null Beeld

In memoriam Jeff Buckley 1966-1997

Hoe pijnlijk, groot en onnozel het verlies ook is, we kunnen moeilijk zeggen dat hij niet op glorieuze, hem geheel eigen wijze van de wereld afscheid heeft genomen. 10 jaar geleden, op 29 mei, verdween Jeff Buckley in de Mississippi.

undefined

'Jullie zijn allemaal ontzettend bedankt'

'And the rain is falling and I believe my time has come It reminds me of the pain I might leave behind (...) l'm not afraid to go, but it goes so slow'

(uit: 'Grace')


Beluister 'Grace':

Vanaf woensdag 4 juni kon er echt definitief en officieel gerouwd worden. Het lichaam in het witte Altamont T-shirt met zwarte mouwtjes en de over elkaar gekruiste revolvers dat rond vijf uur 's avonds in de Mississippi was gevonden, was wel degelijk dat van zanger Jeff Buckley. Het was dus geen grap geweest, want van rare vogel Buckley kon je eender wat verwachten. Onder water wegzwemmen, zich achter een boot schuilhouden en een paar dagen later met een brede grijnslach weer opduiken, ja dat was echt iets voor hem. Maar sterven? Op deze ontzettend stomme manier? En bestaan er eigenlijk wel slimme manieren om te sterven?


Alles over Jeff Buckley »

We kunnen het niet helpen, maar wij vinden het een prachtig mooie en bij nader toezien symbolischer dan symbolische dood. Een dood zoals die alleen voorkomt in oosterse parabels, waarvan een mystiek-freak zoals Buckley er ongetwijfeld pakken heeft gelezen. Bijna een week lang heeft hij als een engel, een mannelijke Ophelia - af en toe tegen een stuk wrakhout opbotsend, even vaak uit koers geslagen door een langsmalende raderboot - op de met zoveel muzikale geschiedenis beladen oerrivier de Mississippi rondgedreven. Eén van de vele plezierboten had Buckley in Memphis, tijdens een zwempartijtje in de buurt van de studio waar hij aan de opvolger van zijn debuutplaat werkte, onder water gezogen en zijn lichaam is opgevist in de buurt van Beale Street, de legendarische straat in Memphis waar decennia geleden in de zweterige schemer van een handjevol juke joints ooit de jazz en de blues zijn uitgevonden. Echte muzikanten zitten er dezer dagen niet meer; Beale Street is een trieste, in flets neonlicht badende toeristenfuik geworden waar Japanners en pafferige Amerikanen hun wegwerpcamera's leegschieten. Buckley heeft op zijn laatste reis (van de studio waar zijn muziek weerklonk, zijn twee gouden longen volstromend met water, naar Beale Street) precies het traject gevolgd waartegen hij zich bij leven en welzijn met alle geweld heeft verzet: van echte, recht uit hart en nieren geknepen muziek naar de almaar moeilijker ontkoombare, in snel tempo alles overwoekerende platte commercie. Buckley was in woord en daad (zijn muziek) een levend pleidooi voor echtheid en zuiverheid.


Bekijk het concert van Jeff Buckley op Roskilde 1995:

Het plaatste hem in de positie van buitenstaander, de stille getuige aan de kant die vanop een afstandje het gewemel bekijkt en er het zijne van denkt, zij het dat niet alleen. Om te beginnen is Buckley altijd een outsider geweest, zelfs letterlijk: hij was een typisch flower power kind, geboren uit het kortstondige huwelijk van Mary Guibert en de cult-folkzanger Tim Buckley. Zijn vader trok eruit toen hij nog een baby was - op zijn achtste heeft Jeff één weekje bij hem verbleven, maar later heeft hij zijn vader nooit meer gezien. Als kind moest hij voortdurend verhuizen: een alleenstaande moeder kreeg het in de sixties in Zuid-California namelijk zwaar te verduren, iets wat op de kleine Jeff een grote indruk moet hebben gemaakt. 'We hadden niet eens koffers,' zei hij ooit over die periode. 'Ik stopte de weinige spulletjes die ik had telkens gewoon in papieren zakken. Op tournee - en ik heb de laatste tijd haast niks anders gedaan dan toeren - voel ik me net als toen: je leeft op je eentje, je reist voordurend van de ene naar de andere locatie, je maakt snel vrienden, maar je weet dat je ze even snel weer moet loslaten. Wat dat betreft is er voor mij niks veranderd. It feels like home.' Jezelf thuisvoelen als je geen thuis hebt, het credo van de geboren outsider.


Beluister 'Sketches for My Sweetheart the Drunk':

Ten tweede was er de erfenis van de vader die hij nooit echt heeft gekend, een molensteen die hij merkwaardig genoeg min of meer zichzelf om de nek had gehangen. Zijn hele adolescentie lang heeft Buckley namelijk Scott Moorehead geheten, naar de naam van zijn stiefvader, 'een mens met wie ik fysiek noch geestelijk iets gemeen had'. Pas later, aan het loket van de burgerlijke stand, is Jeff Buckley echt Jeff Buckley geworden. En op het podium, naar eigen zeggen de enige plaats waar hij helemaal zichzelf kon zijn. Wanneer hij van dat podium afstapte werd hij weer gewoon een onwennige, grappige (Buckley kon uitstekend stemmen imiteren), jongensachtige, soms in tongen sprekende verschijning, en - zoals veel muzikanten - een onbegrepen weirdo: 'Muzikanten worden voor rare snuiters versleten,' zei hij. 'Dat komt omdat muziek met magie te maken heeft. En mensen vinden magie iets voor kinderen. Voor vrouwen. Voor clowns. Voor gekken. En ze hebben gelijk. Máár: geen enkele gek kan 'Blonde on Blonde' schrijven.'

En geen enkele gek is ook tot een magistrale debuutelpee als 'Grace' in staat, een intens persoonlijke plaat waarop dromerige, hyperromantische folkballades zij aan zij staan met opmerkelijke covers als 'Hallelujah' (Leonard Cohen), 'Lilac Wine' (Nina Simone) en 'Corpus Christi Carol (For Roy)' (Benjamin Britten), een plaat vooral waarop de engelachtige, vlinderende stem van Buckley - een in dank aanvaard genetisch cadeautje van zijn vader - de ijzingwekkende hoofdrol opeist. Méér dan alleen maar een verzameling hartbrekend mooie songs, fucked up love songs zoals hij zelf zei, is 'Grace' een collectie hoogstpersoonlijke gospels, een gebedenboek voor eigen gebruik van een zanger die doordrongen is van de magische kracht van muziek. Wie hem ooit, terwijl de rillingen in rotten van drie langs de ruggengraat schoten, live aan het werk zag, was het onmiddellijk roerend met hem eens. Na het verbluffende concert op Werchter in '95 sprak een opgetogen Buckley ten overstaan van Onze (zélf nog niet helemaal bekomen) Man: 'Mijn dag kan niet meer stuk. Mijn optreden was nagenoeg perfect. Je hebt van die dagen: dat de vibe goed zit. Zoals vorig jaar in de Pacific in Antwerpen: het zijn hoogtepunten in mijn carrière. Jullie zijn allemaal ontzettend bedankt.'


Beluister 'You and I':

Niet dat we, zoals dat bij overlijdens wel vaker gebeurt, plots christelijk-mystieke gevoelens beginnen te koesteren en zoals iedereen verklaringen en profetiën zoeken waar er geen zijn, maar bij wijze van afsluiter trekken wij toch nog even volgaarne een blik X-Files open. Luisterend naar het nu dieper dan ooit in de ziel snijdende 'Grace' springt ons steeds het volgende beeld voor de geest: de 30-jarige Buckley die met zijn op 28-jarige leeftijd gestorven vader (óók een accidental death: hij nam een overdosis heroïne en morfine in de veronderstelling dat het cocaïne was) op een wolkje aan de bar zit, eindelijk verenigd met wat zijn jongere broer zou kunnen zijn, een gedachte die blijkbaar ook Buckley niet is ontgaan. De allerlaatste song van 'Grace' is een neopsychedelische, met ijldronken, flinterdunne stem gezongen mijmering over zijn vader: 'Dream Brother' heet die song en de slotregels - de allerlaatste woorden die Buckley bij leven op plaat heeft gezet - luiden: 'Your eyes to the ground/ And the world spinning round forever/ Asleep in the sand with the ocean washing over...' Hoe pijnlijk, groot en onnozel het verlies ook is, we kunnen moeilijk zeggen dat hij niet op glorieuze, hem geheel eigen wijze van de wereld afscheid heeft genomen.

Je bent ontzettend bedankt, Jeff.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234