'Wij knippen de wind'deborah campert

‘Ik voel me nog vitaal, maar ik kán er niets mee’

Oud zijn is lastig, vindt Deborah Campert (81). De Amerikaans-Nederlandse kunstadviseur op rust schreef er zelfs een geestig boekje over, 'Wij knippen de wind', waarin ze haar ooit bewogen leven met de Nederlandse dichter Remco Campert (90) tegen het licht houdt. 'Soms denk ik: wat zou het heerlijk zijn om een man te hebben die dingen voor míj deed.'

Deborah Campert is voor de duvel niet bang. Midden in coronatijd ontvangt ze op haar 81ste nog gewoon bezoek - in Nederland mogen de sociale bubbels wat groter zijn dan bij ons. Het enorme herenhuis in Amsterdam-Zuid dat ze samen met haar echtgenoot bewoont, is er groot genoeg voor. 'Als jij nou aan het uiteinde van die tafel gaat zitten, dan neem ik deze bijzettafel, op veilige afstand. Vind je het erg als ik tijdens het interview de tuinbonen dop?'

Vanachter een stapel groene peulen beantwoordt ze al knakkend en ritsend de vragen over haar vermakelijke boek dat zojuist is verschenen. 'Wij knippen de wind' heet het.

Het zijn korte dagboekschetsen, de meeste niet langer dan één of twee alinea's, vrijwel altijd met een kwinkslag. Ze meanderen losjes rond het thema ouderdom. Bevalt het om oud te zijn? Hoe kijk je terug op een leven vol drank, seks en rock-'n-roll? En hoe is het om onder één dak te wonen met de 90-jarige dichter, die in afzondering leeft en met de dag zwakker, stiller en vermoeider wordt?

'Remco en ik hebben lang een wild leven geleid,' vertelt ze met een charmant, licht Amerikaans accent. Vreemdgaan hoorde erbij. Zíj deed het onder meer met een knappe Franse tandarts, híj nam het er ook van. Maar de balans raakte zoek.

DEBORAH CAMPERT «Daarom ging het mis. Na vijftien jaar gingen we uit elkaar. We bleven wel vrienden en we beloofden dat we later alsnog met elkaar zouden trouwen. Dat hebben we gedaan, vijftien jaar later, in 1996. Saai was het in elk geval niet.»

De ondertitel van het boek luidt: 'Notities van een overgrootmoeder'. Een glansrol is dan ook weggelegd voor achterkleindochter Vera Mae, die schittert met haar innemende uitspraken. Ook de poëtische titel komt uit haar mond. Toen Vera 2,5 jaar was, zat ze met haar overgrootmoeder in de tuin te spelen. Ze deelde plastic staafjes uit en begon ermee te zwaaien. 'Wat zijn we aan het doen?' vroeg Campert. 'Wij knippen de wind,' aldus Vera.

- Hoe komt u eigenlijk aan uw schrijftalent?

DEBORAH CAMPERT «Ik vind niet dat ik behept ben met een bijzonder talent. Ik zie mezelf ook niet als een echte schrijver. Maar ik vind schrijven erg leuk en ik kan aardig formuleren. Ik kom uit een intellectueel gezin met vijf kinderen. Mijn ouders waren allebei grote lezers. Mijn vader schreef weleens een stukje voor The New Yorker.

»Aan tafel leerden we elke avond een nieuw woord. We moesten stopwoorden mijden, zoals 'you know'. En als je een verhaal vertelde, mocht je niet met je handen praten. Dat vind ik nog steeds storend om te zien. Wij moesten thuis op onze handen zitten. Speels hoor, niet streng. We waren altijd met woorden bezig. Dat werkt later door. Twee zussen en een broer schrijven ook. En ik ben niet toevallig met een dichter getrouwd.»

- Heeft Remco u een beetje geholpen met schrijven?

CAMPERT «Totáál niet. Ik wilde hem het boekje laten lezen, maar dat deed hij niet. Het komt ook door zijn hoge leeftijd: bijna 91. Hij is niet meer zo geïnteresseerd. Als ik vroeger iets schreef, kon ik met hem overleggen. Of hij haalde de taalfouten eruit. Hij weet dat ik ontzettend twijfel of het iets voorstelt wat ik doe. Hij zei nu: 'Moet je luisteren, de uitgeverij vindt dat je goed schrijft. Ik ook. Dus hou nu op met dat gezeur.' Daar heb ik wat aan. Het is ook gemakzucht hoor, hij wil er natuurlijk gewoon van af zijn (lacht).»

- Het boekje gaat vooral over ouderdom. Lijdt u daaronder?

CAMPERT «Ik heb ontzettend veel gepresteerd in mijn leven. Ik had succes als kunstadviseur bij de ABN Amro-bank en met mijn eigen galerie. Ik zeg niet dat ik trots ben, want ik haat dat woord. Ik ben tevreden. Alleen: alles is nu terugkijken, alles wás. Het wás leuk, het ís niet meer leuk. Dit is geen fase om naar uit te kijken, dat zul je nog wel merken (lacht).

»Ik hoop dat ik nog een tijdje heb, maar jaren zoals ik die gehad heb, komen niet terug. Daarom vind ik het ontzettend leuk dat er aandacht is voor dit boekje. Eindelijk gebéúrt er weer wat. Vroeger ontvingen we nog vrienden. Nu niet meer. Heel jammer, want we genoten er allebei van. Remco mist het minder dan ik, hij verlangt er niet meer zo naar. Ik ben tien jaar jonger, maar voor mijn gevoel is het verschil veel groter.»

- Is er ook iets leuks aan oud zijn?

CAMPERT «Néé! (lacht) Met oud wórden heb ik geen moeite, dat gaat vanzelf. Maar oud zíjn, dat wil ik niet. Ik voel me vitaal. Ik heb nog veel energie en zin in het leven. Maar daar kan ik niets mee, behalve een beetje schrijven. Dat komt doordat mijn echtgenoot zo oud is. En doordat ik heel lang iets aan mijn heup had. Ik heb het afgelopen halfjaar twee heupoperaties gehad. Nu gaat het goed, je ziet me lopen.

»Goddank was die tweede operatie op 9 maart, net voor de coronacrisis. Jarenlang liep ik met een stok, krukken of een rollator. Dan voel je je echt oud, hoor!»

- U bent bang voor dementie, schrijft u.

CAMPERT «Ja, ontzettend. Eén op de vijf mensen krijgt het, dat is veel. Als je nu die eenzame mensen ziet die niet snappen waarom ze geen bezoek meer krijgen... Dat vind ik zo treurig. Wezenloos op een stoel hangen, als een soort groente. Dan ben ik liever dood. Remco en ik hebben afgesproken dat we, als we ziek worden, niet naar de intensive care gaan. Dan bellen we een vriendelijke dokter. Gelukkig hebben we lang geleden de euthanasiepapieren al getekend.»

- In het boek schetst u Remco als een man die vooral leeft om te roken en te drinken, nauwelijks nog uit zijn kamer komt en niet eens weet hoe de telefoon werkt. U spaart hem niet.

CAMPERT «Nou, ik spaar hem wél! (lacht) Toen schrijfster Mirjam van Hengel bezig was met Remco's biografie, schreef ik een 'schaduwgrafie'. Het werd één grote klaagbak, want Remco is geen aardige man. Hij doet niets uit zichzelf. Ik heb geen zin om altijd tegen hem te zeuren van 'doe dit' of 'doe dat'. Daarom schreef ik het op, dan was ik het kwijt. Die teksten heb ik allemaal weggegooid. Ze waren te akelig.

»Kijk, ik woon natuurlijk niet voor niets al zo lang met Remco samen. Hij heeft veel humor, we hebben ongelofelijk veel plezier gehad en ik ben aan hem gewend. Ik hou nog altijd veel van hem, hoe dan ook. Maar soms denk ik: wat zou het heerlijk zijn om een man te hebben die dingen voor míj deed. Het heeft alleen geen zin om daarover te blijven zeuren tegen iemand die al zo oud is, want veranderen zal hij absoluut niet meer.»

- Wat is uw grootste genot samen?

CAMPERT «Elke dag om vier uur komt hij naar beneden. Zogenaamd om te scrabbelen, maar ik weet heus wel dat hij eigenlijk komt om te roken en te drinken. Dat mag hij alleen hier, tijdens het scrabbelen. Zo lok ik hem (lacht). Dat zijn altijd een paar leuke uurtjes.»

- En wat als hij doodgaat?

CAMPERT «Dan blijf ik hier niet wonen, in dit grote huis. Het is nú al zo eenzaam. Ik hoop dat hij eerder sterft dan ik. Het lijkt me zo heerlijk dat het leven dan nog een paar jaar anders kan zijn. Ik zou ook weer verliefd willen worden. Iemand willen hebben met wie ik kan praten. Iemand die me aandacht geeft, die zegt: 'Schat, wat zie je er mooi uit', of 'Wat heb je lekker gekookt'.

»Want dat doet Remco niet. Nooit. Hij doet sowieso niets. Hij schrijft niet, hij leest niet. Ik snap niet hoe hij zo kan leven. Maar hij is niet ongelukkig, zegt hij. Ik vraag hem soms: 'Word je niet gek van verveling, de hele dag in die stoel?' 'Nee hoor,' zegt hij dan, 'ik schrijf gedichten in mijn hoofd.'

»Maar als ik onverwacht zijn kamer binnenkom, zit hij altijd te suffen. Bewegen doet hij ook niet meer. Hij loopt alleen nog van zijn stoel naar de badkamer. De rest gaat met de traplift. Hij moet van mij nu rek- en strekoefeningen doen, maar hij wil niet. Dan denk ik: stik maar! Maar ik weet dat ik niet zo mag denken.»

- Gelukkig hebt u Vera nog...

CAMPERT «Ja, Vera... Zo'n achterkleinkind is echt een cadeautje. Kleine kinderen zijn altijd leuk, maar als je ouder wordt, ga je ze steeds meer waarderen. Ik zie Vera nu al weken niet meer. Een kwelling is dat. Daar word ik echt verdrietig van. Ik mis haar zo. Ze zegt zulke bijzondere dingen... De titel van het boek, hoe kóm je erop?

»We hebben afgesproken dat mijn kleindochter Frederique binnenkort met Vera hier op bezoek komt in de tuin. Ik móét haar gewoon weer zien. Het is een risico, maar dat nemen we dan maar. Anders kun je net zo goed meteen overal mee ophouden.»

Deborah Campert, 'Wij knippen de wind', uitgeverij De Bezige Bij

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234