In de Tour van de valpartijen houden de wielerdokters de koers recht: 'Het is rampengeneeskunde'

Het peloton van de Tour de France is amper bekomen van de talrijke valpartijen of het begint al aan de gedoemde derde week. Parijs is nog ver, de renners zijn moe en prikkelbaar, en vooral: aan het einde van hun krachten. Enkel de wielerdokters krijgen de renners nu nog aan de praat. Terwijl ze hun wonden verzorgen, spreken ze hen moed in en vervullen ze de rol van biechtvader. Vandaag klappen drie dokters uitzonderlijk uit de biecht: ‘Onze dopingreputatie is onterecht, wij deden niks anders dan de schade beperken en erger voorkomen.’

'De sport is te gevaarlijk geworden: ik zou niet graag hebben dat mijn zoon koerst'

In hun dokterspraktijk hangen de truitjes van voormalige wielerkampioenen, getekend met uitvoerige woorden van dank. Toon Cruyt (56) draait al een jaar of twintig mee, aan de zijde van Patrick Lefevere. Joost De Maeseneer (62) heeft de langste erelijst en won in 2014 nog de Tour met Vincenzo Nibali. Hij doet het nu wat rustiger aan bij Wanty-Group Gobert, na hectische jaren met Bjarne Riis en Alexandre Vinokourov. Servaas Bingé (36) is de jonge, ambitieuze hoofdarts van Lotto-Soudal en bezig aan zijn tweede Tour de France. Allen waken ze over de gezondheid van hun renners, sturen ze een medisch team aan en delen ze één grote vrees: dat hun renner iets ernstigs zou overkomen.

Cruyt «Ik ben altijd blij als al onze renners heelhuids over de meet rijden. Dat de sprint in het honderd is gelopen, of iemand anders gewonnen heeft, is het minste van mijn zorgen. Er zijn altijd mannen die na twee dagen al met een handicap starten, door schaafwonden of een verstuikte pols. Eigenlijk gebeurt de grootste selectie in de Tour door de valpartijen.»

Bingé «Met Kris Boeckmans en Stig Broeckx heb ik al twee keer een kerngezonde renner, van het ene moment op het andere, schijnbaar levenloos op de grond zien liggen. Fijne mensen met wie je de avond voordien nog goede gesprekken hebt gevoerd en die plots moeten vechten voor hun leven. Ik ben een generatiegenoot van de renners en sta heel dicht bij hen. Misschien maakte dat het nog zwaarder.

»Het veiligheidsprobleem in het wielrennen wordt schromelijk onderschat. Als je de verhalen van de renners hoort, besef je: zij nemen beslissingen op leven en dood. Er wordt getrokken en geduwd, en het kleinste stuurfoutje kan zware gevolgen hebben. Ik ben ook ongeruster geworden, ik ben me meer bewust van het gevaar. Soms rij ik op het parcours voor het peloton, en denk ik met een bang hart: ‘Moeten ze echt via deze weg?’

»Na een zwaar ongeval wordt er altijd wel iets ondernomen, maar het debat wordt nooit ten gronde gevoerd. En anno 2017 vraag ik me af: waarom moeten we die mannen als gladiatoren in de arena zetten?»


GEHARDE SUPERMENSEN

HUMO Hoe behandel je renners na een valpartij? Er lijkt soms geen beginnen aan.

Cruyt «We beschikken over speciale verbanden, die mousserend werken en de wonde goed vochtig houden. Als je ze er twee dagen op laat, is alles al bijna geheeld.»

De Maeseneer «Ik werd in Quebec eens aangeklampt door een Franse verzorger: een renner van zijn ploeg, Maxime Bouet, was zwaar gevallen en ze hadden geen dokter ter beschikking. Bouet lag heel zielig te creperen op zijn kamer, zijn hele lichaam was geschaafd. Ik zei: ‘Ik zal u eens goed soigneren.’ Je moet weten: dat is iets wat enkel sportartsen kunnen, door de juiste medicatie en de juiste verbanden. De dag nadien heeft hij mij omhelsd: hij had na twee nachten eindelijk kunnen slapen. Als hij mij ziet, spreekt hij er nog van.»

'Het is rampengeneeskunde. Er zou dan ook standaard een urgentiearts achter het peloton moeten rijden'

Bingé «Een renner riskeert elk beentje te breken. Maar in de Tour is alles uitstekend georganiseerd: er staat een half ziekenhuis aan de finish, met radiologie en een CT-scanner om inwendige letsels op te sporen. Ik sta altijd bij de aankomst, tenzij de organisatie mij niet koosjer lijkt; dan zit ik in de volgwagen. Ik vind dat er standaard een urgentiearts achter het peloton zou moeten rijden, of een mug. Het gaat toch om een soort van rampengeneeskunde. Bij de Champions League zit in elke hoek van het stadion een anesthesist: de UEFA neemt wel haar verantwoordelijkheid.»

Cruyt «Piotr Wadecki was in 2002 in Tirreno-Adriatico met zijn hoofd tegen een borduur gevallen. Er zat een gat in zijn schedel en dat hadden ze genaaid, maar er waren geen foto’s genomen. Hij reageerde niet normaal, en ik wist: dat is hier niet in orde. Uiteindelijk bleken er drie stukken van zijn schedel in zijn hersenen te zitten. We zaten helemaal in het zuiden van Italië, en ze wilden hem met de ambulance naar Napels vervoeren – een rit van drie uur. Dat heb ik geweigerd, en uiteindelijk is er een helikopter gekomen. Maar in dat ziekenhuis van Napels lagen er 150 mensen op de spoedafdeling – niet normaal – en niemand kwam ons helpen. Piotr begon comateus te raken, en na veel moeite ben ik erin geslaagd een chirurg te vinden die Engels sprak en die ons meteen geholpen heeft. Ik ben de hele week in het ziekenhuis gebleven.»

HUMO U hebt zijn leven gered?

Cruyt «Ik zag hem onlangs in de Giro, met zijn vrouw en kinderen. Tegen zijn dochter zei hij: ‘Dankzij deze meneer herken ik jou nog.’»

HUMO Kunnen renners meer aan dan de gemiddelde mens?

Bingé «Als een renner zegt dat hij pijn heeft, dan heeft hij véél pijn. Iemand van de ploeg klaagde eens dat hij geen lucht kreeg. Bleek dat hij astma had, wat een verminderde longcapaciteit van 20 procent betekent! Iemand anders had allang een ambulance gebeld.

»Hun lichamen genezen ook veel sneller: Frederik Frison herstelt van een zware bekkenbreuk en hoort normaal nog op een ziekenhuisbed te liggen, maar hij doet nu al trainingen van drie uur. Het eerste wat een renner na een valpartij doet, is zijn fiets zoeken en verder rijden – dat zegt al genoeg.»

De Maeseneer «Het zijn supermensen. Ze zijn enorm gehard en kunnen veel verdragen. Je mag ze niet vergelijken met andere patiënten uit je praktijk. Daarom moet je je grens als dokter ook een beetje verleggen: iemand met een kneuzing heeft nood aan enkele weken rust, een renner maken we klaar om de dag nadien te koersen.»

HUMO ‘Pijn is een irrelevante factor,’ hebt u ooit gezegd.

De Maeseneer «Ja, al waken we in de eerste plaats altijd over de gezondheid. Ik heb als arts mijn eed afgelegd, en zal daar nooit tegen zondigen.»

HUMO Tyler Hamilton reed in 2003 de Tour uit met een gebroken sleutelbeen. Was dat nog verantwoord?

De Maeseneer «Hamilton was een speciale kerel: niet normaal hoe hij die pijn kon verdragen. Ik weet nog hoe hij bij het ontbijt in zijn onderlijfje zat, helemaal blauw en voorovergebogen van de pijn. ‘Nu moet je toch stoppen, het is goed geweest,’ sprak ik hem toe. Maar hij weigerde, keer op keer. En aangezien het geen levensbedreigende situatie was, heb ik hem laten doen. Maar het was op het randje, dat geef ik toe. Wat ik toen niet wist: ze waren een film over hem aan het maken en die Amerikaanse filmcrew heeft hem zéker beïnvloed.»

Bingé «Een renner die een hersenschudding heeft opgelopen, start sowieso niet meer. Ik neem de beslissing voor hem – dat wordt geapprecieerd. Een gebroken rib is iets anders, dat bespreek ik eerst. Ik schets de problemen: je kan niet meer optimaal ademen, als je opnieuw valt, riskeer je een longperforatie... En als hij toch verder wil rijden, nemen we de nodige voorzorgen.»

HUMO Zou je ook kopman André Greipel uit de koers nemen als hij een lichte hersenschudding had, wetende dat de ploeg daarmee onthoofd is en sponsors en ploegleiding met de handen in het haar zitten?

Bingé «Natuurlijk, ik stel mijn veto. Anders riskeert hij concentratie- en geheugenproblemen voor de rest van zijn leven.»

Cruyt «Niemand kan me ompraten: als ik zeg dat iemand niet mag starten, dan wijk ik niet meer van mijn standpunt af. Ik heb lang geleden wel discussies gehad. Maar dat was met ploegleiders die eerder aan zichzelf dachten dan aan het welzijn van hun renners.

»Gert Steegmans heb ik wel ooit één dag laten doorrijden, met een gebroken beentje in zijn pols. Maar daarna was het over: hij kon zijn hand onmogelijk nog op zijn stuur houden. En Tony Martin was de eerste dag in Corsica al zwaar gevallen: zijn hele vel was van zijn lijf geschuurd. Maar ja, ook dat houdt hen niet tegen.»


STEIL BERGAF

HUMO Hoe ziet jullie dag er tijdens de Tour uit?

Cruyt «Na een rit ga ik altijd langs de kamers van de renners: ik neem hun bloeddruk, voel hun pols en vraag hoe ze zich voelen. Al hun gegevens worden opgeladen in een centraal datasysteem. Ook de dichtheid van de urine controleren we, om te zien of ze genoeg gehydrateerd zijn. Zo kunnen we hun gezondheid goed opvolgen. Als er eentje op zijn tandvlees zit, meld ik de sportdirecteurs dat ze de renner in kwestie een beetje moeten sparen.

'Iemand met een kneuzing heeft nood aan enkele weken rust, maar een renner maken we klaar om de dag nadien te koersen'

»Ik ga meestal met de bus mee naar de aankomst, en daar sta ik de renners op te wachten. Ik kijk naar de finish op een kleine televisie, samen met 150 verzorgers en heb er geen idee van wie wint. Vrije tijd is er nauwelijks, vooral omdat we altijd stand-by moeten staan. Als er een dopingcontrole is om 6 uur ’s morgens of om 11 uur ’s avonds, ben ik er altijd bij. Maar een goed glas wijn op het einde van de dag is standaard inbegrepen (lacht).»

De Maeseneer «Bij het onbijt zie ik al hoe het met de renners gesteld is. We zitten er heel kort op, alsof ze een lijfarts hebben. En na de finish ga ik mee naar de dopingcontrole, zoals al mijn collega’s. Je moet zien dat alles goed verloopt en dat er geen fouten gebeuren. Na de rit tref je in de bus soms halve lijken aan, zeker na de bergritten. Dan laat je ze even bekomen en herstellen. Maar het is nooit zo erg als na Parijs-Roubaix, daar lijkt het alsof de renners recht uit de Eerste Wereldoorlog komen.»

Bingé «Het ontbijt is het rustigste moment van de dag. En daarna ga ik mee op de bus, hopend dat er niet te veel valpartijen gebeuren. Anders is het wonden uitkuisen en steentjes uit het voorhoofd pulken. In het hotel doe ik mijn ronde. En voor het slapengaan ga ik nóg eens langs. ‘Ik ga de jongetjes in bed steken,’ zeg ik dan altijd. Op die momenten spreken ze me aan als er echt een probleem is, dan wordt alles gezegd en benoemd. Ze maken zich zorgen dat ze niet kunnen uitrijden, of hun dochtertje is ziek en ze zitten met hun gedachten thuis. Dan moet je enkel een luisterend oor zijn. Het zijn mooie momenten: je zit ergens in de hoek van de kamer, er liggen twee renners op hun bed. Dan besef je dat je iets voor hen betekent, en voel je hun onzekerheden.»

Cruyt «Ik ben er ook als biechtvader, en niet alleen voor de renners. Als er problemen zijn, probeer ik ze uit te klaren.»

De Maeseneer «Ik zie me niet uitsluitend als dokter, maar ook als psycholoog – vanuit de buik. Ik praat veel met de renners, ken hun achtergrond en weet hoe hun families het stellen.»

Bingé «Je leeft met die gasten mee, van het begin van het seizoen tot het einde. Als in de Ronde van Vlaanderen zes van onze renners hebben opgegeven, voel ik óók hun pijn en teleurstelling.»

HUMO Wanneer beginnen de problemen?

Cruyt «Voor de start: ze hebben dan al last van kleine kwaaltjes. Gewoon van de stress: iedereen is bang om te falen, zelfs de vierde man in de sprinttrein.»

Bingé «De renners zijn niet alleen enorm afhankelijk van hun lichaam, ze zijn er zich ook meer bewust van dan andere mensen: elk microvezeltje in hun spier dat samengetrokken zit, voelen ze. En als ze daar last van hebben, moet dat opgelost worden. Punt. Ze mogen me dag en nacht bellen, en dat doen ze ook. Een renner heeft het recht om egoïstisch te zijn.

»Ik ben vooral bang dat ze ziek worden. Hun immuniteit is omgekeerd evenredig met hun vormpeil. En als je met koorts fietst, loop je het risico op latere leeftijd hartritmestoornissen te krijgen. Maar als dat in het begin van de Tour gebeurt, zitten we met een enorm probleem. Dus brengen we de koorts wat naar beneden. Het is aanvoelen wat je moet doen. Er zijn verhalen van renners die in het begin ziek waren en in de laatste week een rit winnen.»

Cruyt «Het belangrijkste is dat ze blijven eten. Bij mannen die geen honger meer hebben en na een halfuur nog niet beseffen dat ze aan tafel zitten, weet je dat het steil bergaf aan het gaan is. Ze recupereren niet meer.

»Meestal zie je de eerste slachtoffers na de eerste doortocht door het hooggebergte. Of na een rustdag. Er zijn jonge renners die geneigd zijn op zo’n dag niks te doen, maar dan gaat je lichaam meteen in recuperatiemodus en ben je de dag nadien een wrak. Een heel raar fenomeen: het is alsof je je lichaam wakker moet houden.»

HUMO Speelt de hitte de renners parten?

Cruyt «We zorgen dat ze genoeg gehydrateerd blijven. We controleren goed, want als het boven de 40 graden is, koel je niet meer goed af. En als je lichaamstemperatuur boven 39 graden geraakt, wordt het gevaarlijk en beginnen renners raar te doen. Alsof de elektriciteit in hun hoofd niet goed meer werkt. Ik heb in Australië gezien hoe een renner in een bocht rechtdoor reed. Dit jaar was het in Argentinië 50 graden. We hebben geprobeerd de koers te annuleren, maar we waren de enige ploeg die dat nodig vond. Voor hetzelfde geld verongelukt er iemand.»

De Maeseneer «’t Zijn zulke sterke kerels, die kunnen tegen een stootje. In Qatar was het zogezegd ook warm, maar ik vond het nog best te doen. En in combinatie met de juiste dranken en supplementen lukt dat perfect.»

Cruyt «In de Tour zorgen we dat ze een ijsbad kunnen nemen. Soms gebeurt dat ’s avonds, dan slapen ze beter. We hebben ook onze eigen matrassen mee, mobiele airco’s en luchtverversers. Er zijn nog veel hotels met tapijten en bijna alle renners zijn daar allergisch voor. De slaapomstandigheden moeten goed zitten.»

Bingé «Klopt. Als je een paar nachten niet goed slaapt, begint je lichaam pijn te doen en raak je nóg vermoeider dan je al bent. De omkaderende programma’s op televisie worden uitgezonden vanuit geweldige locaties, maar bij ons is het niet allemaal glitter en glamour.»

HUMO Enkele jaren geleden wilde Team Sky Chris Froome in een aparte camper laten slapen, op de parking van het hotel.

Bingé «Een goed idee, zo creëer je altijd de ideale omstandigheden. Als de Internationale Wielerunie (UCI, red.) het niet verboden had, had nu elke ploeg er één.»

HUMO Dokter De Maeseneer, dankzij u zweert Vincenzo Nibali bij acupunctuur.

De Maeseneer «Mijn goede vriend Eddy De Smedt is acupuncturist. Hij heeft ons tijdens de Tour van 2014 bijgestaan. Renners komen door de stress moeilijk tot rust, maar als Eddy rond middernacht zijn naalden ging prikken, lagen ze er allemaal relaxed bij. Vooral Nibali was blij met die steun. Ik was al blij dat ze rustig in hun bed lagen en niet met hun smartphone bezig waren.»


SCHUREND ZEEMVEL

HUMO Is de Tour in de laatste week vooral een overlevingstocht?

Cruyt «Bijna allemaal kampen ze met zitvlakproblemen: kleine zweertjes, waar ze een hele dag op moeten zitten. En als het zeemvel uitdroogt, begint het te schuren. Daar plakken we dan plakkers op, om geen wrijvingen meer te hebben.

»Je kan het zo samenvatten: de eerste week hoor je nog geen geklaag, maar daarna neemt het exponentieel toe (lacht). En als het minder goed gaat, zoeken ze een oorzaak. En dan moet iets of iemand eraan geloven.»

Bingé «In die laatste week zijn er ook veel infecties aan de luchtwegen, door al die temperatuurwisselingen die ze moeten ondergaan. Niet alleen door de airco in de hotels: tijdens de koers is het boven op een col 10 graden, terwijl je in het dal boven de 30 graden zit.»

De Maeseneer «Elke renner is bang om volledig leeg te raken. Lieuwe Westra heeft zelfs eens op de Champs Elysées opgegeven. En als ze met diarree zitten, kan je het ook vergeten. Met de entree van de koks is dat probleem wel verminderd: zij gaan zelf het eten kopen en wassen de groenten zoals het hoort.»

Cruyt «Een echte ronderenner komt er niet door in de derde week, zoals soms wordt gezegd: de rest zakt gewoon weg. Een ronderenner begint met een hematocriet van 44 en zakt naar 43. De andere renners zitten bij de start op 44, en eindigen op 39. Vroeger gaven ze natuurlijk gewoon epo of bloed bij. Voor Tom Boonen was de Tour een marteling: hij was niet gemaakt voor grote rondes – hij had van nature een lage hematocriet en die zakte ook fel.

»Op de laatste avond van de Giro kreeg Laurens De Plus plots meer dan 40 graden koorts: hij was volledig op, zijn immuunsysteem was wég. We geven om die reden dagelijks supplementen, om alle tekorten aan te vullen.»

HUMO Er is een tijd geweest dat een renner wel 70 supplementen moest nemen.

De Maeseneer «Dat was bij het begin van de no needle policy. Vroeger werd voor alles een spuit gegeven of een baxter gestoken. Maar dat is voorbij, dankzij de supplementen. Toen ik pas bij Astana kwam, lag de tafel vol met pillen. Niks verkeerds, in hoofdzaak vitaminen, maar elke renner mocht er zoveel van pakken als hij wilde. Dat heb ik meteen afgeschaft: zij moeten over zulke dingen niet nadenken, dat zal ik wel doen. En bovendien moet het geïndividualiseerd worden. Ik ga elke dag langs de kamers en geef elke renner twee doosjes: één voor ’s avonds en één voor ’s morgens – mijn magische doosjes, noem ik ze (lacht). Vitaminen, mineralen, aminozuren, antioxidanten, enzovoort. Samen met de juiste voeding krijgen we een renner zo op een correcte manier door de Tour.»

Cruyt «Dat baxters verboden zijn, vind ik overdreven. De UCI wilde heiliger zijn dan de paus en dat is geen goede zaak. In andere sporten is het wel nog toegelaten.»

Bingé «Sinds de no needle policy moeten we alles wat een renner nodig heeft, door de mond en de maag pompen. Terwijl het maag-darmsysteem van nature al heel zwak is. Als daar infecties ontstaan, zit je met een groot probleem.

»Een renner die onderkoeld is, kan er met een infuus meteen weer bovenop raken. Nu moeten we hem in warme dekens inpakken en thee geven. We stellen ons dikwijls de vraag: moeten we medisch het juiste doen of blijven we binnen de regels die zijn opgesteld door het Wereld Anti-Doping Agentschap?»

De Maeseneer «Met de juiste voeding bereiken we evenveel als vroeger met die spuiten. En wat is het gezondst, denk je? Ik heb Alain Collewet, een voormalige sterrenchef, gevraagd om mee te gaan naar de Tour en exclusief voor de renners te koken. In de Dauphiné is hij de eerste keer mee geweest: ik heb Guillaume Martin zijn bord zien aflikken, de renners waren er enorm mee opgezet. Het geeft een mentale boost.»

Bingé «Eten is enorm belangrijk, het voedt lichaam en geest. Na de koers hebben wij altijd een soort feestbuffet klaarstaan. We verwennen de renners met lekkere fruitbrochettes en zo. Een pita of een tiramisu: het passeert allemaal in de Tour. En van choco en mayonaise maken we geen probleem.»

Cruyt «Een kok kent ook de voorkeuren van elke renner: Richard Virenque at enkel gewoon gekookte patatten.»

HUMO Is het gewicht van sommige renners nog steeds een probleem?

Cruyt «Ik vind dat er te veel gefocust wordt op het gewicht. We hebben al meer renners met een te laag gewicht gehad dan met een te hoog. We hebben er daardoor zelfs al verloren, en er was ooit iemand bij wie zijn magerzucht tot osteoporose had geleid. Als hij viel, brak hij bijna alles.»

HUMO Dan Martin ziet er écht ondervoed uit.

Cruyt «Je kan er mager uitzien en nog een normaal voedingspatroon hebben. Bij hem is dat het geval. Ze moeten normaal eten, daar ligt de grens. We hebben een renner gehad die alles op zijn kamer er weer uitkotste. Gelukkig kwam zijn kamergenoot het mij vertellen. Ze leggen het zichzelf op: ze horen iemands vetpercentage en dan willen ze dat ook. Zo redeneert een renner nu eenmaal.»

De Maeseneer «Iemand kwam me zeggen dat hij met Kerstmis enkel een potje rijst had gegeten. Hij was zo mager dat hij niet meer vooruitkwam. Pas toen hij opnieuw normaal at, reed hij ook weer zoals het hoorde. Fabian Cancellara won de Ronde van Vlaanderen met het hoogste vetpercentage van de ploeg.»

Bingé «Wij proberen eetproblemen met onze begeleiding te voorkomen. De renners hebben een voedingsplan en weten exact hoeveel ze per dag móéten eten en drinken. Wat ook opvalt: de toppers hebben een groot zelfregulerend vermogen, die kennen dergelijke problemen niet.»


GANGSTERS MET EPO

HUMO Is het gezonder om de Tour te rijden mét epo dan zonder?

De Maeseneer «Zeker. Het lichaam van de renner zal minder uitgeput raken, en dus gezonder blijven. Maar het mag niet en ik ben er geen voorstander van. Waar ga je de lijn trekken om misbruiken tegen te houden? Je kan de deur niet op een kier zetten of er zit iemand tussen.»

'De renners van nu zijn heel afkerig van doping. De gevaarlijkste zijn degenen die op hun eentje dingen gaan uitspoken'

Cruyt «Zinvoller lijkt mij: een Tour van twee weken. De derde week is er voor de meeste renners immers te veel aan. Je zal mooiere koersen krijgen en de betere renners zullen zich geen veertien dagen wegsteken en sneller uit hun schelp komen.»

Bingé «Als je epo neemt, leg je je eigen productie stil. Is dat gezond? Ik vind ook: maak de Tour korter.»

HUMO Armstrong was benieuwd naar de zogezegde nieuwe moraal in het peloton, als er opnieuw een onopspoorbaar wondermiddel als epo de ronde zou doen.

De Maeseneer «Armstrong was een renner van wereldklasse. Ook zonder doping had hij de Tour gewonnen, maar waarschijnlijk geen zeven keer. Ik ben er zelfs van overtuigd dat hij niet eens zoveel heeft genomen. Het zit tussen hun oren: ze denken vooral ze dat ze niet zonder kunnen. Renners grijpen alles aan, daarom mag je ze zeker niet vrijlaten. Het is hetzelfde met slaapmiddelen: ik zeg niet dat ik ze nooit geef, maar ik laat de renners er niet aan wennen. Want anders willen ze iets om te slapen, en daarna iets om wakker te worden.»

Cruyt «Ik geef zo weinig mogelijk medicatie, hun maag wordt al genoeg belast. Ontstekingsremmers krijgen ze als het niet anders kan, net als slaapmiddelen: ik probeer ze aan het verstand te brengen dat slaapmiddelen de kwaliteit van hun slaap niet ten goede komen.»

HUMO Kun je de Tour winnen zonder doping?

De Maeseneer «Al geruime tijd. Ik steek voor niemand mijn hand in het vuur, maar toen we in 2008 met Carlos Sastre wonnen, gebeurde het al op een cleane manier.»

Cruyt «De renners van nu zijn heel afkerig van doping. De gevaarlijkste zijn degenen die op hun eentje dingen gaan uitspoken. Vroeger doorzochten we de valiezen van de renners aan het begin van de Tour. Dat was pas een slechte basis om mee te beginnen.»

Bingé «Ik steek ook voor niemand mijn hand in het vuur: een renner in paniek kan domme dingen doen. Het is mijn taak dat te voorkomen. Er is interne controle: er wordt regelmatig bloed afgenomen. En als we twijfelen, controleren we nog eens.»

De Maeseneer «Ik ben pas na de Festina-Tour van ’98 opnieuw voor een wielerploeg beginnen te werken. Ik was er begin jaren 90 mee gestopt – epo kwam eraan, en aan die spelletjes wilde ik niet meedoen. Het is één van de belangrijkste beslissingen in mijn leven geweest, anders was ik mee ten onder gegaan en voor eeuwig besmeurd geraakt. Maar helaas was het na ’98 nog niet afgelopen met bloeddoping.»

HUMO Zijn jullie opgelucht dat die periode nu wel voorbij is?

De Maeseneer «Wij waren de controleurs van de ploeg, wij waren de mannen met de centrifuges. En ’s morgens maar vloeken als er renners weer een veel te hoog hematocriet hadden en dus achter onze rug dingen hadden uitgespookt. Schrijnende toestanden. Er waren er die veel te ver gingen, en dan stelden wij als arts ons veto tegen die renner. Maar wij waren niet de baas, al hield Bjarne Riis als teammanager wel degelijk rekening met ons.»

Cruyt «Die tijd mag nóóit meer terugkomen. Je kan daar niet alles over vertellen en dat is maar beter zo. Toen ik in ’95 bij de Franse ploeg Le Groupement begon te werken, was het werkelijk op zijn hoogtepunt. Renners gingen pillen pletten en oplossen in water om ze te kunnen inspuiten. Sommigen waren echt niet meer goed bij hun hoofd. Ze pakten echt álles, denkende dat ze enkel goed konden rijden als ze doping namen. Maar er waren veel middelen bij waarvan ze geen meter sneller reden en die vooral slecht waren voor hun lichaam.

»We hebben geprobeerd het misbruik binnen de perken te houden. En hen uit te leggen dat dopinggebruik hun gezondheid zou schaden. Vooral voor groeihormonen heb ik gewaarschuwd. Het was zaak te zorgen dat de jongeren er niet mee in contact kwamen. Bij de ouderen kregen we het er pas uit als ze stopten.»

De Maeseneer «De mensen denken dat wij halve gangsters waren, terwijl wij ons uiterste best deden om de renners te behoeden voor doping. Niemand van ons had er iets bij te winnen. De grote boosdoeners, zoals Fuentes, zaten niet in het peloton, hè. Alles werd buiten de ploeg georganiseerd, zo slim waren ze wel.

»Het is pas beter beginnen te gaan dankzij de out-of-competition controles, de whereabouts en de verbeterde detectiemethodes. Voor ons is het altijd maar gemakkelijker werken geworden. En de contracten zijn zodanig opgemaakt, dat het je heel veel geld kost als je op doping betrapt wordt. In de Tour die Nibali won, is hij 26 keer gecontroleerd. Zelfs eens vier keer in 24 uur. Mochten ze dat in andere sporten doen, ze zouden er veel pakken, hoor.»

Bingé «Veel artsen hebben aan damage control gedaan, en dat wordt vergeten. Mochten zij niet alles in goede banen hebben geleid, dan waren er misschien meer doden gevallen.»

HUMO Elk jaar is er wel een nieuwe rage in het peloton: steunkousen, ijsbaden, rode bietensap. Wat is het dit jaar?

Cruyt (lacht) «Het verandert om de drie dagen. Avocado’s worden met kilo’s aangevoerd. Waarom? Omdat iemand ermee afkomt en de rest het ook moet hebben. En alle soorten melk: sojamelk, rijstmelk, kokosmelk… Het lijkt wel een melkfabriek bij ons. En op rode bessen zijn ze tegenwoordig ook verzot.»

Bingé «Er is ook bij ons een avocadohype. Terecht: er zitten veel natuurlijke vetzuren in. En ze zijn verzot op noten, ook heel voedzaam. Heel veel van die zaken zijn placebo, maar: het is nu eenmaal belangrijk dat een renner voelt dat hij de cutting edge heeft op niveau van recuperatie.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234