In Memoriam: Mark Hollis (Talk Talk)

Dankjewel Mark, je was one of a kind.

Het begrip ‘genie’ is een woord dat, wat mij betreft, veel te vaak veel te gemakkelijk gebruikt wordt. Je hoeft tegenwoordig maar de juiste jalapeño-mayonaise mee te brengen naar een feestje, of je vrienden brullen al in koor ‘je bent een genie!’. Volgens Van Dale is een genie ‘iemand met buitengewone gaven’ en verwijst genialiteit naar ‘de bijzondere aangeboren gaven’ van iemand. Wel, als we ons strikt aan die definities houden, dan kunnen we vandaag het etiket genie nog eens met recht en reden gebruiken. De aanleiding is verdrietig: gisteravond, 25 februari 2019, kwam het nieuws dat Mark Hollis is gestorven. En Mark Hollis, het vroegere opperhoofd van Talk Talk, de enkelvoudige soloartiest, de raadselachtige kluizenaar, de befaamde, kribbige interviewee – die Mark Hollis was een genie. Een totaal genie, zelfs


Het geluid van een beter mens willen worden

Hoewel Hollis al meer dan 20 jaar van het toneel verdwenen was, en er van hem weinig meer te verwachten viel, raakt zijn dood mij toch ontzettend. En ik ben absoluut niet de enige – de muziekkant van Twitter stond gisteren bol van de dankbetuigingen. Vele jonge groepjes, met leden vrijwel zonder uitzondering geboren na Hollis’ hoogdagen, zeiden dat zijn muziek van grote invloed op hun werk én leven is geweest. Wie de latere platen van Talk Talk in zijn hart heeft gesloten, zal dit gevoel herkennen.

'Spiritualiteit was hét leidmotief van Mark Hollis' leven'

Zelden is artistieke muziek zo persoonlijk geweest als in het geval van Hollis’ drie meesterwerken: ‘Spirit of Eden’, ‘Laughing Stock’ en zijn soloworp ‘Mark Hollis’. Het is het geluid van een mens die gaandeweg steeds minder nodig blijkt te hebben om zichzelf uit te drukken, maar tegelijk een maximale openheid van geest bereikt. Klinkt zweverig? Wel, hier is nog een woord dat aan slijtage onderhevig is: spiritualiteit. Hét leidmotief van Talk Talks latere carrière, en van Mark Hollis’ leven. Met zijn niet aflatende zoektocht naar creativiteit, naar nieuwe manieren om te communiceren met zijn kunst, bewees hij dat spiritualiteit allesbehalve vaag en zweverig is – het is juist de durf om van kleur te verschieten, het lef om kwetsbaar te zijn, om achter te laten waar je je niet meer in herkent. Het is het geluid van een beter mens willen worden.

Mark Hollis werd geboren in Londen, in 1955. En met die informatie begint het enigma al een beetje. Want heel veel meer weten we niet. Hollis had een hekel aan interviews, al gaf hij wel altijd schitterende citaten ten beste in die spaarzame gevallen dat het voorviel. Over zijn afkomst weten we dat hij twee broers heeft (had?), waarvan er één zwaar aan drugs verslaafd zou geraakt zijn. Hollis schreef er het meesterwerk ‘I Believe In You over, een song die de akelige bijwerkingen van verslavingen weet te vatten, alsook alle hoop bezit op een goede afloop. Hollis stelde verder over zijn jeugd: ‘Ik was op school alleen geïnteresseerd in naar huis gaan, om verder te gaan met schrijven en liedjes maken.’


Blanco cheque

Talk Talk werd eind jaren zeventig opgericht, met Hollis als frontman. Of nu ja, frontman… Typisch zo’n ‘leeg’ etiket waar Hollis zijn hele carrière met minstens één opgetrokken wenkbrauw naar zou kijken. Frontman was hij dan misschien niet - dat liet hij graag aan een generatiegenoot als Simon LeBon over - maar een leider was hij zeker. In het begin was Talk Talk qua sound en ambitie absoluut een onderdeel van de New Romantics-beweging. Ze scoorden een wereldhit met ‘It’s My Life’. Hollis heeft zich altijd een beetje geschaamd voor die status, en hij begon er zich later voor te verontschuldigen – ‘we gebruikten synthesizers alleen maar omdat we geen echte instrumenten konden betalen’. Het was met hun derde plaat, ‘The Colour of Spring’ uit 1986, dat hij blijkbaar goed genoeg in de slappe was zat om zijn visie voor het eerst echt op de wereld los te laten. Die plaat bevatte met ‘Life is What You Make It’ nog een knoepert van een eightieshit, maar de algehele sound is al veel vrijer, veel complexer dan wat voorafging. Je hoort de invloeden van Britse folk, en van de jazz die Hollis zo fanatiek bewonderde - zijn held was Miles Davis, zijn favoriete plaat diens ‘Sketches of Spain’.

''Spirit of Eden' is een meesterwerk dat je integraal ondergaat'

En daarna, daarna kwam dus ‘Spirit of Eden’. Een plaat zo radicaal in zijn koerswijziging, zo grandioos in zijn openmindedness, dat hij voorgoed als een oerbron zal dienen voor muzikanten die ook die staat-van-zijn willen bereiken. Er wordt wel gezegd dat ze er de postrock mee uitvonden, en een carrière van een groep als Elbow is zeker doordesemd van de magie van Spirit of Eden. Toch schieten die verklaringen allemaal tekort - het genre van hun vierde plaat is wat mij betreft simpwelweg ‘Spirit of Eden’. Wat de luisteraar te horen kreeg was geen nieuwe hitplaat, maar een werkstuk met zes lange songs, die alle kanten uitschieten, en toch een imposant geheel vormen. Hollis had, samen met zijn bandmaats Paul Webb enLee Harris, de platenmaatschappij overtuigd om een jaar lang met een blanco cheque te werken. Dat hebben ze geweten. Of misschien ook wel niet - want, hoewel er een 25-koppig koor werd ingehuurd, is het nauwelijks te horen. Maar daar waar die stemmen opduiken, is het er boenk op. En dat geldt voor alles op ‘Spirit’, een plaat zonder singles, en een die je onmogelijk live kunt reproduceren. Strijkers, soundscapes, jazzblazers en stormende gitaren zijn maar een klein deel van het palet, en dat alles complex in de mix gestoken door Hollis en producer Tim Friese-Green. Afzonderlijke tracks noemen is zinloos – dit meesterwerk onderga je integraal. En dan hebben we het belangrijkste instrument niet eens genoemd – de stem van Mark Hollis. Die schitterende, hese stem. Hij zingt niet eens extreem veel, maar elk woord is een voltreffer.

Na ‘Spirit’ pelde hij de groep en zijn sound nog verder af. Opvolger ‘Laughing Stock’ was akoestisch van toon, en doordrenkt van jazz. Waar ‘Spirit’ zich nog afspeelde in de studio-als-kosmos, daar had hij op Laughing al genoeg aan alle muzikanten in een ruimte, een combo dat net zo vrij en creatief kon zijn als dat van zijn voorbeeld Miles. Meest exemplarische song is misschien wel ‘Ascencion Day’ – freejazz die omvergeblazen wordt door postrock avant-la-lettre. Een groep als Tortoise, of een generatie later: Animal Collective, heeft er goed naar geluisterd.


De J.D. Salinger van de muziek

Daarna was het over voor Talk Talk, en natuurlijk was het Hollis die de boel ontbond. Kwestie van alles gezegd hebben, en nog maar iets afschudden op je eigen spirituele pad. In 1998 kwam hij nog met zijn titelloze soloplaat. Een schitterende oefening in minimalisme. Zelfs het combo van ‘Laughing Stock’was er nu al te veel aan. De plaat kwam uit in een tijd dat Talk Talks experimenteerdrift in een beter licht stond dan toen de commercieel minder succesvolle platen verschenen. Radiohead, Spiritualized: hun parcours was ondenkbaar zonder Hollis’ baanbrekende werk, en ze roemden hem openlijk in de pers. Daardoor verrichte Mark rond de release van zijn soloplaat zowaar flink wat promowerk. Het mocht niet baten: hij stelde zich bloedchagrijnig op. Wel gaf hij tussen neus en lippen door iets mee wat we toch niet anders als zijn levensmotto konden zien: ‘Daar waar je twee noten kunt spelen, speel ik er liever een.’

Mark Hollis werd de laatste 20 jaar de J.D. Salinger van de muziek. Zijn status en mythe groeiden bij elk jaar afwezigheid nog wat meer, en zelf leek hij totale vrede te hebben met zijn ‘pensioen’ (hij was nauwelijks 43 jaar oud in 1998). Net als bij Salinger valt zijn kleine oeuvre uiteen in een populair deel (wat is ‘The Best of Talk Talk’ anders dan zijn ‘Catcher in the Rye?) en een vervolg dat bolstaat van de zoektocht naar Verlichting? Salinger deed dat door zijn briljante, boeddhistische verhalen over de familie Glass te schrijven, Hollis door een volledige nieuwe muzikale grammatica voor zichzelf te formuleren. Daarbij ging hij te werk alsof hij een atoom aan het splitsen was; steeds maar afpellen, steeds maar opzoek naar de puurste kern denkbaar.

Mogelijk is hij rond zijn soloplaat tot de conclusie gekomen dat die kern niet bestaat, of niet bereikt kan worden, en is hij daarom simpelweg gestopt. Maar evengoed wilde hij gewoon graag gaan tuinieren, of weet ik veel, want we weten niks – ook een doodsoorzaak is voorlopig onbekend, en het zou me niks verbazen als dat binnen de kringen van zijn privacy blijft hangen. En ik wil het ook niet weten, want platte feiten staan haaks op leven en werk van Mark Hollis – de grootsheid van Spirit of Eden, zijn prachtige stem, het fraaie je-m’en-foutisme van zijn soloplaat en af en toe meebrullen met ‘Life is What You Make It in een karaokebar: hij heeft ons genoeg gegeven om nog minstens 64 jaar mee door te kunnen. Dankjewel Mark, je was one of a kind en een absoluut, spiritueel genie.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234