In Tokio koken vrijwilligers van het project Kodomo-Shokudo voor moeders met kinderen die onder de armoedegrens leven. Beeld Tanja Houwerzijl

ArmoedeJapan

In ‘land zonder armoede’ Japan is het vechten om te overleven voor alleenstaande moeders

Japan profileert zich graag als land van de gelijkheid en verwaarloosbare armoede. Alleen laten cijfers een ander beeld zien. Vooral alleenstaande moeders – en hun kinderen – zijn kwetsbaar. De coronacrisis versterkt dat nog eens.

Toen de Japanse film ‘Shoplifters’ een Gouden Palm won op het filmfestival van Cannes in 2018, bracht dat Japan even in verlegenheid. Vóór het winnen van die prijs kreeg de film van regisseur Hirokazu Kore-Eda namelijk nauwelijks aandacht in Japan, en nu moest Japan plotseling trots zijn op een film die een inkijkje geeft in het leven van een arm gezin in Tokio.

Het liefst doet men alsof er geen armoedeprobleem is, zegt Aya Abe, hoogleraar social behavioral studies aan Tokyo Metropolitan University. Zij ontvangt in een troosteloos kantoortje op de faculteit van haar universiteit ten westen van Tokio, waar zij tevens directeur is van het pas opgerichte Research Center for Child and Adolescent Poverty.

‘Mensen geloven dat er geen armoede is in Japan, er wordt vaak gezegd dat het een gelijk land is. Ze wijzen dan naar de ginicoëfficiënt (een belangrijke maatstaf om ongelijkheid te meten, red.) en vertellen dat Japan ooit even goed scoorde als Scandinavische landen. Maar wist je dat één op de zeven Japanse kinderen onder de armoedegrens leeft?’ vertelt Abe.

Hoe verklaart zij dan dat er zo weinig aandacht is voor dit probleem? ‘Vlak na de Tweede Wereldoorlog was armoede overal, het lag op straat. Na de economische wederopstanding was die armoede niet langer zichtbaar. De welvaart nam toe en armoede verdween, althans dat is wat men geloofde.’

Middenklasse van 100 miljoen mensen

Dat geloof was zo sterk dat midden jaren 70 de Japanse overheid trots sprak van een samenleving die bestond uit een middenklasse van 100 miljoen mensen (ichi oku sochuryu), in die tijd de héle bevolking. Abe noemt het een mythe, maar geeft ook aan dat die overtuiging invloed had op concreet beleid, zoals het besluit in 1968 om niet langer cijfers bij te houden van armoede.

In 2008 werd de wereld echter wakker geschud door de financiële crisis, die ook de Japanse economie raakte. ‘Mensen uit de middenklasse, hoogopgeleide mensen met een goede baan, konden toen ook ineens arm worden. Dat plaatste het thema armoede hoog op de politieke agenda,’ zegt Abe.

Hoewel er sindsdien meer aandacht is voor armoede, hebben gemarginaliseerde groepen het nog altijd zwaar, met name alleenstaande moeders. Die groep is uiterst kwetsbaar: maar liefst de helft leeft onder de armoedegrens. Dat is een probleem, want het aantal echtscheidingen neemt ieder jaar toe – op dit moment strandt ongeveer een kwart van alle huwelijken in Japan.

Eén van de redenen waarom alleenstaande moeders vaak in armoede leven, is de ongelijke arbeidsmarkt. ‘In het westen is armoede vaak het resultaat van werkloosheid, maar in Japan is armoede het gevolg van hiseiki-contracten. Dat zijn flexcontracten die lagere lonen en slechtere arbeidsvoorwaarden bieden,’ aldus Abe. Zo’n 70 procent van de vrouwen heeft dat type contract.

Juist de flexwerkers worden momenteel hard getroffen door de coronacrisis. In de maand april verloren 970.000 mensen hun baan – één van de grootste dalingen ooit. Van dat aantal was 710.000 vrouw. Werkgevers bieden flexwerkers weinig zekerheden, in tegenstelling tot Japanners in vaste dienst. Premier Shinzo Abe beloofde hun wel een eenmalig geldbedrag.

Bijkomend probleem is dat alleenstaande moeders nauwelijks hulp krijgen van hun ex-man. In Japan bestaat gezamenlijke voogdij niet, in de meeste gevallen gaat de voogdij naar de moeder. Veruit de meeste echtparen kiezen voor een zogeheten ‘consensuele scheiding’ die makkelijk is af te handelen met slecht één papiertje. Maar het probleem is dat de ex-vrouw (of ex-man) na zo’n consensuele scheiding het recht op alimentatie verliest. In de praktijk ontvangt slechts 10 procent van de alleenstaande ouders kinderalimentatie.

Wat rest, is hulp van de overheid, maar hoe ziet die eruit? Het is mogelijk om een bijstandsuitkering te krijgen, vertelt Abe, maar om daarvoor in aanmerking te komen moet je aan allerlei eisen voldoen. De huur van een appartement of huis mag bijvoorbeeld niet boven een bepaald bedrag zijn – dan blijven er alleen slecht onderhouden of ronduit onhygiënische huizen over.

Stigma op overheidshulp

Een ander obstakel is dat aanvragers geen auto mogen bezitten. Abe noemt het een belachelijk criterium: ‘Wat als je in de provincie woont en iedere dag met je auto naar werk moet? Dan is het dus kiezen tussen werk en bijstand.’ Het is dan ook weinig verrassend dat 2 procent van de alleenstaande ouders zo’n bijstandsuitkering aanvraagt.

Maar er zit ook een stigma op het verkrijgen van overheidshulp. Abe: ‘Het is een bekend probleem dat in ruraal Japan familieleden vaak proberen te voorkomen dat alleenstaande ouders dit soort overheidssteun aanvragen, dat komt door schaamte. Net als in veel westerse landen wordt er negatief gedacht over mensen die een uitkering ontvangen, ze worden hier ‘ketsuzei’ genoemd, het Japanse woord voor bloedbelasting.’

Daarnaast zijn er onvoldoende sociale huurwoningen om aan de grote vraag te kunnen voldoen. ‘En ik zie dat ook niet gauw veranderen in de toekomst: de initiële opstartkosten zijn hoog en de Japanse overheid is huiverig voor het creëren van lage-inkomensgebieden. De vrees is dat mensen daar voor altijd blijven wonen.’

Concreet beleid om de situatie te veranderen ontbreekt, merkt Abe op. ‘De wet Richtlijnen ter bestrijding van Kinderarmoede is herzien, een wet die in 2014 inging, maar die vooral uitblinkt in vage doelstellingen.’

Abe is wel te spreken over het plan om vanaf volgend jaar studiebeurzen te koppelen aan inkomens in plaats van individuele prestaties. ‘Onderwijs is de beste manier om arme mensen de kans te geven om iets aan hun situatie te veranderen.’

Aangezien het er niet naar uitziet dat de arbeidsmarkt – de voornaamste reden voor armoede – binnen afzienbare tijd hervormd wordt, is het vooral belangrijk dat alleenstaande moeders voldoende financiële steun ontvangen, denkt Abe. ‘Huursubsidies en bijstand moeten echt omhoog.’

Masako Igarashi: ‘Liever arm dan onveilig’

De 41-jarige Masako Igarashi woont alleen met haar 6-jarige dochter in Tokio. Haar ex-man is uit beeld, hij betaalt geen alimentatie, maar er loopt een rechtszaak tegen hem waarmee ze een financiële bijdrage probeert af te dwingen.

Ze ziet er bleek uit, voor een deel komt dat door haar astma en de ziekte van Hashimoto, een auto-immuunziekte waarbij de schildklier ontstoken raakt.

Maar Igarashi is vooral blij dat zij niet meer bij haar ex-man woont, die haar jarenlang mishandelde. ‘Liever arm en veilig, dan dat ik mijn dochter nog langer aan dat geweld blootstel.’

Door haar ziekte kan Igarashi maximaal zes uur per dag werken. Ze heeft twee parttimebanen waarmee ze tussen de 90.000 en 120.000 yen (730 en 980 euro) verdient, afhankelijk van het aantal uren dat ze kan werken. Verder ontvangt Igarashi een toelage van 50.000 yen (410 euro). Armoede maakte haar creatief, geeft zij aan. ‘Ik ben heel handig geworden in goedkoop winkelen, ik weet precies waar ik goedkoop groenten en fruit kan halen.’

Kinderen die naar school gaan kosten veel geld, vertelt Igarashi. ‘Japanse scholen hebben allerlei kledingvoorschriften: ik moest een uniform en dure rugzak kopen. Maar je moet ook allerlei naaiwerk doen waarvoor ik een dure naaimachine heb gekocht. En laatst moest ik een tweedehands iPhone kopen zodat ik kan communiceren met ouders van de vriendinnen van mijn dochter.’

Igarashi heeft inmiddels een fijne woning gevonden via haar stadsdeelkantoor in Tokio, voor slechts 30.000 yen (250 euro) per maand. Maar, vertelt Igarashi, binnenkort moet ze er alweer uit omdat het lesgeld van haar dochter vanaf volgend jaar omhoog zal gaan. ‘Ik heb gelukkig een goedkopere woning kunnen vinden, maar het nadeel is dat op die locatie alleenstaande moeders wonen die onder toezicht staan vanwege huiselijk geweld.’

Murakami Kinuka: ‘Ratten in mijn appartement’

Murakami Kinuka (44) is nerveus voor het interview. Ze schaamt zich voor haar financiële situatie en voelt zich schuldig tegenover haar 12-jarige dochter.

Alles veranderde toen zij besloot te scheiden van haar man. Het was een lang en moeizaam proces.

‘Pas drie jaar nadat we al niet meer samenwoonden, kon ik wettelijk van hem scheiden. Ik moest zijn familie overtuigen om hem te laten tekenen,’ aldus Murakami.

Vanaf dat moment wilde haar ex-man niets meer met zijn dochter te maken hebben. Financieel droeg hij niets bij. Voor het eerst wist Murakami wat armoede was.

Inmiddels werkt zij zes dagen per week bij een vastgoedbedrijf in Tokio. Per maand ontvangt ze 42.000 yen (350 euro) aan kinderbijslag. Alleen alleenstaande ouders die mínder dan 1.6 miljoen yen (13.000 euro) op jaarbasis verdienen, hebben daar recht op.

Murakami zit onder dat bedrag, maar hoeveel precies, wil zij liever niet zeggen. Daarnaast ontvangt de secretaresse een maandelijkse huursubsidie van 20.000 yen (160 euro).

Behalve financiële steun had ze graag meer informatie gekregen van overheidsinstanties tijdens en na haar scheiding.

‘Dat gaat vooral om huisvesting. Ik had geen idee waar ik terechtkon. Het ergste was een appartement waar overal ratten rondliepen. Gelukkig kwam ik via een vriendin in contact met een soort buurtcentrum waar we voor weinig geld konden eten. Daar kwamen meer alleenstaande moeders die informatie met elkaar uitwisselden. Dat buurtcentrum werd gerund door een ngo, en ik ga er nog steeds heen.’

Wat vooral blijft is het schuldgevoel, vertelt Murakami. ‘Mijn dochter moest stoppen met pianoles, ik kon het me gewoon niet meer veroorloven.’

(Trouw)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234