null Beeld

Ilja Leonard Pfeijffer over 'Idyllen'

Zoals Ilja Leonard Pfeijffer in het zopas met De Inktaap bekroonde ‘La Superba’ vervelde tot een andere romancier, zo staat in ‘Idyllen’ een nieuwe dichter op. 'Zo expliciet was ik nooit eerder.'

Die zonnige zaterdag in Leiden schudt Pfeijffer met een dubbele espresso en een cola eerst de restanten van het Boekenbal van de nacht tevoren van zich af. Dan moet één en ander praktisch geregeld worden voor een passage in het rechtstreekse tv-programma ‘Buitenhof’ daags nadien – wegens een matinee om halfdrie moet het programma ’m als eerste item nemen en moet de minister op de dichter wachten. Dan volgt een eerste La Chouffe, fris van de tap, en een eerste wijsheid, fris van de lever. De rest van de middag brengt ons in twee cafés, op de voorstelling van een dichtbundel van een leerling uit z’n poëzieworkshop (‘Niet de beste van de klas, maar hij was koppig en dat is een goede eigenschap voor een dichter’) en bij de laatste repetitie van ‘The Pursuit of Happiness’. De wereldse Pfeijffer past perfect in die literaire theatershow over migratie, aan de zijde van Dimitri Verhulst, Tommy Wieringa en Thé Lau. Hij leest uit ‘La Superba’ over Lampedusa, maar had net zo goed kunnen kiezen voor de achttiende van de vijftig idyllen uit zijn nieuwe bundel. De dichter geeft er stem aan een verdrinkende Afrikaanse bootvluchteling: ‘Maar nu zie ik voor altijd zee met dode ogen.’

Ilja Leonard Pfeijffer «Zo expliciet was ik nooit eerder. Omdat ik denk dat het moet, omdat ik denk dat het tijd is om het daarover te hebben. Ik erger me aan veel poëzie die vandaag de dag verschijnt: poëtische dictie wordt een excuus om het nergens over te hebben.

»Veel van de poëzie van vandaag is alleen maar knus, zegt eigenlijk niks, is uiteindelijk betekenisloos. Juist veel jonge dichters, paradoxaal genoeg, schrijven gedichten die op gedichten lijken. Het is allemaal niet eens slecht, maar ze schrijven omdat ze erbij willen horen, dichter willen zijn, mee willen doen met al die leuke festivals. En dus niet omdat ze iets te zeggen hebben. Ik mis urgentie en relevantie, risico en gevaar, de moed om op je bek te gaan, de moed om iets te zeggen. ’t Is allemaal een soort van milde verwondering, met een sausje vervreemding en een snuifje ironie.

»Misschien heeft het ermee te maken dat ik veranderd ben, dat ik het niet meer zo interessant vind om alleen maar virtuoos en speels ironisch te wezen. Maar wellicht heeft het meer te maken met een besef dat de wereld aan het veranderen is, op een manier die veel drastischer zal zijn dan wij ons voorstellen. Over twintig jaar zal de wereld onherkenbaar zijn veranderd – en misschien is dat zelfs een heel conservatieve schatting en is dat over tien jaar al het geval.»

undefined

'De gevoelens van onoverwinnelijkheid die cocaïne bewerkstelligt, heb ik al van nature'

HUMO Heeft die andere instelling ook met Italië te maken?

Pfeijffer «Dat weet ik niet zeker, al is mijn besef van de omvang en de complexiteit van het probleem van de migratie bijvoorbeeld zeker toegenomen door mijn nieuwe woonplaats Genua. Omdat het daar zo tastbaar en zichtbaar is. De verschillen tussen arm en rijk zijn er ook veel groter. In een vrolijk twinkelend provinciestadje als Leiden, waar de marktdag vandaag door het lentezonnetje verwend wordt, is het makkelijk om het ruisen van de wereld niet te horen.»

undefined

null Beeld

HUMO Was het zo gepland: na tien jaar schrijven naar Italië vertrekken, om vervolgens in een non-fictieboek, een roman en een dichtbundel blijk te geven van een veranderd schrijverschap?

Pfeijffer «Iemand als Grunberg pakt het bewust zo aan: even plannen om naar Afghanistan te gaan of bij zijn moeder in te trekken, met het oog op de literatuur. Maar mij is dat vreemd, zo werkt het niet. Ik heb die reis niet ondernomen met de bedoeling literaire brandstof te tanken.

»De fotografe Gelya en ik hadden ergens in 2008 op café het prettige plan opgevat een fietstocht naar Rome te ondernemen, maar het was helemaal niet de bedoeling om nooit meer terug te komen – naar Rome fietsen vond ik op zich al een leuke onderneming. Pas naderhand heb ik lekker besloten om in Genua te blijven. In eerste instantie dacht ik dat het me misschien wel goed zou doen – niet als schrijver, maar als mens. Dus heb ik toen een appartementje gehuurd voor twee maanden. Dat heb ik vervolgens verlengd, en nog een keer, en nog een keer, en inmiddels woon ik er zesenhalf jaar. Ik merkte dat het inderdaad heel erg goed voor me was.

»Er was niks dat me uit Leiden heeft weggejaagd. Ik had hier een aangenaam en makkelijk leven, maar misschien was het wel té aangenaam en té makkelijk. Maar dat besefte ik pas toen ik er afstand van had genomen. Toen ik in Genua een nieuwe positie in een nieuwe stad moest vinden, had ik bijna een sensatie van wakker worden. Maar pas toen ik wakker werd, besefte ik dat ik daarvoor had geslapen.»


Succes, een keuze

‘De nacht is aangezegd. De warre uren waaien.’ De eerste regels van de bundel duiken, als een dreigend mantra, nog geregeld terug op in ‘Idyllen’. ‘Het is bijna een apocalyptische bundel,’ knikt de dichter, ‘er is in elk geval weinig idyllisch aan wat in de gedichten in ‘Idyllen’ wordt geëvoceerd.’ Daar komt een feest van eenzaamheid en wanhoop van, met als sleutelvers: ‘Wat ik wou schrijven was een soort van ondergang, / met volk dat daarvan profiteert. Maar ik ben bang.’

Pfeijffer «Een deel van die angst komt voort uit een onbestemd gevoel van machteloosheid. De wereld valt immers ten prooi aan veranderingsprocessen waar ik als individu bitter weinig invloed op kan uitoefenen. Naast de angst om de veranderende buitenwereld speelt nog een tweede, autonome angst. ‘Ik weet niet hoe ik mij moet zijn’ staat er. Een vorm van existentiële twijfel, die misschien niet eens zwaarder weegt dan tien jaar geleden. Maar toen verborg ik het meer, onder dubbelzinnigheden en barokke taal, zodat het minder in het oog sprong.»

HUMO ’t Was allemaal ook speelser, alsof u er wel een omgang mee vond. Hier is het drukkender.

Pfeijffer «Ik gebruikte ironie als een soort ontsnappingsmodule, ongeveer op de manier waarop Houdini zich van zijn ketenen bevrijdt. Dat voldoet me vandaag de dag niet meer. Nu probeer ik, in alle naaktheid, die angsten te tonen. Het was uitdrukkelijk mijn bedoeling een eerlijkheid en helderheid na te streven die ik in mijn eerdere gedichten juist had proberen te vermijden.»

HUMO U was nooit eerder zo franjeloos sober van taal als in het gedicht over een Palestijn: ‘Wie zes miljoen keer is vermoord, heeft niet het recht / een mens te doden. Daarmee is het wel gezegd.’

Pfeijffer «Dat moet gezegd worden, heb ik het gevoel, omdat ik te veel stemmen hoor die het tegendeel verkondigen. ’t Is eigenlijk de samenvatting van onze Israël-politiek: we houden Israël een hand boven het hoofd omdat het een bevoorrechte positie heeft, ondanks al die expliciete veroordelingen van de Veiligheidsraad. Omdat het onze Joden zijn, vanwege toen: alsof die zes miljoen doden het recht geven terug te slaan. Ik wil niet antisemitisch zijn, vanzelfsprekend, maar ik ben wel een groot tegenstander van de Israëlische nederzettingspolitiek, van de manier waarop de staat Israël omgaat met de Palestijnse vluchtelingen.»

undefined

'’t Is wellicht het probleem van elke religie: op grond van een zelfverzonnen god tot de meest merkwaardige conclusies komen over hoe je je medemensen moet behandelen'

HUMO Het gedicht over een jihadi begint met ‘het wakkert aan’, het onheilsmantra.

Pfeijffer «Omdat die problematiek een belangrijke factor is in de apocalyptische ellende, met de opkomst van het kalifaat, de Islamitische Staat, de totale mislukking van wat we ooit per ongeluk de Arabische Lente zijn gaan noemen. Je zou kunnen zeggen dat de Derde Wereldoorlog allang is begonnen, misschien al met de invasie van Koeweit in 1991. Of anders met de invasie van Irak, in 2001.

»Het woord ‘waanbeelden’ valt daar niet toevallig, dat is wellicht de kern van de IS-propaganda. ’t Is wellicht zelfs het probleem van elke religie: op grond van een zelfverzonnen god tot de meest merkwaardige conclusies komen over hoe je je medemensen moet behandelen.»

HUMO De maatschappijkritiek blijft ook dichter bij huis: u trekt van leer tegen de sociale media, machines van eenzaamheid en onzin.

Pfeijffer «’t Gaat ook over een toekomstvisie. Als er toen ik jong was voorstellingen werden gemaakt van het leven in de eenentwintigste eeuw, ging het over vliegende auto’s en kolonies op Mars. Maar het enige wat we daadwerkelijk hebben gekregen, zijn 140 tekens.»

HUMO Aan Twitter doet u niet. Omdat 140 tekens een barokke schrijver te weinig is?

Pfeijffer «Twitter vind ik net een beetje te efemeer.

»Het stoort me ook dat de twitteraars de intellectuelen overstemmen, die uit een democratisch misverstand de vele vernederingen knikkend hebben ondergaan. De opkomst van het populisme hangt volgens mij sterk samen met de opkomst van het internet en de sociale media. Het internet heeft kennis gedemocratiseerd. Toen ik in de jaren tachtig studeerde, hadden we een vak, ‘Methode en technieken’ geheten, over hoe je toegang kreeg tot bronnenmateriaal en in de universiteitsbibliotheek de juiste dingen kon vinden. Je moest dus leren toegang tot kennis te krijgen. Dat is radicaal veranderd door de opkomst van het internet, met een sociaal bijeffect dat niet positief valt te kwalificeren: er is geen respect meer voor kennis, mensen hebben geen ontzag meer voor specialisten omdat ze denken dat ze met een Google-opdracht dezelfde kennis ook kunnen vinden. Het sentiment van de beroemde slogan die Pim Fortuyn rond 2000 lanceerde – ‘Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg’ – is ondenkbaar zonder de opkomst van het internet. Want de vraag die niet gesteld werd in die slogan is: ‘Denk jij wel het juiste?’ Daar wordt immers van uitgegaan, door iedereen: omdat de illusie bestaat dat kennis voor iedereen toegankelijk is, heeft iedereen per definitie gelijk. Alles is een mening geworden.»

HUMO Die oprispingen zijn opvallend, omdat u ooit een boekje over Second Life publiceerde.

Pfeijffer «Ik ben dan ook niet per se een tegenstander van sociale media, ik ben zelf een verwoed Facebooker. ’t Is fascinerend om te zien hoe de grenzen tussen realiteit en fictie steeds meer vervagen, hoe mensen via hun profiel een beeld van zichzelf proberen te creëren: je laat zien wie je wíl zijn, in plaats van wie je bent. Second Life is daar natuurlijk een extreem voorbeeld van.

»Dat je op Facebook je eigen werkelijkheid kan vormgeven zoals je wil, heeft mensen ook doen denken dat elk individu zichzelf tot een succes kan maken. Een tijd terug was een reclamespot op de Nederlandse tv te zien, voor soep, met als slogan: ‘Succes is een keuze’. Je zag een manager een soepje drinken, wat moest suggereren dat hij daardoor succesvol was. De implicatie van ‘Succes is een keuze’ is: falen is je eigen schuld. Dat zou dan de overheid moeten ontslaan van haar primaire taak: opvang voorzien voor wie in moeilijkheden is. Dat creëert een enorme mate van onzekerheid: die grote vrijheid is beangstigend; dat het helemaal je eigen verantwoordelijkheid is er een succes van te maken, intimideert; en de steeds minder zorgende overheid vergroot de onzekerheid nog.»


Karakterzelfmoord

Nog een als een mantra terugkerende regel in ‘Idyllen’: ‘Er staat niet wat er staat’, een citaat uit het lange gedicht ‘Awater’ van Martinus Nijhoff. Dat verhaalt over een onbestemde reis, waarvoor een reisgenoot gezocht wordt. ‘Dat gaat dan over de liefde,’ zucht Pfeijffer, ‘op je reis naar het onbestemde zou je natuurlijk liever gezelschap hebben, maar dat is nog niet zo makkelijk.’ Dat blijkt in de elfde idylle: ‘Vanavond heeft mijn lieve liefje mij verlaten.’ ‘Goed loopt het niet af,’ bromt de dichter, ‘in de bundel ‘Idyllen’ loopt weinig goed af.’

HUMO U dicht: ‘De liefde is een zalf. De dichter mag niet slapen’.

Pfeijffer «De liefde en het dichterschap laten zich moeilijk verenigen. Samen zijn met een geliefde is immers altijd per definitie een concessie aan die geliefde. Maar de concessieloosheid van de dichter laat zich slecht verdragen met het toegeven aan de wensen van een ander, hoezeer ook naar die ander wordt verlangd. Over die concessie schrijf ik: ‘Wat liefde heet, is altijd karaktermoord’. Als je de liefde wil laten voortleven, kan je je eigen karakter niet laten voortleven. Het is dus een karakterzelfmoord

undefined

'Dat je op Facebook je eigen werkelijkheid kan vormgeven zoals je wil, heeft mensen ook doen denken dat elk individu zichzelf tot een succes kan maken'

HUMO U leek nochtans bij de ware thuisgekomen, bij Gelya, met wie u naar Rome gefietst bent.

Pfeijffer «Ik weet nog altijd niet of dat zo was. Gelya is een heel bijzonder meisje en nog steeds een heel bijzondere vriendin. Maar ik weet niet of ze ooit, zelfs toen we samen naar Rome fietsten, mijn vriendin in de klassieke betekenis van het woord geweest is. Daar gaat het boek over die reis, ‘De filosofie van de heuvel’, ook deels over: hoe ik tijdens die reis erachter kom dat het een misverstand is te denken dat zij de mijne is, dat ik haar moet kunnen bezitten en dat soort dingen.»

HUMO En toch ook weer wel: om haar te kunnen houden, geeft u haar vrijheid.

Pfeijffer «Mja. De enige manier om haar niet onmiddellijk kwijt te raken, was om haar vrij te laten. Waarna ik ze onvermijdelijk toch definitief kwijtraakte, tja.»

HUMO U praat zichzelf vrij van schuld in de zestiende idylle: ‘Sorry, ik voldoe niet aan je beeld van mij’.

Pfeijffer «’t Is geen vrijblijvende verontschuldiging als ‘Sorry, ik kan er niks aan doen’. Het betekent eigenlijk: ‘Je wilt mij niet, je wilt iemand die beter lijkt op mij.’ ’t Is een tragisch besef om niet te kunnen voldoen aan het beeld dat de ander heeft. Zoals dat omgekeerd onvermijdelijk ook zo is.

»Het gaat om het onvermogen de ander echt te kennen. In één van die gedichten staat: ‘Geluk is projectie van gemis op iemand die voornamelijk een ander is’. Allemaal maken we een beeld van de ander. Zolang dat een fantasie blijft, is die ander de ideale geliefde. Zodra de fantasie geconfronteerd wordt met hoe de ander werkelijk is, gaat het mis. Zo ontstaat een cynische cyclus, een tredmolen, een perpetuum mobile waarvan het verlangen de motor is. Dat is de vicieuze cirkel van de liefde, waar de teleurstelling al zit ingebakken bij de realisatie van de fantasie. Die cirkel van de liefde kan vervolgens alleen maar in stand worden gehouden door opnieuw een fantasie te beminnen. Dat hoeft niet per se droevig te zijn, je kan het ook zien als een soort van celebratie van seriële monogamie. Dat kan ook best tot vrolijkheid aanleiding geven.»

undefined

null Beeld

HUMO Leer je mettertijd bij in de liefde?

Pfeijffer «Wat je zou kunnen bijleren, is dat het misschien realistisch is om je verwachtingen bij te stellen. Dat is de enige mogelijkheid om die vicieuze cirkel te doorbreken. Dat is ook wat de meeste normale mensen doen, meestal rond hun dertigste. Al mijn studievrienden hadden het ene vriendinnetje na het andere en hebben er hun hele studententijd lustig op los geneukt, maar stuk voor stuk hebben ze rond hun dertigste de enige ware gevonden. Op dat moment hebben ze dus een besluit genomen, om het romantische beeld van streven naar het maximale geluk op te geven, om die vicieuze cirkel te doorbreken en bij iemand te blijven, om een vorm van stabiliteit te creëren en dan misschien maar minder te verwachten van de liefde.»

HUMO Gelooft u nog wel in de liefde?

Pfeijffer «Ik ben mijn geloof in de klassieke exclusieve relatie kwijtgeraakt. Ik geloof wel in liefde, maar niet in het huwelijk of het langdurig samenwonen. Dat is niet iets waar ik voor in de wieg ben gelegd.

»Dat heb ik wel ooit gedacht, natuurlijk. Ik heb vroeger zelfs samengewoond. En dat was zeker geen rampzalige geschiedenis – of toch niet de hele tijd (lachje).»

HUMO Het leidt tot enig cynisme, in de twaalfde idylle.

Pfeijffer (knikt en leest voor) «’Ze scheert je harnas, zwachtelt je van top tot teen / in schuld en series die ze zelf heeft uitgezocht, / waarin gevoelens zijn die zij ook heeft gekocht / met haar vriendin, met wie ze al haar waarheid deelt, / alvorens het gebeuren kan dat zij je streelt.’ Dat is mijn feministische gedicht (lacht).»

HUMO Zet elke vrouw die dit leest het niet ijlings op een rennen?

Pfeijffer «Nou (lacht). Dat weet je niet.»

HUMO Verderop luidt het: ‘Ik weet dat vrouwen altijd winnen’.

Pfeijffer «Natuurlijk is dat zo, vrouwen winnen altijd. Vrouwen zijn veel sterker dan mannen. Als een vrouw iets wil, dan krijgt ze het voor elkaar. Dat is althans mijn ervaringswijsheid. Vrouwen zijn geraffineerder, meer politiek, meer in staat om intrigantengedrag te vertonen. Mannen zijn in al hun directheid vaak nogal naïef. Een vrouw kan daar heel makkelijk misbruik van maken.

»Dat impliceert dat halsoverkop verliefd worden eerder iets des mannen is, denk ik. Je zou het bijna evolutionair kunnen verklaren. De bedoeling van een man in de liefde is vrij eenzijdig: het moet onmiddellijk komen tot een vereniging met de vrouw. Maar die vrouw moet altijd toch de omgeving in de gaten houden en zien dat die veilig genoeg is om een kind op te voeden en een bestaan te garanderen. Vanuit dat evolutionaire begrip zie je nog steeds hoe een man zich totaal verliest en overgeeft, terwijl een vrouw toch altijd het instinct behoudt om aan meer dingen tegelijk te denken.»

HUMO Dat alles maakt dat er in uw leven ook kinderen ontbreken, in de veertigste idylle ‘blonde hoopjes genen’ genoemd.

Pfeijffer «Ik heb altijd gezegd dat het vaderschap niks voor mij is, al heb ik er ook altijd bij gezegd dat ik rekening hield met de mogelijkheid dat het nog eens zou veranderen. Ik weet heus wel dat grotere en sterkere mannen dan ik zijn gevallen voor het woekeren van hormonen (lacht). Maar inmiddels ben ik 47 en denk ik dus dat het gewoon zo blijft. Dat vind ik prima, kinderen zijn immers moeilijk te verenigen met de poëzie. En verder heb ik ook gewoon een hekel aan ze. Kinderen zijn nutteloze wezens: je kan er geen goed gesprek mee voeren en ze kunnen niet zuipen. Pas van het moment dat ze Latijn kunnen lezen, kun je er iets mee (glimlacht).

»Poëzie, en bij uitbreiding kunst in het algemeen, is een alternatieve manier van voortplanting. Een alternatieve manier om over de grenzen van de dood heen te gaan. Je kunt een roze baby creëren die jouw naam draagt of je kunt je naam laten voortleven in de kunst. Ik vind het eigenlijk onzin om beide te doen: kunstenaars die kinderen krijgen, dat snap ik helemaal niet. Dat is namelijk nergens voor nodig (lachje)


Orgie van beelden

Na de verzamelbundel ‘De man van vele manieren’ (2008) schreef Pfeijffer bijna zes jaar geen gedichten. Tot de poëzie zich ruim anderhalf jaar geleden aan hem opdrong: ‘Ik kan me een bijzondere avond herinneren, toen ik ergens alleen op een terras zat – zonder enige bedoeling om creatief te zijn of eeuwigdurende kunst te scheppen. Op een gegeven moment kreeg ik regels in mijn hoofd en die ben ik dan maar gaan opschrijven.’ Die regels waren rijmende alexandrijnen, de vormvaste verzen bleken de uitgelezen bedding te zijn voor het beweeglijke gemoedsleven van de dichter – zo beweeglijk dat ‘Idyllen’ ook iets heeft van het verslag van een midlifecrisis.

Pfeijffer (schrikt) «Ik heb nochtans nog geen leren broek gekocht. En al evenmin een Harley Davidson.»

HUMO Je schrok.

Pfeijffer «Nu ja, vanwege de connotaties van die term. Ik formuleer hetzelfde liever anders: ik ben altijd kind gebleven, ik zit nog altijd te wachten op mijn puberteit (lachje). Misschien is dat ook inherent aan het kunstenaarschap, dat je altijd speels blijft, een kleine jongen met een totale afkeer van verantwoordelijkheden – van boodschappen en administratie, lekkages en offertes, vuilniszakken en afwas. Ik wil niet meedoen met de wereld.»

undefined

null Beeld

HUMO In ‘Idyllen’ evoceert u ook een ontmoeting met je jongere zelf: de zelfverzekerdheid van vroeger is overwoekerd door twijfel.

Pfeijffer «Als woeste jongeling was ik ervan overtuigd dat ik de wereld zou veroveren en dat ik op alle grote vraagstukken de antwoorden paraat had. Mijn debuut, ‘Van de vierkante man’, was een wel heel zelfverzekerde bundel. De eerste woorden luidden: ‘U kunt afserveren’. Dat was een statement, ik viel de poëzie binnen als Dzjengis Khan. Ik moest ruimte maken voor mezelf.

»Nu ik wat ouder ben geworden, ligt dat toch iets anders. Ik ben wat zachter en twijfelender geworden, wat ik wel een voordeel vind: ik vind mezelf toch wat aardiger dan toen.»

undefined

'Kinderen zijn nutteloze wezens: je kan er geen goed gesprek mee voeren en ze kunnen niet zuipen. Pas van het moment dat ze Latijn kunnen lezen, kun je er iets mee'

HUMO U dicht zelfs: ‘Ik wou dat ik soms even zonder woorden kon’.

Pfeijffer «Je bevindt je als dichter in een uitzonderingspositie ten opzichte van de grote meerderheid van de mensen. Er zijn momenten waarop je heel trots bent op de compromisloosheid van de kunstenaar en neerkijkt op die andere mensen en er zijn momenten dat je jaloers bent op het burgerlijk bestaan van die mensen en eigenlijk het liefste bevrijd zou willen worden van die last om altijd alles in woorden te moeten vangen.

»Die thematiek zit ook in ‘Het ware leven. Een roman’, die zich toevallig afspeelt in het café waar we ons nu bevinden. De dichter-bohemien kijkt met verbazing naar mensen die maar één dag in de week naar het café komen en die een leven hebben met vouwfietsen, siervelgen en hypotheken. Hij is zelfs bij vlagen jaloers op hun geregelde bestaan zonder woorden. Nu ja, ’t is misschien ook te laat daarvoor.»

HUMO Zijn de verslavingen in het café er om dat ‘moeten formuleren’ even te kunnen vergeten?

Pfeijffer «Toch niet. Dat alles valt voor mij binnen het kunstenaarschap, het leven van de bohemien, de eenzaamheid van de eenling die nooit geborgenheid zal vinden. Dat is allemaal verbonden met het leven met drank, met tabak, met vrouwen.»

HUMO U vergeet cocaïne, als ik ‘Idyllen’ goed lees.

Pfeijffer «Ik heb in mijn leven één keer cocaïne gebruikt. Één keer. Daar heb ik ook heel bewust voor gekozen, want die ene keer was een geweldige ervaring. Zelfs de smaak vond ik lekker, terwijl dat helemaal niet hoort: het hoort bitter en vies te zijn. Het had echt een perfect effect op mij, het was helemaal mijn drug. Gevaarlijk, zodat ik dacht: ‘Hier moet ik onmiddellijk mee stoppen, want dit is een veel te groot succes.’ Laten we het erop houden dat ik het niet nodig heb: de gevoelens van onoverwinnelijkheid die cocaïne bewerkstelligt, heb ik al van nature (lacht).»

HUMO Hebt u een goede dronk?

Pfeijffer «Ik heb een hele goede relatie met de drank, ja. Ik besef heel goed dat er in de wereld mensen zijn die minder drinken dan ik, maar daar neem ik verder ook geen aanstoot aan (glimlacht). Ik drink graag en meer dan volgens elke zelftest op internet verstandig is. Maar ik weet het onder controle te houden: ik wil eigenlijk niet dronken worden en dat lukt bijna altijd.

»De bedoeling is een soort aangename roes, waarin ik ook nog verstandig van gedachten kan wisselen en, bij wijze van spreken, een partij schaak zou kunnen winnen. Van het moment dat er echt gaten in mijn geheugen vallen of dat ik van mezelf merk dat ik niet meer uit mijn woorden kom, dan ben ik te ver gegaan. Dat is echt niet waar ik naar streef, wat dat betreft ben ik niet een typische alcoholist op zoek naar zelfdestructie.»

undefined

'Ik besef heel goed dat er in de wereld mensen zijn die minder drinken dan ik, maar daar neem ik verder geen aanstoot aan'

HUMO Tabak dan: ‘Ik rook echt minder, lief, ik heb een witte voet’.

Pfeijffer (lacht) «Ik heb laatst geprobeerd te stoppen met roken. Zoals je ziet, is dat niet helemaal gelukt. Twee weken heb ik het volgehouden, op vakantie. Maar toen ik weer terugkwam, achter de computer ging zitten en moest tikken, ging dat dus totaal niet. Ik moest mijn wekelijkse column voor de krant schrijven en had de grootste moeite om mijn deadline te halen, gewoon omdat ik me helemaal niet kon concentreren.

»Ik had het er toevallig gisteren nog over met collega Daan Remmerts de Vries, die dezelfde ervaring had. Hij had er met zijn huisarts over gesproken en die had gezegd: ‘Waarschijnlijk ben je over een halfjaar of een jaar op hetzelfde niveau van concentratie als met nicotine.’ Maar ik kan me helemaal niet permitteren een halfjaar niet te schrijven. (Zucht) Ik wou dat ik nooit begonnen was. Alcohol geeft me iets, dat verandert me ten goede. Maar roken geeft me, al sinds ik begonnen ben, enkel redenen om het niet te doen.»

HUMO En dus provoceert u maar en schrijft u in een column: ‘Rokers kiezen weloverwogen voor uitgezaaide tumoren’.

Pfeijffer «Er is natuurlijk dat verslavende effect, maar in principe is het je eigen keuze om te beginnen. ’t Is je eigen verantwoordelijkheid. Ik stoor me heel erg aan het misverstand dat de minister van Volksgezondheid over mijn gezondheid gaat. Het rookverbod is er gekomen om niet-rokers te beschermen tegen de risico’s van het meeroken. Oké, daar is iedere roker het mee eens. Maar geleidelijk aan is het erom beginnen te gaan de rokers te beschermen tegen hun eigen slechte gewoonte. Dat vind ik principieel onjuist. Men mag me voorlichten en me vertellen hoe gevaarlijk het is. Dat stel ik op prijs, dankjewel. Maar vervolgens maak ik mijn keuze.»

HUMO Tot slot de vrijblijvende seks. U beseft blijkbaar dat u altijd over een bepaald hoerig type vrouw schrijft, want in idylle vijftien luidt het: ‘Ik heb al te veel verzen niet van haar geschreven’.

Pfeijffer «’t Is een soort beeld van vrouwelijkheid waar je nog al je fantasie op kunt projecteren. ’t Zijn fantasievrouwen die nog niet door de werkelijkheid ontwijd zijn. Je bent nog niet beland in het stadium dat je weet wat haar lievelingskleur is en hoe ze het liefste haar aardappels gekookt wil hebben. Dat type vrouw is onderhand een soort van muze, bijna.»

HUMO Het gefantaseer leidt tot één gedicht zonder wanklank: de negenendertigste idylle evoceert een strandfeestje. Een eiland in een zee van ellende.

Pfeijffer «Alles in dat gedicht is erotisch, zonder dat het expliciet wordt: van de tafelpoot die in het zand drukt, over het eten dat op tafel ligt, tot het feestje eromheen. Er wordt langzaam uitgezoomd van de tafel, in één lange zin, en alles is beladen met erotiek. Misschien moet ik je in de waan laten dat het een heel goede herinnering beschrijft. Maar ’t is een stijloefening; een orgie van beelden die een fantasie kunnen zijn, een ontsnapping kunnen bieden aan al die angsten en al die onbestemdheid in de rest van de bundel. Helaas. En ook weer niet.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234