Jan Leyers op Vlaamse wijze: 'Je bent vandaag vrijer in een kerk dan op een festivalweide'

Jan Leyers (57) heeft het – onbezoldigde – ereambt van juryvoorzitter van het Filmfestival van Oostende aanvaard. Acht dagen doorbrengen met interessante mensen uit het filmvak leek hem aanlokkelijk. Hij houdt van film en hij houdt ook van Oostende, waar ‘een mooie mengeling van kunstzin en ranzigheid’ in de lucht zou hangen.

'Seks heeft nu ongeveer dezelfde rituele onvermijdelijkheid als godsdienst in mijn jeugd, terwijl er volgens mij almaar minder gepoept wordt'

‘Helder’ telt twaalf – ik wik het woord – luisterliederen waarin de singer-songwriter in zichzelf afdaalt en onderweg te kennen geeft dat de wereld niet minder bar en netelig is dan ik al dacht. Maar we leven nog, en daarom vraag ik hem, als opwarmertje, hoe hij vandaag tegen het heden aankijkt.

Jan Leyers «De mensheid is vandaag een filmcast zonder scenario. De wil is er wel, maar iedereen kijkt iedereen besluiteloos aan: zullen we de film zó beginnen? Of misschien zó? En in geen velden of wegen is een regisseur te bekennen. Ik herinner me de tijd dat er nog scenario’s waren. Of die deugden of niet, daar spreek ik me niet over uit, maar iedereen had in mijn studententijd in de jaren 70 toch wel minstens het gevoel dat er een soort leidraad voorhanden was. Er waren duidelijke maatschappelijke recepten, blauwdrukken van een samenleving die ons het nastreven waard leek. Die zijn in de jaren 80, op alle gebied een enorm kantelmoment, beginnen te vervagen: het neoliberalisme kwam opzetten, de yuppies, de sfeer van ‘American Gigolo’ met Richard Gere. Popsterren gingen ineens naar de fitness. In de tijd van ‘Darkness on the Edge of Town’ was Bruce Springsteen nog een magere sprinkhaan, maar toen zes jaar later ‘Born in the USA’ uitkwam, was hij een gespierd, gestroomlijnd en volkomen gemarket product.

»Tot 1989 – de val van de Muur – was de wereld nog overzichtelijk: er waren Goeden en Slechten. Je was tegen Amerika en in mijn kringen had je een vage sympathie voor het Oostblok. Je keerde je af van de bourgeois, het establishment, het systeem én de consumptiemaatschappij. Dat lijkt haast onvoorstelbaar nu. In mijn middelbareschooltijd was ik ervan overtuigd dat godsdienst zijn beste tijd had gehad: ‘Nog tien, twintig jaar en we praten er niet meer over.’ Terwijl in deze tijd de deuren weer wagenwijd voor het obscurantisme openstaan. Wettelijke bepalingen over wat mag en niet mag hangen vandaag mee af van wat een raad van theologen vindt. Dat hadden we in 1973 niet voorzien. Voor de rest voelt iedereen wel aan waar de schoen knelt: het klimaat, migratie, maar niemand weet ook maar een beginnetje van een eventueel antwoord te verzinnen. ’t Is simpel: dé vraag die je zou moeten stellen is: ‘Waarde westerlingen, bent u bereid om het voortaan met één vijfde van uw huidige levensstandaard te doen?’ In tegenstelling tot vroeger wil elke aardbewoner nu een auto en verre reizen maken, en we zijn ondertussen met acht miljard. Voor de hele wereld creëren wat we in Amerika, West-Europa en Australië hebben gecreëerd, dat kan de planeet niet trekken. Er is maar één oplossing: hier drastisch de consumptie verminderen.»

HUMO Het lijkt me nog een hele klus om de gemiddelde westerling daarvan te overtuigen. Nog een vraagje ter opwarming: wat is in deze tijd de zin van jouw leven?

Leyers «De zin van het leven van de bever is een dam bouwen, en de zin van mijn leven is zingen zoals ik gebekt ben en doen wat ik kan. Als je één ding van die vluchtelingenstroom kunt leren, dan is het wel: vraag je niet te vaak af wat je op deze wereld loopt te doen. Het gezicht van een wanhopige vluchteling doet je beseffen hoe luxe veel van onze vragen wel zijn: first world questions van mensen die te veel tijd en te veel weelde hebben.»

HUMO Veeg je nu de hele filosofie, waarin je toch hebt doorgeleerd, van tafel?

Leyers «In de eerste les filosofie heb ik geleerd dat de wijsbegeerte in het oude Athene is ontstaan, waar een klassenmaatschappij heerste; er was een bevoorrechte klasse van vrije burgers die niet moesten werken en tijd zat hadden om op de markt rond te struinen en zich hardop af te vragen: ‘Vrijheid, wat zou dat eigenlijk zijn?’»


MIddeleeuwse blues

HUMO Laten we het over ‘Helder’ hebben, je nieuwe cd. Volgens mij is het je meest persoonlijke plaat tot nog toe.

Leyers «Mijn eerste echt persoonlijke plaat tout court»

HUMO Moest je daarvoor eerst een gevorderde vijftiger worden?

Leyers «Ik wilde tussenschotten in mijn leven weghalen. Er was een Jan Leyers die reisprogramma’s maakte, iemand van wie men in Nederland, waar mijn programma’s ook werden uitgezonden, niet kon vermoeden dat hij ook muziek maakte. En als Soulsister op Marktrock optreedt, is er niemand die eraan denkt dat ik voor de televisie wel eens met ayatollahs heb gesproken. De muzikant Jan Leyers had het nooit over de woestijn, en als ik voor mijn reisprogramma’s in de woestijn was, was muziek ver weg in mijn hoofd. Ik zocht de muziek ook niet op tijdens mijn reizen.»

'Als je één ding van die vluchtelingenstroom kunt leren, dan is het wel: vraag je niet af wat je hier loopt te doen. 't Zijn first world questions van mensen die te veel tijd en te veel weelde hebben'

HUMO Moet ik uit ‘Helder’ kunnen opmaken dat die tussenschotten weg zijn?

Leyers «De cd opent met de zin: ‘Ik heb gezworven door een land waar geen sterveling ooit eerder was geweest…’ Ik stel me op als de reiziger die thuiskomt, gaat zitten, en over zijn ervaringen begint te vertellen. Ik kan een rationeel antwoord verzinnen op de vraag wat die reizen met me hebben gedaan, maar dat antwoord zal onvolledig zijn: er is ook iets emotioneels in het spel, dat moeilijk rationeel te vatten is. Er staan veel zinnen in die liedjes waarvan ik louter intuïtief vind dat ze kloppen, zoals je van een schakering van bijvoorbeeld rood op een schilderij ook kunt vinden: ‘Die tint klopt.’»

HUMO ‘En soms leek alles helder/ Soms leek het bekend/ Soms werd alles helder/ Helder, één moment’, klinkt het in ‘Helder’. Om die zin hangt iets mystieks. Heb je het mogelijk over een flits van inzicht in het Al?

Leyers «’t Gaat over de kortstondige momenten van helderheid tijdens het zwalpen tussen overmoed en hulpeloosheid. Misschien vallen die momenten van helderheid ook samen met momenten van overmoed: heel even denk je dat je het allemaal wel snapt.»

HUMO Waarom moest ‘Helder’ een cd in het Nederlands worden?

Leyers «’t Is altijd een vaag voornemen geweest, maar waarom ik uitgerekend nu een Nederlandstalige plaat heb gemaakt, en niet tien jaar geleden: ik weet het niet. In het Nederlands zingen is iets wat je als Nederlandstalige uiteindelijk niet uit de weg kunt gaan: je moet het volgens mij in je eigen taal kunnen klaarspelen, als je wil weten of je je vak wel verstaat. En als je hier in het Engels zingt, mag je ervan uitgaan dat de meeste mensen naar je teksten luisteren als naar het libretto van ‘De toverfluit’: hier en daar snappen ze er iets van, maar nooit zullen ze ten volle de wereld begrijpen die al die woorden oproepen. In het Nederlands registreer je pas echt de kleurverschillen: ‘vriend’, ‘kameraad’, ‘maat’ zijn dan wel synoniemen, maar ze roepen toch heel andere dingen op, en in een liedje voel je dat haarscherp aan. Engelse songteksten schrijven komt toch meer op knutselen aan. Bij Soulsister was het niet meteen mijn bedoeling om mee te delen wat me bezighield – we wilden de wereld platspelen, en daarom concentreerden we ons vooral op de melodie, de sound en de beat. De tekst was meestal een bijkomende klus, zo van: ‘We hebben nog een derde strofe nodig.’ Voor de nummers van ‘Helder’ had ik de tekst eerst – die teksten hebben op hun melodie moeten wachten.»

HUMO Uit het liedje ‘Nieuwe schoenen’ spreekt een verlangen naar een nieuw begin. Wat stel je je als gevorderde vijftiger bij een nieuw begin voor?

Leyers «Als ik terugkijk op mijn leven, zie ik toch dat ik me om de zoveel jaar op een nieuwe discipline heb gestort. Ik ben op mijn veertigste tv-programma’s gaan maken, wat rijkelijk laat is. En die Nederlandstalige cd voelt ook wel een beetje als een nieuwe discipline aan – ik mag dan wel vertrouwd zijn met liedjes zingen, maar toch ervaar ik ‘Helder’ als iets totaal anders. Ik heb altijd graag verteld tussen de nummers in: waar de song vandaan komt, hoe hij is ontstaan, of wat dan ook. Ik deed mijn verhaal in het Nederlands, waarna ik dan in het Engels begon te zingen: dat heeft me nooit lekker gezeten.»

HUMO Misschien ken je het polemische liedje ‘Moedertaal’ van Raymond van het Groenewoud, waarin hij zingt dat Vlamingen die in het Engels zingen aanstellers zijn.

Leyers «Aanstellerij zou ik het niet noemen. ’t Valt te vergelijken met wat je deed toen je in de lagere school tijdens het speelkwartier een partijtje voetbalde: roepen ‘Ik ben Van Himst! En jij bent Van Moer!’ ’t Is een spel: je stapt in een rol. En zolang je puur entertainment maakt, is dat geen probleem, maar als je de bedoeling hebt om even wat dieper te graven, dan dreigt je Engels heel vaak grotesk te worden. Je woont in Rijkevorsel, Steenokkerzeel of Avelgem, je wil uitdrukking geven aan je eenzaamheid of hulpeloosheid, en dat doe je dan in het Engels: daar zal altijd wel iets aan wringen. Alsof je met Vlaamse acteurs een film die zich in Antwerpen afspeelt in het Engels zou draaien.

»Aan de andere kant is het Nederlands geen cadeau: al die doffe eindlettergrepen, rijmtechnisch zijn die niet zo aantrekkelijk. Nederlands, of liever Vlaams, is zo’n beetje als het Pools: een taal om samenzweringen in te beramen. Het Engels leidt vanzelf tot andere muziek en tot andere fraseringen.»

HUMO In ‘Helder’ hoor ik dat je erg vertrouwd bent met het oeuvre van Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh – het strijkersarrangement dat je voor ‘Ridder met rugpijn’ hebt geschreven, doet bovendien aan het werk van arrangeur Bert Paige denken, dat bepalend was op veel songs van Boudewijn de Groot.

Leyers «Ja, maar die invloed kun je volgens mij alleen maar in ‘Ridder met rugpijn’ horen – ik heb er, als kleine hommage, ook een trekje van ‘Pastorale’ in gestopt. ‘Helder’ moest voor mij de plaat worden van een man met een gitaar, naar het model van een middeleeuwse minstreel. Singer-songwriters in de folk- en countrysfeer hebben mij óók beïnvloed. Mensen als Pete Seeger en Johnny Cash, die ik eind jaren 60 op tv zag.

»Ooit ben ik begonnen als busker op het strand – ik weet niet of dan nu nog wordt gedaan. Ik was 15, had nog geen eigen nummers, en speelde na het vallen van de avond liedjes van Cat Stevens, Leonard Cohen en Ralph McTell voor een schare mensen op het strand – ’t voelde aan alsof ik de Bergrede aan het houden was. Zo’n optreden was niet geprogrammeerd, laat staan geformatteerd – het ontstond gewoon, als vanzelf, en dat was er het allermooiste aan.»

''Helder' moest voor mij de plaat worden van een man met een gitaar, naar het model van een middeleeuwse minstreel'

HUMO Wat dat betreft leven we ondertussen in heel andere tijden, waarin alles geformatteerd is, na marktonderzoek.

Leyers «En of. Onlangs zag ik op YouTube een aflevering van de talkshow van David Frost uit 1969. Hij had John Lennon en Yoko Ono te gast naar aanleiding van hun zeer experimentele elpee ‘Two Virgins’. In de studio liet Frost het kattengejammer van Yoko op die elpee horen, waarna hij zei: ‘Wat heeft dít te betekenen?’ Hij riep hen ter verantwoording! Zo van: ‘Wat vind je d’r nu zelf van?’ John en Yoko begonnen ongemakkelijk op hun stoel te schuiven, tot John zei: ‘We vonden gewoon dat we dit moesten maken. ’t Is onze kunst.’ Waarna hij Yoko ostentatief kuste. Dat geheel is zó onvoorstelbaar nu: een topartiest met een status die we ons nu niet meer kunnen voorstellen, die zich in een talkshow laat afzeiken. ’t Is ondenkbaar dat Justin Bieber of Bruno Mars of Beyoncé zich in een talkshow voor een cd zouden moeten verantwoorden. Alles is door en door gecontroleerd, bedacht, vooraf doorgesproken en gescript.»

HUMO En dat kunnen we wellicht nooit meer terugdraaien.

Leyers «Eén van de moeilijkste vragen in het leven is voor mij: ‘Waar moeten we ons bij neerleggen?’ Ik snap niet waarom er nog steeds geen beweging is ontstaan die hardop zegt: ‘Een rockfestival waarbij je gefouilleerd wordt, is toch geen rockfestival?’ Je bent vandaag vrijer in een kerk dan op een festivalweide. Dat festivalgangers al die controles en benepen reglementeringen voor lief nemen, verbaast me elke dag meer.»

HUMO ‘Ridder met rugpijn’ lijkt me een autobiografisch nummer in een middeleeuwse setting. Of is er nog iets anders aan de hand?

Leyers «’t Is een proeve van een middeleeuwse blues. De gedachte-oefening was: waarover zou een middeleeuwer gezongen hebben als hij down and out was in bijvoorbeeld het kasteel van Bouillon? ’t Mag dan wel over een man in desolate omstandigheden gaan – nobody loves you when you’re down and out – maar toch hoop je dat iemand er troost uit put.»

HUMO Troost komt vaker voor op ‘Helder’.

Leyers «Dat heb ik achteraf ook gemerkt. Truman Capote schreef in ‘Other Voices, Other Rooms’: ‘What we want most is only to be held and told that everything is going to be alright.»


Typisch Soulsister

HUMO Je bent vanaf het derde leerjaar tot en met het laatste jaar van de middelbare school aan jezuïeten toevertrouwd.

Leyers «Tot in het tweede jaar van de universiteit zelfs: aan de Ufsia kreeg ik ook met jezuïeten te maken.»

HUMO Fijn, maar ben je ook een product van de jezuïeten?

Leyers «Dat denk ik wel.»

HUMO Waaraan merk je dat zoal?

Leyers «Als ik me iets voorneem, of ik begin aan iets, dan moet ik het afmaken. Daar is geen ontkomen aan. Du kannst denn du sollst.»

HUMO Wat nog meer?

Leyers «Ook jezuïtisch is de sereniteit waarmee je kennis neemt van gedachten, theorieën of opinies waar je het totaal niet mee eens bent. In het vierde jaar van de middelbare school – we waren 16 – lazen we klassikaal teksten van Karl Marx

'Met Soulsister wilden we de wereld platspelen, dus concentreerden we ons vooral op de melodie, de sound en de beat. De tekst was meestal een bijkomende klus.'

HUMO Ook bekend van de evergreen ‘Godsdienst is opium van het volk’. Begreep je Marx toen ook?

Leyers «Veel te weinig. Maar ’t ging erom dat de jezuïeten ons voorhielden dat zulke teksten bestonden, en dat we er zelfs kennis van zouden nemen. Een jezuïet doet teksten waar hij het fundamenteel mee oneens is niet als duivels af. Dat laat hij liever aan onderpastoors uit de provincie over. Een jezuïet zegt: ‘Bestudeer uw vijanden. En spreek niet te snel schande over iets of iemand.’ Er zijn politici die uitspraken doen, ideeën lanceren, en enkele uren later worden ze in de pers en door hun politieke tegenstanders, en ook wel door partijgenoten, al aan de schandpaal genageld. Instantverontwaardiging: zéér onjezuïtisch. Jezuïeten zouden zeggen: ‘Is dat uw mening? Laten we eens rustig bekijken wat daar zoal de consequenties van zouden kunnen zijn.’»

HUMO Ik wou het nog even over troost hebben, aan de hand van een citaat uit het pittige werkje ‘Geestelijke oefeningen’ van Ignatius van Loyola, de stichter van de orde der jezuïeten. Daar gaan we: ‘Ik noem troosteloosheid al het tegenovergestelde van de troost: duisternis en verwarring in de ziel, een neiging naar wat laag en aards is, onrust vanwege verschillende prikkels en bekoringen, een neiging tot wantrouwen, de ziel die zonder hoop is, zonder liefde, apathisch, droevig en als het ware gescheiden van haar Schepper en Heer.’ Je zou kunnen denken dat hij de verwarde en ook wel gekwelde eenentwintigste-eeuwse mens beschrijft.

Leyers «Of een depressie. Of een depressie gekoppeld aan seksverslaving. Ik ben ervan overtuigd dat er niets nieuws onder de zon is: alles krijgt in de loop van de geschiedenis alleen maar een andere naam. Alles mag dan wel geseculariseerd lijken, maar nog het meest is alles bij het oude gebleven: wat vroeger de pastoor zei, zegt nu de therapeut. Het verschil is dat die therapeut geld kost.»

HUMO Uiteraard stelt Ignatius van Loyola – zo kennen we hem weer – dat er geen troost mogelijk is zonder een zielsdiepe verbintenis met de Schepper en Heer.

Leyers «Dat is een groot probleem. Zodra je ervan overtuigd bent dat hij niet bestaat, kun je niet meer in Sinterklaas geloven. Eigenlijk heb ik nooit een religieus gevoel gehad. Sommige mensen zeggen: ‘Tot mijn 15de was ik een devoot kind.’ Ik ging wel naar de mis en te biecht, maar dat was niet meer dan de schijn ophouden: ik heb nooit devotie gevoeld. Ik kan me ook niet herinneren dat ik één keer welbewust gebeden heb, zo van: ‘En nu spreek ik God aan.’»

HUMO Toch zou ik zweren dat het liedje ‘Broeder’ een religieuze ondertoon heeft.

Leyers «Wat jij ‘religieus’ noemt, noem ik liever ‘archaïsch’. Bart Peeters zei me: ‘Je moet ‘broer’ zingen, want als je ‘broeder’ zingt, zal iedereen aan een pater van kom-eens-op-mijn-kamer denken. Toen dacht ik: ‘Als ‘broeder’ tot die verwarring kan leiden, dan laat ik dat woord zeker staan.’ Hoe meer elkaar tegensprekende associaties een nummer oproept, hoe liever. Het nummer ‘Broeder’ is me ingegeven door een zeker gevoel van stuurloosheid, eventjes niet meer weten waarheen. En beseffen dat niemand je daarbij kan helpen.»

HUMO Overkomt jou dat vaak? Ik dacht net dat jij altijd heel goed hebt geweten waar je heen wilde.

Leyers «Af en toe sta ik met een gevoel van stuurloosheid op, en tegen de middag trekt dat meestal weer weg. Maar los daarvan, vind ik het vreemd dat je van me denkt dat ik heel goed weet wat ik doe. Het enige wat ik nogal goed kan, is tegen de juiste dingen neen zeggen, maar voor de rest was mijn toekomstverwachting altijd vaag, bijna abstract. Ja, ik wilde een gast met een gitaar zijn.»

HUMO En dat ben je ook geworden.

Leyers «Door valkuilen te vermijden. En verlokkingen te weerstaan.»

HUMO Welke verlokkingen?

Leyers «Bijvoorbeeld: een nuttige studie aanvatten. Over filosofie zei toen al iedereen: ‘Je weet toch wel dat je met die studie niets kunt aanvangen?’ Een goede reden voor mij om te denken: ‘Let’s do it.’ Ik was ook heel benieuwd naar wat een studie waar je niets mee kon doen precies was. Op een mooie dag heb ik beleefd geweigerd om in Antwerpen politiek secretaris van de schepen van de Haven te worden. Terwijl ik in de jaren 70 niet wist of ik ooit als muzikant zou kunnen leven.»

HUMO Je leeft er al jaren van. Ben je je bewust van het metier dat je ondertussen hebt?

Leyers «Jawel, al maakt een mens zich ook daarin wel illusies. Uiteindelijk merk je dat je blijft zingen zoals je gebekt bent, of je dat nu wil of niet. Zo’n jaar of tien geleden kwam Frank Vander linden geregeld bij me langs – we hebben samen nummers voor Clouseau geschreven in die tijd. Ik had op een keer een naar mijn smaak erg experimenteel stuk gecomponeerd. Het leek in niets op wat ik ooit eerder had gemaakt, vond ik zelf. Ik liet het Frank horen, en die zei: ‘Niet slecht. Echt typisch Soulsister’ (lacht).»


Schuldenarend

HUMO In de legendarische Brill Building in New York hielden uitstekende songwriters als – ik noem even de beroemde duo’s – Goffin & King, Bacharach & David, Mann & Weil, Pomus & Shuman en Leiber & Stoller kantooruren aan. Zou je dat ook kunnen?

Leyers «Ik denk het wel, als ik die kantooruren zelf mocht kiezen. De meeste liedjes van ‘Helder’ zijn tussen 11 uur ’s avonds en 4 uur ’s nachts tot stand gekomen. Dan weet ik: ‘Alles is rustig.’ In de nacht is de kans op vervelende telefoons ook kleiner.»

HUMO Daarnet hadden we het over de religieuze bijklank van sommige nummers op ‘Helder’: ik kan het niet laten om bij ‘Troosteres der bedrukten’ toch eventjes aan de onbevlekt ontvangen moeder van Jezus te denken, je kent ’r wel.

Leyers ««‘Troosteres der bedrukten’ is zo’n woordcombinatie die je als kind opdreunt zonder te beseffen wat ze betekent. Als kind wist ik ook niet wat ‘schuldenaren’ betekende in ‘en vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.’ Ik meende eerst ‘schuldenarend’ te begrijpen, waardoor ik me er een roofvogel bij voorstelde, en later dacht ik aan wuivende korenaren. ‘Troosteres der bedrukten’ zag ik als kind ook weleens onder een Mariabeeld staan, maar wat het te betekenen had, drong niet tot me door. Nu vind ik het een heel mooi beeld: de troosteres van depressieve mensen. Ik rij ’s nachts heel vaak langs Vlaamse wegen; ik zie dan weleens een vrouwengestalte in een kapelletje opdoemen, mooi uitgelicht achter glas. Maar aan de overkant van de straat zit dan weer een heel andere vrouw, levend en wel, ook achter glas en door een lampje beschenen. Ze bestaan op een vanzelfsprekende manier náást elkaar. Dat contrast zie je alleen in Vlaanderen. In de hoerenbuurt aan het Brusselse Noordstation is er een peepshow waarboven een Mariabeeld in een nis staat. Vroeger moest alles naar religie verwijzen, en nu alles naar seks. Seks heeft nu ongeveer dezelfde rituele onvermijdelijkheid als godsdienst in mijn jeugd, terwijl er volgens mij almaar minder gepoept wordt.»

HUMO Godsdienst spiegelt de mens meestal een leven na de dood voor, terwijl seks toch heel erg het leven vóór de dood accentueert.

Leyers «Soms heb ik het gevoel dat er tegen de dood op te neuken valt: ik stoot de dood van me af, ik zet de dood te kakken. De dood? Welke dood? (lacht) Nu ja, na het orgasme volgt altijd wel weer het besef dat dat kosmische gevoel een begoocheling was. Vandaar: la petite mort. Als je 25 bent, weet je ook wel dat je dood zult gaan, maar toch denk je dan, hoe absurd dat ook mag zijn: ‘Ik vind er wel iets op.’ De volle omvang van de dood dringt pas later tot je door.»

'De familie van mijn vrouw waarschuwde haar destijds voor mij: 'Hij heeft filosofie gestudeerd en hij is ook nog eens muzikant! Eén van die twee is al erg genoeg.''

HUMO Je hebt een kleinkind voor wie je ‘Lied voor Leon’ geschreven hebt. Wat betekent het grootvaderschap voor jou?

Leyers «Ik zie me dingen doen die ik met mijn eigen kinderen nooit heb gedaan. Leon is nu een jaar en acht maanden en ik geef hem gitaarles. Hij zit bij me op de schoot en hij plukt aan de snaren – hij is ondertussen al vertrouwd met het ding genaamd gitaar. ’t Kwam indertijd niet in me op om dat met één van mijn vier dochters te doen, maar ’t voelt ook niet aan als een wiedergutmachung. Ik was vaak en soms lang van huis toen mijn kinderen klein waren, maar daar heb ik geen schuldgevoel over. Als ik nu zie hoe druk mijn dochter het met dat ene zoontje heeft, kan ik me alleen maar afvragen: ‘Hoe hebben mijn vrouw en ik het ooit met vier kinderen gered?’ Het kan niet anders of rond je 25ste moet er een soort endorfine in je hersenen worden aangemaakt die je totaal blind maakt voor de realiteit, en die je in staat stelt om tegelijk een verbouwing, een job en kleine kinderen aan te kunnen.»

HUMO In ‘Lied voor Leon’ zeg je ‘Koester de dag nu hij jong is en licht’, waarna je je kleinzoon waarschuwt: ‘Straks kom je terecht in een heel ander land / Een van denken en tellen en meten / Daar krijgt alles gewicht / En heeft alles een prijs / En zul je mijn woorden vergeten.’

Leyers «Ik was iets te jong voor mei ’68 maar ik ben er toch door beïnvloed. Dus zeg ik tegen mijn kleinzoon: ‘laat je niet inpakken door het systeem’ en heb ook de moed en de kracht en de inspiratie om neen te zeggen tegen de verlokkingen van dat systeem. Die verlokkingen zijn veeleer een stropdas en een bedrijfsauto dan drank en drugs. De onderliggende boodschap is ook: ‘Zorg ervoor dat je, als je in de 20 bent, niet over je pensioen begint te prakkiseren.’ Ik vind het erg dat jongeren al een bankrekening hebben als ze 16 zijn, en dat ze op hun 18de al aan pensioensparen beginnen te doen.

»Vrijheid is iets wat je aan het begin van het parcours voor jezelf moet opeisen, want op je 43ste zal niemand bij je aanbellen met de mededeling: ‘Goed nieuws! Vanaf morgen hoef je niet meer elke dag vroeg op te staan, je mag voortaan doen wat je maar wilt.’ Intuïtief wist ik op mijn 15de al dat ik dat soort vrijheid wilde. Nog altijd krijg ik te horen: ‘Jij hebt makkelijk praten, jij hebt succes in de muziek’. Oké, maar tot mijn 30ste had ik geen nagel om mijn gat te krabben. Ik was 26 toen ik voor het eerst een bankrekening had, en vóór die tijd was ik volmaakt gelukkig: er was niets dat mij frustreerde. Het geld dat ik had, zat in mijn broekzak, en aan het eind van de maand probeerde ik 5.000 frank over te houden, 125 euro, want dat was de huishuur. En voor de rest ging het van: ‘We zien wel.’ Ik ben blij met het comfort dat ik nu heb, maar voor de rest heb ik geen materiële wensdromen: ik rijd al tien jaar met dezelfde auto, en met mijn vorige auto heb ik twaalf jaar gereden. Ik heb ook heel lang huizen gedeeld: eerst woonden we zigeunerachtig samen met een nicht van mij en haar man, en daarna deelden we in Boechout een huis met het toenmalige acteursechtpaar Karel Vingerhoets en An Nelissen. Oók bohème. De familie van mijn vrouw waarschuwde haar destijds voor mij: ‘Hij heeft filosofie gestudeerd en hij is ook nog eens muzikant! Eén van die twee is al erg genoeg.’ Ik heb me ook nooit afgevraagd: waar moet ik op mijn 40ste staan? Wat ik me in die tijd nog het meest afvroeg, was: ‘Met welk nummer zullen we vanavond onze set beginnen?’»

HUMO Vrees je de ouderdom?

Leyers «Van nature ben ik liever leerling dan meester. Ik wil liever in de straten verdwalen dan dat ik me verlustig in het feit dat ik het stratenplan op mijn duimpje ken en er feilloos iemand in kan rondleiden. Ik sta altijd raar te kijken van mensen die enthousiast de dagen tot hun pensioen aftellen en ernaar snakken om niets meer te doen. Ik denk nog het liefst: ‘De echte veldslag moet nog komen.’»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234