It

Altijd geweten dat clowns ijselijke creaturen zijn.

Wij hebben in de donkere zaal al veel enge dingen gezien, van het rondtollende hoofd van Linda Blair in ‘The Exorcist’ tot de onderdompeling in het deprivatiereservoir in ‘A Cure For Wellness’, van de duivelse machinerieën in ‘Saw’ tot het ijselijke lot van de willoze mannen in ‘Under the Skin’, maar zelden werden we zódiep verontrust als door die eerste horrorscène uit ‘It’: die kleine jongen die in de steeds heviger wordende regen zijn bootje in de goot laat drijven, dat sinister geverfde clownsgezicht dat uit dat rioolgat komt priemen, het bloed en het regenwater die zich vermengen tot een donkere uitdeinende vlek... Dat het ons bij het zien van dit gruweltafereel wit om de neus werd, komt wellicht doordat die scène inspeelt op hetzelfde diepe, allesoverheersende angstgevoel dat ook zo doeltreffend wordt opgeroepen in het Jommeke-album ‘De Koningin van Onderland’ – namelijk dat er in de stad een fantoom rondwaart die de kinderen komt schaken.

Het vervolg haalt wat ons betreft nergens meer het niveau van die schrikbarende rioolgatscène, maar desalniettemin hebben we flink genoten van de lekkere spuwseltjes van boosaardigheid die ‘It’ afscheidt. Zoals de zojuist beschreven scène duidelijk maakt, is er in het stadje Derry iets bloedstollends aan de hand – er verdwijnen aan de lopende band kinderen, de avondklok is ingesteld, de gevels zijn volgeplakt met 'Vermist'-affiches. De volwassenen lijken, raar genoeg, niet echt in beroering gebracht, maar de 13-jarige leden van The Losers’ Club – onder wie een dikkerd, een stotteraar, een astmapatiënt en de oudere broer van de jongen met het bootje –weten te achterhalen dat er zich in de duistere riooldoolhoven onder de stad iets kwaadaardigs schuilhoudt.

Zoals dat gaat in horrorfilms komt het geregeld ‘Hallo!’ zeggen, maar de beklemmendste dreiging, zo vonden wij zelf, gaat niet zozeer uit van die rioolclown met zijn sinistere lachje, maar van de grote mensen die bovengronds wonen – de moeder die onderuitgezakt in haar zetel in een televisiecoma ligt, de vader die zijn bloedeigen dochter misbruikt, de verdorven flik; allemaal mensen die verkankerd zijn met een kwaad waar geen enkele boosaardige clown aan kan tippen. Van het monster onder ons bed, of van de gele maan die door ons slaapkamerraam naar binnen schijnt en een eigenaardig licht werpt op de half geopende kastdeur, mogen we lekker bang zijn, maar de échte misselijkmakende terreur op deze aarde, zo weet ‘It’, gaat uit van de volwassen mama’s en papa’s die in staat zijn om met hun zwarte harten hun kinderen kapot te traumatiseren.

De originele roman van Stephen King speelt zich grotendeels af in de jaren 50, maar de scenaristen hebben de plot verplaatst naar de jaren 80, wat natuurlijk een prachtig excuus is om de leden van The Losers’ Club te laten rondrijden op BMX-fietsen, om te knipogen naar New Kids On The Block en om af en toe een nektapijt voorbij te laten zweven. Rubikskubuszijdank zijn de makers niet in de val getrapt om van deze verfilming alléén maar een nostalgietrip te maken – geen Tears For Fears op de soundtrack hier, maar een knappe symfonische score die van de grote filmcomponist Jerry Goldsmith had kunnen zijn (maar eigenlijk van de vaardige hand is van Benjamin Wallfisch).

Toen we achteraf nog eens nadachten over wat we hadden gezien en gevoeld (want dat is nu eenmaal waar we voor worden betaald), beseften we dat ‘It’ in wezen bestaat uit een vrij conventionele aaneenrijging van vermolmde horrorclichés (u zal het zien: hoewel die tieners wéten dat samenblijven de enige manier is om het monster te weerstaan, is er altijd weer één die zich meent te moeten afzonderen in een donkere zijgang) en cheape 'Boe!'-momenten, afgewisseld met mooie scènes waarin de clubleden om het verst rochelen en – zoals alleen kinderen dat doen – hun crossfietsen op het gazon smijten en om het eerst het huis inrennen. Op die momenten is de spirit van ‘Stand By Me’ nooit veraf, maar de hoge charmefactor van die uit 1986 daterende adaptatie van een kortverhaal van diezelfde Stephen King, wordt in ‘It’ nergens geëvenaard. Neen, het gelaat van Pennywise de clown zal vannacht niet in onze nachtmerries verschijnen, en neen, dit is níet de ultieme King-verfilming (dat blijft naar ons gevoel toch ‘The Shawshank Redemption’). Maar zolang we in ons bioscoopstoeltje zaten, durfden we geen kik te geven.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234