null Beeld

James Frey - Het laatste testament van de Bijbel

Voor de Amerikaanse literaire goegemeente is James Frey, schrijver van de uitstekende (maar, tot afgrijzen van Oprah Winfrey en haar duizenden volgelingen, serieus aangedikte) autobiografische debuutroman 'In duizend stukjes', een charlatan die verslaafd is aan controverse.

Kristoff Tilkin

Dat laatste kan kloppen: in zijn nieuwe roman 'Het laatste testament van de Bijbel' (Prometheus), die in de VS uitgerekend op Goede Vrijdag verscheen, voert hij een hedendaagse messias op die in de straten van New York met vrouwen én mannen de koffer induikt - twee provocaties voor de prijs van één. Passons: als Frey ons een hele roman lang bij de neus kan nemen, kan bedwelmen en meeslepen, dan zullen we 'm die kinderachtige trek graag vergeven.

Het begint redelijk fantastisch: de bewoonster van een sociale woonblok roddelt, met een lichte dreiging in haar toon, over de eerste keer dat ze de eenzame zonderling Ben Zion Avrohom in de smiezen krijgt; een bouwondernemer beschrijft het gruwelijke ongeval (de misselijkmakende details zijn van Frey) dat Ben overleeft; de chirurge die 'm zijn 745 hechtingen toedient, begrijpt dat haar medische afstandelijkheid geen pas geeft: hier is méér aan de hand.

Ook Bens zus en vroegere rabbi laten hun licht schijnen over de kersverse verlosser, en die 'van horen zeggen'-aanpak wérkt: de lezer wordt deelgenoot van de wonderlijke effecten die Ben sorteert bij wie zijn pad kruist - ook de echte Bijbelverhalen zijn strikt genomen van horen zeggen.

Of Ben echt de Messias is die het einde der tijden aankondigt of een man die lijdt aan extatische epilepsie (een aandoening waarbij patiënten zich tijdens een aanval één voelen met het universum en religieuze ervaringen opdoen) laat Frey netjes in het midden: zijn messias overtuigt vooral vanwege de berustende woorden waarmee hij de slagpin uit de wapens van religieuze fundamentalisten en herboren gelovigen verwijdert.

Net als Richard Dawkins is hij van oordeel dat God een misvatting is, al mist hij diens verbetenheid. Maar voor zijn toehoorders, die hun geluk niet op kunnen nu de verlosser uitgerekend in hun midden is opgestaan, slaat de boodschap dat ze zich vergist hebben in de manier waarop ze hun godsdienst beleven in als een bom: 'De Bijbel werd tweeduizend jaar geleden geschreven. De wereld is inmiddels veranderd.

Verhalen die toen zin hadden, zijn inmiddels zinloos. Overtuigingen die toen misschien geldig waren, zijn inmiddels niet geldig. Naar deze boeken moet je net zo kijken als naar alles wat zo oud is, met belangstelling, met oog voor het historische belang, maar je moet niet denken dat ze enige waarde hebben.'

Halverwege 'Het laatste testament van de Bijbel' mindert Frey helaas vaart, slaat hij nutteloze zijpaden in (de katholieke priester die klaagt over de gevolgen van de vele pedofilieschandalen voor het eeuwenoude instituut: gaap) en doorspekt hij de monologen van zijn personages met een haast ondraaglijke meligheid. In het voorlaatste hoofdstuk probeert hij (dankzij de zakelijke toon van Bens pro-Deoadvocaat) de meubelen nog te redden, in het slothoofdstuk stort hij ze botweg in het ravijn. Daar is maar één woord voor: zonde.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234