null Beeld

Jan Cremer - Ik Jan Cremer Derde Boek

Jan Cremer werd volgens zijn schriftelijke overlevering op zijn dertiende ontmaagd door een buurvrouw. Het geval wil dat ik dertien was en een volslagen maagd zonder seksuele vooruitzichten, toen ik in het geheim 'Ik Jan Cremer' las, zijn 'onverbiddelijke bestseller' uit 1964, een schelmenroman die ondertussen zo'n miljoen keer over de toonbank is gegaan. Als het niet meer is, althans: volgens Jan Cremer.

Net wat ik toen nodig had: een opgevoerd, hondsbrutaal jongensboek vol subversieve avonturen en vooral vol willige stoten met 'fenomenaal tietwerk', en felrealistische, nog niet door vrouwencomités gecompliceerde seks. Het duurde niet lang of ik verslond tijdens een hormonenstorm ook 'Ik Jan Cremer 2'. Die rauzende, in een jakkerende, reportageachtige stijl geschreven romans behoren tot mijn dierbare jeugdherinneringen. En dan te bedenken dat sommige mensen met de Bijbel zijn opgegroeid.


Het benieuwde mij of ik nog een schijntje van les neiges d'antan zou kunnen terughalen aan de hand van het pas verschenen 'Ik Jan Cremer 3'. In dat boek van 544 pagina's brengt de Held-Tegen-Wil-En-Dank verslag uit van zijn hachelijke verblijf in de States halfweg de jaren zestig. Het notoire Chelsea Hotel in New York was er zijn uitvalsbasis. In geschrifte is Jan Cremer nog geen haar veranderd: de vrouwen vertonen zich in babydoll aan hem, of, nog luchtiger, in een jarretellengordeltje, en weldra gaat het van: 'Mijn eikel die ik alvast tussen haar natte lippen had geparkeerd, stond op springen.' Cremers aangeboren stijlfiguur is de hyperbool. 'Alles wat ik zeg en schrijf is de waarheid. Mijn waarheid,' luidt de waarschuwing voorin dit boek. Het komt me voor dat zijn waarheid vaker tegen mijn scepsis aanknalt dan vroeger. Fictie is de waarheid liegen, maar Jan Cremer voert in dit boek nogal veel wereldbekende kunstenaars op, die hij allemaal persoonlijk blijkt gekend te hebben: le tout New York, tot de oude moeder van Andy Warhol toe. Daardoor ga ik als lezer een ander soort waarheid verwachten dan je doorgaans in fictie aantreft.


Cremer zou tot de entourage van Bob Dylan hebben behoord, zelfs tot diens intimi: 'Als vriendendienst had ik Dylan beloofd om Sara, zijn kersverse vrouw, onder mijn hoede te nemen als het nodig was.' Hij zou voorts ook de naam 'Johanna' hebben gesuggereerd voor de prachtsong 'Visions of Johanna' uit 'Blonde on Blonde'. 'Noem eens een populaire vrouwennaam bij jullie in de Lage Landen,' had Dylan geroepen. Volgens Cremer excelleerde The Great White Wonder in jatwerk en harkte hij z'n prachtsongs haast willekeurig bij elkaar - de rest liet hij aan de alchemie van het rijmwoordenboek over, dat hij altijd binnen handbereik had. Hij schildert de zanger ook af als een egomane etter, die zijn arme ouders geen blik waardig gunt als ze hem op één van zijn concerten bedremmeld in de coulissen staan op te wachten. Het geruchtmakende motorongeluk van Dylan is volgens Jan Cremer nooit gebeurd. Dylan lag toen om een heel andere reden te zieltogen: een overdosis. Sterker nog: Cremer stond erbij en keek er als ooggetuige naar, in het huis van Albert Grossman, de manager van Dylan, in Woodstock. In de werkelijkheid die zich buiten de fictie uitstrekt, heb ik enkele solide biografieën van Dylan gelezen, die van een uitputtend register waren voorzien: ik heb er nooit de naam Jan Cremer in aangetroffen, maar ik maak me sterk dat de schrijver, zijn waarheid dienende, er zijn naam wél in kan terugvinden, onder het motto: als je met mijn blik kijkt, staat er opeens wat er nooit gestaan heeft.


Jan Cremer zou ook de minnaar van Nico geweest zijn, en de amant en chaperon van Jayne Mansfield, de blonde seksbom, met wie hij uitgebreid door Zuid-Amerika op tournee ging. Het vaak hilarische verslag van die turbulente expeditie is uitgebreid in dit boek opgenomen, met enge dieren en hitsige inboorlingen toe. Het zit de Held-Tegen-Wil-En-Dank niet altijd mee: uitgevers en literaire agenten zijn onveranderlijk schorem dat hem allerlei tegoeden ontzegt, de Amerikaanse veiligheidsdiensten zitten hem op verdenking van zedenbederf op de hielen, en de toestand noopt hem soms tot een paar neuten extra: 'Ik begon ook steeds meer te drinken. 's Ochtends vroeg al, bij het ontbijt, nam ik een bierglas whisky om de dag door te komen.' Ach, die dekselse sixties...


Jan Cremer noemt ongegeneerd namen en toenamen in dit boek, maar een enkele keer houdt hij zich in, wellicht om niet terstond voor het gerecht gedaagd te worden: 'De Canadese folksinger Lenny Cohn, een oude, afgetobde namaakintellectueel, had een ziekelijke voorkeur voor jonge meisjes. Hij lokte groupies van twaalf tot veertien jaar mee of sleurde ze uit de lift mee naar zijn kamer op onze gang.' 'I remember you well in the Chelsea Hotel,/ you were talking so brave and so sweet,/ giving me head on the unmade bed,/ while the limousines wait in the street' zong de Canadese folksinger ter attentie van Janis Joplin, die een blauwe maandag zijn geliefde was. Janis Joplin was overigens ook aan Jan Cremer verslingerd, volgens zijn doorgaans goed geïnformeerde bron, die ook Jan Cremer heet. Nu we het toch over informatie hebben: de witte girl group The Shangri-Las was volgens Jan Cremer zwart en Rod Stewart zong bij The Small Faces. Er is nog meer dat ik niet wist: 'Ik had net gehoord dat Ava Gardner het grootste vagijn in Hollywood had,' bijvoorbeeld. Zulke dingen werden in de jaren zestig nog officieel gemeten in Tinseltown.


Nadat ik 'Ik Jan Cremer 3' had dichtgeklapt, wist ik wel zeker dat je fantasterij uit de sixties nooit meer geloofwaardig kunt overdoen in de eenentwintigste eeuw. The times they are a-changing, elke dag weer. Wie zou Dylan díé songtitel hebben ingefluisterd? Ik raad het al.


(rv)



Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234