Murielle Scherre: ‘Ik wil niet tegendraads bevonden worden, ik wil gewoon kunnen doen waar ik zin in heb. Dat zijn twee wezenlijk verschillende dingen.’ Beeld Carmen De Vos
Murielle Scherre: ‘Ik wil niet tegendraads bevonden worden, ik wil gewoon kunnen doen waar ik zin in heb. Dat zijn twee wezenlijk verschillende dingen.’Beeld Carmen De Vos

InterviewMurielle Scherre

‘Ik wil niet tegendraads bevonden worden, ik wil gewoon mijn zin kunnen doen’

In juni stelt Murielle Scherre nieuwe intieme stofjes voor: een collectie genderneutrale lingerie. 43 is de ontwerpster inmiddels, een leeftijd waarop zekerheden niet zelden plaatsmaken voor twijfels. Maar niet bij Scherre. ‘Mijn midlifecrisis was een openbaring.’

Murielle Scherre laat zich sinds een paar jaar Murielle Victorine Scherre noemen. Niet omdat een meervoudige voornaam haar – komt-ie – voornamer doet lijken, wel omdat Murielle Victorine nog weerbarstiger klinkt dan Murielle.

‘Veel mensen hebben het moeilijk om mijn naam te ­onthouden,’ vertelt ze. ‘Murielle wordt vaak Mireille, Scherre verandert meestal in Scheire. En dus dacht ik: als ik dan toch zo’n lastige naam heb, maak ik hem gewoon nog wat moeilijker. Mijn oma zei altijd: ‘Als ge het niet kunt ­wegsteken, moet ge het doen opvallen’. Dat zijn woorden waar ik in mijn leven al veel aan gehad heb (lacht).»

En zo neemt Murielle Scherre me al tijdens de eerste minuut van ons gesprek mee naar haar karakteriële ­epicentrum. Als je niet makkelijk kan zijn, wees dan ­moeilijk. Als je niet stil kan zijn, wees dan luid. Als je jezelf niet kan verstoppen, trek dan wild gesticulerend en ­desnoods hevig hinnikend de aandacht.

‘Op school kreeg ik voortdurend te horen dat ik te druk was. Dat ik te veel plaats innam. Twaalf jaar lang heb ik geprobeerd om mezelf te veranderen. Om minder aanwezig te zijn. Het was de ongelukkigste periode van mijn leven. Iemand anders proberen te zijn dan wie je bent: het vreet belachelijk veel energie. En het is gedoemd om te mislukken. Tegen een begonia zeg je toch ook niet dat hij een ­perzikboom moet worden?’

'Iemand anders proberen te zijn dan wie je bent: het vreet belachelijk veel energie. En het is gedoemd om te mislukken. Tegen een begonia zeg je toch ook niet dat hij een ­perzikboom moet worden?' Beeld Carmen De Vos
'Iemand anders proberen te zijn dan wie je bent: het vreet belachelijk veel energie. En het is gedoemd om te mislukken. Tegen een begonia zeg je toch ook niet dat hij een ­perzikboom moet worden?'Beeld Carmen De Vos

De karaktertrekken die haar vroeger op schooltuchtelijke reprimandes kwamen te staan, worden vandaag geprezen: haar koppigheid is vastberadenheid geworden, haar ­brutaliteit bravoure. Al negentien jaar is ze de bezielster, ontwerpster en chief ethics officer van La Fille d’O: het ­lingeriemerk dat het vrouwelijke schoonheidsideaal in het overdadig gemaquilleerde gezicht uitlacht. La Fille d’O-­catalogi worden niet bevolkt door multiorgasmes veinzende fotoshopmodellen, maar door vrouwen met striemen, ­vetplooien en schaamhaar.

Tussen het ondernemen door houdt Scherre nu en dan onorthodoxe pleidooien voor meer bewegingsvrijheid in de liefde (‘Volgens mij heeft liefde geen exclusiviteitscontract met seks’) en minder winstbejag in de economie (‘Wie op een eindige planeet leeft, kan niet blijven gaan voor ­eindeloze groei’). Soms wordt ze een ‘avant-gardistische amazone’ genoemd, dan weer ‘de rebelse lingeriekunstenares’. Kwalificaties waartoe ze zich verhoudt zoals sterren tot astronomie: met de grootst mogelijke onverschilligheid. ‘Mijn doel is niet om tegendraads bevonden te worden. Mijn doel is om te kunnen doen waar ik zin in heb. Dat zijn twee wezenlijk verschillende dingen.’

De gelaagde mens

We hebben afgesproken in het voormalige gemeentehuis van Desteldonk: een tot voor kort vereenzaamd gebouw dat ze samen met haar lief – kunstenaar, muzikant en La Fille d’O-vormgever Jan Verstraeten – heeft omgetoverd tot een bohemienpand met een majestueuze lichtinval. Aan de muren hangen schilderijen die nog lijken te twijfelen tussen een figuratief en een abstract bestaan, op de houten vloer staat een zetel die na de werkuren bijklust als slaap-, ­sluimer- en streelplaats.

Terwijl Jan Verstraeten zich achter een breedgeschouderde iMac terugtrekt, zetten Murielle Scherre en ik het op een gemondmaskerd keuvelen over de nieuwe La Fille d’O-collectie: een verzameling genderneutrale lingerie die ze ontwierp tijdens een een-tweetje met Sébastien Meunier, de vroegere artistiek directeur van Ann Demeulemeester. In juni wordt de collectie voorgesteld, in oktober ligt ze in de winkels.

De samenwerking tussen Scherre en Meunier leidde naar eigen zeggen tot ‘lingerie die rekening houdt met non-binaire lichamen, cis- en transgenderlichamen en lichamen die door een transitie gaan’. Omdat Scherre voor de tijdgeest wel vaker als haas heeft gefungeerd, informeer ik of haar genderneutrale collectie in lingerieland een nieuwigheid is.

‘Nee, er bestaat al een klein aanbod van genderneutrale lingerie. Maar dat is louter functionele lingerie, vaak gemaakt door transpersonen zelf. De collectie die Sébastien en ik straks op de markt brengen, is behalve functioneel ook esthetisch.’

Ze zal zich nog eerder laten opsluiten in een vochtige ­kelder vol ratten en stroboscooplampen dan dat ze ooit borstvergrotende lingerie zal maken. Maar staan trans­vrouwen net niet te popelen om zich aan het traditionele schoonheids­ideaal te conformeren? ‘Sommige trans­vrouwen gaan onze genderneutrale lingerie niet vrouwelijk genoeg vinden, dat klopt. Maar er zijn ook transpersonen die zich in het non-binaire vakje situeren. Mensen die de ene dag mannenkleren en de andere dag vrouwenkleren dragen. Zij gaan wél blij zijn met onze genderneutrale ­collectie.’

‘Ik snap dat mensen zeggen: non-binaire transvrouwen, wat gaat ze nog allemaal verzinnen? Toch denk ik dat al die nieuwe gendercategorieën nodig zijn om de kolossale, achterhaalde M/V-rots te doen afbrokkelen.’ Beeld Carmen De Vos
‘Ik snap dat mensen zeggen: non-binaire transvrouwen, wat gaat ze nog allemaal verzinnen? Toch denk ik dat al die nieuwe gendercategorieën nodig zijn om de kolossale, achterhaalde M/V-rots te doen afbrokkelen.’Beeld Carmen De Vos

Aan genderlabels is er anno 2021 geen gebrek. Het lijkt wel alsof de lgbtq-gemeenschap elke week met een nieuwe letter wordt uitgebreid. Maar als je mensen in steeds kleinere categorieën opsluit, dreigt hun echte persoonlijkheid je dan niet te ontglippen? ‘Ik snap wat je bedoelt. En ik snap ook dat mensen zeggen: ‘Non-binaire transvrouwen? Wat gaat ze nog allemaal verzinnen?’ Toch denk ik dat de huidige verfijning zinvol is. Dat al die nieuwe gendercategorieën nodig zijn om de kolossale, achterhaalde M/V-rots te doen afbrokkelen.’

Ze wijst erop dat de nieuwe genderlabels het leven niet ingewikkelder, maar juist eenvoudiger maken. ‘Ik koop al jaren bijna al mijn kleren in de mannenafdeling. Daar is niks mis mee, maar toch zijn er nog altijd mensen die mij raar bekijken omdat ik mannenkleren pas. Mochten alle klerenwinkels vanaf nu non-binair zijn, zou ik daar geen last meer van hebben. Dan zou ik gewoon iemand zijn die kleren past, punt.’

‘Waar ik mezelf op de genderas situeer? Dat varieert. Mijn mannelijke kant manifesteert zich doorgaans wat ­makkelijker dan mijn vrouwelijke: ik ben vaker daadkrachtig en uitgesproken dan zoekend en scheppend. Maar eigenlijk schuif ik op de gender-as voortdurend heen en weer. Zoals de meeste mensen, trouwens. Geen enkele vrouw heeft ­uitsluitend vrouwelijke energie, geen enkele man alleen maar mannelijke energie.’

Wanneer ik mompel dat ik tijdens het shoppen ook ­weleens naar een coltrui uit de vrouwenafdeling gelonkt heb, evolueert haar pleidooi voor genderschakeringen naar een warme ode aan de gelaagde mens. ‘Binair denken is ontzettend beperkend. We verplichten onszelf toch ook niet om een leven lang maar naar twee bands te luisteren? Het zou nogal een verarming zijn. Vroeger werd de mensheid opgedeeld in vleeseters en vegetariërs. Vandaag zijn er ook flexitariërs, veganisten, raw–foodliefhebbers, one meal a day-adepten, noem maar op. Ik vind dat fantastisch. Hoe geraffineerder de wereld, hoe makkelijker je jezelf kan zijn. Ook al ben je een megavreemde mix van allerlei voorkeuren en overtuigingen. Ga je graag naar de kerk, maar geloof je totaal niet in God? No problem. Mensen zijn multidimen­sionele wezens. We zitten boordevol bijzonderheden en contradicties. Die gaan we toch niet begraven onder een laag geveinsde rechtlijnigheid, zeker? Onze complexiteit maakt onze soort net zo boeiend.’

Een professionele amateur

Terug naar haar dwarse lingeriebedrijf. La Fille d’O ontleent haar naam aan ‘Histoire d’O’, de erotische/seksistische/­literaire/tegenstrijdige/gevaarlijke/bevrijdende (u kiest maar) roman van Pauline Réage, pseudoniem van de Franse schrijfster Anne Desclos. Hoofdpersonage O is een jonge fotografe die zich uit liefde voor haar vriend laat bezitten door elke man die haar maar wil en en passant nog wat huid­retoucherende zweepslagen in ontvangst neemt. La Fille d’O, aka Murielle Scherre, is haar geestelijke dochter: de vrouw die zich afvraagt of je ook liefde kan krijgen ­zónder je te onderwerpen.

‘Ik heb heel lang gedacht dat ik een vrijgevochten vrouw was. Maar in werkelijkheid was ik totaal afhankelijk van de aandacht van mannen. Ik moest voortdurend gezien en geliefd worden.’ Beeld Carmen De Vos
‘Ik heb heel lang gedacht dat ik een vrijgevochten vrouw was. Maar in werkelijkheid was ik totaal afhankelijk van de aandacht van mannen. Ik moest voortdurend gezien en geliefd worden.’Beeld Carmen De Vos

‘Toen ik twintig was, stonden de vrouwentijdschriften vol titels als ‘Hoe geef je hem de beste blowjob?’ De ­boodschap was duidelijk: om graag gezien te worden, moest je pleasen. En eigenlijk is er nog niet veel veranderd: de reclamecampagnes van lingeriemerken tonen nog altijd vrouwen die – met de lippen alvast uit elkaar – liggen te wachten op hun caballero. Dat is een beeld waar ik weinig mee heb. In mijn wereld moeten vrouwen niet behagen om voor liefde in aanmerking te komen.’

Toch lieten de voorschriften van de mode-industrie haar vroeger ook niet ongevoelig, zegt ze. ‘Gedurende jaren pimpte ik mijn borsten, droeg ik hoge hakken en gebruikte ik rode lippenstift. Dat is wat een vrouw van de wereld doet, dacht ik. Tot ik besefte: Scherre, de aandacht die je hiermee trekt, is niet het soort aandacht dat je wilt. Vervolgens heb ik een periode gehad waarin ik mijn lijf in vormeloze kleren begroef en zelfs het kleinste veegje make-up als een verraad aan mijn persoonlijkheid beschouwde. Pas nu begin ik stilaan tot een synthese tussen beide uitersten te komen.’

Haar ogen zoeken even de horizon op. Alsof zich ter hoogte van de einder een visie op schoonheid bevindt die alle andere overbodig maakt. Even later zegt ze: ‘De opdracht is hoe dan ook: je lichaam aanvaarden zoals het is. Je mag het mooi of lelijk vinden – of geen van beide – maar het heeft weinig zin om je ertegen te verzetten. Je mag je lijf ook niet uitsluitend op zijn esthetische merites beoordelen. Een lichaam is per definitie een ongeëvenaarde, wonderbaarlijke machine.’

‘Daarom wil ik ook geen lingerie die mijn lichaam ­verandert. Ik wil dat het ondersteund wordt zoals het is. In het Frans hebben ze het over le soutien. Dat is precies wat lingerie moet doen: vrouwen steunen. Hen helpen om opnieuw vriendjes te worden met hun lijf. Merken zoals Wonderbra en de katholieke kerk zeggen ons voortdurend dat ons lichaam niet goed genoeg is. Van Wonderbra moeten we onze borsten groter doen lijken, van de kerk moeten we ze verstoppen. Geen wonder dat zoveel vrouwen hun lichaam haten. Terwijl dat nergens voor nodig is.’

Hoewel Scherre geroemd wordt om haar technische bagage, noemde ze haar bvba l’Amateur. Een verwijzing naar haar grotendeels autodidactische status? Of een ­doorzichtig gevalletje van valse bescheidenheid? ‘Amateur betekent zowel prutser als liefhebber. Die dualiteit vind ik cool: de context waarin je het woord gebruikt, bepaalt of het een positief dan wel een negatief begrip is. Maar er schuilt sowieso veel schoonheid in amateurs. Iemand die de Eiffeltoren met lucifers nabouwt, doet dat niet omdat hij er geld mee kan verdienen, maar omdat hij erdoor gepassioneerd is. Daar herken ik mezelf in. Ik maak al negentien jaar lingerie. Dat doe ik niet omdat het nu eenmaal mijn job is, maar omdat ik het verschrikkelijk graag doe.’

‘Ik ben liever een professionele amateur dan een amateuristische professional. In onze genderneutrale collectie zitten stuks die we in dertien maten gemaakt hebben. Rendabel is dat niet, maar het is wel een technisch huzarenstukje. Een triomf voor de lingerie-nerd in mezelf. Als ik al die verschillende maten voor me uitstal, denk ik: Hihi. Alweer iets dat niemand ons ooit heeft voorgedaan.’

Getatoeëerde biografie

En dan heeft de ongekroonde lingerieprinses plots een vraag voor mij: ‘Doe je het nog graag, met me praten?’ (lacht)

‘Pas recent ben ik gaan beseffen dat ‘nee’ zeggen - of ‘misschien’ - ook een optie is. Dat ik me niet voortdurend voor mensen moet uitsloven. Voor jou is dat misschien een evidentie, maar voor mij is het niets minder dan een openbaring.’ Beeld Carmen De Vos
‘Pas recent ben ik gaan beseffen dat ‘nee’ zeggen - of ‘misschien’ - ook een optie is. Dat ik me niet voortdurend voor mensen moet uitsloven. Voor jou is dat misschien een evidentie, maar voor mij is het niets minder dan een openbaring.’Beeld Carmen De Vos

Ik antwoord dat ze een plezier is om naar te luisteren en daar is geen woord van gelogen: de vrouw die door haar leerkrachten met een strekenwijf verward werd, is één en al verbale voorkomendheid. Je hand is braaf, maar je mond is stout, staat er nochtans op haar linkerarm getatoeëerd. Wanneer ze me naar de tattoo in kwestie ziet kijken, zegt ze: ‘Bij veel mensen is het precies omgekeerd: hun hand is stout, maar hun mond is braaf.’

Heeft eveneens een stukje Scherre-huid gekregen: een lynx, de kat met de brede poten en de gepluimde oren. ‘Mijn spirit animal,’ verduidelijkt ze. ‘De lynx waarschuwt me voor bedrog. Voor mensen die zich anders voordoen dan ze zijn. Hij zorgt ervoor dat ik op mijn hoede blijf.’

Ook haar nek, hals, benen, voeten, handen en oorlellen zijn met inkt versierd. Zou ik aan de hand van haar tattoos haar biografie kunnen schrijven?

‘Dat denk ik wel, ja. Mijn tattoos geven je in ieder geval een beeld van de ontwikkeling die ik heb doorgemaakt. Zoals jaarringen vertellen hoe oud een boom is, zo vertellen mijn tattoos welk spiritueel pad ik heb afgelegd. Ik vind dat mooi. En handig bovendien. Ik schrijf al heel mijn leven ­dagboeken. Als ik die ooit kwijtraak, heb ik nog altijd mijn tattoos (lacht).’

Na een zuinig slokje van haar thee: ‘Het is goed dat we het leven stapsgewijs leren. Mochten we al op jonge leeftijd de waarheid over onszelf kennen, zouden we in puin vallen. Je had mij twintig jaar geleden niet moeten zeggen dat ik behaagziek was. Ik zou er furieus tegenin zijn gegaan. Terwijl het wel degelijk de waarheid was.’

Ze ziet de vraagtekens in mijn ogen en verklaart zich nader. ‘Ik heb heel lang gedacht dat ik een vrijgevochten vrouw was. Maar in werkelijkheid was ik totaal afhankelijk van de aandacht van mannen. Ik moest voortdurend gezien en geliefd worden. Ik ging er echt van uit dat ik, als ik even geen relatie had, in een plooi van het universum zou vallen en nooit meer zou terugkeren (lacht). Dat is vandaag wel even anders. Onlangs hebben Jan en ik tegen elkaar gezegd dat we elkaar niet nodig hebben. Dat is voor mij het ­summum van romantiek. De ultieme liefdesverklaring. Jan en ik hebben elkaar niet nodig en toch flaneren we samen door het leven: dat zegt alles over hoe graag wij elkaar zien.’

‘In vroegere relaties – of ze nu professioneel of privé waren – was ik alsmaar aan het geven. Maar het was geen onbaatzuchtig geven. Het was geven om te krijgen. Ik zei altijd ‘ja’ omdat ik bang was dat er anders niet van me gehouden zou worden. Pas recent ben ik gaan beseffen dat ‘nee’ zeggen - of ‘misschien’ - ook een optie is. Dat ik me niet voortdurend voor mensen moet uitsloven. Dat ik ook eens stil mag zitten. Voor jou is dat misschien een evidentie, maar voor mij is het niets minder dan een openbaring.’

‘Onlangs hebben Jan en ik tegen elkaar gezegd dat we elkaar niet nodig hebben. Dat is voor mij het ­summum van romantiek. De ultieme liefdesverklaring.’ Beeld Carmen De Vos
‘Onlangs hebben Jan en ik tegen elkaar gezegd dat we elkaar niet nodig hebben. Dat is voor mij het ­summum van romantiek. De ultieme liefdesverklaring.’Beeld Carmen De Vos

Ze trekt zich even terug in haar gedachten. In haar hoofd wordt een onzichtbaar bruggetje gelegd. Dan buigt ze zich naar me toe en zegt: ‘Zal ik je eens een geweldige leestip geven? ‘Making Love’ van Barry Long. Een boek met een afschuwelijke cover. En de foto van de heer Long op de ­achterflap hadden ze ook beter achterwege gelaten. Maar het is wél het enige boek over seks – en bij uitbreiding liefde – waarvan ik blij ben dat het bestaat. Het liefdesspeladvies van Barry Long luidt, kort samengevat: trek je kleren uit, laat het licht aan en doe verder niks. Vergeet het voorspel, vergeet de kaarsen, vergeet de vibrators en de penisringen. Het enige wat je nodig hebt, is je lijf. Wees aanwezig, praat met elkaar, en geef je over aan je lichaam. Beste aanbeveling ever. Ik zweer het je: wie ‘Making Love’ gelezen heeft, heeft in bed niks anders meer nodig.’

Geen Libelle-mama

De wekker van haar telefoon gaat af. Vier uur, nog even en het is tijd om haar negenjarige dochter Rocci te gaan halen. Drie jaar geleden verliet ze de vader van Rocci. Sindsdien pendelt haar moederhart tussen Desteldonk en Oostende. En tussen navigeren en loslaten.

‘Ik wil Rocci een minimum aan levensbeschouwelijk advies geven. Maar ik wil haar ook aanmoedigen om zichzelf te blijven, om op te komen voor wat ze denkt en voelt. En het is niet altijd even gemakkelijk om die twee doelstellingen met elkaar te verzoenen.’

‘Nu goed, ik denk niet dat Rocci zich snel op een gebrek aan mondigheid zal laten betrappen. Onlangs zat ik met haar in bad. Ik was een boek aan het lezen, zij gebruikte mijn scheenbenen als rugleuning. Plots vroeg ze: ‘Wat ben je aan het lezen, mama?’ ‘Een boek over de liefde, schat. Over hoe je met relaties moet omgaan.’ Waarop ze zich met gefronste wenkbrauwen naar me omdraaide en zei: ‘Dat kan ik jou toch ook leren?’’

Haar ogen lachen, achter haar mondmasker krullen ongetwijfeld twee mondhoeken omhoog. Toch wordt haar stem niet honingzoet wanneer ze over haar dochter praat. En evenmin splitst ze me een album vol Rocci-foto’s in de maag. Ook als mama is er aan Murielle Scherre geen Libelle-vrouw verloren gegaan.

‘Ik vind het belangrijk dat Rocci een 360°-zicht krijgt op haar ouders. Dat ik haar niet alleen onder ogen kom ­wanneer ik me goed voel, maar ook wanneer ik gestresseerd of verdrietig ben. Kinderen hebben niks aan ouders die voortdurend de schijn ophouden. Soms kom ik afgepeigerd thuis en is Rocci tsjingel-tsjangelliedjes aan het zingen. Dan zeg ik haar eerlijk dat ik doodop ben en op het punt sta uit elkaar te vallen. Zo hoef ik haar niet geërgerd te vragen ‘of ze godverdomme eens wil ophouden met dat gebleir’. Dat doet ze dan wel uit zichzelf. (Glimlacht) Kinderen mogen best de gelaagdheid van hun ouders zien. Je hoeft niet altijd de grapjas of de reddende engel te zijn. Je mag ook je ­zwakheden tonen.’

Een handjevol is goed

Ooit heette een van haar manco’s: koopdrift. In haar ­slaapkamer logeerden vierhonderd paar schoenen. Tot ze zich realiseerde dat ze nog altijd maar twee voeten had. Ze besloot de hamsteraar in zichzelf aan banden te leggen en haar zelfbeeld los te weken van haar bezittingen. ‘Voor mij geen laarsjes met plateauzolen van zelfvertrouwen meer,’ schreef ze in Knack Weekend. En ook: ‘Wat we hebben, bezit, verankert en verzuipt ons.’ Ik teken protest aan en zeg dat spullen ons ook kunnen optillen. Dat ze nu en dan wat tegengewicht kunnen bieden aan de vermoeiende ­banaliteit van het bestaan.

‘Ik vind het belangrijk dat ik mijn dochter niet alleen onder ogen kom ­wanneer ik me goed voel, maar ook wanneer ik gestresseerd of verdrietig ben. Kinderen hebben niks aan ouders die voortdurend de schijn ophouden.’ Beeld Carmen De Vos
‘Ik vind het belangrijk dat ik mijn dochter niet alleen onder ogen kom ­wanneer ik me goed voel, maar ook wanneer ik gestresseerd of verdrietig ben. Kinderen hebben niks aan ouders die voortdurend de schijn ophouden.’Beeld Carmen De Vos

Ze neemt mijn woorden in overweging en zegt dan: ‘Ik kan begrijpen dat mensen dromen van een villa in Toscane. Dat ze denken dat ze in zo’n villa evenwichtiger en liefde­voller door het leven zullen gaan. Maar het is nóg mooier wanneer ze ook in een rijhuis in Evergem evenwichtig en liefdevol door het leven kunnen gaan. Het zou nogal sneu zijn mocht je enkel op een Toscaanse heuvel je geluk ­kunnen vinden.’

Het hoofd van lief Jan verschijnt van achter het ­computerscherm. ‘Weet je wat ík zalig zou vinden? Een huis waarin helemaal niks staat. Spullen zijn altijd zo’n gedoe. Hoe minder plaats ze innemen, hoe beter.’

MURIELLE «Sommige huizen staan boordevol objecten. En toch zie ik er alleen maar leegte. Koopdrift is vaak het ­resultaat van een existentiële angst: als ik geen materiële sporen nalaat, besta ik dan wel? Ik ben want ik koop, lijken sommigen te denken. Maar die ingesteldheid is onhoudbaar. Al onze grondstoffen raken op. Voor de generatie van mijn vader was hippie worden nog optioneel. Voor ons niet meer.»

JAN «Anderzijds, mocht ik ooit de kans krijgen om als drugscrimineel verschrikkelijk veel geld te verdienen...»

MURIELLE «De kans krijgen? Je zal die toch zelf moeten grijpen, Jan (lacht).»

JAN «Ik bedoel: mocht ik in een volgend leven ooit ­terugkeren als maffiabaas, dan zie ik mezelf ook wel in een vette Cadillac rijden. Niet omdat ik dat zo’n fantastische auto vind, maar gewoon omdat ik weleens zou willen weten of het een kick geeft om het op materieel gebied eens ­helemaal uit te hangen.»

MURIELLE «Ik ga het toch houden op wat mijn vader altijd zei: ‘Een handjevol is ook goed.’ Dat is een mooi leidmotief als het om bezit gaat: het is niet omdat je je zakken kán vullen dat je het ook moet dóén.»

Een handjevol is ook goed: wat een uitstekende slogan voor een lingeriemerk dat erop uit is om vrouwen met hun lichaam te verzoenen, denk ik. Maar ik zeg het niet, want onze tijd zit erop: Rocci wacht op haar mama.

Eenmaal buiten ziet Murielle Scherre hoe twee ­ambtenaren van de groendienst van Desteldonk aanstalten maken om het onkruid dat zich voor haar voormalige gemeentehuis naar boven heeft gewurmd weg te maaien. Ze loopt naar hen toe en vraagt hen om de baldadige gewassen te laten staan. De ambtenaren gaan zonder gemopper op haar verzoek in en rijden verder. De amateur heeft het alweer gewonnen van de professionals.

(DM)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234