In Memoriam: DA Pennebaker, documentairemaker en een van de uitvinders van de popcultuur (1925-2019)

Afgelopen week overleed in New York D.A. Pennebaker, een mens die we zonder overdrijven een van de (onbedoelde) ‘uitvinders’ van de popcultuur mogen noemen, een van de grootste documentaire-regisseurs aller tijden en bovenal een van de grootste iconen van de tegencultuur van het naoorlogse Amerika. Hij werd 94 jaar.

Donn Alan Pennebaker werd geboren in 1925, in de staat Illinois. Over zijn jeugd is niet veel te melden, en dat is exact zoals D.A. (of ‘Penny’, zoals hij door zo ongeveer iedereen werd genoemd) het graag had – hij wist wat hij wilde worden: een filmmaker, of misschien wel beter een chroniqueur van zijn eigen tijd, maar zichzélf vond hij allerminst bijzonder.

Na gediend te hebben in de Tweede Wereldoorlog (zoals bijna alle jongens van zijn generatie) trok hij naar New York. Daar ging hij werken onder de vleugels van de experimentalist Francis Thompson, die zijn leermeester zou worden. Pennebakers eerste film heet 'Daybreak Express', werd gemaakt in 1953, en bevatte werkelijk al álles wat Penny later tot zo’n grootheid zou maken. De film duurt nauwelijks tien minuten, en toont niet veel meer dan arriverende en dan weer vertrekkende metro’s op een bovengronds platform in New York. Duke Ellington verzorgde de soundtrack. Klinkt saai, maar is in de praktijk behoorlijk spannend: Pennebaker zet zijn camera op een standpunt, waardoor zowel hij als de kijker per minuut meer naar de achtergrond drijven – net zo lang tot ze alleen zijn met de beweging van de metro en de muziek van Ellington. Het is een werkstuk dat laat zien dat we allen passanten zijn, maar dat goed kijken loont. De persoonlijkheid van de maker is daarbij niet belangrijk, maar de soundtrack wél – Ellingtons jazz gebruiken om het verhaal te sturen is wat we nu een vorm van popcultuur noemen, toen was het nagelnieuw.

Pennebakers grootste troefkaart werd uiteraard zijn Dylan-docu 'Dont Look Back­' – de definitieve rockdocu, die erin slaagt om het fenomeen Dylan op het toppunt van zijn roem tegelijk meer begrijpelijk én mysterieuzer te maken. De film zit tjokvol popcultuurmijlpalen: Dylan die Donovan negeert en daarmee zowat de nek omdraait in een kleedkamer, Dylan die de grappigste is op een persconferentie, Dylan die de film opent met het spel met de tekstkaarten op muziek van 'Subterranean Homesick Blues'. De opening van de film is de facto de geboorte van de moderne videoclip, al kunnen we die níet op de rekening van Pennebaker schrijven: dat was namelijk Dylans idee. Wat dan wel? Dat Pennebaker puur door vlieg op de muur te spelen, toonde dat je elk onderwerp als documentairemaker kunt doorgronden. Volharding, échte interesse en geduld zijn daarbij het belangrijkst. En dus niet een persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp. Pennebaker kende Dylan en zijn muziek nauwelijks voor hij de klus kreeg. ‘Ik had wel eens een liedje van hem op de radio gehoord, meer niet’, zo zei Pennebaker bij het verschijnen van de film.

Pennebakers grote invloed op de popcultuur, popfilms én de ‘cinema variete’ (de benoeming van zijn stijl) stopten daar geenszins. Hij bleef een maker die een jaloersmakende gave bezat om fenomenen veel eerder te ontdekken en te filmen dan de concurrentie. Voorbeelden? Penny reisde in 1967 naar het Monterey Popfestival, en maakte er een schitterende documentaire: twee jaar voor Michael Wadleighs Woodstock-film, dus. Zijn Monterey-film bevatte alweer een popcultuurmijlpaal: het was DA die Jimi Hendrix filmde terwijl hij zijn Stratocaster in de brand zette op het podium.

Pennebaker bleef relevant: hij maakte een film over Alice Cooper, toen die nét begon aan zijn carrière. Niet veel later was hij een megaster. Pennebaker trok een jaar met Bowie op tijdens diens Ziggy Stardust-periode: het zijn Pennebakers opnamen die de glam-esthetiek van Ziggy wereldwijd bekend maakte, in een tijd lang voor het internet. Pennebaker maakte verder films over tal van onderwerpen: van een ruziemakende Stephen Sondheim op Broadway tot Depeche Mode in Los Angeles. Een van zijn laatste films was 'Kings of Pastry', uit 2009. Daarin zien we Franse topchefs strijden om de meest prestigieuze prijs voor patissiers. De film bevat al Pennebakers troefkaarten: een schijnbaar achteloze stijl die gaandeweg steeds dwingender wordt, en de rust om echt bijzondere verhalen waar te nemen in het onderwerp dat je gekozen hebt. Van Louis Theroux en de Maysels-broertjes ('Gimme Shelter!') tot de Jean-Luc en Pierre Dardenne: er is bijna geen documentairemaker te vinden die er niet door beïnvloedt is.

Donn Pennebaker vormde de popcultuur mede mee, en deed iets wat bijna onmogelijk is. Hij was onderdeel van een beweging, die hij ook zo objectief mogelijk wist te portretteren en vol compassie en niets ontziende eerlijkheid wist te becommentariëren. Daarbij was hij de bescheidenheid zelve. Met het verscheiden van D.A. Pennebaker verliest de cinema en de popcultuur een van haar grootste iconen. Penny was de keizer, zijn nalatenschap is voor de eeuwigheid. (VC)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234