Iljo Keisse: de Keizer van 't Kuipke maakt zich klaar voor zijn Zesdaagse

Deze week zal het Gentse publiek Iljo Keisse naar jaarlijkse gewoonte tot de Keizer van ’t Kuipke kronen. Zelf belooft hij, aan de zijde van niemand minder dan Mark Cavendish, elke avond ‘het kot in de fik te steken’.

‘Als ik op mijn pistefiets stap, word ik een ander mens.’ Iljo Keisse (31), trotse telg van het edele geslacht der pistiers, bezingt met glanzende ogen zijn liefde voor de baan. Tegenwoordig rijdt hij het hele jaar door op de weg als meesterknecht van kopmannen als Tom Boonen en Mark Cavendish, maar één keer per jaar worden de schijnwerpers op hem gericht. Over twee weken is het weer zover: de Zesdaagse van Gent is op komst, en Keisse bereidt zijn lichaam voor op het avondritme – straks, om 22 uur, kruipt hij nog op de rollen om stevig te trainen.

Iljo Keisse «De Zesdaagse is míjn week: ik ben er de vedette, iets wat ik op de weg nooit zal zijn. Ik maak een klik in mijn hoofd: ‘Vanaf nu rijd ik enkel voor mezelf.’ Want in ’t Kuipke komen de mensen voor mij – enfin, toch een groot deel – en daar geniet ik enorm van: ik ben zot van het applaus en het gevoel dat iedereen achter mij staat. Ik zou veel meer energie kunnen sparen en gemakkelijker koersen, maar ik wil het publiek iets teruggeven.»

HUMO Heb je er nood aan om één week per jaar te kunnen schitteren?

Keisse «Ik kan niet zonder Gent, ik rij er al vanaf mijn zestien jaar. Ik heb door die schorsing één editie moeten missen en dat was een heel pijnlijke ervaring. Ik mocht van de UCI zelfs het startschot niet geven.

»Eigenlijk valt de Zesdaagse op een onmogelijk moment, want een wegrenner hoort nu te rusten: terwijl ik mij op de piste zit af te beulen, krijg ik foto’s van mijn ploegmaats uit Mexico of Miami. Al krijg ik vooral respect, omdat ik blijf vasthouden aan de combinatie. Vorig jaar reageerde Fabian Cancellara vol ongeloof toen hij me bezig zag in de Zesdaagse van Zürich. ‘Ben je gek?’ zei hij lachend. Maar Gent betekent zoveel voor mij, en daarom moet ik in vorm zijn: ik wil niet gewoon winnen, maar van het eerste tot het laatste moment de show verzorgen en de clown uithangen.»

HUMO Hoe voelt het om de hele avond je naam te horen schallen door een feestende massa?

Keisse «Je hebt er die te veel gedronken hebben en de hele avond ‘Iljooo’ roepen, werkelijk iedere keer als ik voorbijkom – dat komt op de duur ook je oren uit. Maar als je enkele nummers na mekaar wint en je iedereen op de banken krijgt: dáár doe je het voor. Ik wil het kot in de fik zetten (lacht).»

HUMO Op zulke momenten lijkt het wel alsof je over de piste zweeft.

Keisse «Dat is ook zo. Alle toppers in de zesdaagsen zweven een beetje: zo merk je of je met een goeie pistier te maken hebt. Al moet ik zeggen dat de piste van ’t Kuipke speciaal is: een klein baantje, maar 166 meter lang. En vooral: héél steil. Toch telkens weer een schok om dat te zien, als ik er na een jaar binnenwandel. Je moet technisch behoorlijk begaafd zijn, wat maakt dat Gent de moeilijkste zesdaagse van allemaal is. Daar zal Cav het meeste van schrikken, denk ik, want het is van 2007 geleden dat hij er nog eens reed. Maar op de piste rijden verleer je niet. En ook daarin is hij een klasbak, anders word je geen tweevoudig wereldkampioen ploegkoers.»

HUMO Wat voor iemand is hij?

Keisse «In de ogen van het grote publiek is hij een koleriek baasje, iemand die altijd loopt te briesen, terwijl hij zijn helm of fiets op de grond smijt, maar ik ken hem enkel als een gentleman. Ik heb hem ook nog nooit weten roepen tegen zijn ploegmaats, ook al was het verlies pijnlijk – zoals vorig jaar in de Scheldeprijs. Ook nu zal zijn temperament naar boven komen en zullen de shits en fucks in het rond vliegen. Maar tegen mij zal hij geen onvertogen woord zeggen.»

HUMO Ik ken geen enkele renner die zichzelf zo veel druk oplegt.

Keisse «Dat komt ook omdat er een hele ploeg zich voor hem – ik zal het op z’n Gents zeggen – de stront in de broek rijdt. Dat alleen al zorgt soms voor ongezonde druk, zoals in de Tour van dit jaar. Ik zou niet in zijn schoenen willen staan. Terzijde: volgens mij maakt hij als zuivere sprinter nog altijd veel kans om te winnen tegen Marcel Kittel, die toch vooral een krachtpatser is. Je kan diens naam of die van André Greipel trouwens best niet laten vallen in zijn bijzijn (lacht).»

HUMO De vraag is: hoe goed zal hij zijn in Gent?

Keisse «We hebben al eens samen getraind. Toen reed hij goed, en hij zag er ook goed uit. De ploeg wil hem zesdaagsen laten rijden als nieuwe aanpak in zijn voorbereiding op het wegseizoen, en vooral omdat hij niet opnieuw met al die kilo’s overgewicht op het eerste oefenkamp zou verschijnen.»

HUMO De concurrentie zit niet stil: voor het andere topduo Kenny De Ketele en Jasper De Buyst zijn jullie de gedroomde tegenstanders om te verslaan.

Keisse «Het zijn jongens van de streek, die krijgen ook veel steun van het publiek. En De Buyst is een klasse apart. Nee, we moeten zien dat Cav enkele dagen voor de start nog in ’t Kuipke kan trainen. Als je de eerste dag zonder vertrouwen die steile bochten in moet, ben je bij voorbaat verloren.»

HUMO De glimlach op je gezicht na een zeldzame zege op de weg, zoals in de Ronde van Turkije van 2012, verraadt hoe graag je wint. Valt het mee om knecht te zijn?

Keisse «Ik ben liever één van de beste knechten in één van de beste ploegen ter wereld, dan de zoveelste kopman die niet wint. Het was altijd mijn droom om koersen zoals de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix te rijden. Dat mag ik nu doen in dienst van Tom Boonen, iemand naar wie ik opkijk. Maar ik geef toe: mijn overwinning in Turkije deed ongelooflijk veel deugd. Ik zat alleen voorop en in de laatste kilometer ging ik in een bocht onderuit: weg zege, dacht iedereen. Maar ik bleef doodkalm en terwijl er een aanstormend peloton zat aan te komen, heb ik rustig mijn ketting er weer opgelegd. De Engelse commentator wist niet wat hij zag: ‘The king of cool has just been crowned!’ Goh, ik krijg kippenvel nu ik erover spreek, terwijl ik de beelden zeker al duuzend keer heb teruggezien. Die laatste kilometer vatte alle miserie en emoties van de laatste jaren samen, en heeft me geleerd dat tegenslag wél goed kan aflopen.»

Dimi en Wouter

Enkele dagen eerder in Café De Karper in Gent, het studentencafé van Ronie Keisse, Iljo’s vader. We zijn op nauwelijks honderd meter van ’t Kuipke, dat er op een doordeweekse dag troosteloos bij ligt.

‘Ik ben ne rare, hoor,’ zegt vader Keisse meteen en hij begint het verhaal over het bewogen leven van zijn zoon. Van hoe hij eerst de wielerbaan van de Blaarmeersen uitbaatte, alsof het vanzelfsprekend was dat Iljo pistier zou worden. ‘Maar ik ben zijn vader, geen supporter,’ zegt hij met klem. ‘Ik ben bezorgd om mijn zoon.’

Algauw gaat het over de beruchte winter van 2008, toen Iljo Keisse tijdens de Gentse Zesdaagse betrapt werd op hydrochloorthiazide of HCT. De schuld van een vervuild voedingssupplement, bleek achteraf. Hij werd in 2009 door de Belgische Wielerbond vrijgesproken, maar toen ging de UCI in de tegenaanval. Door het internationale sporttribunaal TAS werd hij alsnog voor twee jaar geschorst.

Vader Ronie «Heel die affaire heeft ons zwaar getekend. Het heeft ons ook dichter bij elkaar gebracht, want veel vrienden had hij niet meer over. Ik zei hem eerst: ‘Je moet niet liegen, je hebt gepakt: alles staat hier zwart op wit.’ Er was op dat moment dus níémand die hem geloofde, zijn vader incluis. Tot hij kwaad werd en riep: ‘Stop met mij te wantrouwen, of je bent mijn vader niet meer!’ (Krijgt het moeilijk) Dat spijt me enorm, natuurlijk. Het was een moeilijke tijd, ik vreesde zelfs voor een wanhoopsdaad. Onterecht, achteraf gezien.

»Toen suggereerde iemand dat het weleens om een vervuild voedingssupplement kon gaan, want het gebruik van juist dat product was onlogisch. Daarna zijn de procedures begonnen, en het is nog niet gedaan: het dossier Keisse is al een kamer groot (zucht).

»In die periode verloor Iljo op korte tijd ook nog eens zijn beste kameraden: Dimitri De Fauw en Wouter Weylandt. Ook met Frederiek Nolf en Frank Vandenbroucke was hij trouwens goed bevriend. Ik vraag me nog altijd af hoe hij dat allemaal verwerkt heeft.»

‘Ik lag knock-out op de vloer, en dan hebben ze me er nog enkele stevige kloppen bij gegeven,’ zo beschrijft Iljo Keisse de jaren waarin er niks goeds leek te gebeuren in zijn leven.

Keisse «Die rechtszaken en de jaren dat ik aan de kant heb gestaan zijn klein bier vergeleken met het verlies van Wouter en Dimi. Dat je twee beste vrienden zo kort na elkaar sterven, vind ik niet normaal. Je zit al op een rollercoaster van emoties door die rechtszaken, en dan krijg je dat er nog eens bij. Het was te zwaar om nog gezond te zijn. En het heeft me veranderd: niet beter gemaakt, maar wel sterker. Al heb ik ook zwakke momenten. Als iemand me voor de koers een foto van Wouter toont, bijvoorbeeld, of als ik in de Giro in de regen en de sneeuw moet afdalen: dan denk ik in elke bocht aan hem.»

HUMO Heb je hun dood al een plaats kunnen geven?

Keisse «Ik moest wel, maar het blijft moeilijk. Ik zal me er nooit bij kunnen neerleggen. Van Wouter was het een ongeval, maar met de zelfmoord van Dimi (in 2009, red.) heb ik het nog veel moeilijker: ik kan er echt niet bij. De week voordien zaten we nog in Grenoble, en reden we samen naar huis. We waren mekaar even uit het oog verloren, maar we hadden elkaar die week duidelijk teruggevonden: het was weer lachen, zeveren en zingen als vanouds. En dan een week later die zelfmoord.

»(Zwijgt) Eigenlijk kan het niet anders dan dat het me sterker gemaakt heeft: een slechte dag is geen slechte dag meer, want ik ben hier nog. Een slechte dag is gewoon een moeilijke dag: ik heb de dingen anders leren zien. Er zijn enorm zwarte periodes geweest: wekenlang bleef ik de hele dag in bed liggen en deed ik niks anders dan slapen. Ik kon niks meer, en het werd alleen maar erger. Achteraf besefte ik dat het een depressie geweest moet zijn. Maar ik ben eruit gerold en heb de draad weer opgenomen – het had niet veel langer moeten duren.»

HUMO Hoe ben je die donkere periode doorgekomen?

Keisse «Dankzij mijn vrouw en mijn kinderen. Ik zou niet weten hoe het zonder hen zou gelukt zijn. Een kind verandert alles: mijn oudste zoon Jules is vier jaar geleden geboren, René, de jongste, is één jaar oud. Ook de fiets heeft me gered. Fietsen geeft me zuurstof: ik ben alleen en tegelijk ook niet: ik zit in een andere wereld en praat luidop. Niet de ganse weg, hè, ik ben geen psycho (lacht). Nu Wouter er niet meer is, train ik altijd in mijn eentje. Ik kan niet met iemand anders trainen.»

HUMO Volgens je vader ben je ook minder sociaal dan iedereen denkt. Als je hem opzoekt in zijn café, zou je het liefst van al in een hoekje kruipen.

Keisse «Ik ga langs de toog meteen naar de keuken, uit het zicht van iedereen. Het is ook niet zo gemakkelijk: mensen kennen míj wel, maar ik ken bijna niemand. Als ik ergens ben, moet ik altijd maar praten over de koers. Dat is een vast patroon geworden, ik zit daar volledig in vast.

»Ik ben heel gesloten: als ik problemen heb, ga ik fietsen. En als ik dan weer thuis ben, zijn ze opgelost.»

HUMO Heel anders dan je boezemvriend Wouter. Dat was een levenskunstenaar.

Keisse «Hij was altijd vrolijk, en hij was ook diegene die me opmonterde als ik het moeilijk had. Wouter slaagde erin om van het leven te genieten, tijd te maken voor zijn vrienden en toch te leven als een topsporter. Ik weet nog altijd niet hoe ik dat moet doen. Ik heb één vriend, voor de rest heb ik enkel tijd voor mezelf. En mijn gezin. Hoe je het ook draait of keert: ik leef met oogkleppen op en ben een egoïst. Deze morgen stond An-Sofie om zes uur op en zorgde ze alleen voor de twee kinderen, omdat ik wilde blijven liggen. ‘Stap dan toch even uit je bed, help mee en kruip er daarna weer in,’ denk je dan. Maar nee, ik ben bezig met mijn sport – daar steek ik het in ieder geval op. Als er iets te doen is en het past niet in mijn kraam, dan gaat het niet door. Maar misschien zijn dat de opofferingen die ik maak voor mijn carrière, en komt het later nog goed.»

HUMO Ook Patrick Lefevere heeft je uit het dal helpen klauteren, door je een contract te geven.

Keisse «Ik ben Patrick enorm dankbaar voor de kansen die hij me gegeven heeft. Door dat gedoe met die schorsing stond ik voortdurend langs de kant, waardoor ik niet meer op een aanvaardbaar niveau raakte. Als hij me op straat had gezet, had ik er alle begrip voor gehad.»

HUMO Je had nog het niveau van een kermiscoureur, zei hij me.

Keisse «Eind 2011 ben ik bij hem geweest. Mijn contract liep af en ik had een brief gekregen waarop stond dat ik mijn materiaal moest inleveren. De ploeg was zelfs al op stage vertrokken. Toen heb ik hem gesmeekt: ‘Doe wat je wil, betaal me het absolute minimumloon, maar geef me nog één kans.’ Hij heeft geluisterd, en sindsdien is het op sportief vlak crescendo gegaan. De besprekingen gaan sindsdien heel vlot: ik zeg: ‘Ik ben hier supercontent, ik wil niet naar een andere ploeg en welk bedrag er ook in uw hoofd zit, het is goed voor mij!’ (lacht) Als iemand je uit de nood helpt, vergeet je dat nooit.»

Hoog in de piste

Nog enkele dagen eerder, in een brasserie aan het Oude Justitiepaleis in Gent. Advocaat Walter Van Steenbrugge licht de rechtsgang van Keisse toe: een kluwen, maar vooral ook een lijdensweg die in 2008 begon en nog steeds aan de gang is.

Walter Van Steenbrugge «We zijn hoog in de piste gaan rijden, als regelrechte kamikazes. We hebben nu beslag laten leggen op de gelden van de UCI – ze moeten een dwangsom van 100.000 euro betalen omdat ze Iljo onterecht uit competitie hebben gehouden.

»De UCI is begonnen met procederen toen de Belgische Wielrijdersbond hem vrijsprak in 2009 – hoewel zijn onschuld was bewezen, dus. En dat deden ze met een heel bataljon advocaten, want ze waren bang dat de vrijspraak ook in andere landen navolging zou krijgen – het Bosman-arrest zindert nog na in de sportwereld. Je zag ook de machtswellust van de organisatie, ze waren echt te kwader trouw: met procedures hoopten ze Iljo klein te krijgen, op een nietsontziende manier. Want zij wisten ook: die Keisse is maar een kleine renner. Als we blijven doorgaan met procederen, kan die onmogelijk de gerechtskosten betalen. Maar zowel Johnny Maeschalck als ik hebben besloten onze erelonen te laten vallen.

»Het TAS beschikte niet eens over een dossier, meer nog: ze wilden dat wij het zouden vertalen. Kostprijs: 67.000 euro. Terwijl er bij de zaak van Alberto Contador zomaar voor een simultane vertaling werd gezorgd. Het zegt alles over de onrechtvaardige, willekeurige aanpak van de UCI. Kwam daar nog bij dat ze dreigden om zowel Iljo’s vergunning af te nemen als die van zijn ploeg. Gelukkig is Patrick Lefevere altijd blijven geloven in Iljo’s onschuld.»

HUMO Hoe moet het nu verder?

Van Steenbrugge «De UCI is in Cassatie gegaan tegen het betalen van die dwangsom. En er lopen nog andere zaken, zoals het beroep van de producent van het vervuilde voedingssupplement. Maar ik wil nóg verder gaan: de UCI moet op zijn knieën, en ik wil een degelijke schadevergoeding voor Iljo. Hij moet aan zijn spaarboek denken, en aan de renners die na hem komen en ook met die willekeur in aanraking zullen komen. Maar het is aan hem om die beslissing te nemen. Want als we tot op het bot gaan, zijn we voor tien jaar vertrokken – tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.»

Keisse voelt zich niet geroepen om die strijd te voeren.

Keisse «Ik heb geen zin in nieuwe rechtszaken, om opnieuw op dat bankske vooraan te gaan zitten. Het enige wat ik wilde, was opnieuw kunnen fietsen. Toen dat het geval was, was voor mij alles afgesloten. Dácht ik, want die andere zaken blijven lopen… Telkens als er iets binnenkomt van een deurwaarder, een betekening of een conclusie, is mijn dag eraan: ik ben dat kotsbeu, mijn maag keert ervan om. Door verder te procederen maak ik het mezelf ook moeilijk: mijn carrière is nog niet voorbij, ik wil niet te hard tegen de schenen van de UCI blijven schoppen.»

HUMO Toch heeft jouw zaak veel weg van klassenjustitie.

Keisse «Ja, maar moet ík die strijd voeren? Dat is de taak van renners als Contador en Fränk Schleck. Als zij recht in hun schoenen staan en vinden dat hun onrecht is aangedaan, moeten zij het doen. Contador verdient miljoenen euro’s per jaar, dan is het een kleintje om een procedure op te starten.

»Ik blijf wel met een wrang gevoel zitten – ik zou niets liever willen dan het TAS aanvallen en daar de boel platleggen. Maar als je ziet wat ze al gedaan hebben om mij klein te krijgen, terwijl ik alleen nog maar voor mijn rechten ben opgekomen, wat moet dat dan niet zijn als je ze echt aanvalt? Het blijft ook een kleine wereld: ik ben Pat McQuaid nog tegengekomen in de Ronde van Turkije. Zo’n etter krijgt geen hand meer van mij. Ik heb daarom Brian Cookson, de nieuwe voorzitter, gesteund in zijn campagne, en dat heeft hij ook geapprecieerd.»

HUMO Ten tijde van het USADA-dossier kregen veel renners strafvermindering in ruil voor hun medewerking. Heb je het daar niet moeilijk mee?

Keisse «Je kan geen twee zaken met elkaar vergelijken, het is zo complex. Ik vind het wel schandalig dat ze een smerig varken als Danilo Di Luca strafvermindering hebben gegeven, terwijl ze goed wisten wat hij uitstak, en dat hij er goed geld mee heeft verdiend.»

Domper in Peking

HUMO Vraag je je soms af hoe je leven er zou hebben uitgezien als Wouter en Dimi nog zouden leven, en die schorsing en alle perikelen eromheen er niet waren geweest?

Keisse «Nee, die vraag stel ik me niet meer. (Zwijgt) Maar ik ga nu heel eerlijk zijn. Ik werd al heel jong prof, en dan maak je van je hobby je beroep – een jongensdroom komt uit. Vervolgens win je zesdaagsen, verdien je geld en word je de vedette in Gent: allemaal vree plezant. Alles wat ik wilde, lukte ook. Tot ik op de Spelen van Peking in 2008 met Kenny De Ketele in de ploegkoers nipt naast een gouden medaille greep. Dat was een domper, en plots zei wielrennen me niks meer: ik had het allemaal gezien. Het gevoel dat ik toen had, merk ik nu soms bij jonge, talentvolle wielrenners om me heen: ze rijden maar wat doelloos rond, zonder er veel voor te doen. Ik ben daar dus ook gepasseerd, maar bij mij was het snel voorbij: die dopingzaak sloeg me meteen buiten westen, en er volgden nog klappen. Maar ik ben rechtgekropen en durf nu te zeggen dat ze me moeilijk weer plat zullen krijgen. Dus, om op je vraag te antwoorden: ik weet niet of het allemaal beter zou geweest zijn. Van vrienden verliezen word je zeker niet beter, en van die rechtszaken ook niet. Maar ik ben ook veranderd, in positieve zin. Ik weet beter dan ooit waar het allemaal om draait. Verdorie, weer kippenvel (lacht).

»Weet je wat het is: ik word 32 jaar, maar in het peloton rijd ik rond als een neoprof. Ik zit weer goed in mijn vel en ben zo blij als een kind als ik aan de start van een klassieker sta.»

HUMO Het zondagskind lijkt gelouterd, en vooral: niet verbitterd.

Keisse «Nee, bitter ben ik enkel ten opzichte van de UCI. En voor een zondagskind heb ik te veel tegenslag gekend. Ik heb veel kansen gekregen, maar ik heb ze ook altijd met beide handen gegrepen.

»Ik zit wel in met An-Sofie. Winter en zomer ben ik altijd maar bezig, en we raken nooit eens weg. We zijn nog niet eens op huwelijksreis geweest, ook al zijn we bijna twee jaar getrouwd. Ik voel dat het bij haar begint te wegen, en ook bij mij – de druk in de ploeg is groot. Feesten is niet aan mij besteed, maar de knop zou toch af en toe moeten worden omgedraaid.»

★★★

We rijden terug naar zijn huis, als ik op zijn dashboard een foto van Wouter Weylandt opmerk.

Keisse «Wouter maakte ooit hetzelfde door als ik, ook hij onderging een tijdlang zijn leven als wielrenner. Maar hij sloeg zich erdoor en stelde zich nieuwe doelen. (Zwijgt) Mijn zoontje vraagt me weleens naar die man op de foto. Als ik hem uitleg dat dat papa’s beste vriend is, vraagt hij: ‘En waar is hij nu?’ Mijn vrouw en ik zijn niet gelovig, en dat zorgt voor pijnlijke situaties: ik weet echt niet wat ik hem moet zeggen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234