In memoriam Andras Pandy {1927-2013}

Het leek een mooi plan. Zesvoudig moordenaar Andras Pandy wilde, in het zicht van het einde, zijn memoires dicteren: ik was welkom in de gevangenis. Maar de Hongaarse dominee biechtte niet, van zijn duistere ziel liet hij geen glimp zien. En nu is hij dood.

In september 2011 kwam op de redactie een brief te mijner attentie aan. Ik herkende het handschrift op de enveloppe meteen: Andras Pandy. Geen mens die in het tweede millennium nog met zoveel zorg letters aan het papier toevertrouwde als de seriemoordenaar uit Leuven-Centraal. Pandy schreef alsof het gedrukt stond. Niet één letter had ik hem in zijn brieven weten doorhalen. En ik had er al wat ontvangen.

Dat zat zo: in 2006 had ik hem om een interview in de gevangenis verzocht. Dat bleek toen onmogelijk, de veiligheidsvoorschriften lieten het niet toe. Daarom hadden we het uiteindelijk maar via briefverkeer opgelost: vragen en antwoorden gingen enkele keren over en weer, tot we ons allebei konden vinden in een beknopte versie van onze correspondentie.

Maar nu waren die prachtige letters plotseling teruggekomen – op een enveloppe. Daarin zat een keurig getikte brief die opende met een compliment in dat curieuze verbasterde taaltje van hem. ‘Beste heer,’ schreef hij, ‘U was het die tot nu toe met geringe verandering in het interview weergaf wat ik echt gezegd heb. U lette er wijs op dat dit mogelijk zou zijn (want anders was dit niet mogelijk geweest).’ Waarna hij zich nader verklaarde: ‘Ik heb het hier over het evenwicht. Eerst gaf u het officiële standpunt, dan hetgeen mijn bescheidenheid te zeggen had.’ Ik had hem, met andere woorden, correct geciteerd. Vijf jaar geleden had ik voor het laatst iets van hem vernomen, maar op slag stond het onnavolgbare abracadabra van zijne bescheidenheid me weer helder voor de geest. Andras Pandy was, weliswaar met vijf jaar vertraging, dankbaar voor de juiste weergave van zijn woorden. Daarna ging hij recht op zijn doel af: drie zinnen, drie alinea’s.

Eén: ‘Ik waardeer het ook, dit bewijs lever ik door u uit te nodigen om eens van gedachten te wisselen voordat ik van het podium van ’t aardse leven verdwijn.’

Twee: ‘Ik ben mijn memoires aan ’t beëindigen.’

Drie: ‘Ik denk ook aan U om een kleine erfenis na te laten.’

Een drietrapsraket, dat moest volstaan om een naar scoops, sensatie en geld dorstende journalist in een baan om de aarde te sturen. Pandy kon me intussen in de gevangenis ontvangen, schreef hij. Als ik een bewijs van goed gedrag en zeden aan de gevangenisdirectie zou afleveren, zou hij zijn goedkeuring aan een bezoek verlenen. Tot slot een kleine hint: ‘Als op het bewijs ‘bediende’ of ‘ambtenaar’ staat in plaats van ‘journalist’, zou dat voordeliger zijn voor ’t verkrijgen van een toestemming.’ De gevangenisdirectie was wel goed, maar niet gek.

Eén maand later, nadat ik alle plichtplegingen had vervuld, landde een kort briefje op mijn bureau. ‘Mijnheer Jan,’ luidde de aanhef, ‘dank voor uw brief en bewijs. U mag komen.’ Was ondertekend: Andras. Voortaan tutoyeerden wij elkaar. Zo snel word je vrienden met een seriemoordenaar.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234