Isabelle A over het lieve leven en hoe het te lijden

Waar eindigt gezonde geilheid en begint pedofilie? Waar eindigt zakelijke begeleiding en begint de seksuele uitbuiting van een kind? Dat soort vragen schoten mij door het hoofd toen ik in 1990 de nog zeer jonge Isabelle A ‘Hé, lekker beest’ hoorde zingen. Of was het lippen? Het liedje werd een Vlaamse monsterhit die negen maanden in de huppelparade bleef staan en platina haalde.

Vervolgens stelde zich de vraag: hoe dien je dat ‘lekker beest’ nu te interpreteren? Voor de onverbeterlijke geilbak die ik toen was, kon er geen twijfel over bestaan: de welgeschapen, sensueel naar de camera lonkende en als een lolita opgetutte Isabelle A wilde simpelweg gepakt worden, ondanks haar prille leeftijd.

Maar een mens wordt mettertijd ouder en wijzer, en nu ik daadwerkelijk tegenover de ondertussen rijpe diva geworden A zit, biecht ze mij plechtig op: ‘Ik wist van toeten noch blazen, toen. Dat lekker beest had in mijn ogen helemaal niks met mezelf te maken, maar alles met mijn teddybeer. Dat lekker beest was mijn knuffel. Ik zweer het je!’ Shows how wrong you can be, zou wijlen mijn beau-frère Lou Reed zingen.

Mijn stelling is dat het lieve leven je lessen geeft in alle vormen en smaken, en in velerlei gedaanten. Paus, poetsvrouw, generaal: levenslessen bieden ze allemaal. De grote Arthur Schopenhauer had snel begrepen dat het leven absurd is. En stelde zich vervolgens de vraag: ‘Wat nu? Hoe zin te geven aan iets dat op zich geen zin hééft?’ Mijn lievelingsfilosoof schreef er zeven dikke boeken over, Isabelle A doet één en ander dunnetjes over in een interview.

Isabelle A (37) «Ik kom uit een zeer eenvoudig milieu van werkmensen. Wij woonden in De Muide, een typische Gentse arbeidersbuurt. Mijn moeder is altijd poetsvrouw geweest, nog altijd trouwens. En mijn vader was dakwerker. Mensen die voor hun dagelijks brood zeer hard moesten presteren. Ik heb nog een oudere zus, maar die is snel bij mijn grootmoeder gaan inwonen, zodat ik vanaf mijn twaalfde min of meer als enig kind ben opgegroeid.»

HUMO Werd je verwend?

Isabelle A «Toch wel. Ik was al heel jong met muziek bezig en mijn ouders gingen daar honderd procent in mee. Ze hebben mij altijd gekoesterd als een prinsesje (lacht). Jammer genoeg zijn mijn ouders gescheiden toen ik vijftien was.

»Maar voordien waren wij een hechte drie-eenheid. We hadden geen auto en deden noodgedwongen alle verplaatsingen te voet of met de fiets. Een klassiek, ouderwets gezin. Op een bepaald moment is mijn vader tijdens het werk van een dak gevallen, met alle kwalijke gevolgen van dien: we moesten tijdelijk overleven met het inkomen van mijn moeder. En een poetsvrouw verdient geen schatten, zoals je weet.

»Ik was gek van konijntjes en cavia’s en iedere zondag mocht ik er één op de markt kopen en mee naar huis nemen. Op de duur zat het hele huis vol knaagdieren. En maar kostelijke korrels vreten! Maar na dat ongeval van mijn vader kon dat niet meer: te duur. Alle diertjes moesten weg. Tranen met tuiten heb ik toen gehuild.

»Pa en ma waren echte Gentse volksmensen. Mijn moeder is zeer sociaal, voor iedereen die ze tegenkomt heeft ze een lief woord over. Fysiek lijk ik als twee druppels water op haar. Vader was eerder zwijgzaam en ingetogen. Het liefst van al bleef hij thuis.»

HUMO Welke waarden hebben je ouders je meegegeven?

Isabelle A «In de eerste plaats een grote zin voor nuchterheid: ga vooral niet zweven, maar blijf met beide benen op de grond staan. Hoe vaak heb ik het niet moeten horen: ‘Vergeet niet dat wij maar gewone mensen zijn.’ Er is een tijd in mijn leven geweest dat ik inderdáád begon te zweven, maar dat heb ik door scha en schande afgeleerd.

»In mijn jonge jaren werd ik sterk beïnvloed door mijn opa. Van mijn zesde tot mijn elfde heeft hij mij accordeon leren spelen. Op zijn negentigste kreeg hij een hersenbloeding, anders zou hij nu nóg spelen. Van jongs af trad hij met zijn accordeon op in café’s.»

HUMO Wat voor liedjes speelde hij?

Isabelle A «Het hele repertoire van Walter De Buck. ‘’t Vliegerke’ was één van zijn klassiekers. Of dingen als ‘Una paloma blanca’ (lacht).

»Op een mooie dag nam opa mij mee naar Brugge, naar een gespecialiseerde muziekwinkel met allerlei mooie accordeons in de vitrine. Enorme instrumenten! Hij heeft mij toen een prachtige, rode Crucianelli Junior gekocht. Die accordeon was bijna zo groot als ikzelf, toen. Vijf jaar lang zat ik bij opa op schoot en hij speelde dan met zijn linkerhand de bassen terwijl ik de knopjes beroerde voor de melodie. Op de duur werd ik het echt beu, want die accordeon was ongelooflijk zwaar. Uiteindelijk ben ik ermee gestopt.

»Toen Sandra Kim in 1986 voor België meedeed aan het Eurovisiesongfestival en won, werd ik van mijn paard gebliksemd. Ik wou maar één ding meer: de Vlaamse Sandra Kim worden. Ik had altijd al lopen zingen, maar nu had ik een doel voor ogen: ik liep de hele tijd ‘J’aime la vie’ te kwelen. Mijn grootvader zei: ‘Jij kunt zingen, Isabelle!’ Toen kreeg ik voor mijn Sinterklaas een soundmixapparaat: een bak met knopjes en luidsprekers en een cassettespeler waarmee je je stem kon opnemen. Vanaf toen was het hek van de dam.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234