In memoriam: George Michael (1963-2016)

Toch een pervers jaar, 2016, met een Grim Reaper die niet alleen grote talenten viseert, maar bovendien de meest sympathieke en aparte persoonlijkheden. Neem nu George Michael, een man wiens immense talent nooit echt is erkend door kenners die zich blindstaarden op zijn vroege hits, zijn foute imago en zijn uitspattingen.

'Hij had één been in het machokamp en het andere in een tutu'

George Michael werd onterecht aanzien als extreem ijdel – de designer stubble, de peperdure kostuums, de gebleachte tanden, de heavy maintenance kapsels waarbij élk geblondeerd haartje in een perfecte curve was geföhnd, de strenge controle op welke foto’s van hem publiek gemaakt mochten worden... Nee. George Michael was een bijziende, als kind gepeste, naar obesitas neigende immigrantenzoon die besefte dat hij, wilde hij slagen als popster, hard aan zichzelf zou moeten werken. Probeer maar ’ns een platencontract binnen te halen als je Georgios Kyriacos Panayiotou heet. Dus dwong hij zijn uiterlijk met wilskracht en ijzeren zelfdiscipline naar een hoger niveau. Zijn imago zag hij als een harnas en een bufferzone: dat is geen ijdelheid, het is onzekerheid en zelfbescherming. Niemand begreep dat beter dan de ook onzekere, kalende dwerg Reginald Dwight, alias Elton John, op wiens parcours George zijn carrière modelleerde.

Maar George was boven alles een briljante zanger, een meesterlijke componist en arrangeur, een perfectionist en een workaholic. Geen wonder dat hij goed overweg kon met Prince, die George het grootste compliment gaf: ‘George is funky.’ Hun relatie verzuurde in latere jaren, toen Prince zich onder invloed van de getuigen van Jehovah tot een paar homofobe uitlatingen liet verleiden.

Wie George Michael ooit in het Sportpaleis zag, kan zich wellicht iets bij ’s mans perfectionisme voorstellen: perfecte setlist, perfect gezongen, perfecte show, perfect geluid. Een eerder concert van George, ook al perfect, zal ik nooit vergeten: in 1990 in Birmingham, de avond waarop het ultimatum verstreek en de Eerste Golfoorlog zou beginnen – dat lijkt nu al verre ongevaarlijke geschiedenis, maar toen dachten velen dat we op een derde wereldoorlog afstevenden, en de opwinding op het podium mengde zich met die spanning.

© Julian De Backer


Feestbeest

Het is een cliché en randje homofoob hier met het woord aids te zwaaien, maar vermits Georges grote liefde (en bedpartner van jaren) Anselmo Feleppain 1993 aan de gevolgen van een hiv-besmetting stierf en ook George op dat vlak gretig risico’s nam – spannende seks is álles – valt niet uit te sluiten dat ook hij hiv-positief was en dat de ‘natuurlijke doodsoorzaak’ (een hartaanval in zijn slaap) een rookgordijn is, geblazen door zijn katholieke Griekse familie. Een paar jaar geleden overleefde hij nipt een ‘longontsteking’, vaak een eufemisme voor aids. Hij blowde ook graag en vaak en nam jarenlang prozac, mdma, xtc en zelfs crack, wat z’n hart evenmin geholpen zal hebben.

Het bleef lange tijd geheim dat de Griek George Michael de Griekse beginselen was toegedaan. Al die supermodellen in zijn videoclips tijdens de regeerperiode van MTV wezen kordaat in een andere richting – en wat waren Naomi Campbell & co. blij met hun gay best friend. Ik herinner me Georges leedvermaak toen de ambitieuze showbizzmoeder van actrice Brooke Shields hem probeerde te koppelen aan haar dochter, in de hoop zo een commerciële alliantie én een superras te forceren. In navolging van die andere ster met één been in het machokamp en het andere in een tutu, Freddie Mercury van Queen, was George toen al een fuifbeest, dat achter de schermen decadente feestjes organiseerde in allerhande darkrooms. Hij had een hekel aan homo’s die hun seksualiteit temden om niemand voor het hoofd te stoten. Een typerende uitspraak was: ‘I’m a dirty, filthy fucker, and if you can’t deal with that, tough.’

Ook met zijn geweldige gevoel voor humor overschreed George Michael graag de grenzen van het welvoeglijke. Hij verveelde zich snel – een karaktertrek en motor van bijna alle supersterren – en liet zich ook privé niet graag beknotten. Lang voor ik hem voor het eerst interviewde, had ik ’m al ettelijke keren van dichtbij gezien. Een vriendin van me woonde in Highgate en ik hou van de Victoriaanse sfeer in Highgate Cemetery – het Père Lachaise van Londen. We gingen regelmatig wandelen op Hampstead Heath, het heuvelachtige, enorme park aan de bovengrens van Londen. George had daar net als ik kennissen. Ik zag ’m wel dertig keer, zonder dat we ooit verder kwamen dan een knikje van herkenning of wuiven. Pas jaren later bleek dat de Heath een jachtterrein was waar homo’s aan cottaging deden – geheime afspraakjes voor snelle seks met onbekenden in struiken, graafputten, toiletten en graftombes.

Het typeert George dat hij weigerde zich te verontschuldigen toen hij in Los Angeles door de politie werd opgepakt voor cottaging – een incident dat overigens werd uitgelokt door een undercoveragent. Maar die scène had zich in Londen vele malen eerder afgespeeld, zonder dat iemand het aan de grote klok hing. Nee, George liet z’n gevoel voor humor in de tegenaanval gaan: hij schreef een song met een hilarische clip over het incident en weigerde, tot groot ongenoegen van de roddelpers, te schuilen of te vluchten. Zijn houding deed denken aan die van de Franse president Mitterand die, toen de pers ontdekte dat die een illegitieme dochter had, simpelweg zei:‘Et alors?’ Vergelijk dat met het gênante gesnotter van Hugh Grant toen die in datzelfde LA met een straathoer werd betrapt.

De uitzinnige humor van George Michael kregen we te zien in zijn laatste grote show, toen hij een gigantische opblaaspop had laten maken van een kruiperige Tony Blair die – letterlijk – George Bush pijpte. Dat was zijn eigen idee, niet dat van een designer.


Nationale schat

Wat ik niet snel zal vergeten, is ons lange gesprek in het Amstel hotel in Amsterdam. Het begon als een formeel interview, tot ik Highgate Cemetery vernoemde en George erop attent maakte dat de rondleiding daar de toeristen ook tot bij het graf van zijn moeder bracht. Daarover was hij heel verontwaardigd. Hij was duidelijk trots dat hij rijk en invoedrijk genoeg was geworden om zijn arme moeder op die prestigieuze, aan grootheden uit de geschiedenis voorbehouden heilige plek een laatste rustplaats te kunnen bieden. Maar hij ging er zelf net zoals zijn orthodoxe familieleden wekelijks bidden en mediteren, en wilde daarbij geen pottenkijkers. We hadden het toen ook over zijn buren. Eén ervan was Boy George, met wie hij lang een semi-aimabele competitie had lopen – een competitie die George Michael zowel op het vlak van niveau als succes glansrijk won. Een andere was de regisseur en voormalig Monty Python-lid Terry Gilliam, wiens domein ook grenst aan Highgate Cemetery en die me zei: ‘Als ik sterf, kan mijn vrouw mijn as gewoon over het tuinhek kieperen.’

Hij was in dat gesprek ook zo pijnlijk eerlijk en openhartig – ongevraagd – dat ik sommige delen niet eens publiceerde, in de wetenschap dat de Britse roddelpers ze zou kapen en uitvergroten. Hij wijdde uit over zijn te kleine penis, over hoe hij een kant van z’n profiel haatte, over z’n zelfdestructieve neigingen… Bizar hoe iemand die enerzijds zozeer en zo lang zijn privacy afschermde en zijn imago bewaakte, toch zo’n drang tot onnodige ontboezemingen had.

Ik zag George nog ettelijke keren in Londen, in het theater, op een feestje van de Pet Shop Boys, op de Brit Awards, in de supermarkt, bij Neal’s Yard (hij was niet de enige beroemde junk die enerzijds drugs nam maar anderzijds zwoer bij homeopathie en natuurlijke aroma’s), vaak met jonge mannen, nooit met zijn vaste vriend Kenny Goss. Ik liet ’m met rust, maar elke keer waren er anderen, meestal vrouwen, die hem aanklampten en overlaadden met liefde. George was in Engeland a national treasure, een gekoesterd icoon dat, welke zonden hij ook beging, altijd geliefd bleef. Hij gaf vaak en veel aan goede doelen (‘Ettelijke miljoenen’, zei de voorzitter van Childline gisteren), altijd anoniem, vaak ook in spontane emotionele gebaren. Mensen vergeten dat hij álle auteursrechten van ‘Last Christmas’ aan Band Aid geschonken heeft. Nu pas lekte uit dat hij anoniem ivf-behandelingen financierde voor vrouwen die niet zwanger konden raken – níét om zelf een kind te hebben, gewoon omdat hij met hen meeleefde.

Ik zag het vaak bij sterren en ook voor George geldt: een grote intelligentie en EQ, gekoppeld aan grootheidswaan en een misplaatst gevoel van ongenaakbaarheid: weigeren in te zien dat je voor al die uitspattingen aan het einde van de rit een prijs betaalt. Ook voor George ontspon zich een jojodiëet van detoxen in peperdure Zwitserse rehabklinieken, gevolgd door vrolijk, nonchalant hervallen. In 2010 en 2013 veroorzaakte hij tot twee keer toe een ongeval door stoned te rijden.

Dit werd George’s last Christmas. Maar speel in godsnaam niet zijn grootste hits, briljante cd’s als ‘Older’ en ‘Patience’ zijn vele malen beter.

Ik weet niet of ‘The Singing Greek’ (zo tekende hij vaak z’n e-mails) ten volle besefte dat hij zelf de ideale soundtrack bij z’n begrafenis had gecomponeerd: het mooie ‘John and Elvis Are Dead’, waarin hij zich afvraagt waarom net Lennon en Presley moesten sterven.

Kunnen we dan nu afspreken dat vanaf 2017 enkel nog klootzakken en leveranciers van sléchte muziek sterven?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234