concertrecensie★★★½

Inhaler serveert in Botanique stadionrock op vaders wijze

Bono heeft geen DNA-test nodig: gisteren in Botanique merkte je met de ogen toe dat de frontman van Inhaler ’s mans nakomeling is.

Elijah Hewson – nog steeds maar 20 Ierse zomers jong – gaf al meermaals aan niet te willen teren op het succes van zijn vader. Toch is het feit dat Inhalers show gisteren volledig uitverkocht was grotendeels aan papalief te danken – of is het kort door de bocht om te denken dat al die vijftigplussers in de Orangerie voornamelijk U2-fans waren? Het zou ons niet verbazen moest Hewson na afloop van zijn show meer Joshua Trees gesigneerd hebben dan eigen singletjes.

Hier en daar wordt de stijl van Inhaler als postpunk omschreven, maar dat voelt als een belediging voor het genre waar ik als mentaal getroebleerde tiener zoveel aan gehad heb – en nog steeds heb. Nee, het is niet omdat de bas wat luider staat dan bij de gemiddelde band, dat het gepermitteerd is om de term postpunk van het schap te halen. Inhaler maakt regelrechte stadionrock. Tijdens verschroeiende afsluiter ‘My Honest Face’ klonken Hewson en kompanen gisteren als Kings of Leon ten tijde van ‘Only by the Night’, en ook een beetje als U2. En weet u? Met zo’n dijk van een song is dat eigenlijk helemaal geen ramp, zelfs niet voor een muzieksnob als ik.

Met ‘Another Like You’ en ‘Cheer Up Baby’ hoorden we wellicht de twee volgende hits van de band: groots, catchy en melancholisch. Een stijl die op Hewsons lijf geschreven staat: naast een knappere versie van zijn vader, is hij ook nu al een geweldig showman. Hij betrad het podium met een bijna lachwekkend heldhaftig ‘come on Brussels’, terwijl hij met een grote zwaai zijn snaren voor het eerst deed trillen. Toen papa op tournee was heeft de kleine Eli duidelijk naar live videocassettes mogen kijken om het gemis te verzachten. Uitschuivertje van de, verder niet onsympathieke, Ier: ‘this is our first show in Belgium’. Pukkelpop al vergeten?

Nog twee hoogtepuntjes: opener slash oorworm ‘It Won’t Always Be Like This’ en ‘My King Will Be Kind’, dat aanvankelijk klonk als een irritante countryballad maar tijdens het bloedmooie refrein voor een welgekomen kippenvelmoment zorgde. Helaas herinnerde de band ons ook drie keer aan het feit dat stadionrock soms gewoon irritant kan zijn, en tijdens een set van slechts negen songs is dat net iets te veel. ‘I Have to Move On’ was te cliché, het naar Keane-neigende ‘Ice Cream Sundae’ te plat en ballad ‘This Plastic House’ te inspiratieloos. Maar oké: dat zien we bij een bende 19-jarigen, die overigens wel erg strak speelde, nog even door de vingers.

Moesten we deze show 40 jaar geleden gezien hebben, hadden we misschien het gevoel gehad getuige te zijn geweest van iets belangrijk. Maar kijk: wat Inhaler doet is ondertussen al te vaak gedaan. Er gebeuren anno 2019 nu eenmaal zoveel spannendere dingen in de muziek. En toch: als Hewson en co. nog enkele hits schrijven van het kaliber van ‘My Honest Face’, trek ik binnen tien jaar met plezier naar het Koning Boudewijnstadion. Met een bakje popcorn en mijn kleine neefje.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234