Bert Blocken: ‘Plekken waar  de luchtkwaliteit in orde is, zouden dat met een sticker op de deur moeten kunnen tonen aan de klanten.’ Beeld Stefaan Temmerman
Bert Blocken: ‘Plekken waar de luchtkwaliteit in orde is, zouden dat met een sticker op de deur moeten kunnen tonen aan de klanten.’Beeld Stefaan Temmerman

Coronavirus

Ingenieur Bert Blocken, expert ventilatie: ‘Waar ik echt verdrietig om ben, zijn de woonzorgcentra. Goede luchtreiniging had een enorm verschil kunnen maken’

Dankzij hem zit Wout van Aert perfect aerodynamisch op de fiets. Nu gaat zijn ­aandacht vooral naar woon-zorgcentra en scholen, waar hij luchtreinigers plaatst. Ingenieur Bert Blocken (47): ‘Als het beleid niets doet, moeten we het zelf doen.’

Joël De Ceulaer

‘Waar ik echt verdrietig om ben, zijn de woon-zorgcentra”, zegt Bert Blocken. “Wat daar gebeurd is, kan mij nog tot tranen toe bewegen. Mensen werden opgesloten, afgesloten, moesten vaak sterven zonder hun familie nog te kunnen zien. En dan te weten dat goede luchtreiniging daar een enorm verschil had kunnen maken – een verschil van leven en dood. Deze pandemie heeft wel meer onrechtvaardigheden getoond. De sluiting van de theaterzalen, die nergens voor nodig was. De mensen die tijdens een lockdown vaak met verschillende kinderen opgesloten zaten in een klein appartementje. Zeer triest.”

Bert Blocken is burgerlijk ingenieur bouwkunde, verbonden aan de KU Leuven en de TU Eindhoven. Al sinds april 2020 schreeuwt hij van de daken dat het coronavirus vooral in de lucht hangt, en niet zozeer aan onze handen zit of in uitgehoeste druppeltjes. Het is een kwestie van aerosolen – miniscule deeltjes waarin het virus zich verplaatst. En om die tegen te houden, moeten we ze uit de lucht verwijderen. Door te verluchten, door te ventileren en door de lucht met apparaten te reinigen. Omdat hij de traagheid van het beleid niet meer kon aanzien, nam hij – samen met viroloog Marc Van Ranst – het heft zelf in handen. Hij stichtte een consortium, een samenwerkingsverband, dat tientallen scholen, woon-zorgcentra en gemeenten in Vlaanderen, en een paar in Wallonië en Nederland, van luchtreinigers zal voorzien. Dat project komt nu op kruissnelheid.

BIO * geboren in 1974 in Hasselt * burgerlijk ingenieur bouwkunde en doctor in de ingenieurswetenschappen * hoogleraar bouwfysica aan de TU Eindhoven en deeltijds gewoon hoogleraar aan de KU Leuven * aerodynamisch consultant van wielerploeg Team Jumbo-Visma * werkt met een consortium aan luchtzuivering in scholen en woon-zorgcentra

“Marc Van Ranst en ik hebben elkaar leren kennen via een Twitterrel”, lacht Blocken. “Hij was sceptisch over de resultaten van een project met luchtreinigers in scholen in het Nederlandse Staphorst, ik vond dat hij zich vergiste. Het ging er stevig aan toe: de tweets vlogen als scudraketten heen en weer. Toen we uitgeraasd waren, schreef ik dat ik wel veel respect voor hem had en een topviroloog zocht om mee samen te werken. Twee seconden later was de ruzie voorbij. Twee dagen later waren we aan het samenwerken.”

En hoever staat uw project?

“We werken echt dag en nacht. Tegen eind januari hopen we de meeste scholen in ons project te hebben uitgerust met luchtreinigers . De inschrijvingen zijn afgesloten, maar woensdag is er nog één school bijgekomen: De Wereldreiziger in Antwerpen, een schooltje met veel kinderen van vluchtelingen, dat vlakbij druk verkeer ligt en dus hoge fijnstofconcentraties heeft – ook daartegen helpt luchtreiniging. Ik ben heel blij dat we die mensen nog kunnen helpen. Als het beleid niets doet, moeten we het zelf doen.”

Wanneer greep de pandemie uw aandacht?

“Al relatief vroeg. Op oudejaarsavond 2019 was ik met een paar vrienden aan zee, en mijn dochter kon niet slapen, omdat ze bang was voor het virus. Ik heb haar toen wel gerustgesteld, uiteraard. Zelf raakte ik pas echt verontrust in februari 2020, toen alles ontplofte in Bergamo, na de voetbalwedstrijd van Atalanta Bergamo tegen Valencia in Milaan – de wedstrijd die nooit gespeeld had mogen worden, schreef men later.”

Dacht u toen meteen aan aerosolen?

“Zeker. Mensen denken dat zo’n stadion zich in de buitenlucht bevindt, maar eigenlijk is dat maar half het geval. Een modern stadion is zo goed afgesloten dat aerosolen er heel lang blijven hangen. Als veel mensen dan juichen en zingen, krijg je hoge concentraties virus in de lucht. Ik wist op dat moment niet echt zeker dat de besmettingen daaraan te wijten waren, maar ik hield er wel rekening mee. Denk aan Bengaals vuurwerk tijdens een wedstrijd: die rook blijft soms minutenlang hangen. Dat zijn ook aerosolen. Dat zegt genoeg.”

Vandaag gebruikt men de analogie van de sigarettenrook.

“Dat is een goede manier om duidelijk te maken hoe aerosolen zich verspreiden. Als je die metafoor gebruikt, dan snappen mensen het. De overheid had allang filmpjes moeten maken, eventueel zelfs met animatiefiguurtjes, om uit te leggen hoe die kleine deeltjes in de lucht zich verspreiden. Zo zouden ook kinderen kunnen begrijpen waarom ventilatie, verluchting en luchtreiniging zo belangrijk zijn.”

De Wereldgezondheidsorganisatie, en ook veel experts bij ons, hebben zeer lang volgehouden dat het virus zich verspreidt via de handen en grotere druppeltjes die we uitstoten. Hadden ze sneller beter moeten weten?

“Ik denk van wel. Dit is ook zelfkritiek, want ik had het óók sneller moeten zien. De barman in Ischgl die een groot deel van het café had besmet: dat kon je bijna niet op een andere manier verklaren dan door aerosolen. Door nauw contact, dus druppeltjes, of via de handen – dan zou die barman echt elk glas hebben moeten aanraken met de handen vol virus. Veel logischer was het om uit te gaan van besmetting via de lucht. Men maakte inderdaad de fout om te veronderstellen dat besmetting verloopt via oppervlakten en grote druppels, de zogenaamde droplets die na anderhalve meter op de grond vallen.”

Wanneer begon het inzicht te kantelen?

“Ik denk dat mijn collega’s Jose-Luis Jimenez en Linsey Marr, allebei ingenieurs die in de VS doceren, mee bij de eersten waren die het zagen. Ik heb in april 2020 met Linsey een artikel geschreven over het belang van aerosolen en ventilatie. Dat artikel werd goed opgepikt door experts op sociale media, maar kreeg geen weerklank bij beleidsmakers.”

In Vlaanderen was Marc Van Ranst de eerste die u daarin volgde, juist?

“Ja, Marc was in mei 2020 ook overtuigd en dat heeft mij enorm geholpen. Eindelijk was er iemand van de tv-virologen, als ik het even zo oneerbiedig mag zeggen, die aan mijn kant stond. In Nederland heeft het veel langer geduurd. Inmiddels is nagenoeg iedereen wel mee, maar het heeft verschrikkelijk lang geduurd. Ik heb nooit zoveel experts zoveel onzin horen vertellen als tijdens deze pandemie.”

Dit interview had ook anderhalf jaar geleden moeten plaatsvinden.

“Maar dan had ik nog niet zoveel te vertellen gehad. Nu pas ben ik volop bezig met het consortium om scholen en woon-zorgcentra van ventilatie en luchtreiniging te voorzien.”

Ere wie ere toekomt: op 12 mei 2021 stond u prominent op de cover van Knack. Bracht dat iets teweeg?

“Ja, dat heeft ertoe geleid dat honderden mensen mij begonnen te mailen om advies te vragen. En voor mij als wetenschapper is het moeilijk om commerciële bedrijven aan te bevelen, maar ik heb zo goed en zo kwaad als ik kon die mensen geholpen. Al is dat maar een druppel op een hete plaat. Met het consortium kunnen we nu meer doen, maar het zal pas een verschil maken als de overheid meegaat. IT-specialist Carl Van Keirsbilck, die mee in de adviesraad van ons consortium zit, heeft berekend dat luchtreiniging in alle Vlaamse klassen 90 miljoen kost.”

Leg eens even het verschil uit tussen verluchting, ventilatie en luchtreiniging.

“Bij ventilatie voorzie je verse buitenlucht, of buitenlucht samen met gerecycleerde binnenlucht, continu op mechanische wijze in woning of kantoor. Verluchting gebeurt meestal simpelweg door het openzetten van ramen en deuren. Luchtreiniging is dan weer een aparte technologie, die fijnstof en andere aerosolen zuivert uit aangevoerde buitenlucht of binnenlucht. Dat weten veel mensen niet: fijnstof dat door verkeer wordt uitgestoten, zijn ook aerosolen. Het gaat om deeltjes die zich via de lucht verplaatsen. In de kleine druppeltjes die we uitademen kan virus zitten.”

Hoe is het idee voor uw project begonnen?

“Vorig jaar in december kreeg ik een bericht van een medewerker van Johan Sauwens (CD&V/Trots op Bilzen), de burgemeester van Bilzen. Dat was opmerkelijk, want ik stond net op het punt om zelf met hem contact op te nemen. Ik ken Johan van vroeger, bij de wielerclub in Bilzen – ik ben zelf van Hoeselt. Ik wilde hem vragen om een luchtreinigingsproject in scholen op te zetten, en het grappige is dus dat hij hetzelfde wilde doen. We hebben dan afgesproken en gewoon de hand aan de ploeg geslagen.”

Rond die tijd verscheen dat artikel in de Nederlandse pers over Staphorst, waar men goede resultaten had geboekt in scholen.

“Van dat project was aan mij gevraagd om de data te analyseren, maar verder was ik er niet bij betrokken. In al die scholen in Staphorst waar men luchtreinigers had geplaatst, bleek het aantal besmettingen tot nul herleid. Staphorst ligt in de zogenaamde Nederlandse bijbelgordel waar men niet zo tuk is op vaccinatie. Het plan was niet om daarover te communiceren, maar een alerte journalist had het gevolgd en schreef een stuk met als titel: ‘Het wonder van Staphorst’. Terwijl het natuurlijk geen wonder was, maar wetenschap.”

Er kwam ook kritiek op de resultaten, niet alleen van Marc Van Ranst. Misschien waren die kinderen voordien al besmet geweest. Het was één van de alternatieve verklaringen.

“Het was geen strikt klinisch onderzoek dat aan alle vereisten voldeed, dat is zo, dat heb ik ook nooit ontkend. Maar er bestaat genoeg onderzoek dat aantoont dat luchtreiniging werkt, dus die resultaten verbaasden mij niet. En ze brachten een positieve dynamiek op gang. Want na Sauwens zochten ook de burgemeesters Jo Brouns (CD&V) van Kinrooi en Gwendolyn Rutten (Open Vld) van Aarschot contact met mij. Zij waren overtuigd en wilden volle kracht vooruit.”

'Bij aerosolen gaat het om de beweging van lucht, om turbulentie. Met alle respect, dat is niet de expertise van virologen.' Beeld Stefaan Temmerman
'Bij aerosolen gaat het om de beweging van lucht, om turbulentie. Met alle respect, dat is niet de expertise van virologen.'Beeld Stefaan Temmerman

Als je de lucht in een klaslokaal terdege reinigt, kun je dan ramen en deuren sluiten en de mondmaskers achterwege laten? Is het zo effectief?

“Dat kan ik niet honderd procent bevestigen. Maar in grote lijnen wel. Je zult altijd nog ventilatie nodig hebben om de CO2 uit de lucht te halen, want die kan leerlingen suf en moe maken. Maar in principe kun je met goede luchtreiniging gewoon doen wat je voor de pandemie deed. Zeker als kinderen naast elkaar zitten en niet te veel met elkaar praten, want dan stoten ze natuurlijk weer aerosolen uit in elkaars richting. Dus of je de mondmaskers in alle omstandigheden kunt laten vallen, zou ik niet durven te zeggen.”

Veralgemeende luchtreiniging betekent wel het einde van alle lockdowns, hebt u al gezegd. Dat is natuurlijk de heilige graal waar iedereen op hoopt.

“De bestrijding van het virus zal altijd gebeuren met een combinatie van maatregelen: het is én vaccinatie én luchtreiniging én mondmaskers. Maar als de luchtkwaliteit in alle binnenruimtes haast evengoed is als de luchtkwaliteit buiten, kan ik mij niet inbeelden waarom we ooit nog een lockdown zouden nodig hebben. Zuivere lucht is het einde van de lockdowns.”

U vindt ook dat niet zozeer personen een certificaat nodig hebben, zoals een Covid Safe Ticket, maar wel gebouwen: cafés, bioscopen, theaterzalen…

“Absoluut, dat stond al in mijn artikel van mei 2020. Men zou dat moeten invoeren: plekken waar de luchtkwaliteit in orde is, zouden dat met een sticker op de deur moeten kunnen adverteren aan de klanten. Het is alleen jammer dat de lijst met goede luchtreinigingstoestellen op de website van de FOD Volksgezondheid niet goed is.”

Dat is inderdaad verbijsterend. Het federale ministerie van Volksgezondheid raadt niet alleen betrouwbare toestellen aan.

“Nee, en dat is spijtig, want het ministerieel besluit van Frank Vandenbroucke (Vooruit) van 18 mei vorig jaar is een steengoed document. Maar cynisch genoeg heeft men de criteria in dat document niet zorgvuldig gebruikt voor de lijst die men zelf heeft gemaakt. Het is natuurlijk veel werk, dat geef ik toe. Ik heb vorig weekend de testrapporten van vijf toestellen bekeken, en daar ben ik bijna een hele dag en nacht mee bezig geweest. Sommige bedrijven hebben fantastisch goede technische fiches, andere zijn erg slordig, of proberen de fouten te verbergen.”

Werkt u niet aan een update, samen met de KU Leuven?

“Ik heb het daar al met rector Luc Sels over gehad, ja. Dat zal wel even duren, want we kunnen niet zomaar toestellen van die lijst van Volksgezondheid schrappen, dat zou ons rechtszaken vanwege de fabrikanten kunnen opleveren. Maar we gaan zo snel en zo goed en zo kwaad als het kan een eenvoudige lijst met criteria voor het brede publiek verspreiden. Al kreeg ik ook al telefoon van een journalist die het zelf wil doen.”

U bent niet alleen kritisch voor het beleid. Voor iemand als coronacommissaris Pedro Facon hebt u veel lof.

“Ik ben enthousiast over mensen die echt luisteren en daar ook iets mee doen. Caroline Gennez, Vlaams parlementslid voor Vooruit, is zo iemand. Nick Van Larebeke van de Hoge Gezondheidsraad, Matthias De Caluwe van Horeca Vlaanderen en ook Pedro Facon. Pedro heeft een moeilijke taak, hij zit gewrongen tussen verschillende actoren, maar hij is zeer verstandig en had snel het belang van luchtkwaliteit door. Bioloog en milieuonderzoeker Maarten De Cock heeft ook een belangrijke rol gespeeld. Toen de CO2-meter werd ingevoerd voor horeca en fitness, is dat zelfs gesignaleerd aan de Amerikaanse president Joe Biden, als voorbeeld van een goede praktijk.”

Tot het kabinet van Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) is de boodschap nooit echt goed doorgedrongen.

“Nu wel, hoor. Doordat Marc Van Ranst en ik met het consortium dat scholenproject doen, hebben we al een gesprek gehad met de minister, en met zijn collega Hilde Crevits (CD&V). Maar ik zal altijd onafhankelijk mijn eigen ding blijven doen. Ik wil graag communiceren met de politiek, maar ik laat mij niet zeggen wat ik moet doen – tenzij zij het zelf financieren, natuurlijk. Wij zijn nu bezig, dus wij doen verder. Als het kabinet later wil samenwerken en zelf luchtreiniging breed wil uitrollen en financieren, dan weet de minister mij te vinden.”

Een collega-ingenieur, Leen Peeters, die nu met u samenwerkt, heeft vorig jaar een voorstel gedaan aan Weyts, maar werd genegeerd, klopt dat?

“Zij had vooral ingezet op mechanische ventilatiesystemen, en kwam uit op een project dat 350 miljoen euro zou kosten. Dat is veel duurder dan wat wij doen. Maar nog altijd zeer beperkt vergeleken met de totale kost van deze pandemie. Toch werd zij niet echt ernstig genomen, om het zacht uit te drukken. Zeer jammer, want ook het plan van Leen had een enorm verschil kunnen maken. Dan hadden we veel ellende kunnen vermijden en was ons project vandaag misschien overbodig geweest.”

Is het probleem niet dat Louis Ide, ziekenhuisarts en N-VA-lid, een adviseur is van Weyts en nog vasthoudt aan de droplets, en de aerosolenoverdracht relativeert?

“Ik denk van wel. En dat is zeer straf. Ik kan nog begrijpen dat een arts tot april 2021 het belang van aerosolen onderschatte, maar toen heeft de Wereldgezondheidsorganisatie zelfs de bocht genomen, en dat was al rijkelijk laat. Dat iemand zoals Louis vandaag nog in ontkenning leeft, daar heb ik geen begrip voor.”

Zijn ziekenhuis is zeer goed geventileerd, wellicht.

“Dat is het. Als je op een plek werkt waar de ventilatie up-to- date is, kun je je beperken tot maatregelen die overdracht van droplets tegengaan. Maar dan ontken je de realiteit. Zoals een kind dat verstoppertje speelt door de hand voor de ogen te slaan. Wie nog volhoudt dat het virus zich vooral via droplets verspreidt, neem ik niet meer ernstig.”

Hoe verklaart u dat het verzet tegen de aerosolen zo lang duurde?

“Ik denk dat het te maken heeft met vakgebieden en opleidingen. De overdracht van een virus via de handen is gemakkelijk te begrijpen. Dat grotere druppels die we uitstoten na anderhalve meter op de grond vallen, is fysica van de middelbare school. Dat zijn eenvoudige dingen die iedereen kan begrijpen. Virussen zijn de specialiteit van virologen en epidemiologen. Maar bij aerosolen gaat het om de beweging van lucht, om turbulentie – en, met alle respect, dat is niet hun expertise. Dat vooral ingenieurs en stromingsdeskundigen snel op die lijn zaten, is geen toeval.”

U hebt een paar keer gebotst met Steven Van Gucht, klopt dat?

“In april 2020 had ik een onderzoekje gepubliceerd dat voor een fysicus eigenlijk nogal banaal was. Het punt was dat je meer afstand moet houden dan anderhalve meter als twee mensen zich tegelijk verplaatsen. Vergelijk het met twee auto’s die stilstaan: als de eerste zijn sproeiers aanzet, komen de druppels niet op de tweede terecht. Als de eerste zijn sproeiers aanzet tijdens het rijden, dan raken die wél op de auto erachter. Dat weet iedereen. Van Gucht deed dat toen af als onzin in een of andere factcheck.”

Eigenlijk was uw advies toen, en nu nog: als je samen gaat fietsen of joggen, doe het dan náást, en niet áchter elkaar. Blijf niet te lang in de aerosolenwolk van de andere hangen.

“Inderdaad. Blijf sporten, dat was ook het advies, maar doe het nu niet in grote groepen waarbij je soms zes uur lang achter elkaar aan rijdt. Als je in het zog van een andere renner hangt, ontstaat er een onderdrukzone, en daarin blijven aerosolen hangen. Dat is, opnieuw, simpele natuurkunde. Maar toch kreeg ik toen heel wat bagger over me heen, na dat onderzoek. Zelfs mijn familie werd gestalkt en bedreigd. Ik was een paniekzaaier en moest zwijgen over de pandemie, want ik was geen viroloog. Gelukkig kreeg ik ook steun, onder meer van de hoofdarts van wielerploeg Team Jumbo-Visma en de Nederlandse olympische organisatie.”

Die weet hoe dat zit in het peloton.

“Iedere renner weet dat ook. Tom Boonen en Tom Dumoulin hebben toen ook in de pers gereageerd: als je urenlang achteraan het peloton rijdt, hangen je gezicht en je truitje op het einde van de rit vol snot en slijm van de renners voor je. Dat onderzoek was honderd procent waterdicht. Ook mijn collega Linsey Marr heeft dat toen bevestigd in The New York Times. Britse en Duitse media hebben het ook bevestigd.”

‘We hebben nog geluk gehad dat het virus niet superdodelijk is en dat de vaccins heel erg snel konden worden ontwikkeld.’ Beeld Stefaan Temmerman
‘We hebben nog geluk gehad dat het virus niet superdodelijk is en dat de vaccins heel erg snel konden worden ontwikkeld.’Beeld Stefaan Temmerman

Tussen haakjes: u bent consultant bij Team Jumbo-Visma. Wat doet u precies?

“Sinds we aan de universiteit van Eindhoven een windtunnel hebben, doen we specifiek onderzoek naar aerodynamica van renners. Dat is mijn corebusiness, aerodynamica van dingen die zich op de grond bevinden – ik onderzoek ook windvorming rond gebouwen, bijvoorbeeld. Een van de dingen die we hebben gedaan, is de zithouding van Wout van Aert verbeteren: na een blessure zat hij vrij recht op het zadel, om de pijn onder controle te houden. Wij hebben hem horizontaler gezet. Met hoofd en helm in schildpadhouding, zeg maar. Nu kunnen we niet veel meer aan zijn houding verbeteren.”

Test u ook mondmaskers? En zijn FFP2-maskers echt de beste?

“Wij testen zelf geen mondmaskers, maar uiteraard gebeurt dat. Het uitgangspunt is dat alles beter is dan niets – zelfs een sjaal of een zakdoek. Je kunt dus nooit zeggen dat het bedekken van mond en neus nutteloos is. Maar zowel bij katoenen als bij chirurgische maskers ontsnappen er nog veel aerosolen langs de zijkant. Dat is anders bij FFP2-maskers, die veel beter aansluiten. Daar zie je in testopstellingen nauwelijks nog lucht uit ontsnappen.”

Toch wordt het FFP2-masker weer een tikje gerelativeerd, onder meer door Steven Van Gucht.

“En dat begrijp ik niet. Oké, die maskers zijn wat duurder. Maar, met alle respect, Van Gucht is er wel érg goed in om dingen af te zwakken, in plaats van duidelijk te zijn. FFP2-maskers zijn beter dan chirurgische. Wanneer ze goed gedragen worden, vormen ze een veilige bescherming. Is dat nu zo moeilijk om te zeggen?”

U was ook niet te spreken over het idee van Van Gucht om de dampkap op te zetten tijdens de feesten. Daar was veel over te doen.

“Daar heb ik mij vergist, dat wil ik toegeven. Er zijn twee zinnen die ik te weinig gehoord heb van experts tijdens deze pandemie. Eén: ‘Ik weet het niet’. Twee: ‘Ik heb mij vergist’. Ik wil dat nu wel doen. Ik vond het aanvankelijk een slecht idee, maar in een wat oudere woning, waar de lucht langs alle gaten en kieren naar binnenkomt, kan een dampkap wel degelijk een verschil maken, doordat er zuivere lucht naar binnen wordt gezogen. Het is niet duurzaam, maar ik had er niet zo eenzijdig negatief over mogen zijn.”

Is zuivere lucht in de praktijk niet de eerste verdedigingslinie, en het vaccin de laatste? Kun je dat zeggen?

“Eigenlijk wel. In zuivere lucht hangt geen virus dat je kan besmetten. Je mondkap is dan de tweede beschermingslinie. Het vaccin heb je pas nodig als het virus zich al in je ademhalingssysteem bevindt. Let op, ik ben niet tegen vaccinatie, wel integendeel. Het is de belangrijkste maatregel die we moeten nemen. Met ventilatie en luchtreiniging op twee, en mondmaskers op drie. Wat we niet hadden mogen doen, maar dat beseft iedereen ondertussen, is te hard en alleen maar vertrouwen op vaccinatie.”

Evolueren we de komende jaren naar een wereld waarin elke klas, elk restaurant en elke werkplek voorzien is van goede ventilatie en/of luchtreiniging?

“Ik hoop het wel. Dat we hieruit onze lessen trekken en actie ondernemen wanneer de pandemie een beetje luwt, om voorbereid te zijn voor de toekomst. We moeten nu echt doorpakken en de komende jaren alles op alles zetten. We moeten ons ervan bewust zijn dat we nu nog geluk hebben gehad dat het virus niet superdodelijk is en dat de vaccins heel erg snel konden worden ontwikkeld. We mogen niet wachten tot ons iets overkomt dat nog veel erger is. Maar ik vrees ervoor.”

Tot slot nog een vraagje over de buitenlucht: zal die minder fijnstof bevatten als we allemaal elektrisch rijden?

“Dat hangt er maar vanaf hoe die elektriciteit wordt opgewekt, natuurlijk. En mensen onderschatten de impact van de autobanden bij het remmen en het draaien. Daarbij komt enorm veel fijnstof vrij, dat je niet vermijdt door elektrisch te rijden – integendeel, want elektrische auto’s zijn veel zwaarder. In ondergrondse parkeergarages waar slecht geventileerd wordt, hangt bijvoorbeeld ongezond veel fijnstof.”

Dan is het geen slecht idee om daar een FFP2-masker te dragen? Al zullen mensen je dan wel bekijken alsof je van lotje getikt bent.

“Dat is zeker geen slecht idee. De normen van de Wereldgezondheidsorganisatie worden in sommige parkeergarages met een factor vijf overschreden. En we weten uit medische publicaties dat zelfs kortstondige blootstelling al gevaarlijk kan zijn. Mensen zullen u na de pandemie misschien wel raar bekijken met uw masker in de garage, maar jawel, het zou zeker een goed idee zijn.”

(DM)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234