null Beeld

Incest in de islam: een even groot trauma, een nog groter taboe

'Incest, dat bestond bij ons niet. Dat was een ziekte voor westerlingen.' Incest in de islam: een slachtoffer getuigt.


Malika, een 37-jarige Marokkaanse uit Gent, werd als kind misbruikt door haar twee ooms. Moslimmeisjes (én -jongens) die aangerand worden door een familielid hebben het extra zwaar, want de moslimgemeenschap raakt maar heel langzaam in het reine met incest binnen de eigen groep. 'Volgens mijn moeder was het een westerlingenziekte,' zegt Malika. 'Incest, dat bestond niet in de islam.'

De eerste keer dat ze met iemand over het misbruik sprak was in het moederhuis. Malika was 27, net bevallen van een dochtertje. Ze raakte in gesprek met de jonge moeder in het bed naast haar. Ze vertelde over haar oom: hoe die haar als kind in het ouderlijk huis op bed gooide, haar kleren uittrok en boven op haar ging liggen. 'Spreek hier met niemand over,' zei hij soms, in het Arabisch. Meestal stond hij op en ging hij zonder een woord weer weg.

Nu, tien jaar later, heeft Malika het nog steeds moeilijk om erover te praten. Een uur voor ik haar zal interviewen, stuurt ze me een sms'je: dat ze afgelopen nacht geen oog heeft dichtgedaan, zwetend en gespannen. 'Denk dat ik er toch niet klaar voor ben.'


Een paar weken later belt ze terug. Ze wil het toch doen. Al vindt ze het een slecht moment om ermee naar buiten te komen.


MALIKA « Ik weet dat mijn verhaal niet meteen een rooskleurig beeld van de islam geeft. Kritiek op het geloof wordt meteen gezien als een aanval. Dat is helemaal mijn bedoeling niet. Ik hoop alleen dat ik, door mijn verhaal te doen, kan helpen om het taboe rond incest in onze cultuur door te prikken.»

undefined

Kind van de duivel

Malika was zeven toen ze met haar moeder, broers en zusjes in Gent kwam wonen. Haar vader werkte al een paar jaar in België, in de bouw. Het was de snikhete zomer van 1976, maar het was niet hálf zo warm als in haar geboortedorp.


MALIKA « Ons dorpje lag in een dorre streek op zo'n dertig kilometer van de hoofdstad Rabat. Het was zo klein dat het niet eens op de kaart stond. We woonden in een huisje met één kamer, waar we met het hele gezin aten en sliepen. Ik ben nu 37, en ik zie die eerste zeven jaar nog altijd als de gelukkigste van mijn leven.

» Dat veranderde toen ik naar België kwam. In Gent kwamen we in een krotwoning terecht die op de lijst stond om gesloopt te worden - maar dat wisten mijn ouders niet. In acht jaar tijd zijn we drie keer verhuisd, telkens in dezelfde straat: elke keer weer werden we onteigend omdat ons huis gesloopt moest worden.

» In België zijn er nog twee broers en een zusje geboren. In totaal waren we met acht kinderen. Mijn moeder stond er helemaal alleen voor. Vader stond om vijf uur op om te gaan werken en kwam pas na zeven uur thuis. 's Zaterdags zagen we hem alleen als we met het hele gezin naar het badhuis gingen om te douchen; 's zondags sliep hij. Mijn moeder kon de situatie niet aan. Ik herinner mij vooral chaos, geroep, vuile afwas, kleren die overal rondslingerden.»


HUMO Werden jullie streng opgevoed?

MALIKA « Heel traditioneel en religieus, zoals in de meeste Marokkaanse gezinnen toen. Allah was altijd aanwezig in huis. Ik was een meisje, dus ik mocht amper buitenkomen, geen contact met jongens hebben... En ik kreeg enorm veel slaag. Mijn vader sloeg mij altijd als mijn broers en zussen erbij waren.

» Van alle kinderen viel ik het meest uit de toon, omdat ik nogal opstandig was. Ik wist bijvoorbeeld al heel vroeg dat ik niet, zoals de meeste Marokkaanse meisjes, wilde terechtkomen in de afdeling Snit en Naad. Mijn droom was directiesecretaresse worden, met hoge hakjes en lange gelakte nagels. Maar ik had niks te zeggen, ik moest luisteren. Vanaf mijn tiende moest ik helpen in het huishouden, voor mijn jongere broers en zusjes zorgen... Mijn oudste broer begon mij ook te commanderen: als het van hem afhing, kwam ik nooit meer de straat op!

» Er werd veel gebeden thuis. Op de duur wilde ik dat niet meer. Er was iets in mij dat zei: 'Allah bestaat niet.' Ik zag dat mijn moeder veel verdriet had omdat we naar België verhuisd waren, en zelf leed ik er ook enorm onder. Dat kon Allah toch niet gewild hebben? Mijn moeder, een heel onderdanige vrouw, was ontgoocheld in mij. Ze heeft me dikwijls gezegd: 'Jij bent mijn kind niet, je bent het kind van de duivel.'»

(ab)

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234