Charlotte Van den Broeck, Julie Cafmeyer en Heleen Debruyne Beeld Humo
Charlotte Van den Broeck, Julie Cafmeyer en Heleen DebruyneBeeld Humo

Zomerschrijvers (1)Charlotte Van den Broeck, Julie Cafmeyer en Heleen Debruyne

‘Ik voel lichamelijke opwinding als ik schrijf, omdat ik me heer en meester voel over wat ik maak’

Wat, dachten we op een hete zomeravond, zou er gebeuren als we schrijfster en theatermaakster Julie Cafmeyer (33), columniste en schrijfster Heleen Debruyne (33) en dichter en schrijfster Charlotte Van den Broeck (30) samen laten praten over Het Leven? Het Leven als woest creërende vrouw met een hang naar autonomie en grote liefde, welteverstaan. Lukt dat nu beter dan een halve eeuw geleden, toen zo’n vrouw al snel het stempel ‘Raar’ zou hebben gekregen? ‘Ik zoek rolmodellen. Vrouwen die op hun eigen voorwaarden leven, zonder – zoals Sylvia Plath – met hun hoofd in de oven te eindigen.’

Julie Cafmeyer is weer gestart met haar theatershow ‘Bad Woman’ en schrijft haar eerste boek. Heleen Debruyne heeft ook weer bijna een nieuwe roman af, en Charlotte Van den Broeck legde net de laatste hand aan een nieuwe dichtbundel. Ze zijn, met andere woorden, het uitgelezen gezelschap om Humo’s Zomerschrijvers mee in te zetten.

HUMO De manier waarop jij je gedichten voordraagt, Charlotte, is heel intens. Ik vermoed een onstuimige vrouw in jou, maar je ademt nu vooral serene rust uit.

CHARLOTTE VAN DEN BROECK «Die intensiteit bij het voordragen is belangrijk, maar ik hou ook heel erg van diepe concentratie. Intens naar binnen keren en daarna intens naar buiten keren: die beweging is in mijn leven sterk aanwezig. In de omgang ben ik, denk ik, niet intens. Dan hou ik eerder afstand, ben ik vluchtig.»

JULIE CAFMEYER «Ik word heel rustig bij jou in de buurt, merk ik.»

HUMO Je vertelde net in de auto wel dat je ook paaldanst. Is dat een manier om uit je hoofd te komen?

HELEEN DEBRUYNE «Is de tegenstelling tussen cerebraal en lichamelijk geen valse tegenstelling? Die gaat al mee sinds Augustinus. Ik vind dat we daarvan af moeten.»

VAN DEN BROECK «Misschien, maar ik worstel toch met die gespletenheid. Na een lange cerebrale periode probeer ik inderdaad manieren te vinden om terug te keren naar mijn lichaam.

»Paaldansen roept natuurlijk allerlei associaties op. Het klinkt sensationeel, maar dat is het niet. Het gaat over je lichaam voelen en over kracht. Ik word er vooral sterk van – letterlijk. Ik kan mezelf dragen, omhoogklimmen. Daar heb ik behoefte aan als ik veel in mijn hoofd heb gezeten. Ik paaldans niet om dat aan een publiek te tonen.»

CAFMEYER «Ik snap hoe belangrijk dat is. Als bewegen altijd moet draaien om ‘je uiterlijk optimaliseren’, word je gek. Ik kan me voorstellen dat je door te paaldansen een sensualiteit in jezelf ontdekt die niet geconsumeerd hoeft te worden, die losstaat van de vraag of iemand anders er al dan niet op reageert.

»Wat je net zei over die diepe concentratie herken ik ook. Ik ben mijn eerste boek aan het schrijven, en ik merk dat ik niet níét kan werken: telkens als ik iets heb geschreven, vind ik dat het beter moet. Het is zoals je boek ‘Waagstukken’, waarin je vertelt over architecten die door hun werk tot een wanhoopsdaad gedreven zijn: ze waren obsessief met hun werk bezig, het putte hen uit, slagen was voor hen levensnoodzakelijk. Ze móchten niet falen.»

VAN DEN BROECK «Ja, dat is redelijk autobiografisch.»

HUMO Die architecten stierven nog liever. Ze creëerden op leven en dood.

DEBRUYNE «Voor mij geldt dat totaal niet. Werk is werk en als het klaar is, is het klaar.»

VAN DEN BROECK «Echt? Zalig lijkt me dat.»

DEBRUYNE «Wat jij beschrijft, is een beetje een oud romantisch kunstenaarsbeeld.»

VAN DEN BROECK «Dat is zo.»

DEBRUYNE «Schrijven en formuleren is gewoon iets waar ik altijd goed in was en waar ik nu mijn brood mee kan verdienen. Als een boek af is en niet goed verkoopt of geen goede recensies krijgt, heb ik niet het gevoel dat ik gefaald heb. Ik denk hoogstens: volgende keer beter.»

VAN DEN BROECK «Straf. Maar voor mij zit het falen niet in hoe mijn werk wordt ontvangen. Ik heb een innerlijke rechter die een oordeel over mij velt.»

‘Mijn lief schrijft het liefst ’s nachts. In de periode dat hij aan zijn doctoraat werkte en ik aan mijn boek, spraken we soms dagenlang niet met elkaar.’ Beeld Patrick Post
‘Mijn lief schrijft het liefst ’s nachts. In de periode dat hij aan zijn doctoraat werkte en ik aan mijn boek, spraken we soms dagenlang niet met elkaar.’Beeld Patrick Post

DEBRUYNE «Als ik één van mijn vroegere boeken opnieuw lees, kan ik soms ook wel denken: oei! Maar ik vind het logisch dat je gaandeweg beter gaat schrijven, en heb geen zin om daar te veel bij stil te staan.»

VAN DEN BROECK «Dat klinkt bevrijdend.»

CAFMEYER «Ook voor mij is mijn werk ook niet ‘gewoon mijn werk’. Ik kan me er echt in uitputten. Het is toch een missie. Ik probeer tegenwoordig wel te zoeken tot op welk punt dat nog gezond is. Dat vind ik het interessante aan burn-outs: dat je lichaam soms beter weet dan jij wanneer je moet stoppen. Ik probeer nu zacht te zijn voor mezelf, probeer obsessie te vervangen door plezier.»

DEBRUYNE «Dat pijn en lijden nodig zijn om te creëren, vind ik ook een voorbijgestreefd idee.»

VAN DEN BROECK «Lijden is misschien niet nodig om te creëren, maar voor veel mensen is lijden wel de werkelijkheid.»

DEBRUYNE «Ja, maar dat bedoel ik niet. Veel kunstenaars wentelen zich in dat pathos terwijl ze het al lang ontstegen zijn. Wat ik bedoel, is: moet lijden geromantiseerd worden? Ik denk het niet.»

VAN DEN BROECK «De westerse, christelijke traditie is gebaseerd op de romantisering van lijden. Het is in zekere zin een copingstrategie. Maar het mag natuurlijk geen pose worden. Dat is niet respectvol tegenover het échte lijden.»

CAFMEYER «Heleen, heb jij helemaal niet het gevoel dat er iets op het spel staat bij je werk?»

DEBRUYNE «Nee, eigenlijk niet.»

(NIET TE) GENIETEN

HUMO Je hebt je in je columns wel heerlijk overtuigend opgewonden over het dreigende fascisme van de coronamaatregelen. Vooral over de nieuwe lading veiligheidscamera’s die ons zouden blijven controleren.

DEBRUYNE «Ja, ook omdat ik slecht kan omgaan met restricties. Dat ik geen appel meer mocht eten in een lege straat: gek werd ik ervan.

»Nu, ik doe dat al mijn hele leven, het sociaal contract ter discussie stellen. Daarom ben ik ook geschiedenis gaan studeren. Vanaf onze geboorte worden we beïnvloed door neergeschreven en uitgesproken regels die onze omgang met elkaar bepalen, ook al beseffen we dat niet. Wat ik interessant en ergerlijk vond aan de coronamaatregelen, was dat ons telkens weer een nieuw sociaal contract werd opgedrongen, zonder dat daarover onderhandeld was.»

VAN DEN BROECK «Ik voel ook snel veel boosheid als ik met onrecht in aanraking kom, maar die boosheid uiten vind ik moeilijk. Misschien vanwege mijn complexe relatie met taal: wat ik zeg, moet juist geformuleerd zijn. Van situaties waarin ik tegenover absolute macht kom te staan – een agent die me in mijn ogen iets absurds verbiedt – word ik superopstandig.

»Tijdens de lockdown ben ik eens op mijn vingers getikt omdat ik op het gras zat. Dat mocht, hoe idioot ook, op een gegeven moment even niet. Ik werd betuttelend en neerbuigend toegesproken. Ik ben het gewend om ruimte voor nuance op te eisen, maar tegenover absolute macht gaat dat niet. Dan neemt de emotie het over en kan ik ineens helemaal niet meer op mijn retorische talent steunen. Ik word dan een soort boze puber. Verschrikkelijk.»

CAFMEYER «Dat vind ik heel herkenbaar. Vorige week wilde ik in de Gropius Bau in Berlijn de tentoonstelling van Yayoi Kusama bezoeken, maar ik stuitte op het systeem van timeslots. Ik greep ook meteen naar de retoriek en stortte me in een discussie, maar alle poortwachters bleven nee zeggen. Bijna moest ik huilen als een kind, ik kon alleen maar denken: en tóch ga ik binnen!

‘Mijn werk is een missie voor mij. Ik probeer wel te zoeken tot op welk punt dat nog gezond is. Ik probeer obsessie te vervangen door plezier.’ Beeld Ine Van Coillie
‘Mijn werk is een missie voor mij. Ik probeer wel te zoeken tot op welk punt dat nog gezond is. Ik probeer obsessie te vervangen door plezier.’Beeld Ine Van Coillie

»Ik heb toen een ticket voor een andere tentoonstelling gekocht en ben op de eerste verdieping gewoon over een touw heen gestapt. Ik had een felgekleurde bloemenjurk aan, die ik daarvoor helemaal omhoog moest trekken. Ik viel op. De suppoost zag me meteen, maar ik heb gewoon teruggekeken, heb mezelf gefatsoeneerd en ben gedecideerd doorgestapt. Ah, dat voelde zó goed.»

HUMO Ik kan de opwinding bijna voelen. Charlotte, jij zei al vaak dat jij zelfs lichamelijke opwinding voelt als je werkt.

DEBRUYNE «Dat heb ik ook wel, omdat ik me heer en meester voel over wat ik maak.»

VAN DEN BROECK «Dat hoor ik schrijvers vaak vertellen: dat ze zich een soort poppenspeler voelen en genieten van die macht. Dat heb ik helemaal niet. Bij mij heeft die opwinding te maken met adrenaline en opgejaagdheid. Niet prettig.

»Voor ik met mijn lief ben gaan samenwonen, heb ik vijf jaar met mijn beste vriendin een huis gedeeld. Zij zag het echt niet meer zitten dat ik daar nog een boek zou schrijven. Ik word, als ik schrijf, heel hegemoniaal over ruimtes. Al zit ik in mijn kamer, toch hangt het hele huis dan vol spanning. Dat moet voor anderen heel onaangenaam zijn, maar ik kan het niet helpen. Mijn lief en ik wonen in een groot huis en ik heb nu een echte werkplek, maar als ik in volle concentratie even de tuin in loop, dan móét hij daar weg, zegt hij. Ik straal dan kennelijk iets uit waaruit blijkt dat ik die ruimte nodig heb.»

CAFMEYER «Haal je dan helemaal geen plezier uit het creëren? Er moet toch een beetje genot zijn, anders doe je het toch niet?»

VAN DEN BROECK «Echt genot? Daar raak ik nooit. Waarin zit voor jou dan het plezier?»

CAFMEYER «Ik weet, als ik begin te schrijven, waar ik naartoe wil. Daarop volgt dan een heel geworstel: ‘Nee, zo moet het niet’, ‘En zo óók niet’ — tot ik er opeens in slaag om vorm te geven aan wat ik wil zeggen. Of dat ik iets vertel waarvan ik op voorhand niet wist dat ik het wilde vertellen. Daar geniet ik van.»

DEBRUYNE «Het moment dat ik bedenk wat ik wil gaan schrijven, vind ik het fijnst. De rest is eigenlijk meer ‘uitvoering’.»

VAN DEN BROECK «Maar in poëzie of bij een essay heb je nooit te maken met een plot die je moet construeren. Ik kan de hele tijd verbindingen laten ontstaan en beelden in elkaar laten klikken, zoals openstaande synapsen. Ik vind associaties krachtig omdat ze niet vertrekken vanuit een rationele logica. Ze zijn het resultaat van een onnavolgbare samenwerking van je zintuigen. Dat is heel avontuurlijk.»

CAFMEYER «Het onvoorspelbare van inspiratie, daaruit haal ik ook veel plezier. Dat je al schrijvend ontdekt: ah, zo zie ik die dingen, zo wil ik leven!»

VAN DEN BROECK «Ik ben jaloers op jouw gevoel van tevredenheid en gelijkmoedigheid over je werk, Heleen. En jouw plezier, Julie, zou ik ook wel willen ervaren. Ik heb het gevoel dat ik minder goed werk maak als ik me niet uitput. Ik moet tijdens het schrijven in een soort ascese leven. Ik moet alles gegeven hebben. Voor goed werk moet je een offer brengen. Dat klinkt wel pathetisch, besef ik, maar goed.»

DEBRUYNE «Wat offer je dan? Bedoel je dat je leven prettiger zou zijn als je pakweg in een bloemenwinkel zou werken?»

CAFMEYER «Maar nee! Ze doet haar werk graag. Wat ze zei, was geen zelfbeklag.»

VAN DEN BROECK «Nee, ik wíl schrijven. Het is alleen dat ik, in de periodes dat ik schrijf, daarnaast niet ook nog een mooi, plezierig en rijk leven heb.»

LEGALLY BLONDE

HUMO Je hebt je er al vaker aan geërgerd dat mensen in ons veelbesproken neoliberale tijdperk vaak volledig samenvallen met hun baan.

VAN DEN BROECK «Daarmee bedoelde ik dat als je aan mensen vraagt: ‘Hoe is het?’, ze vaak antwoorden met wat ze aan het doen zijn. Dat is ook een heel veilige manier om jezelf te tonen. En het is ook wel een privilege dat je je zo kunt identificeren met je werk. Wij hebben, bijvoorbeeld, alle drie kunnen studeren. Ik heb me wel moeten losmaken van mijn achtergrond, maar daarna heb ik vrij kunnen kiezen hoe ik me wilde ontwikkelen. Ik heb het witte doek dat ik was zelf kunnen beschilderen. Maar dat brengt ook wel verantwoordelijkheid met zich mee.»

HUMO Vandaar je innerlijke rechter.

DEBRUYNE «Ik denk dat we de keuzevrijheid in ons leven fel overschatten. Je bent altijd beïnvloed door stereotiepe verwachtingen, de dynamiek in je familie en tal van andere omstandigheden. Het is natuurlijk pijnlijk om te beseffen hoezeer we gedetermineerd zijn.»

HUMO Charlotte heeft zich, zei ze net, juist losgemaakt van haar achtergrond om te worden wie ze nu is.

VAN DEN BROECK «Dat is zo. Tot ik ben beginnen te schrijven, had ik nog nooit gevoeld dat iets zo helemaal van mij kon zijn. De autonomie die ik ervoer toen ik dat eerste bescheiden gedichtje had gemaakt, zal ik nooit vergeten. Dat was totale vrijheid.»

​​‘Als een boek af is en niet goed verkoopt of geen goede recensies krijgt, heb ik niet het gevoel dat ik gefaald heb. Ik denk hoogstens: volgende keer beter.’ Beeld Johan Jacobs
​​‘Als een boek af is en niet goed verkoopt of geen goede recensies krijgt, heb ik niet het gevoel dat ik gefaald heb. Ik denk hoogstens: volgende keer beter.’Beeld Johan Jacobs

CAFMEYER «Mensen die zeggen dat ze zijn wat ze doen, dat is iets neoliberaals, zei je net. Volgens mij is het probleem in de neoliberale samenleving juist dat mensen hun werk níét meer ‘zijn’. Dat ze niet meer snappen waarom ze doen wat ze doen, maar geen tijd hebben om daarover na te denken — want ze moeten vooruit, ze móéten produceren. Terwijl het voor de strijd tegen de klimaatopwarming beter zou zijn als een heleboel mensen minder, of zelfs helemaal niets deden. Dan zouden ze bovendien eens kunnen zien wat ze doen als het echt uit henzelf komt.

»Ik vind het heel inspirerend dat je zegt: ‘Mijn werk is helemaal van mij.’ Dat is volgens mij ook een belangrijke oorzaak van al die burn-outs: dat mensen zichzelf niet meer voelen in hun werk.»

VAN DEN BROECK «Het is natuurlijk wel waar wat Heleen zegt: dat ik wel beïnvloed ben door mijn studie en alle schrijvers die ik heb gelezen.»

DEBRUYNE «We hebben alle drie ook veel geluk gehad. We hebben kunnen studeren, we hebben werk waar we goed in zijn.»

CAFMEYER «Dat is waar. Maar ik word soms ook wel zenuwachtig wanneer wordt benadrukt dat we geprivilegieerd zijn. Op een bepaald moment moet je met alles wat je hebt toch ook gewoon wel echt iets dóén.»

DEBRUYNE «Om mijn werk te kunnen relativeren, helpt het mij net om erbij stil te staan dat ik me niet alleen, maar op eigen kracht naar boven heb geknokt. En dat ik daarom nu mijn geld kan verdienen met een beetje praten op de radio en wat schrijven.»

VAN DEN BROECK «Hm, op eigen kracht ervoor gaan: ik ken dat gevoel toch wel.»

CAFMEYER «Ik ook. In identity politics gaat het almaar vaker over ‘de rijke witte vrouw’, met een flinke scheut haat erbij, alsof witte vrouwen de Legally Blondes van de 21ste eeuw zijn – vrouwen die irriteren omdat ze zomaar alles krijgen. Ik denk dan: ik heb óók alle kansen gehad en ik ben óók wit, dus dat gaat ook over mij, maar die haat ga ik me toch mooi niet laten aanpraten.»

VAN DEN BROECK «Zodra je succesvol bent, wordt er ook snel gedacht dat je wel uit een gegoede familie zult komen, of in een huis met veel boeken bent opgegroeid. Ook als dat helemaal niet zo is. Dat kan evengoed reducerend zijn.»

DE BLIK VAN DE MAN

HUMO Bij jou thuis waren er geen boeken. Je hebt je eigen weg naar de literatuur moeten banen.

VAN DEN BROECK «Ja, en ik wil niet altijd daarover moeten praten om dat te bewijzen. Nu, het is natuurlijk wel zo dat er deuren voor je moeten opengaan. Toen ik begon, was ik erg jong en mijn werk ging over vrouwelijkheid: als organisatoren van literaire avonden ‘nog een jonge vrouw’ nodig hadden, paste mijn werk goed in het plaatje.»

HUMO Erotisch kapitaal! Heleen heeft daar een podcast over gemaakt.

DEBRUYNE «Dat erotische kapitaal is wel een tweesnijdend zwaard. Jonge vrouwen hebben lange tijd niets anders gehad, het was logisch dat ze het gebruikten. Maar het geeft je een vals soort macht. Het irriteert me ook dat het nog altijd zo’n belangrijke hefboom is om in de aandacht te komen. Als je op een literaire avond gereduceerd wordt tot ‘de jonge vrouw’, gaan ze misschien niet meer écht naar je werk luisteren.»

HUMO Je kunt dat erotische kapitaal toch gebruiken om er deuren mee te openen en dan, zoals Charlotte, zó met je voordracht imponeren dat mensen wel móéten luisteren? De vraag is toch niet of je dat kapitaal al dan niet moet gebruiken?

DEBRUYNE «Voor mij wel. Vroeger kleedde ik me vrouwelijker. Als ik me nu afvraag waarom ik dat deed, is het antwoord: voor de blik van de man. Ik deed dat onbewust, omdat het me was aangeleerd. Als andere vrouwen dat willen: prima! Maar ik ben wel klaar met het spel met mijn erotische kapitaal. Ik wil niet afhankelijk worden van die blik van een ander.»

HUMO Er is toch ook wel iets te zeggen voor af en toe nog wat hypervrouwelijk spel, zolang je zelf je rol kiest en dat alleen doet als je er zin in hebt?

CAFMEYER «Ken je het boek ‘Pleasure Activism’ van de Amerikaanse feministe en schrijfster Adrienne Maree Brown? Dat gaat over hoe je op een leuke manier kunt streven naar sociale rechtvaardigheid op je werk, in je relaties, in de wereld: zonder je tegen anderen te keren, zonder het lijden en het strijden te reproduceren. Ze wijdt ook een heel hoofdstuk aan kleding. ‘Trek eens een uur uit om je aan te kleden,’ schrijft ze, ‘en probeer te voelen: vind ik dit een fijne stof? Voel ik me hier goed in?’ Ik ben gaan beseffen dat ik niet altijd durf te dragen wat ik wil omdat ik een blik voel — ik weet niet of het een mannelijke blik is — en me afvraag: is dit niet stom? Heeft dit wel stijl? Is het niet aanstellerig? Is het niet te slutty? Maar ik héb een slutty kant, en ik vind het soms cool om die te tonen. Net zoals ik af en toe zin heb om er als een man uit te zien.

»Ik ben gefascineerd door mensen die een eigen stijl hebben, of mannen die een jurk dragen. Zij krijgen keiveel blikken te verduren. Zelf denk ik nog vaak: hou dit nu maar aan, dan heb je niet zo’n last van al die blikken.»

DEBRUYNE «Ik draag geen hakken meer. Toch geen naaldhakken, want die dingen doen gewoon pijn. Misschien zal ik het ooit wel weer leuk vinden, wanneer ik het gevoel heb helemaal bevrijd te zijn.»

LIEFDE EN WERK

HUMO In de aanloop naar dit gesprek hadden we het over de Amerikaanse feministe en schrijfster Vivian Gornick, en haar verscheurdheid tussen liefde en werk. Zij vond geen manier om die twee grootheden tegelijk te dienen, en koos voor haar werk.

VAN DEN BROECK «Die verscheurdheid ken ik wel: als ik mijn focus op mijn werk, die zuiverder is, ook op een ander moet richten.»

HUMO Je compulsieve manier van schrijven heeft je al twee relaties gekost, vertelde je.

VAN DEN BROECK «Ja. Ik moet een een partner hebben die ermee kan leven dat de focus soms even niet op hem is gericht. Hij mag geen te groot ego hebben. Als ik schrijf, leef ik als een monnik: ik sta om halfzes op en moet in complete stilte kunnen werken. Mijn lief schrijft het liefst ’s nachts. In de periode dat hij aan zijn doctoraat werkte en ik aan mijn boek, spraken we soms dagenlang niet met elkaar.»

CAFMEYER «Dat klinkt zalig, allebei zo opgaan in die concentratie.»

VAN DEN BROECK «Je moet elkaar ook wel weer terugvinden, natuurlijk. Anders bewoon je op den duur verschillende planeten.»

DEBRUYNE «Ik dacht vroeger ook dat liefde mijn zelfstandigheid bedreigde. In een relatie hield ik alle achterpoortjes wagenwijd open. Maar dat was omdat ik in die relaties niet helemaal mezelf kon zijn. Met de vader van mijn kind kan ik dat wel. Ik ben niet meer bang voor wederzijdse afhankelijkheid.

»Ik zou trouwens graag even zeggen dat een kind krijgen niet het einde betekent van je creërende leven. De roze wolk is een mythe, maar er hangt tegenwoordig zo’n donderwolk boven het moederschap. Ik vraag me wel af waarom veel vrouwen, zodra ze moeder worden, toch het grootste deel van de zorg opnemen – en daar niet blij mee zijn. Is dat een keuze, of is het gewoon omdat ze in een patroon sukkelen?»

VAN DEN BROECK «Ik maak me daar soms wel zorgen over. Ik vraag me af: wat moet ik, als ik wil werken, met dat kind doen? Hoe zal het ooit passen bij mijn behoefte aan vrijheid?»

DEBRUYNE «Nu ik een boek schrijf, neemt mijn lief de zorg op zich. Straks doe ik dat, en kan hij weer dichten. Het is wel even een organisatie.»

CAFMEYER «Vivian Gornick heeft natuurlijk nog in een tijd geleefd waarin mannen het meestal maakten en hun vrouwen hen ondersteunden. Je ziet nu vaak dat creatieve vrouwen de rollen omdraaien en hetzelfde patroon reproduceren. Mij lijkt het mooi als je zoveel van iemand houdt dat je het cool vindt om bij te dragen aan zijn of haar werk. Dat je allebei zo autonoom bent dat niemand zich de dupe voelt.»

VAN DEN BROECK «Het valt me op dat we alle drie zeggen: of het lukt om liefde en werk te combineren, ligt mee aan de kracht van je partner.»

CAFMEYER «Dat Gornick de liefde uit de weg ging, kwam volgens mij ook omdat zij zich verloor in symbiotische, destructieve liefdes. Dat merk je ook aan de romans die ze aanhaalt, zoals ‘Madame Bovary’, waarin het hoofdpersonage zichzelf vergiftigt nadat haar minnaar voor haar heeft gekozen. Wij proberen misschien een volgende stap te zetten en uit te zoeken hoe je wél intens kunt werken en houden van, zonder dat dat destructief hoeft te zijn.»

VAN DEN BROECK «De titel van mijn masterproef was ‘Die Tyrannei der Liebe’ — de tirannie van de liefde. Ik ga uit van de roman ‘Malina’ van de Oostenrijkse schrijfster Ingeborg Bachmann. Het hoofdpersonage woont samen met Malina, een man die kalm is, haar kracht geeft en steunt, en heeft ondertussen een symbiotische relatie met Ivan, die rookt en drinkt en gevoelsmatig helemaal niet beschikbaar is. Beide liefdes verwoesten haar.»

HUMO Ik moet nu denken aan verzen uit jouw debuutbundel ‘Kameleon’: ‘elkaar in beweging brengen / ritme vinden / een dwingende schop in de knieholte / Zo voelt het soms / als ik over je heen buig achterwaarts / en ik geen botten in dit weke lichaam moet tegenhouden. Mijn ruggengraat knapt niet’.

VAN DEN BROECK «In die bundel bevraag ik de symbiotische liefde ook. Het heeft me een tijd beziggehouden, dat soort van gevaarlijke relaties waarin liefde gaat over machtsverhoudingen, terrein winnen en verlies van autonomie.»

THE ODD WOMAN

HUMO In je tweede bundel, ‘Nachtroer’, lijk je er klaar mee, lijk je dingen te hebben verwerkt. Volgens Gornick maakt alleen zelfkennis je echt vrij.

VAN DEN BROECK «Ik weet het niet. Ik ‘verwerk’ in mijn gedichten inderdaad dingen die me bezighouden, in de zin van: dat ik er letterlijk werk van maak. Daar zit juist veel afstand in. Ik maak me ermee los van mezelf. Op de rug van ‘Waagstukken’ staat mijn naam niet. Ik zet nooit een foto op mijn boeken. Ik wil dat het werk op zich staat. Ik wil het zelf ook niet meer nodig hebben, want ik moet ervan genezen.»

CAFMEYER «Ik ben even gestopt met therapie. Ik merkte dat ik de hele week dingen ophoopte, omdat ik dacht: straks kan ik dat in mijn sessie gaan lossen. Ik vind dat niet meer interessant. Ik wil nu het echte leven in de ogen kijken en zien wat ik zelf kan.»

DEBRUYNE «Ik wil niet in therapie. Daar ben ik te wantrouwig voor. Zo’n therapeut is gedetermineerd door de geschiedenis van de psychotherapie, haar opleiding, haar eigen geschiedenis, de vereniging van psychologen… Als ik me aan zo iemand zou overgeven, zou ik het gevoel hebben dat ik me aan een systeem onderwerp.»

CAFMEYER «Ik vind wel dat psychische zorg voor iedereen toegankelijk moet zijn. Sommige mensen hebben die echt nodig.»

DEBRUYNE «Ja, natuurlijk! Ik heb het ook makkelijk, het gaat wel zonder. Ik contextualiseer alles. Soms zit ik daar een beetje in vast.»

CAFMEYER «Iedereen zit wel ergens in vast. Ik betrap mezelf erop dat ik ergens nog altijd denk: ik heb een man nodig! Al mijn voormoeders hadden een man nodig, anders overleefden ze niet. Dat draag ik in mij.»

DEBRUYNE «Daar gaat mijn boek over, over mijn grootmoeder die eigenlijk niet geschikt was voor het leven als huisvrouw, maar een man nodig had voor het geld. Het was daar thuis natuurlijk niet gezellig.»

CAFMEYER «Op mijn laatste familiefeest keek ik rond en dacht: ik heb hier niet zoals iedereen een vast lief en een kind, maar straks heb ik wel een boek!»

HUMO Als je de geijkte paden niet bewandelt, word je toch nog vaak gezien als the odd woman, zoals Gornick dat noemt.

DEBRUYNE «Dat voel ik me al mijn hele leven. Hoe vaak ik niet te horen heb gekregen: ‘Je praat te veel. Je moet eens leren luisteren!’»

CAFMEYER «Ik vind het zo cool dat jij zo rigoureus voor je werk gaat, Charlotte. Ik ben zo hard op zoek naar rolmodellen, naar vrouwen die durven te zeggen: ‘Nee, ik spreek niet af!’, ‘Nee, ik praat vandaag even niet, want ik wil werken’. Vrouwen die niet bezig zijn met trouwen en kinderen krijgen, en tóch niet in de afgrond belanden. Ik wil boeken lezen van vrouwen die op hun eigen voorwaarden leven zonder met hun hoofd in de oven te eindigen, zoals Sylvia Plath, maar die een leuk leven hebben dat goed eindigt. Ik wil de fun zien van zo’n ander leven, ik wil voorbeelden van vrouwen die niet alleen nee zeggen tegen de gangbare systemen, maar ook ja tegen iets anders.»

HUMO Zitten hier niet drie van die vrouwen samen?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234