovbataljon, een Oekraïense legereenheid die in 2014 is opgericht en volgens sommigen een ietwat nazistische geur verspreidt, zich in scholen en ziekenhuizen. Ook in het ziekenhuis waar zij lag.

Ze vertelt dat ze met zes vrouwen op een zaal lag toen het beschoten werd door de Russen. Drie vrouwen stierven bij de beschieting, zij lag naast het raam maar had het geluk dat ze zich net bukte omdat ze dorst had en een fles water van de grond wilde oprapen.

Lubov staat op om de littekens van de scherven die in haar lichaam zijn gedrongen te laten zien. Ze zegt: ‘De mannen van het Azovbataljon zijn schoften.’

Het is moeilijk haar verhaal te verifiëren, maar waarom zou ze liegen? De organisatie Truth Hounds, die betrouwbaar lijkt, heeft geen sluitende bewijzen gevonden dat de aanval van de Russen geprovoceerd zou zijn door de aanwezigheid van het Azovbataljon. Het oorlogsrecht verbiedt het gebruik van ziekenhuizen voor militaire doeleinden.

Lubov vertelt dat ze uiteindelijk bevallen is in Donetsk en dat de Russen haar daar prima hebben behandeld. Haar man is officier in het Oekraïense leger en is gelegerd in Odessa, daarom is ze nu hier. Diana is inmiddels wakker en is op een stoel gezet. Foto’s van Diana mag ik van Lubov wel maken, van haarzelf liever niet.

Het lijdt geen twijfel dat ze het Azovbataljon meer kwalijk neemt dan de Russen die haar beschoten hebben en die de drie andere vrouwen die bij haar op de zaal lagen hebben gedood. Het lijkt alsof ze nog steeds woedend is, alsof alleen haar woede en het kind Marioepol hebben overleefd.

‘Muziek is universeel, maar Oekraïense muziek komt het best tot haar recht met een Oekraïense dirigent.’ (Foto: repetitie voor de opera ‘Katerina’.) Beeld Arnon Grunberg
‘Muziek is universeel, maar Oekraïense muziek komt het best tot haar recht met een Oekraïense dirigent.’ (Foto: repetitie voor de opera ‘Katerina’.)Beeld Arnon Grunberg

Mijn tijd in Odessa eindigt met een ontmoeting met Alexander Pavlovski in Café Atelier. Zijn Engels is uitstekend, zijn glimlach ironisch, zijn ogen levendig. ‘Ik heb met McDonalds gewerkt in Moskou, met Pepsi, ik ben overal geweest, maar in de reclamewereld brand je snel op. Daarom ben ik teruggegaan naar Oekraïne, ik heb een stuk grond gekocht, tussen Kiev en Odessa, 15 hectare, en ik ben boer geworden. Ik wilde iets echts doen, ik verbouw komkommers, aardbeien, van alles. Toen de oorlog uitbrak, heb ik me aangemeld als vrijwilliger. Maar ze wilden me niet hebben. Toch mag ik het land niet verlaten. Mijn vrouw wel. Is dat grondwettelijk? Ik vertrouw het leger, maar de overheid vertrouw ik niet. Zelenski ontwikkelt meer en meer autoritaire trekken, ik veracht hem, de incompetente regering is bezig mijn land kapot te maken. Natuurlijk wil ik dat Oekraïne wint en Oekraïne zál winnen, maar ik vrees dat we na de overwinning een kleptocratie zullen krijgen zoals in Rusland. Milder, maar toch een kleptocratie. Wat we nu van de overheid horen, is propaganda van het ergste soort.’

‘De problemen houden dus niet op met de overwinning,’ stel ik.

‘Nee,’ antwoordt hij, ‘die beginnen dan pas.’

Ik vraag of hij onder die omstandigheden misschien toch het land zal willen verlaten.

Hij antwoordt: ‘Ik ben expat geweest, ik zie er niets in om vluchteling te worden.’

Een in Odessa woonachtige Pool genaamd Piotrek rijdt me die avond naar het vliegveld van Chisinau in Moldavië. Hij spreekt geen woord Engels, maar communiceert met graagte via Google Translate. In vredestijd geeft hij les in krav maga, maar omdat de klandizie nu tegenvalt en hij als Pool het land uit mag, pendelt hij heen en weer tussen Chisinau en Odessa.

Bij een verlaten benzinestation in Moldavië, het is inmiddels middernacht, ligt een zwerfhond die een oog mist en blaft alsof blaffen de zin van het leven is. Kort daarop komen we op de snelweg een zwabberende fietser zonder verlichting tegen.

‘In Moldavië zijn ze dronken, in Oekraïne zijn ze corrupt,’ zegt Piotrek via Google Translate.

Hij kijkt tevreden.

‘Hartstocht heerst over de wereld,’ schreef Isaak Babel. En soms is hartstocht razernij.

Op de verlaten nachtelijke wegen van Moldavië begint Piotrek een Pools lied te zingen en ik denk aan de woorden van Alexander Pavlovski. Na de overwinning beginnen de problemen.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234