In memoriam Colin Dexter (1930 - 2017), de geestelijke vader van Inspector Morse

Zeventien jaar na het overlijden van Inspector Morse – zelden leefden miljoenen kijkers zo mee met de dood van iemand die niet bestond – stierf vorige week ook zijn schepper, Colin Dexter. De excentrieke Brit werd 86.

'Als ik op vakantie mag met Brigitte Bardot, neem ik toch nog een boek mee. Dat is minder snel uit'

‘Geluk speelt een véél grotere rol dan succesvolle artiesten bereid zijn om toe te geven,’ zei Colin Dexter ooit. Kan zijn, maar het helpt als je goed bent. En zijn Inspector Morse was perféct. Het charismatische hoofdpersonage verhief nooit z’n stem en bewoog amper, noch in de dertien boeken die Dexter schreef, noch in de drieëndertig televisieafleveringen die ITV tussen 1987 en 2000 produceerde. Een politiereeks zonder gratuite autoraces, wilde achtervolgingen of vuilgebekte seriemoordenaars, dat was nog nooit vertoond. Gratuit bloot was er evenmin te zien, integendeel: Morse was een autistische romanticus wiens droomvrouwen steevast onbereikbaar bleken omdat ze getrouwd, vermoord of de dader waren.

Er bleef des te meer tijd over voor sfeerschepping en erudiete terzijdes, en voor de prachtige muziek van de benijdenswaardig genaamde Barrington Pheloung, die subtiel de morsecode van de letters ‘M.O.R.S.E.’ in het kenwijsje verwerkte. De originele soundtrack werd bovendien aangevuld met parels uit de klassieke muziek die op Klara niet uit de toon zouden vallen: Mozart, Bach, Strauss, Mahler, Fauré… Drieëndertig keer twee uur trage televisie, old school, verfijnd, subtiel en highbrow – dat was in het genre nog nooit vertoond.


Sherlock zonder tics

Dexter liet ooit vallen dat hij zich tijdens zijn legerdienst bezighield met morsecodes, maar daar haalde hij de naam voor zijn grumpy inspecteur niet vandaan: hij doopte Morse naar zijn vriend, de bankier Jeremy Morse, met wie hij een passie voor kruiswoordraadsels deelde. Net zoals Lewis Carroll trotser was op zijn wiskundige dissertaties dan op zijn briljante creatie ‘Alice in Wonderland’, was Dexter trotser op zijn gids ‘Cracking Cryptic Crosswords’ dan op Morse. Hij vertelde me eens – ik moest het stilhouden – dat alle personages in zijn eerste boeken waren genoemd naar kampioenen uit het kruiswoordraadselgilde. Ik heb dat toen opgezocht – pré-Google geen sinecure – en het bleek waar.

Dexter stelde een tijdlang zélf ingewikkelde kruiswoordraadsels op voor Britse kranten. Hij putte een grote voldoening uit het feit dat hij zelfs doorgewinterde puzzelaars voor het blok kon zetten, net zoals hij plezier beleefde aan het feit dat hij miljoenen kijkers jarenlang vergeefs liet raden naar de voornaam van Morse.

De eerste kiem voor Morse kwam op een uitgeregende vakantie in Wales, in 1972. Dexter schreef de eerste Morse-boeken na z’n uren, als hobby, maar ook toen hij werd ontdekt en het driekoppige monster uitgeverij, publiek en televisieproducent hem achter de veren zaten, deed hij geen enkele concessie aan de wensen van de mainstream. Want in commerciële termen was Morse op bijna álle vlakken een aberratie: hij was een zware intellectueel die boeken en gedichten verslond, tot lang vergeten genieën als A.E. Housman toe – de laatste aflevering, waarin Morse sterft, ontleent z’n titel aan een gedicht van Housman: ‘The Remorseful Day’. Dexter was de eerste om zo’n highbrow inspecteur op te voeren. Tenzij je Sherlock Holmes meerekent, maar Morse werd een succes zónder de al gevestigde reputatie van een Conan Doyle, zonder nemesis, zonder cocaïneverslaving en zonder vergezochte tics. Hij had alleen een vintage Jaguar: nu herkennen we dat als een briljante gimmick, indertijd werd die keuze als pretentieus en ongeloofwaardig ervaren (in de eerste boeken rijdt Morse overigens met een ordinaire Lancia).

Van in het begin was Dexter als figurant te zien in afleveringen van ‘Morse’ en later ‘Lewis’. Hij was erg gesteld op acteurs John Thaw (overleden in 2002) en Kevin Whateley en stipuleerde in zijn testament dat niemand anders ooit die rollen mocht vertolken. Dexter dook vaak op in Hitchcockiaanse cameo’s, als koorlid, bisschop, dakloze of wetenschapper, één keer zelfs als gevangene. Zo’n bijrolletje duurde vaak slechts een seconde en fans maakten van ‘spot Colin’ een sport. Ik maakte één opname mee, een aflevering waarin ook de legendarische Sir John Gielgud op z’n 92ste meespeelde – enkel omdat hij fan was, want de producenten konden zijn huizenhoge gage niet betalen – maar het was Dexter die, zonder dat hij daar moeite voor deed, de aandacht naar zich toe zoog.

Soms werd al die aandacht hem wat te veel, vooral als die zich enkel op de televisieserie toespitste: ‘Vaak vergeten mensen dat ik ook boeken schrijf. Een boek is álles. Zelfs al mag ik op vakantie met Brigitte Bardot, dan nog neem ik een goed boek mee – Brigitte is sneller uit en dat boek zindert langer na.’


Wagner op vinyl

Ik interviewde Colin Dexter in 1992 bij hem thuis, een karakterloze Victoriaanse woning in het Oxford waarvan zijn werk doordrongen was. Ik bedank daarvoor nogmaals de lieve Ingrid De Bie van Humo, helaas ook al dood, want zij zou eerst dat interview doen. Ik smeekte om haar plaats te mogen innemen, want niet alleen was mijn hele intieme kring verslaafd aan Morse, bovendien belichaamde de toen al gepensioneerde universiteitsmedewerker Colin Dexter voor mij, als anglofiel, het oude Oxford dat langzaam maar zeker moest wijken voor de moderne, zielloze grootstad en de vooruitgang die alles banaliseert en ontzielt.

Ik was zo begeesterd door Morse dat ik ooit werkte aan een Belgisch equivalent, maar een uitgever beweerde dat in Vlaanderen geen plaats was voor een Vlaamse Morse, ‘want de markt van beschaafde mensen die daarom vragen is hier te klein’. Jaren later ving ik in de wandelgangen van de VRT op dat er werd gewerkt aan iets dat met – zo bleek later – ongepaste trots werd aangekondigd als ‘de Vlaamse Inspector Morse’. Het bleek om ‘Witse’ te gaan. Zonder Colin Dexter ook geen Aspe, maar net zo goed geen Commisario Brunetti, want ook Donna Leon leende de formule van Morse: je dropt je detective in een prachtig decor en maakt ook van de stad – Brugge, Venetië – een hoofdpersonage.

Op weg naar het interview met Colin Dexter, in de drukke Banbury Road, vergiste ik me van huisnummer. Een buurman zei: ‘O, him. Dat is tien huizen verder.’ En vervolgens, op samenzweerderige toon: ‘Je zal luid moeten spreken. De arme man is doof. Bovendien is hij de saaiste man ter wereld. Good luck to you.’ Ik dacht toen: ‘Ú bent jaloers, meneer!’ Want Colin Dexter zag er misschien uit als de saaiste man ter wereld, hij was het allerminst. Hij was erudiet, een scherp observator en op een subtiele manier zeer grappig. Af en toe zei hij iets waarvan je een seconde later dacht: ‘Heb ik dat góéd gehoord, zei hij dat écht?!’ Bijvoorbeeld: ‘Ik zou briljante porno kunnen schrijven, maar wie zit er te wachten op porno van mijn hand?’

Hij lag wel onder de sloef. Mevrouw Dexter droeg de broek, en zij was niet gesteld op de aandacht en de overlast die de wereldwijde populariteit van Morse met zich meebracht. Ik interviewde Dexter in zijn minuscule bureautje boven en merkte duidelijk dat zijn echtgenote haar man dwong om zijn afwijkingen daar in afzondering te belijden. Inclusief de opera’s van Wagner, die hij afspeelde op grijsgedraaid vinyl. Hij kon niet zonder Wagner – een voorliefde die hij deelde met Morse. Ik zag ook spuitjes liggen – net als Morse was Dexter diabeet. Natuurlijk was de inspecteur tot op zekere hoogte het alter ego van Dexter, en leidde Morse het leven dat Dexter in een parallelle wereld geleid had kunnen hebben.

De Colin Dexter die ik die dag leerde kennen was naast briljant ook zachtaardig, genereus en bescheiden – écht bescheiden. Zijn doofheid – daarover had die buurman wel gelijk – inspireerde trouwens de plot van één van z’n beste boeken: ‘The Silent World of Nicholas Quinn’.

Ik ontmoette Dexter nadien nog een keer of zes, omdat hij vaak rondhing in The Randolph, mijn favoriete hotel in Oxford. De hoteldirectie speelde sluw in op de Morse-hype en herdoopte de bar tot ‘Morse Bar’. Dexter was niet gierig – daarin verschilde hij van Morse, die Lewis altijd de drankjes liet betalen. Maar hij liet zich in The Randolph graag fêteren door de barman en door fans uit honderdtwintig landen (Morse en Lewis zijn gedubd in het Arabisch, het Fins en het Japans!) die hem maar al te graag een pint of een whisky trakteerden. Of twee of drie, want vaak zag ik hem tipsy.

Eén keer – ik verzin niets – was ik er voor een concert van Van Morrison, die ook in het Randolph logeerde, en woonde ik nederig luisterend een gesprek tussen die twee bij. Ik durf er veel geld op te verwedden dat geen van beiden op dat moment wist wie de ander was, maar ze hadden in elkaar duidelijk een verwante geest gevonden. Ook al was Dexter vanzelfsprekend totaal niet geïnteresseerd in popmuziek.

Colin Dexter stierf vorige woensdag vredig in zijn huis in Oxford. Moord is onwaarschijnlijk maar, volgens Morse, nooit uitgesloten.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234