'Het enige waartoe een religie mag dienen, vond mijn vader, is troost bieden aan mensen
die het nodig hebben.' Beeld Manny Jefferson
'Het enige waartoe een religie mag dienen, vond mijn vader, is troost bieden aan mensendie het nodig hebben.'Beeld Manny Jefferson

‘Gedachten over rouw’:Chimamanda Ngozi Adichie herdenkt haar vader

‘Ik zit vol verdriet, voor nuances en andere nonsens heb ik geen plaats meer’

In de bestsellers ‘Paarse hibiscus’, ‘Een halve gele zon’ en ‘Amerikanah’ leerde Chimamanda Ngozi Adichie (44) de westerse wereld met liefhebbende maar kritische ogen te kijken naar Afrika, het continent waar ze is opgegroeid. In ‘Gedachten over rouw’ gunt de Nigeriaanse schrijfster ons voor het eerst een blik in het diepste van haar ziel. Een getormenteerde ziel, die sinds de dood van haar vader hunkert naar loutering, maar waarin de echo’s van haar activisme luider weerklinken dan ooit. ‘Mijn vader drukte me op het hart om me nooit te verontschuldigen voor wie ik ben.’

Richard Coles

De Nigeriaans-Amerikaanse schrijfster van veelvuldig bekroonde romans, kortverhalen, gedichten en essays is van vele markten thuis: haar sociaal bewogen stem klinkt niet alleen op papier, maar ook op allerhande internationale fora. Wie niet zo vaak een boek ter hand neemt, zou Adichie kunnen kennen van haar ondertussen bijna vijf miljoen keer bekeken Ted Talk ‘We Should All Be Feminists’, die haar ster als activiste razendsnel deed rijzen, of van het Beyoncé-nummer ‘Flawless’, waarin fragmenten uit die lezing werden gesampled.

De internationale erkenning liet niet lang op zich wachten: Adichie mocht achtereenvolgens een leerstoel bekleden aan de prestigieuze universiteiten van Yale, Harvard en Princeton, en werd in 2015 door Times Magazine opgenomen in de eregalerij van de 100 Most Influential People wegens haar rol als boegbeeld van een nieuwe, progressieve generatie van sterke Afrikaanse vrouwen. Maar soms gaan ook de sterkste boegbeelden aan het wankelen. Het overlijden van haar vader James Nwoye Adichie, een vooraanstaande wiskundeprofessor, sloeg een gapende wonde in haar ziel.

CHIMAMANDA NGOZI ADICHIE «Mijn vader is vorig jaar gestorven, net vóór de zomer. Hij was 88 jaar: dan weet je dat de dood stilaan om de hoek komt loeren, maar toch was zijn overlijden een immense schok. Nadat mijn broer me via Zoom het droeve nieuws had gemeld, heb ik uren op de vloer liggen huilen. Van verdriet, maar ook uit machteloosheid. Mijn familie zat in Nigeria, ik in Amerika: de hele wereld was in lockdown, dus ik kon niet bij hen zijn. Ik kon geen afscheid nemen van mijn papa, die ik nog steeds even hartstochtelijk aanbid als toen ik een klein meisje was.

»Behalve door dat verwoestende verdriet werd ik ook overrompeld door het besef dat een mensenleven heel fragiel is: één tik en je hele bestaan ligt in gruzelementen. Bij lezingen of media-optredens word ik steevast aangekondigd als een strijdster of een voorvechtster, iemand die onvervaard op de barricaden springt. Maar het was mijn vader die me altijd een zetje gaf, en die me troostte als ik hard naar beneden was getuimeld. In de eerste maanden na zijn dood leek het me onmogelijk om nog langer diezelfde sterke vrouw te zijn, zonder de reddingsboei die me altijd drijvende had gehouden.»

– In ‘Gedachten over rouw’ schrijft u die radeloosheid van zich af. Was het niet erg confronterend om zo diep in uw gevoelens te graven, en die vervolgens aan de hele wereld te openbaren?

ADICHIE (twijfelt) «Ik had die confrontatie nodig, denk ik. Om die allesoverheersende rouw te verwerken, en ook om de scherven van mijn identiteit bij elkaar te rapen. Dat is hoe ik omga met alles wat me overkomt: ik schrijf op wat ik denk en voel, en gaandeweg slaag ik erin om de dingen een plaats te geven. Soms lukt dat vrij snel, maar andere keren – zoals nu – is het een traag, moeizaam proces.

»Ik heb me inderdaad lang afgevraagd of ik wel naar buiten wilde komen met dit verhaal. In mijn boeken en essays laat ik vooral mijn verstand spreken. ‘Gedachten over rouw’ heeft een totaal andere insteek, want ik schrijf over de liefde van een dochter voor haar vader, het intiemste wat er bestaat. Het was geen evidente beslissing om die intimiteit met mijn lezers te delen. Bovendien was mijn vader niet alleen van mij: mijn moeder, broers en zussen waren óók kapot van zijn dood. Ik wilde niet met hun verdriet aan de haal gaan, of doen uitschijnen dat ik het zwaarste leed op m’n schouders moest torsen. Het was een hele opluchting toen bleek dat zij dat niet zo aanvoelden. Ze vonden het zelfs een mooi idee dat papa zou voortleven in een boek van één van zijn dochters.

»Mama heeft ‘Gedachten over rouw’ niet kunnen lezen. Begin dit jaar is ze onverwacht gestorven, net vóór het boek uitkwam. Negen maanden na mijn vader, nota bene op zijn verjaardag. Over haar dood heb ik nog niets geschreven: het lukt me gewoonweg niet, na de uitputtingsslag die dit boek is geweest. Maar niet schrijven betekent ook dat ik met een pak onverwerkte gevoelens zit. Daar zit ik erg mee in de knoop, want het lijkt wel alsof ik voor haar niet dezelfde moeite wil doen als voor papa… Alsof hij niet vergeten mag worden, en zij wel. (Zucht) Ik weet niet wat ik moet doen. Ik wil wel rouwen om mijn moeder, maar ik heb geen flauw idee hoe ik dat moet doen. Ik weet zelfs niet of ik er al klaar voor ben.»

– Ook uw boek is doordrongen van zulke twijfels: wat voel ik nu precies, na de dood van mijn vader? Waarom voel ik dat? Mág ik dat wel voelen?

ADICHIE «Die twijfels heeft toch iedereen, na de dood van een geliefde? Ik weet nog hoe ik daags na zijn overlijden videobelde met mijn broers en zussen: eerst huilden we samen, daarna begonnen we herinneringen aan mooie en grappige momenten op te halen, waardoor iedereen moest lachen – en een seconde later waren we weer aan het huilen, want we voelden ons schuldig omdat we hadden zitten lachen. Je wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen twee uitersten: tussen wat je voelt, en wat je denkt dat je moet voelen. En alsof dat nog niet erg genoeg is, komt een pak mensen zich met je rouwproces bemoeien: vrienden, buren en verre familie die je vertellen wat je wel of niet mag doen, en hoe je met je verlies moet omgaan. Goedbedoeld, maar ik heb me er verschrikkelijk aan geërgerd.»

– Een botsing van culturen? Westerlingen verwerken een verlies doorgaans in hun eentje, al dan niet onder begeleiding van een therapeut, terwijl de Igbo, de Nigeriaanse volksstam waarvan uw familie deel uitmaakt, sterk de nadruk leggen op gemeenschappelijke rouwrituelen.

ADICHIE «Ik woon al sinds mijn 19de afwisselend in de Verenigde Staten en in Nigeria, dus ben ik het onderhand wel gewend om te switchen tussen twee culturen. Maar toen ik na de dood van mijn vader naar Nigeria afreisde – ik had een uitzondering verkregen op het reisverbod – was ik geschokt door wat ik in mijn ouderlijke huis aantrof. Alle weduwen van het dorp waren er neergestreken, en ze hadden het leven van mijn moeder zonder boe of bah overgenomen: níéts mocht ze nog zelf doen of beslissen. Samen met ons gezin bij elkaar uithuilen, daar was geen ruimte voor. Ik voelde me kwaad en machteloos, omdat ik niet tegen die roedel bemoeiallen op kon.

»En toch… Na een paar dagen moest ik vaststellen dat ik de Igbo-cultuur, alle frustraties ten spijt, weer had omarmd. Dat ze mij als een warm deken omgaf. Afrikaanse begrafenissen verschillen sterk van westerse: er wordt gedanst, gezongen en geroepen. ‘Mijn vader was een grootse man!’ schreeuwde ik op de maat van de muziek, en ik gooide er een heleboel emoties uit, die vervolgens door de gemeenschap werden geabsorbeerd. De Igbo bieden je geen schouder aan om op uit te huilen, maar een heleboel schouders die je verdriet mee helpen te dragen. Een prachtig gevoel.»

– De begrafenis was niet alleen een Igbo-ritueel, schrijft u, maar ook een katholieke plechtigheid. Wat moeten we ons voorstellen bij die combinatie?

ADICHIE (lacht) «Het klinkt een beetje raar, hè. De Igbo hangen nog steeds het Odinani aan, hun traditionele godsdienst, met Chukwu als opperwezen. Maar ze hebben in de koloniejaren ook elementen uit het christendom overgenomen. Met al die ingrediënten hebben ze hun eigen religie geboetseerd. Mijn vader was een mooi voorbeeld van zo’n hybride katholiek. Hij was niet dogmatisch, maar beleed zijn geloof op een eenvoudige manier. Het enige waartoe een religie mag dienen, vond hij, is troost bieden aan mensen die het nodig hebben. Toen ik al vrij jong met mijn geloof begon te worstelen, reageerde hij daar begripvol op. ‘Ontwikkel je eigen godsdienst maar, meisje,’ zei hij. ‘Laat je door niemand vertellen wat je moet geloven.’ Zijn begrafenis weerspiegelde die zienswijze: het was een potpourri van religieuze elementen, en de mensen voelden zich achteraf iets beter.

»Toch was ik na de begrafenis totaal in de war. In de voormiddag was ik de ontroostbare dochter die tranen met tuiten huilde terwijl ze een handvol aarde over de kist van haar vader strooide, en ’s namiddags zat het hele dorp bij ons thuis en moest ik de perfecte gastvrouw spelen, die erover waakte dat iedereen voldoende te drinken had. Zo gaat het ook op westerse begrafenissen: de nabestaanden moeten zich sterk houden tijdens de koffietafel, omdat ze voortdurend in het middelpunt van de belangstelling staan. Onwezenlijk vind ik dat.»

– Een andere gelijkenis die u opmerkt: de koele, zakelijke bureaucratie die gepaard gaat met de afwikkeling van een overlijden.

ADICHIE «Dat is ook iets wat iedereen zal herkennen: na de dood van een geliefde ben je één en al emotie, maar tegelijk moet je je van je meest efficiënte kant tonen. Er moeten immers zoveel zaken geregeld worden: je moet het overlijden aangeven bij de gemeente, certificaten aanvragen, bankrekeningen opzeggen, de erfenis regelen… Sadministration noemen ze dat in het Engels, en dat vind ik wel een passende term. Je wilt al die dingen niet doen omdat je verdrietig bent, maar tegelijk geven ze je een houvast. Ze zorgen ervoor dat je bezig blijft, en niet verdrinkt in je verdriet.

»In Nigeria bestaan die administratieve verplichtingen ook, maar daar zijn ze van een heel andere aard. Omdat de overheid er zo zwak georganiseerd is, moeten de mensen zelf instaan voor een aantal basisvoorzieningen: ze moeten om de zoveel tijd een enveloppe met geld naar het gemeentehuis brengen om de politie te financieren – anders is er geen bescherming – en de kerkgemeenschap neemt de rol van sociale zekerheid op zich, in ruil voor een maandelijkse bijdrage. Als iemand overlijdt, moeten de nabestaanden kunnen bewijzen dat die betalingen gebeurd zijn, anders kan de overheid beslissen om de begrafenis niet te laten doorgaan. (Windt zich op) Kun je je dat voorstellen, dat één of ander ambtenaartje je komt vertellen dat je een familielid of geliefde geen waardig afscheid mag gunnen?»

‘Zijn hele leven heeft mijn vader zich ingezet voor de jeugd. Maar toen hij ontvoerd werd, keek de politie weg.’ Beeld rv
‘Zijn hele leven heeft mijn vader zich ingezet voor de jeugd. Maar toen hij ontvoerd werd, keek de politie weg.’Beeld rv

BLOEDDORSTIGE MEUTE

– Ze speelde al een hoofdrol in uw vorige boeken: uw haat-liefdeverhouding met uw moederland. Ook in ‘Gedachten over rouw’ spaart u de kritiek niet.

ADICHIE (zucht) «Ik ben niet blind, hè. Ik hou erg veel van mijn land, maar er loopt zóveel fout. Dat frustreert me enorm. Ik heb vaak het gevoel dat Nigeria zijn zonen en dochters aan hun lot overlaat. Wat er ook gebeurt, ze kunnen niet op de steun van de overheid rekenen. In 2015 werd mijn vader, die toen 83 was en aan diabetes leed, gekidnapt door één van de vele bendes die daar rondzwerven. Niet om ideologische of religieuze redenen, maar omdat die bendeleden straatarm zijn en nergens werk vinden. De enige optie die ze nog zien om geld te verdienen, is vooraanstaande en rijke landgenoten ontvoeren, in de hoop de familie te kunnen afpersen. De politie wilde niets met de zaak te maken hebben: we moesten het maar oplossen. Dat hebben we ook gedaan, door een inzameling te houden bij vrienden en familie en vooral door zelf diep in de buidel te tasten: zo hebben we het losgeld bij elkaar geschraapt.

»Dat is toch schrijnend? Mijn vader heeft zijn hele leven gewijd aan de Nigeriaanse jeugd. Decennialang heeft hij zich dubbel geplooid om hen uit het moeras te trekken, om de allerzwaksten te helpen de sociale ladder te beklimmen. Maar toen zijn leven in gevaar was, keek de overheid de andere kant op. Hoe kun je nu onvoorwaardelijk houden van een land dat zijn burgers zo negeert? Ik blijf dus kritiek uiten op het Nigeriaanse regime – niet omdat ik het wil onderuithalen, maar omdat ik mijn land beter wil maken.»

– Na de dood van uw vader betwijfelde u of u nog de moed zou vinden om op de barricaden te springen, maar uw strijdvaardigheid lijkt helemaal terug. Met ‘It Is Obscene’, uw essay over de zeden en gebruiken op socialemediakanalen, kwam u weer in het oog van de storm terecht. U werd zelfs beschuldigd van transfobie.

ADICHIE «Ja, en daarmee is het punt bewezen dat ik met mijn essay wilde maken: de mensen luisteren niet meer naar elkaar. Zodra je je uitspreekt over iets, staat een bloeddorstige meute grommend te wachten. En als er in je betoog één komma verkeerd staat, als één detail niet in hun kraam past, slachten ze je af.

»In ‘It Is Obscene’ heb ik het onder andere over de vraag of transvrouwen wel échte vrouwen zijn. Neen, is mijn antwoord: het zijn transvrouwen. Spreek ik een oordeel uit? Zeg ik dat transvrouwen minderwaardig zijn? Nee, integendeel zelfs: ik neem het voor hen op! Ik vind dat ze een eigen identiteit verdienen, dat ze niet ondergebracht mogen worden in het traditionele hokje van ‘de vrouw’, want dat hokje bestaat niet meer. Gender is een fluïde gegeven geworden. Dat is wat aandachtige lezers ook moeiteloos uit mijn essay kunnen afleiden. Maar heel wat mensen zijn blijven hangen bij die ene regel over transvrouwen, en hebben besloten zich beledigd te voelen en dat op de grofst mogelijke wijze te ventileren.»

– Heel wat feministes keerden u kwaad de rug toe: u werd een nestbevuiler genoemd, een verraadster.

ADICHIE «Terwijl wat ik zeg heel logisch is, en op geen enkele manier ingaat tegen de overtuigingen van het feminisme. Een transvrouw is geen vrouw, net zomin als ze een man is. Ze is zichzelf, en daarmee uit. Het heeft toch geen zin om te ontkennen dat er verschillen bestaan tussen mensen? Hoe je daarmee omgaat, dát is de essentie. Of je er als samenleving voor kiest om die verschillen als een bedreiging te beschouwen, of als een verrijking.

»Ik heb er geen enkele moeite mee als mensen niet akkoord gaan met wat ik schrijf in mijn essays. Wat ik wél zorgwekkend vind, is dat ze moord en brand schreeuwen zodra iemand hun standpunten uitdaagt. Eén van de grootste problemen van het feminisme vandaag is dat we elkaar vertrappelen om de zuiverste in de leer te zijn. We willen wanhopig scoren voor eigen publiek, en als we een ploeggenoot keihard onderuit moeten schoppen om dat te bereiken, dan is het maar zo. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Waren wij niet degenen die ijverden voor een warme, inclusieve samenleving waarin iedereen gelijke rechten geniet? Nu creëren we net het tegenovergestelde: een wereld waarin mensen bang worden om hun mond open te doen, uit angst om gecanceld en vernederd te worden – nota bene door diegenen die ze als gelijkgezinden beschouwen.»

– Dat klinkt pessimistisch. Denkt u dat het ooit nog goed komt met de feministische beweging?

ADICHIE «Noem me gerust een pessimistische optimist (glimlacht). Diep in mijn hart wil ik nog geloven dat alles goed komt, al zegt mijn hoofd iets anders. Maar opgeven is uitgesloten. Het eerste wat we nu moeten doen, is het debat weer opentrekken, zodat er plaats is voor álle meningen.

»Ik ben opgegroeid in een militaire dictatuur, ik weet dus wat het is om gemuilkorfd te zijn. Toen ik als jonge studente naar Amerika verhuisde, ging een nieuwe wereld voor mij open: je mocht jezelf zijn, en zeggen wat je wilde! Die vrijheid van meningsuiting is één van de waardevolste dingen in een mensenleven. Maar de laatste jaren zie ik het schrikbeeld van die muilkorf uit mijn jeugd weer opdoemen, door de beperkingen die we onszelf opleggen. Er zijn dingen die je niet meer mag zeggen, vragen die je niet meer mag stellen. Dat vind ik een gevaarlijke evolutie. Een samenleving die echt vrij is, durft álle vragen te stellen, ook de ongemakkelijke. Ik ben dus vast van plan om aan de boom te blijven schudden.»

– Met andere woorden: u kiest voluit voor de confrontatie?

ADICHIE «Ik ben er weer helemaal klaar voor, ja (lacht). Mijn vader drukte me steevast op het hart om me nooit te verontschuldigen voor wie ik ben, en om in alle omstandigheden mezelf te zijn. Wel, dat is precies wat ik ga doen. Sinds zijn dood zit ik vol verdriet: er is geen plaats meer voor nuances en andere nonsens. Voortaan zeg ik wat ik denk, en als ik forse tegenwind krijg, dan is het maar zo. Papa noemde me altijd ome ife ukwu, zij die tot grootse dingen in staat is. Ik zal er alles aan doen om te bewijzen dat hij gelijk had.»

© The Sunday Times

Chimamanda Ngozi Adichie, ‘Gedachten over rouw’, De Bezige Bij Beeld Manny Jefferson
Chimamanda Ngozi Adichie, ‘Gedachten over rouw’, De Bezige BijBeeld Manny Jefferson

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234