Marcin Kolczynski (rechts) en zijn weduwe Monika met hun drie kinderen.

Heldendaad

‘Ja, Marcin is een held, maar ik zou willen dat hij gewoon thuiskwam’

Nederland beleeft deze hete weken heftige incidenten in het water. Eén verdrinkingsslachtoffer groeide uit tot held, omdat hij in zee sprong om kinderen te redden: de Poolse seizoensarbeider Marcin Kolczynski. We gingen op bezoek bij zijn weduwe in Polen.

Vanaf het moment dat Marcin naar Nederland vertrok, droomde Monika van de zee. Geen nare dromen, geen prettige dromen.

‘Gewoon dromen.’ Ze heeft zojuist met een betraand gezicht de voordeur geopend van het onopvallende, vierkante huis en vertelt na enige aarzeling over haar leven met Marcin Kolczynski. ‘Ik zei nog zo tegen hem, wees voorzichtig, ga niet te diep het water in.’

Ze belden vaak met elkaar. ‘Hij belde soms wel vijftien keer op een dag.’ Ook vlak voordat het gebeurde, op het strand. ‘We waren aan het praten, toen hij opeens ‘wacht!’ zei en de verbinding verbrak.’ Ze herhaalt het verhaal keer op keer, alsof ze het nog altijd niet kan geloven. ‘Zijn laatste woord was czekaj! – wacht! – en nu wacht ik en wacht.’

Marcin is inmiddels begraven op het kerkhof van Kazimierz Biskupi, bedolven onder bloemen, in de schaduw van de houten uitvaartkapel. Aan de horizon roken de pijpen van de bruinkoolmijn waar hij werkte.

De begrafenis van Marcin Kolczynski.

De 37-jarige Poolse seizoensarbeider verdronk in zee bij Julianadorp begin deze maand, in een poging kinderen te redden die in de problemen waren gekomen. Hij was werkzaam bij een bloembollenbedrijf in Callantsoog. ‘Eerder ging hij naar Duitsland. Dit keer voor het eerst naar Nederland, voor zes weken’, vertelt Monika.

‘Hij hield heel veel van de zee’

Marcin – opgeleid tot automonteur ­– was altijd aan het werk. In de mijn had hij een transportband voor de afvoer van bruinkool onder zijn hoede. In zijn vakanties ging hij naar het buitenland om bij te verdienen. In het beetje vrije tijd dat restte gingen ze graag vissen in de buurt. Of heel soms naar de Oostzeekust. ‘Hij hield heel veel van zee.’ 

Monika en Marcin leerden elkaar kennen op de technische school. Heel even breekt er een glimlach door. ‘We ontmoetten elkaar tijdens de pauze. Ik had voor hem nooit eerder een vriendje gehad.’ In de kast staat de trouwfoto. Eerst werden de meisjes geboren; Martynka en Kamilka, nu twaalf en tien jaar. Ze zijn naar vriendinnetjes om daar steun te zoeken.

Monika zit alleen thuis met de tweejarige Mateuszek. ‘Marcin wilde zo graag een zoon. Hij lijkt zo veel op zijn vader.’ Het joch is druk bezig de vreugde van het zelfstandig lopen te ontdekken. Hij kraait van plezier als zijn vermoeide moeder uitrukt om te voorkomen dat er een bord, een fles, of een telefoon sneuvelt. ‘Hij begrijpt natuurlijk niet wat er is gebeurd’, zegt ze. ‘Maar ik weet dat Marcin bij hem zal zijn. Ze zeggen de overledenen kleine kinderen bezoeken. Als geest.’

De donkere achterkamer is schaars gemeubileerd. Aan de muur een portret van de biddende Jezus. ‘Marcin was heel religieus. We gingen elke zondag naar de kerk.’ De vraag of zij in God gelooft is dan ook retorisch. ‘Ik ben niet boos op God. Hij heeft Marcin tot zich genomen. Dat was voorbestemd.’

‘Hij had beloofd gezond en wel thuis te komen’

Over de inzamelingsactie in Nederland is Monika vol lof. ‘Ik ben heel blij dat jullie me helpen. Dat betekent veel voor me.’ Maar ze is ook voorzichtig, want het leven heeft haar en Marcin geleerd niet op anderen te rekenen, maar op jezelf. ‘We spaarden elke cent die we konden sparen. Voor de kinderen. We droomden ervan ooit een huis te kopen.’

Marcin stond altijd voor anderen klaar, vertelt Monika, op het werk, voor vrienden, voor de kinderen. ‘Zo was hij nu eenmaal. Als ergens hulp nodig was, ging hij er direct op af.’ Zo ook die fatale zondag in Julianadorp. ‘Als hij geen kinderen had, zou hij misschien niet zo hebben gereageerd. Dan zou hij die reflex niet hebben gehad, dat vaderinstinct om kinderen te redden.’

Monika wrijft in haar handen met zwartgelakte rouwnagels. ‘Mijn man beloofde dat hij gezond en wel thuis zou komen. Ik begrijp het niet. Ik zou niet de zee in zijn gelopen. Ik zou aan mijn eigen kinderen hebben gedacht.’

Het heeft iets stereotieps. Een strand vol mensen in rep en roer, maar wie springt er in de zee? De Pool. Achter blijft matka polka, de Poolse moeder. Het is in de Poolse cultuur een staande uitdrukking voor een vrouw die in haar eentje de kinderen opvoedt, omdat de man – vaak als held ­– ver van huis is, of nooit terugkomt. Ze denkt er even over na en zegt dan met een bedenkelijk gezicht: ‘Ja, Marcin is een held, maar ik zou willen dat hij gewoon weer thuiskwam.’

Het wordt drukker in huis. Monika’s moeder arriveert. Monika’s zus komt langs met haar peuter en zorgt voor wat afleiding. De bel gaat. De vicarus van de parochie beent het vertrek binnen. Hij heeft een brief uit Nederland, van het bisdom van Breda dat een procedure is gestart om Marcin postuum de erepenning voor menslievend hulpbetoon toe te kennen. 

Er is ook contact geweest tussen het bisdom en de Duitse moeder wier kinderen Marcin redde. De vrouw lijkt eerst bereid om contact op te nemen met Monika, maar later toch niet. Dat vindt ze moeilijk. ‘Als iemand mijn kinderen zou redden, zou ik zo dankbaar zijn. Ik zou willen weten wie het was. Maar ik weet haar naam niet eens, terwijl Marcin haar kinderen het leven heeft gered. Ze heeft niet eens contact gezocht.’

Als Monika even de kamer uit is, verzucht haar moeder: ‘Ik maak me echt zorgen om haar.’

Niemand durft de zee in om Marcin te redden, het volle strand beleeft een collectief trauma

Badgasten vormen een ketting en zoeken naar het lichaam van Marcin Kolczynski.

‘De zee had flinke muien’, herinnert Damian Dekker van de Reddingsbrigade Den Helder zich over die zonnige 2 augustus, de dag dat Marcin Kolczynski verdronk bij het strand Drooghe Weert bij Julianadorp. Kenners weten dat de Noordzee altijd gevaarlijk blijft. ‘Zodra je niet meer kan staan, dreigt de stroming. Het is al link als het water tot middenhoogte komt.’

Veel badgasten beseffen dat niet. Een week later moesten de reddingbrigades zelfs honderden zwemmers uit zee vissen en voor diverse Nederlanders, meestal goede zwemmers, kwamen zij toen te laat.

Dus hoe kan een Poolse seizoenarbeider, die voor het eerst hier is, het gevaar van een sterke muistroom kennen? Er zijn kinderen in nood. Welke vader zou twijfelen?

Kolczynski duwt zijn mobiel en sigaretten in handen van Judith Kroeders, die tot haar enkels in het water staat en rent de zee in. Haar man Freek heeft 112 al aan de lijn: ‘Ik zag hoe een meisje langs de dam werd weggesleurd. In een seconde was ze vijftien meter verder, zó snel. Mijn ogen zochten de ouders.’

Op het brede, onbewaakte strand verblijven een paar honderd mensen. Kroeders gaat voor 112 de strandnaam zoeken bij de duinrand. Zijn vrouw kijkt toe met de spullen van Kolczynski. Precies weet ze het niet meer, wel herinnert ze zich dat twee kinderen in de problemen waren: ‘Ik geloof dat een andere man het jongetje beet had. De moeder had het meisje in de armen en riep ‘Hilfe!’. Het leek of het water haar ook naar achter zou trekken.’

De Poolse man was ineens achter hen en gaf ze een zet. Judith Kroeders: ‘Ook hij riep om hulp. Even zagen we zijn hoofd nog, toen was hij weg.’

Keer op keer heeft Kroeders lopen malen: wat had ze anders kunnen doen?

De Duitse moeder staat met de kinderen veilig op het zand, compleet overstuur. Niemand durft de zee in. Het volle strand beleeft een collectief trauma. Honderd keer heeft Kroeders lopen malen wat ze anders had kunnen doen. ‘Ondertussen belde zijn Poolse vrouw steeds, maar we begrepen elkaar niet.’

Om 14:17 uur doet de Reddingsbrigade melding van een zwemmer in de problemen. De minuut daarna overlegt de strandwachtcommandant met de Kustwacht over opschalen. Er komt een vloot van zes boten, twee helikopters en vier ambulances, een vliegtuig en wagens in het geweer. De prioriteit ligt nu bij de Poolse man.

Tien minuten na de melding begint de Reddingsbrigade uit Julianadorp met ‘zoek­slagen’ in de ‘vakken’, de stukken zee van 200 meter breed tussen de strekdammen. Met alle opgetrommelde badgasten vormt zij drie kettingen van wel vijftien tot dertig mensen om zo – veilig armen in elkaar gehaakt – systematisch het water te doorzoeken. Om 15:14 spot een ketting de drenkeling. De Reddingsbrigade brengt hem aan land en begint te reanimeren.

Waarom, na drie kwartier zoeken? Dekker: ‘We weten nooit wanneer iemand bewusteloos is geraakt. Misschien heeft hij een tijd gedreven.’ De vrijwilligers zijn aangedaan: ‘Het blijft moeilijk, als je iemand niet kunt redden.’

Een strandambulance van de KNRM Callantsoog, actief sinds 1825, zet Kolczynski om 15:35 uur over de duinrand. Op de parkeerplaats wacht een ambulance, die hem naar een ziekenhuis brengt. Daar wordt hij dood verklaard, aldus de Kustwacht begin van de avond op Twitter, nadat zijn vrouw Monika is ingelicht.

Een verbijsterende 355.375 euro wordt er ingezameld

Die tweet over de dood van Kolczynski krijgt direct reacties. ‘Respect tot mijn zolen voor deze Pool’, schrijft iemand. De roep om geld in te zamelen klinkt. Op maandagavond geeft een vrouw uit Deventer daaraan gehoor. Op doneeractie.nl haalt zij 66.986 euro binnen voor de nabestaanden.

Een Nederlandse van Poolse komaf ziet dit niet, maar heeft een dag erna hetzelfde idee en is nog veel succesvoller via GoFundMe. Daar staat een verbijsterende 355.375 euro op de teller. In het Nederlands, Duits en Pools steken mensen de nabestaanden een hart onder de riem, als ze een tientje of twintig euro doneren. Zelfs het Duitse Bild schrijft erover, al weet het niet dat er Duitse kinderen zijn gered.

De kist van Kolczynski, met het boeket namens de Nederlandse Staten Generaal.

Oud-kamerlid Hero Brinkman heeft een Poolse vrouw en een stichting voor Oost-Europese arbeidsmigranten. ‘Crowdfundingplatforms zijn een handel. Zij houden een percentage in, maar het is enorm toegankelijk om even via je telefoon wat te betalen. En dit verhaal grijpt iedereen aan, half Nederland weet ervan. Het was een ongelooflijke heldendaad van Marcin’, verklaart hij het financiële succes. De eerste oplichter is al op de honingpot afgekomen, met een nepwebsite voor donaties. Dat had oud-politieman Brinkman snel in de smiezen: ‘Die site is offline. We doen aangifte.’

Brinkman bekijkt hoe het geld belastingvrij naar de weduwe kan

Brinkman legt contact met de Haagse Martina Janasz van de GoFundMe-actie en samen rijden ze naar Polen voor de uitvaart op 11 augustus. Met PVV-Kamerlid Dion Graus overhandigt daar, namens de Staten-Generaal, een groot rood-wit-blauw boeket. Op de uitvaart bedankt Monika’s moeder de donateurs. ‘Zij is zó trots’, zegt Brinkman.

Hij heeft de burgemeester van Den Helder om een onderzoek gevraagd.

Brinkman: ‘De nabestaanden willen contact met de familie van de geredde kinderen.’ Brinkman en Janasz overleggen met de Poolse ambassadeur hoe het geld belastingvrij bij de weduwe kan komen. ‘En ik heb in Polen en bij het Carnegie Heldenfonds een verzoek ingediend om Marcin een medaille te geven.’

(Trouw)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234