IS: Humo keerde terug naar ouders van Syriëstrijders

Vorig jaar sprak Humo met ouders van Syriëstrijders. Ze waren radeloos door het plotse vertrek van hun kinderen, en wilden tonen hoezeer hun kinderen zélf slachtoffer waren, gebrainwasht door extremisten. Humo keerde terug naar enkele ouders. ‘Veel Syriëstrijders zijn er inmiddels getrouwd, sommigen hebben er zelfs al kinderen gekregen. Wellicht willen de leiders van IS zo hun kalifaat langzaam bevolken.’

Zoë* was amper 16 toen ze vorige zomer spoorloos verdween. Zonder medeweten van haar ouders nam ze de trein naar Duitsland en vloog ze van daaruit naar Turkije. Eindbestemming: Syrië. Toen haar doodongeruste ouders hun dochter eindelijk aan de lijn kregen en haar smeekten terug te komen, zei ze: ‘Ik ga hier weeskinderen helpen die aan hun lot overgelaten zijn. En koken voor mannen die tegen de Syrische president Bashar Al-Assad vechten. Ik ga hier leven.’ En ze hing op.

'Waarom heeft het anderhalf jaar geduurd voor de Moslimexecutieve zich wilde distantiëren van wat zogezegd in naam van de islam in Syrië gebeurt?'

Achteraf beseften haar ouders, zelf gematigde praktiserende moslims, pas hoe radicaal Zoë in de drie maanden voor haar vertrek was veranderd. Hoe hun soms wat té vrijgevochten dochter, die zo graag en goed studeerde, die uitging in jeans of een kort rokje en niet geïnteresseerd was in de islam – ze wilde thuis zelfs kerstversiering ophangen – zich van de ene dag op de andere in een djellaba hulde. Net als de nieuwe vriendin met wie ze uren aan de telefoon hing en enkel nog over de islam praatte. En over Assad, die vrouwen en kinderen uitmoordde terwijl niemand iets deed om hen te helpen.

Ze nam ook almaar hardere standpunten in: hier in België zou ze altijd als een vreemdeling beschouwd worden, ze wilde in een Arabisch land wonen en trouwen. Allemaal woorden die na haar vertrek plots een heel andere betekenis kregen. Net als die ene, schijnbaar terloopse opmerking dat ze wou dat anderen dachten dat ze Spaanse was in plaats van Marokkaanse.

Haar ouders bleven ontredderd achter. Zij belijden een vredelievende islam, hoe kon hun dochter kiezen voor extremisten die alleen maar praatten over geweld, geweld en geweld?

Hoe zou het nu met Zoë zijn? ‘Ze leeft en ze is daar nog altijd,’ zegt haar vader bedrukt als we hem opnieuw opzoeken. De wallen onder zijn ogen zijn nog steeds diep, zijn gelaat is nog even grauw als maanden geleden. Maar de wanhoop van toen lijkt plaats te hebben gemaakt voor een soort gelatenheid. Omdat ook surreële situaties kunnen blijven duren. ‘Af en toe bellen we haar. Ze zegt dat ze het goed stelt.’

Lange tijd wist hij niet veel meer dan dat ze een eindje van het front zat. Weet hij intussen waar ze precies woont? ‘Ja, ze woont in Raqqah.’ Raqqah, dat intussen door IS is uitgeroepen tot hoofdstad van hun Islamitische Staat, van het kalifaat? Zoë’s vader knikt. Iedereen kent de gruwelijke beelden die de terroristische groepering op het internet verspreidt. ‘Maar ze zegt dat ze niets van het geweld merkt. Samen met andere vrouwen zorgt ze voor weeskinderen. Ze volgt ook les in de Koranschool. Meer vertelt ze niet.’

Aan terugkeren denkt Zoë niet. ‘Ze heeft er een nieuw leven opgebouwd. Ze vraagt of wij niet naar daar willen komen. Ik begrijp het ook niet.’ Later wordt hij boos. ‘Meer wil ik niet zeggen. Praten met de pers lost toch niets op. Niemand helpt ons. Niemand maalt erom waarom ze is vertrokken.’

Het verhaal illustreert wat de Palestijnse Belg en onderzoeker Montasser AlDe’emeh onlangs in Knack vertelde, nadat hij enkele weken bij Belgische strijders in Syrië had verbleven. Volgens hem waren de meeste Belgen er niet naartoe getrokken om te vechten, maar om er een nieuw leven op te bouwen. Velen hadden de deur voorgoed achter zich dichtgetrokken. Volgens AlDe’meh hebben de meeste Belgen zich intussen bij IS aangesloten. Een minderheid zit bij Jabhat al-Nusra.

Ook Chantal s* zoon, één van de eerste Belgische jongeren die naar Syrië vertrokken, is daar nog steeds. Net als Zoë radicaliseerde hij kort voor zijn vertrek, al was hij voordien ook al vrij gelovig. Of hij zoals veel radicaliserende jongeren een identiteitscrisis doormaakte, weet Chantal niet. Wel dat het hem zwaar viel zo lang zonder werk te zitten. Hij vreesde ook dat de klusjes die hij samen met een vriend uitvoerde in het gedrang zouden komen, want hun papieren waren niet in orde. Eigenlijk wou hij islamleraar worden. Niet hier, maar op islamitische bodem.

Toen hij bijna twee jaar geleden verdween, dacht Chantal dan ook dat hij in Marokko zat, maar hij bevond zich in Syrië. Mensen tegen wie ze het vertelde, dachten dat ze een grapje maakte. Het was in een tijd dat nog niemand van Jejoen Bontinck had gehoord. Chantal hoopte nog dat hij daar was om humanitaire hulp te bieden. Tot haar zoon met een kalasjnikov in een video van jihadisten opdook. Tientallen jongeren uit ons land zouden zijn voorbeeld volgen.

Om de nachtmerrie niet alleen te moeten dragen, richtte Chantal een groep voor ouders van Syriëstrijders op. Vorig jaar woonde Humo een rumoerige vergadering van radeloze vaders en moeders bij. ‘Veel is er niet veranderd. Er zijn enkele nieuwe gezichten bij gekomen, maar bijna alle kinderen zijn nog ter plekke.’

De geopolitieke en internationale situatie is intussen wel radicaal gewijzigd. Waar toen nog voorzichtig werd gesuggereerd dat sommigen misschien streden in groepen die banden hadden met Al-Qaeda, worden Belgische Syriëstrijders vandaag hoe langer hoe meer geassocieerd met IS, de groep moslimextremisten die achter de wrede massa-executies zitten, en achter de onthoofding van de Amerikaanse journalisten James Foley en Steven Sotloff.

Weet ze of haar zoon bij IS zit? ‘Ik vermoed het, de meeste Belgische Syriëstrijders zijn aangesloten bij IS. Maar zeker ben ik niet. Ik weet dat hij in Syrië zit, maar hij wil mij niet zeggen waar hij precies zit en wat hij precies doet.’


De Korantrip

Het geweld van IS boezemt ook haar en de andere ouders angst in. ‘Iedereen vindt het afschuwelijk en onaanvaardbaar. Maar we vrezen ook voor het leven van onze kinderen. We hopen nu nog harder dat ze gespaard zullen blijven. Al denk ik dat het geweld zich meer in Irak dan in Syrië situeert. Mijn zoon vertelde dat er recent een bombardement was, maar hij zegt dat hij niet bang is.’ Ze hebben geregeld contact via de telefoon of Skype. ‘Ik heb hem net nog online gezien, hij stelt het goed.’

Praat ze met hem over het gruwelijke geweld, vraagt ze wat hij vindt van de beelden die IS verspreidt? ‘Ofwel antwoordt hij daar niet op, ofwel geeft hij steeds dezelfde stereotiepe antwoorden. Dat het doden van onschuldige moeders en kinderen door Assad en de Amerikanen ook wreed en gruwelijk is. Dat ze de Syrische luchthaven van al-Tabka wel móésten veroveren om te verhinderen dat Assad hen zou bombarderen.’

‘Het is onmogelijk om daar een gesprek over te voeren. De Syriëstrijders leven in hun eigen wereld. Hij heeft zijn eenzijdige versie van de feiten, daar raak je gewoon niet doorheen. Hij is ervan overtuigd dat hij de juiste weg bewandelt. Bij elk gesprek haalt hij de Koran boven, dat doen ze allemaal. Ze zien zichzelf als martelaren. Het is moeilijk om te begrijpen, maar zij zitten in een soort trip. Een rationeel gesprek is niet meer mogelijk, heeft ook geen zin meer. Het enige wat je met een confrontatie bereikt, is dat ze het contact verbreken. Zodra ze in die filosofie ondergedompeld zijn, kun je niet meer tot hen doordringen.’

En dan doet ze een bekentenis. ‘Ik wil er zelf naartoe, ik wil hem zien. Hij zegt dat het kan, maar hij moet eerst toestemming aan zijn emir vragen. Ik ben er nu nog niet klaar voor, maar ik overweeg het wel.’

Wat kan ze daar in hemelsnaam gaan doen? ‘Ik mis mijn zoon. Ik hoop dat er ooit vrede komt in Syrië. Ja, dat lijkt een utopie, maar dat houdt me overeind. Ik heb geen andere optie. Ik weet zeker dat hij zelf niet zal terugkeren. Als ik hem ooit nog wil zien, moet ik er wel heen. Ik ben trouwens niet de enige moeder die haar zoon wil terugzien.’

‘Veel moeders praten daarover met elkaar. Weet je, heel wat westerse Syriëstrijders zijn daar ook al getrouwd met Syrische meisjes of met andere Europese jihadisten. Sommigen hebben al kinderen gekregen. Ik ken een moeder die daar inmiddels een kleinkind heeft.’

Vraagt hij haar om geld? ‘Dat kan ik u niet vertellen. Maar wat er ook gebeurt, ik laat mijn zoon niet in de steek. Ik zal hem altijd blijven zeggen: ‘Mijn deur staat open.’ Zodat hij weet waar naartoe mocht hij op een dag toch beseffen dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt. Ook al weet ik dat zo’n terugkeer de publieke opinie angst aanjaagt. Ik wil dat hij hoop behoudt. Misschien zal dat ervoor zorgen dat hij tot een ander inzicht komt.’


Moslims tegen moslims

Uit de mond van een moeder klinkt het logisch, maar eenzelfde pleidooi houdt ook Peter Neumann, directeur van het International Centre for the Study of Radicalisation aan het Londense King’s College. Hij en zijn collega’s interviewden de voorbije achttien maanden westerse strijders in Syrië en Irak. In een opiniestuk veroordeelde hij het voorstel van de Londense burgemeester Boris Johnson om alle Britse strijders in Syrië alvast schuldig te verklaren tenzij hun onschuld kon worden bewezen, als ‘contraproductief’ en ‘gevaarlijk’. Die aanpak vergroot de terrorismedreiging eerder dan ze te verminderen, schreef Neumann. Hetzelfde geldt voor het dreigen met zware gevangenisstraffen voor wie terugkeert. ‘De Syriëstrijders zijn géén homogene groep. Sommigen zullen een ernstige bedreiging vormen en tot internationaal terrorisme overgaan. Zij moeten gearresteerd en streng bestraft worden.’

Maar repressie, hardere wetten en blinde bestraffing mogen niet de enige aanpak zijn, zegt Neumann. ‘De meest bloeddorstige strijders halen de voorpagina’s, maar vele anderen ontdekken dat de realiteit daar helemaal anders is dan hen werd voorgespiegeld.’ Zo vertelde een Britse strijder die Neumann eind augustus nog heeft gesproken, hoe ze ‘werden opgehitst met propaganda’. Hij en veel andere Britten willen terugkeren. Maar de gevangenisstraffen die hem thuis boven het hoofd hangen, gaven hem het gevoel ‘gevangen te zitten’. ‘We worden gedwongen om te blijven en te vechten, welke keuze hebben we anders?’ Toen hij vertrok, ‘was het allemaal gericht tegen Assad. Maar nu zijn het gewoon moslims die vechten tegen moslims. Daarvoor zijn we niet naar hier gekomen.’

‘Volgens Dimitri Bontinck, de vader van Jejoen, zitten er aan de grens met Turkije jongeren vast die terug willen, maar dat niet kunnen. Ze hebben geen papieren meer. Waarom helpt niemand hen? Zij vormen echt niet de grote dreiging,’ zegt Fatima *. Ze gaat nog naar de vergadering van de ouders, maar haar zoon is dood. ‘Het idee dat de jihadisten zouden terugkeren, jaagt iedereen de stuipen op het lijf. Politici en experts mogen zich daarover uitspreken, maar de mening van die ene zéér betrokken partij, de ouders van de Syriëstrijders, wordt niet gevraagd. Wij krijgen wél van alles de schuld – we hebben hen slecht opgevoed, er waren problemen in de familie, noem maar op. Maar als het over hun terugkeer gaat, worden we niet gehoord.’


‘Uw zoon is dood’

Spreken is het enige ‘wapen’ dat Fatima nog heeft om de dood van haar zoon een plaats te geven. Hij kwam om na ons vorige gesprek. Ze weet niet waar precies in Syrië, ze weet ook niet hoe. ‘Alleen dat hij overleed nog voor er sprake was van IS, toen de strijd nog tegen het regime van Assad gericht was.’ Haar man kreeg een telefoontje: ‘Uw zoon is dood, we hebben hem niet kunnen redden.’

Ze wil praten, maar ze is voorzichtiger geworden. Eerdere uitspraken hadden zware gevolgen voor haar familie. ‘Tijdens de rouw om onze zoon hebben we ons zorgen moeten maken over onze veiligheid, omdat we openlijk het vertrek van de Syriëstrijders hadden bekritiseerd en hadden gezegd dat dat niet onze islam is. Omdat we het triest vonden dat gebrainwashte jongeren zich daar als kanonnenvlees gingen aanbieden in een oorlog.’

Dat zo scherp stellen is nochtans meer dan ooit nodig, vindt Fatima. Het gebeurt te weinig. ‘De meerderheid van de Belgische moslims is gematigd en veroordeelt scherp wat IS in Syrië en Irak aanricht, maar weinigen durven dat luidop te zeggen. Als je kritiek geeft zoals wij, noemen sommigen je een verklikker of een verrader. Maar als je zwijgt, ben je toch medeplichtig? Mensen moeten duidelijker reageren. Waarom heeft het anderhalf jaar geduurd voor de Moslimexecutieve zich wilde distantiëren van wat in naam van de islam gebeurt in Syrië? Nu konden ze niet anders, de druk was te groot geworden, de gepleegde feiten waren te ernstig. Maar wat de Executieve écht moet doen, is met onze jongeren praten. Hen duidelijk zeggen dat IS niets met islam te maken heeft, dat hun misdaden barbaars zijn. Zich niet alleen van IS distantiëren, maar hun daden duidelijk afkeuren. Ze moeten dat extremistische discours aan de kaak stellen, jongeren helpen het te doorzien, de moskeeën controleren en de vorming van imams in handen nemen. Zeker tegenover jongeren die de islam nog maar net ontdekken en zoekende zijn.’

Ook haar eigen zoon was zoekende. ‘Ik wist dat je als ouder alert moest zijn voor alcohol en drugs, nu weet ik dat je ook moet uitkijken voor extremisme.’ Haar zoon wist niet goed wat hij wou met zijn leven, en zijn zoektocht naar werk verliep moeilijk. ‘Hij wou naar een andere stad verhuizen, hij vond dat de mensen hem hier scheef bekeken. Op de bus werd zijn identiteit vaak gecontroleerd, hij voelde zich hier niet aanvaard. Ik zei dat verhuizen weinig zou veranderen. Niemand zou hem zijn plek geven, hij moest die zelf vragen. Met respect. Ja, hij voelde zich slecht in zijn vel, maar welke tiener soms niet?’

‘Als je in zo’n kwetsbare periode de verkeerde mensen tegenkomt, kan het snel gaan. Hij had ook met drugs kunnen beginnen, als het maar een snel antwoord bood op dat rotgevoel. Hij is helaas extremisten tegengekomen die een interessant product verkochten: een leven in een islamitisch land, een paradijs waar hij mocht zijn wie hij wou. Over het moorden vertellen ze dan nog niet, alleen over al het moois daar. Ze verkopen het via religie, want dat is een propagandamiddel waaraan niemand durft te raken. Zeker niet als het over de islam gaat. Maar het probleem is dat het product dat ze écht aan onze kinderen willen verkopen, de gewapende jihad is, om een Islamitische Staat te installeren. Dat besef ik nu pas.’

‘Mijn zoon was voordien niet bezig met de islam, hij bad hooguit tijdens de ramadan. Plots ging hij vijf keer per dag naar de moskee. Hij trok veel op met een jeugdvriend die al helemaal getransformeerd was – lange baard, djellaba, werkte niet, studeerde niet. Mede daardoor begon mijn zoon vragen te stellen over religie, hij sprak ook veel met een andere bekeerling. Ik probeerde mijn vader in te schakelen, die kent de islam goed. Maar ze spraken elkaars taal niet, mijn zoon kende nog geen Arabisch.’

‘Mijn zoon begon te vragen waarom moslims overal ter wereld zo onrechtvaardig behandeld werden. Hij is altijd gevoelig geweest voor onrecht. Als ik hem iets weigerde, wou hij altijd uitgebreid horen waarom. De deprimerende actualiteit van toen raakte hem diep. Hij stelde zich vragen over het wrede lot van de Rohingyamoslims in Myanmar, over de mensen in Syrië. Als je daarover antwoorden zoekt op het internet, kom je al snel uit bij websites die de jihad promoten als enige manier om recht te doen geschieden. Dat weet ik nu, toen wist ik dat niet.’

‘Ik dacht: het waait wel over. Iedereen probeert zijn plek te vinden. Ik hoorde verhalen circuleren over jongeren die naar Syrië vertrokken en heb hem daarmee geconfronteerd: hij was dat toch ook niet van plan? Hij vroeg of ik helemaal gek geworden was, natuurlijk overwoog hij dat niet. Ik heb toch maar zijn paspoort verstopt. Toen hij op een ochtend niet in bed lag, wist ik het meteen: hij is weg. Hij had alleen een identiteitskaart nodig om er te geraken.’

‘Natuurlijk voel je je schuldig, maar ik heb gedaan wat ik kon. Mijn zoon is in tweeënhalve maand tijd geradicaliseerd. Voor je goed en wel beseft wat er gaande is, is het al te laat. En je kunt proberen op hen in te praten, maar die extremisten werken zoals een sekte. Ze plaatsen jongeren die zich slecht voelen op een voetstuk – zij zijn uitverkoren om rechtvaardigheid te herstellen in de wereld – en ze weken hen van je los. Wat je ook zegt, het gaat het ene oor in, het andere uit.’

‘Ik heb al wanhopige ouders aan de lijn gehad die mij vroegen wat ze moesten doen. Of ze hun kind niet konden laten opsluiten in een psychiatrische instelling of zo?’


Villa met zwembad

Fatima’s zoon kwam om vóór de echte gruwel begon. Hij werd in verband gebracht met Al-Qaeda, maar dat vindt ze moeilijk te geloven. ‘Hij had evengoed bij de Syrische rebellen tegen Assad kunnen zitten. Hij beweerde dat hij niet vocht, maar mensen hielp. Dat hoop ik toch ergens. Ik weet niet waar hij juist zat, ik zal het nooit weten. Maar ik wíl het wel weten. Om zijn beweegredenen te begrijpen.’

De tranen springen haar in de ogen. ‘Wat daarna allemaal in Syrië is gebeurd, is afschuwelijk. Misschien heeft hij daar slechte dingen gedaan. Ik weet het niet. Ze zijn verplicht te doen wat die jihadisten hen vragen. Ze staan onder het bevel van een emir. Die praten voortdurend op hen in. Ze herhalen almaar dat iedereen tégen hen is, zelfs hun eigen familie: ‘Kijk, je familie keurt het niet goed. Zie je wel, het Westen noemt jullie terroristen.’ Ze isoleren hen om hen beter te kunnen manipuleren.’

Maar de meeste ouders hebben toch nog wel contact met hun kinderen? ‘Ja, maar ik voelde dat hij onder druk stond. Dat hij bepaalde dingen móést zeggen. Hij beweerde dat het daar niet was zoals in Afghanistan. Dat hij er rustig kon wonen. Dat het er geen oorlog was. Toen hij aankwam, verzorgden ze hem goed. Hij zat in een villa met zwembad. Maar daarna sturen ze je naar een groep, waar je je identiteitspapieren aan de emir moet afgeven. Soms stellen ze ook een soort testament op, waarin staat met wie contact moet worden opgenomen als je zou sterven.’ IS zegt papieren te verbranden omdat ze geen landsgrenzen respecteert, en heeft eigen paspoorten gelanceerd.

‘Ik huiver ook van de videobeelden van IS. Iederéén. Alleen begrijp ik niet waarom niemand zich kritische vragen bij die beelden stelt. Ja, het zijn jihadisten die achter die barbarij zitten, maar ik denk niet dat onze jongeren daaraan deelnemen. Daar zit ook een hele communicatie- en propagandastrategie achter. De mannen die je op die beelden hoort en ziet, spreken vloeiend Arabisch, onze kinderen spraken amper die taal. Dat leer je niet in één jaar tijd. Ze zetten onze kinderen wel in als kanonnenvlees of voor zelfmoordoperaties, maar die gruweldaden lijken mij toch eerder gepleegd door mensen met oorlogservaring, oorlogsveteranen die al in Irak of Afghanistan hebben gezeten. Ik denk niet dat onze kinderen ertoe in staat zijn om plots in naam van God zulke wreedheden te plegen. Toch niet met de waarden en de opvoeding die wij hen hebben gegeven.’

En de videobeelden waarop Nederlands of Frans te horen was? ‘Die dateren al van een hele tijd geleden. Ja, er is een beeld waarop een kind (van een Australische strijder, red.) met een hoofd poseert, maar dat betekent nog niet dat dat kind iets heeft gedaan, hè. Ze hanteren daar ook een soort protocol: als je aankomt, moet je poseren met een kalasjnikov of een mes. Daarmee willen ze misschien gefrustreerde jongeren aanspreken die een gewelddadige game eens in het echt willen spelen. (Stil) Ik wíl ook niet geloven dat onze jongeren daartoe in staat zouden zijn. Dit is propaganda. Vergeet niet dat de Europese jihadisten slechts 10 procent van de jihadisten van IS uitmaken.’

Vindt ze dat er streng moet worden opgetreden tegen eventuele terugkeerders? ‘Als ze écht oorlogsmisdaden hebben gepleegd, moeten ze uiteraard naar de gevangenis. Maar ga daar niet zomaar van uit. Generaliseer het niet, bekijk het geval per geval. En als ze dat niet hebben gedaan, bied hen dan een alternatief. Screen hen, begeleid degenen die terugkeren ook psychologisch, help hen deradicaliseren. Denk na hoe we hen weer in de samenleving kunnen opnemen, zodat ze die bladzijde kunnen omslaan. Als je hen in de steek laat, wordt het pas écht gevaarlijk.’

‘Veel ouders van Syriëstrijders schamen zich. Ze vinden het ook afgrijselijk, maar tegelijk vrezen ze voor de veiligheid van hun kinderen daar, en beseffen ze dat ze ook hier nog kinderen hebben. Ze veroordelen de gang van zaken wel, maar stilletjes en discreet. Het voelt ook alsof je je eigen kind verraadt. Als je hun strijd afkeurt en je kind is dood, zoals bij mij, is dat triest. Maar als je kind leeft en verneemt dat zijn eigen ouders zijn strijd, waarin hij zo oprecht gelooft, afkeuren... Het is moeilijk te begrijpen, maar zij denken écht dat ze zo de islam redden, en dat ze door martelaar te worden ook hun eigen familie redden. Ze denken dat ze zich opofferen. Dáárom is het voor ouders moeilijk om dat zo openlijk af te keuren.’

Ze raadt ouders aan met hun kind te blijven praten. ‘Zeg hen dat je hen graag ziet, maar zeg hen ook dat hun discours niet klopt. Breng hen terug naar de realiteit zonder hen aan te vallen, want dan riskeer je het contact te verliezen.’ Dat gebeurde bij haar nadat haar zoon geld had gevraagd om te trouwen. Ze vertrouwde het niet. ‘Ik wou het verifiëren. Als hij wou trouwen, zou ik wel naar daar gaan. Als zijn leven daar toch zo goed was, kon hij toch werk zoeken en daarna trouwen? Hij werd boos en zei dat ik hem nooit meer zou horen. Dat was inderdaad de laatste keer.’

‘Ik dacht dat het geld gebruikt zou worden om wapens te kopen. Nu weet ik dat de meeste Belgische Syriëstrijders daar écht getrouwd zijn. De islam schrijft dat voor. Als ze trouwen, krijgen ze kinderen. Er zijn er al verscheidene die een kind hebben gekregen. De oprichters van de Islamitische Staat weten maar al te goed dat ze daar dan zullen blijven. Zo bevolken ze langzaam hun Islamitische Staat. Wie hierachter zit, heeft echt een visie op lange termijn.’

Zin geven aan zijn dood kan ze niet, maar ze wil wel iets doen. ‘Ik hou me overeind – ik moet, ik heb nog kinderen – door actie te ondernemen, niet door depressief in mijn zetel te blijven zitten. Ik heb gesolliciteerd voor de vacature van radicaliseringsambtenaar in Schaarbeek en Brussel. Van de ene gemeente kreeg ik geen antwoord, bij de andere luidde het dat ik niet competent was. Als íémand jongeren duidelijk kan maken dat ze niet moeten vertrekken, dat ze er enkel als kanonnenvlees dienen, dan ben ik het toch wel?’

* De namen van de betrokkenen zijn om privacy- en veiligheidsredenen gewijzigd.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234