In marketing gegaarde ballen gehakt: Dwarskijker over 'Festivalitis: Summerfestival live', 'Puur Muziek: Janine' en 'Pop Up Live'

Wat ik onder invloed van hardhouse doe, kun je bezwaarlijk dansen noemen – laat ik zeggen dat er mensen zijn die voor minder in verzekerde bewaring zijn gesteld.


'Festivalitis: Summerfestival Live' (JIM – 5 juli) - 'Puur Muziek: Janine' NPO 2 – 5 juli - ' Pop Up Live' (Eén – 5 juli)

Laatst – we schrijven de zomer van 2015 – legde ik me neer bij een hittegolf en al liggend berustte ik een tijdlang in het Summerfestival op JIM, een dansfeest op Linkeroever waarvoor wel 70.000 jongelui en een enkele bezorgde, schichtig om zich heen kijkende ouder te hoop waren gelopen. Die grote menigte hupte als één man op dance, house, dubstep, drum-’n-bass, urban, techno en harddance, genres uit de elektronische muziek waar ik ter wille van de lieve vrede geen mening over heb, ook al durf ik te stellen dat harddance, met name hardhouse, het beest in mij aanport. Wat ik onder invloed van hardhouse doe, kun je bezwaarlijk dansen noemen – laat ik zeggen dat er mensen zijn die voor minder in verzekerde bewaring zijn gesteld. Soit! Ik vind het met de dag treuriger dat mijn jeugd tegenwoordig een wijkende jeugdherinnering is, maar die snikhete zondag vond ik het niettemin heerlijk dat ik me niet op het Summerfestival hoefde te bevinden, en dat ik, dankzij JIM, toch die verende massa kon gadeslaan, een menselijk perpetuum mobile waar de dj’s onverstaanbare bevelen tegen leken te blaffen. Ik werd een zekere Noord-Koreaanse stemming gewaar, al schoot het publiek enigszins tekort inzake kadaverdiscipline. Na verloop van tijd vroeg ik me af of zo’n nagenoeg vormeloos liveverslag nu een tv-programma is of meer te maken heeft met de oeverloze beeldenstroom die bewakingscamera’s blindelings voortbrengen. Af en toe werden de beats even onderbroken voor wat ik, alvorens het uit te proesten, interviews noem. Daarin deden de gespreksgenoten alsof ze elkaars geouwehoer net iets minder nietszeggend vonden dan ik.

Diezelfde zondagmiddag – het voorspelde warmteonweer bleef uit – dwaalde ik af naar NPO 2, waar ik voor de tweede keer ‘Janine’ zag, een mooie documentaire van Paul Cohen, die een licht wierp op het dagelijkse leven van Janine Jansen, een Nederlandse violiste van wereldformaat. We zagen haar in een Hamburgse opnamestudio helemaal opgaan in het vioolconcert in D groot, Op. 61 van Ludwig von Beethoven. ’t Was alsof de goden zélf haar onder het spelen allerlei uitdrukkingen op het gezicht bliezen: ik zag kinderlijke verwondering, weemoed en verrukking die de extase nabij was. Hoewel ik erg aards ben, en toekomstig wormenvoer, kon ik me even in iets hogers inleven, iets dat me ruimschoots overstijgt, ook al is het vast een begoocheling, die au fond een biochemische reactie in mijn hersenen is. Maar goed, er is niets mooiers dan mooie muziek, met dien verstande dat ‘mooi’ een ongeijkt begrip is. Dat ik ‘met dien verstande’ gebruik, heeft te maken met een weddenschap die ik enkele dagen geleden ben aangegaan in een niet nader genoemde drankgelegenheid.

Janine Jansen is een mooie jonge vrouw. Talent dat hand in hand gaat met fysieke schoonheid, is natuurlijk erg exploitabel. Vandaar dat een zogeheten bladenmaker, in nauwe samenwerking met de platenmaatschappij van de violiste, op het idee kwam om ‘Janine’ uit te geven, een eenmalige egoglossy. ‘Matthijs vindt haar leuk,’ klonk het hoopvol, wat betekende dat Matthijs in ‘De wereld draait doorrrr’ aandacht zou besteden aan ‘Janine’. Als Matthijs in DWDD hardop dit of dat en deze of gene ‘leuk’ vindt, dan kan het kennelijk niet meer fout gaan met het product in kwestie. Ik denk dat DWDD, om hybris te voorkomen, stilaan aan een ernstige concurrent toe is.

Voor dat glansblad werd Janine Jansen geïnterviewd door een sjekkies draaiende, hangerige, enigszins verfomfaaide, niet om gebitsverzorging malende verslaggever die het cynisme allang voorbij was, waardoor hij alleen nog oor had voor grof geschut. Na afloop van het interview zei die vent dat klassieke musici saai waren. Een tijd later mocht hij ook de acteur Roger Moore interviewen, een bewonderaar van Janine Jansen. Hij wist dat Roger Moore van practical jokes hield, wat hem de volgende vraag ingaf: ‘Wat is nu de wansmakelijkste practical joke die u op uw actief hebt?’ Hij was zelfs bereid het geheugen van de bejaarde acteur even op te frissen: ‘Die met Grace Jones en die dildo?’ Roger Moore, ook out of character een gentleman, probeerde zijn minachting binnen de perken te houden, en zijn wanhoop ook. In de blik van Janine Jansen, die het interview bijwoonde, las ik gêne, alsook het acute verlangen om elders te zijn, bijvoorbeeld midden in het vioolconcerto, Op. 15 van Benjamin Britten. Oók erg verhelderend was een scène waarin de bladenmaker met enkele lay-outlieden en een gladjanus van de platenmaatschappij de voorlopige cover van ‘Janine’ besprak. Over een verwijzing naar een stuk over Stradivariussen riep hij: ‘Stradivarius? Niemand weet wat een Stradivarius is!’ Niemand weet hoe de wereld eruit zou zien zonder zulke in marketing gegaarde ballen gehakt, maar laat ik voor de aardigheid even gissen: niet slechter dan mét.

'Geena Lisa, die een kookboek uit heeft, moest plaats ruimen voor Peter Van de Veire, die voorlopig nog geen kookboek uit heeft, maar hoelang nog?'

Die zondagmiddag had Janine Jansen mij aan een bepaald kwaliteitsniveau herinnerd, wat overigens vaker zou moeten gebeuren. Nu ja, dat kwaliteitsniveau zat me dwars toen ik me ’s avonds domweg ‘Pop Up Live’ liet welgevallen, de opvolger van ‘Vlaanderen muziekland’. Met dit liveprogramma trekt de openbare omroep langs enkele provinciesteden waar ook wij geboren hadden kunnen worden. Geena Lisa, die een kookboek uit heeft, moest plaats ruimen voor Peter Van de Veire, die voorlopig nog geen kookboek uit heeft, maar hoelang nog? Pianist en toondichter Miguel Wiels, ook geen kookboek uit, leidde het orkest. Wiels, die sinds het amusementsprogramma ‘Peter live’ om één of andere reden de eerstaanwezende pispaal van Peter Van de Veire is, leek zich in die rol geschikt te hebben, misschien wel contractueel. Met een beaat hoofd getroostte hij zich Van de Veires schimpscheuten, terwijl hij er zo nu en dan een haast raadselachtig glimlachje bij voortbracht dat hij mogelijk ontleende aan de gedachte dat K3, voor wie hij vele hits gecomponeerd heeft, hem in de loop der jaren toch een aardig bedragje heeft opgeleverd. Wie of wat doet hem iets? De eerstvolgende beurskrach of internationale bankencrisis niet te na gesproken. Om nog maar te zwijgen van de vogelpest.

Het podium zag er bevlagd uit: het was bekleed met plastic rechthoeken in te gekke, met elkaar vloekende kleuren, een aanblik waarvoor kleuters, toen de juf even de klas uit was, heel erg hun best hadden gedaan, zo leek het wel. Enfin, slechtzienden zullen er ook wel iets aan hebben. Dit decor deed me ook aan de knutselwerkjes van Arne Quinze denken, een interieurverzorger die zich ook in de openlucht roert, zonder dat er meteen sprake is van illegale afvalstorting. In die bonte omgeving traden allerlei artiesten aan die men in hun kringen voor alle duidelijkheid rasartiesten noemt. Ik noem de onsterfelijke Ian Thomas, de Vlaamse Angelino, de blankste nigga van de hood; ik noem voorts het van een kek beugeltje voorziene zangeresje Laura Omloop, dat terugblikkend op de examenperiode sprak: ‘Chemie is wel een beetje moeilijk.’ Wat je al niet verneemt tijdens dit muziekprogramma. Zou ‘Omloop’ een artiestennaam zijn? Na Slongs Dievanongs kijk ik nergens meer van op.

Ik noem voorts ook Belle Perez, die een duet zong met de smartelijke Spanjaard David Bustamante: het diep doorvoelde ‘Castigame’, dat ‘straf mij’ betekent, en dus om moeilijkheden vraagt. De subtekst van dit lied luidde: ‘Wanneer wordt Spanje voor straf de eurozone uitgeflikkerd?’

Enkele rasartiesten hadden zich speciaal voor de gelegenheid aan een coverversie van een wereldnummer gewaagd. Slongs Dievanongs zei dat ze iemand zou coveren die net als zij geen blad voor de mond nam en graag tegen heilige huisjes trapte. Peter Van de Veire, die even klaar was met Wiels, ging tot interactie met het publiek over. Hij vroeg aan de dichtstbijzijnde toeschouwer wie Slongs zou kunnen bedoelen. ‘Geen idee,’ antwoordde die anonymus gezwind, alsof hij een goed antwoord op een quizvraag gaf. Het ging om Madonna, goeie ouwe Madge, maar laten we in godsnaam niet in details treden, en het meteen over Stan Van Samang hebben, die zich ‘When Doves Cry’ van Prince And The Revolution zou aanmeten. We zagen een filmpje waarin deze rasartiest verklaarde dat de repetitie ‘keigraaf’ was geweest, en dat hij er dan ook ‘keiveel’ goesting in had – ik heb net zozeer een hekeltje aan het versterkende prefix ‘kei’ als aan alle modewoorden die met ‘pop-up’ beginnen: dat treft. In zijn cover zou Stan Van Samang alleen maar van oneigenlijke percussie-instrumenten gebruikmaken: een winkelwagen, een olievat, een vuilnisbak, een roestvrijstalen bedpan die maar elf keer was gebruikt. Kortom, het instrumentarium van Einstürzende Neubauten. De weerbarstige avant-garde van weleer was ter hoogte van Lommel geheel tam gemaakt. Er barstte een buitenproportioneel applaus los. Er staken overigens voortdurend stormen van applaus in dit programma op, terwijl je nauwelijks kon zien waar ze vandaan kwamen. Misschien wel van zo’n cd met geluidseffecten.

Tijdens de eerste aflevering van ‘Pop Up Live’ daagde het me dat heel veel muziek me compleet onverschillig laat. En dat televisiekijken een veeleer zielige bezigheid is tijdens lange julidagen. Ik zette de tv dan maar uit, ging in mijn stadstuintje onder de blauweregen zitten, en voelde me een surfer ver van zee. De goedertieren avond wilde maar niet vallen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234