Jan Mulder: '100 % Jesus'

De Jehova's zijn door de onderdanen van de paus weggevaagd.

De finale van de Champions League werd gespeeld door tweeëntwintig aanhangers van het Vaticaan. Katholieken voetballen het best. Het kruisen slaan nam geen einde: bij het betreden van het stadion, voor en na de aftrap, als voorbereiding van een vrije trap, na een goal, terug op eigen helft nog een keer. Ze keken meer omhoog, de handen verticaal gestrekt naar de hemel, dus het niets, dan naar de bal. Gevolg: prachtig spel.

De halve rechterarm van Messi is een tatoeage van Jezus. Neymar knoopte na de overwinning een witte band met de tekst ‘100 % Jesus’ om het hoofd. Anderen hadden de beeltenis van Jezus op een T-shirt onder het Barca-truitje. Het liefst hebben ze ook officieel Jezus op de borst in plaats van Qatar Airlines, maar dat bedrijf betaalt.

Di Maria bad laatst bij de aftrap letterlijk op de knieën voor een gunstige uitslag. Ik had aan de andere kant van de cirkel heel graag een speler van de tegenstander gezien die een halve minuut langer bleef zitten. Hij meldde zich niet. Manchester United won de wedstrijd, Di Maria scoorde.

Ondergetekende heeft zijn jeugd doorgebracht in Winschoten, een socialistisch bolwerk van ongelovigen. Als zesjarige jongleerde ik in de straatjes en stegen met een bal, ik dacht: ik ben een voetballer. Goed gezien, het spel heeft me veel gebracht: speler van Anderlecht en vijf interlands voor Oranje. Weinig zult u zeggen. Dat is juist. Ik had er veel meer kunnen hebben.

Er was weinig rooms aan Winschoten, maar in de Langestraat stond een katholieke kerk. We gingen er met vriendjes weleens kijken en voelden een soort medelijden met de ongeveer tien inwoners die op zondagochtend het sombere gebouw binnengingen. Elders in de stad stonden een paar gereformeerde en protestantse kerken met een iets grotere aantrekkingskracht. Er zijn bij mijn weten geen gereformeerde voetballers van wereldklasse. Er waren wél twee begaafde Jehova’s getuigen in de jaren 70: de Nieuw-Zeelander en driemaal Oceanisch Voetballer van het Jaar Wynton Rufer (Werder Bremen) en Joop Korevaar (ADO Den Haag), eenmaal uitverkoren voor Oranje. Rechtsback Joop ging door de week langs de deuren en, naar ik meen, nu nog steeds. Geweldig. Rufer, behalve een goede spits een intelligente man, legde bijbels in de kleedkamer van de tegenstander. Tevergeefs. De Jehova’s zijn door de onderdanen van de paus weggevaagd.

Ik had katholiek moeten zijn. Het had misschien nog gekund toen Brazilië in 1958 wereldkampioen werd en Pele en doelman Gilmar de eerste voetballers waren die een kruis op het voetbalveld sloegen. Ik was net 13 en vatbaar voor de zeden en gebruiken waarvan de sterren zich bedienden. Zo droeg ik een rode voetbaltas, net als Abe Lenstra, en wilde ik exact dezelfde Adidas-schoenen (met ergens een bruin stukje leer op de zijkant) waarin de Duitsers in 1954 wereldkampioen werden. Abe schreef in het boekje ‘Voetballen doe je zo’ – een cadeau bij Turkstra beschuit – dat vissen een uitstekend hulpmiddel was om je te leren concentreren op het nemen van een strafschop. Ik ging met mijn vader vissen op de Afsluitdijk en als we laat in de middag thuiskwamen: snel naar het schoolplein penalty’s nemen.

Wat zou mijn vader tegen me hebben gezegd als ik hem had gevraagd om, in het kader van mijn toekomst in de spits, lid van de katholieke kerk in de Langestraat te worden? De vraag kwam gelukkig niet bij me op.

‘100 % Jesus’ op je voorhoofd. Dit dwepen maakt mij zenuwachtig. De voetbalsport misbruikt. Moet ik de drager van die statistiek nu minder gaan bewonderen?

Johnny Cash trad in zijn laatste jaren alleen nog op voor volle stadions in Israël om God te eren; ‘Ring of Fire’ of niet, ik haakte af. Veel popsterren rocken voor Jezus. Curieus en moeilijk te verteren, zeker voor een jongen die zondags liever in de IJssel zwom dan drie keer in de kerk te zitten. Maar ik leer bij. Wanneer Leonard Cohen tegenwoordig op het podium knielt en de Lord met een klagend halleluja toezingt, zet ik de televisie uit, hoe goed Leonard Cohen ook is. Cash en Cohen waren idolen. Niet langer. Ik vertrouw hun toewijding aan de kunst niet meer. Messi en Neymar zijn gewaarschuwd.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234