Beeld Sander de Wilde

ReportageMobiliteit

‘In het centrum van Brussel is Koning Auto vanaf nu te gast’

In hartje Brussel is het rustiger dan ooit tevoren. De stad zag haar kans schoon, en doopte het stadscentrum om tot woonerf. ‘We zijn deze weg definitief ingeslagen.’

Met zijn stok stevig in zijn rechterhand steekt een oude heer tergend traag een brede kasseiweg in het centrum van Brussel over. Terwijl de man zich op de straatstenen concentreert, ontstaat een korte rij wachtende auto’s. Pas als hij aan de overkant is, trekken ze weer op.

Brusselaar Geert Van Waeg aanschouwt het tafereel met een mengeling van verbazing en tevredenheid. ‘Zo veel hoffelijkheid ben ik niet gewend. Normaal gesproken waren die automobilisten allemaal gaan claxonneren,’ zegt de voorzitter van de internationale voetgangersfederatie (IFP).

Sinds vorige week is het volledige centrum van de hoofdstad, ‘de vijfhoek’ in de volksmond, veranderd in een woonerf. Voetgangers mogen er midden op straat wandelen en hebben altijd voorrang, terwijl auto’s (en fietsers) niet sneller dan 20 kilometer per uur mogen rijden.

De ingreep geldt voorlopig voor drie maanden en is een direct gevolg van de coronacrisis. ‘Voetgangers en fietsers hebben meer ruimte nodig om zich aan de anderhalvemetersamenleving te kunnen houden,’ zegt verkeerswethouder Bart Dhondt (Groen).

Brussel is van oudsher een autostad, ingericht op pendelaars uit Vlaanderen en Wallonië. Dat betekent veel baanvakken voor de auto, en vaak krappe fiets- en voetpaden. Dat is een probleem nu de coronamaatregelen stukje bij beetje worden afgebouwd en het weer drukker wordt op straat. ‘Als we dat veilig willen doen, moeten we de openbare ruimte eerlijker verdelen,’ zegt Dhondt.

Beeld Louman & Friso

In de pittoreske Sint-Katelijnestraat is te zien waar hij op doelt. Aan weerszijden staan op de smalle stoep wachtrijen bij de voedingsjuweliers en speciaalzaken waar de straat bekend om staat. ‘Hier kun je elkaar onmogelijk op anderhalve meter afstand passeren.’

Toch valt op dat maar weinig wandelaars voor de straat kiezen. De meeste wurmen zich tussen de geparkeerde auto’s en de rijen op het trottoir door. ‘Mensen moeten nog wennen. Voelen dat het veilig is om voorrang te nemen,’ zegt Dhondt.

Eén van de weinige voetgangers die de straat verkiest is Eva Deroo. Met haar witte slechtziendenstok in de ene hand en haar rode boodschappentrolley in de andere loopt ze met ferme passen midden op de weg. ‘Hier durf ik dat wel,’ zegt ze. ‘In deze straat rijden auto’s altijd al traag omdat het zo smal is.’

Deroo is niet onverdeeld enthousiast over de invoering van het woonerf. ‘Het is heel chaotisch. Veel automobilisten lijken niet te weten dat ze nog maar twintig mogen rijden. Bij de drukke straten, zeker rond het centraal station, is het voor mij als slechtziende nu zelfs moeilijker om over te streken, omdat de verkeerslichten zijn uitgeschakeld. Auto’s stoppen niet meer automatisch bij de zebrapaden. Ik heb ook al twee slippende fietsers voor mijn voeten gehad terwijl ik overstak.’ Toch wil ze het initiatief niet meteen afschrijven. ‘Ik denk vooral dat er beter gecommuniceerd moet worden.’

Bloembakken als snelheidsvertrager

Bij een invalsweg aan de rand van het centrum concludeert Geert Van Waeg van de voetgangersbeweging hetzelfde. Hij wijst hij op het bescheiden formaat van de nieuwe woonerfborden: die zie je makkelijk over het hoofd. ‘Je mag automobilisten geen excuus aanreiken om zich niet aan de regels te houden. Bovendien, weet iedereen dat de maximumsnelheid op een woonerf twintig kilometer per uur is? Dat staat nergens expliciet aangegeven.’

Toch is Van Waeg blij verrast. ‘Op sommige plaatsen lijkt het wel autoloze zondag,’ zegt hij. Maar wanneer hij op de hippe Dansaertstraat een foto maakt, zoeft er wel een stadsbus vlak langs hem, overduidelijk sneller dan twintig kilometer per uur.

Dhondt benadrukt dat de invoering van het woonerf nog niet af is. ‘Vanwege de coronacrisis moesten we snel beslissingen nemen zodat mensen veilig naar buiten kunnen. We hadden al plannen om de vijfhoek de komende jaren autoluw te maken, maar die waren nog niet af. Dit is dus een experiment dat we voortdurend bijsturen.’

Dat past in de Brusselse traditie. Vijf jaar geleden werd de brede Anspachlaan in het centrum van de ene op de andere dag autovrij gemaakt. Pas nu begint het ook daadwerkelijk op een voetgangerszone te lijken; de werkzaamheden zijn nog bezig.

Om automobilisten eraan te herinneren dat ze een woonerf binnenrijden, komen er bloembakken en andere snelheidsvertragers bij de invalswegen, zegt Dhondt. Ook zijn de nieuwe verkeersregels binnenkort op digitale displays in de stad te zien en komen er radars die bestuurders wijzen op hun snelheid.

Vooralsnog zijn het tijdelijke ingrepen, al kijkt Dhondt verder vooruit. ‘Door de coronacrisis is het tekort aan fietspaden, schone lucht en verkeersveiligheid nog groter geworden. Het kan best zijn dat we besluiten dat op een aantal verkeersassen straks opnieuw dertig kilometer per uur gereden mag worden, maar we zijn deze weg definitief ingeslagen. Koning Auto is hier vanaf nu te gast.’

De aanleg van een pop-upfietspad in BerlijnBeeld Getty Images

Aanleg van pop-upfietspaden in Berlijn ‘een droom die uitkomt’

In Duitsland, en dus ook in Berlijn, is de weg meer het territorium van automobilisten dan van fietsers. Al lang belooft de Berlijnse Senaat de fietser meer veiligheid, maar nog altijd ontbreken fietspaden in veel straten. Berlijners stappen daarom nooit op de fiets zonder helm en fietsen vaak op de veiligere wandelpaden, een grote ergernis van voetgangers.

Maar de coronapandemie brengt verandering. In verschillende delen van de stad duiken opeens pop-upfietspaden op. De stad wil burgers aanmoedigen met de fiets te reizen in plaats van met het openbaar vervoer, omdat er meer besmettingsgevaar is in een gesloten ruimte. Waar eerder parkeerruimte was, bakenen nu dikke gele strepen de nieuwe fietspaden af.

Volgens het district Friedrichshain-Kreuzberg, waar de meeste pop-upfietspaden zijn aangelegd, stonden de paden al een tijd op de planning. Maar omdat ze nu een prioriteit zijn, worden de plannen in een sneltreinvaart uitgevoerd. Ook na de pandemie wil de stad de paden behouden voor fietsers.

De grootste Duitse autovereniging ADAC heeft grote kritiek op de aanleg van extra fietspaden en beschuldigt het Berlijnse Senaat ervan misbruik te maken van de noodsituatie. Maar voor fietsers zijn de pop-upfietspaden een grote overwinning. Lokale fietsactivisten noemen de paden ‘een droom die uitkomt’.

In Parijs zijn in allerijl nieuwe fietspaden aangelegd, zoals hier langs de Notre Dame.Beeld Photo News

Parijs legt 650 kilometer ‘corona-paden’ aan

Door de coronacrisis lijkt het er sterk op dat de fiets in Parijs en omstreken een echte kans krijgt. Het bestuur van de regio tast diep in de buidel om serieuze fietsverbindingen tussen de hoofdstad en de banlieu mogelijk te maken.

Er is al een begin gemaakt met het ambitieuze plan. Zo heeft de Avenue du Général Leclerc in het zuiden van de lichtstad een strook gekregen die alleen toegankelijk is voor fietsers. Het pad wordt gemarkeerd door tijdelijke rood-witte paaltjes.

Uitgangspunt voor de zogenoemde ‘corona-paden’ is een plan van negen routes. Ze zijn bedacht door lokale belangenverenigingen voor fietsers die zich hebben verenigd in een collectief. RER vélo heet het project, een verwijzing naar de forensentreinen met die naam. De fietspaden volgen in grote lijnen het spoor waarover de RER-treinen rijden. Elke route heeft zijn eigen kleur en letter, precies zoals de echte RER.

In totaal gaat het om uiteindelijk 650 kilometer fietspad. Het Île-de-France (de regio Parijs) stelt om te beginnen 300 miljoen euro beschikbaar voor de paden en de tunnels, omleidingen en andere ingrepen om knelpunten op te lossen. Dat is naar schatting 60 procent van de totale kosten. De rest moet betaald worden door andere overheden.

Romeinen aan de e-bike om de heuvels te bedwingen

Wat de gemeenteraden van Rome en Milaan nooit is gelukt, lijkt de angst voor Covid-19 wél voor elkaar te krijgen: de inwoners van die drukke miljoenensteden moeten meer fietsen. Romeinen en Milanezen mijden het openbaar vervoer omdat ze bang zijn voor besmetting. Om te voorkomen dat ze massaal de auto pakken en om de binnensteden schoner en stiller te houden, zijn de twee gemeentes het fietsen nu actief aan het faciliteren.

In heuvelachtig Rome, waar fietsers een piepkleine minderheid van de weggebruikers vormen, geeft de gemeente vol gas met de aanleg van 150 kilometer nieuwe fietspaden bovenop de bestaande 250 km. De nieuwe fietspaden worden middels witte strepen op het asfalt afgesnoept van de bestaande wegen. Het plan is om ze later veiliger te maken. Milaan, berucht om zijn smog, breidt de bestaande 200 km fietspad deze zomer met 35 kilometer uit.

Beide steden – en alle andere steden met meer dan 50.000 inwoners – krijgen een stevige steun in de rug door de spiksplinternieuwe fietsbonus: iedereen die vóór 31 december een klassieke of elektrische fiets koopt, krijgt van het ministerie van milieu 60 procent van de aankoopprijs terug, met een limiet van 500 euro. Fietsenwinkels zien de vraag al exploderen, melden ze.

(Trouw)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234