Jan Mulder interviewt Marc Wilmots: 'Wil jij het niet overnemen, Jan?'

Jan Mulder is ervan overtuigd dat de Belgen deze zomer Europees kampioen voetbal worden. Ook als een foute scheidsrechterlijke beslissing zijn voorspelling dwarsboomt, wordt Mulder dé ster van het EK.

'Europees kampioen. Weer zo'n idiote druk die de pers ons opdringt en mijn jongens onzeker maakt'

Marc Wilmots, bondscoach der Belgen, staat in een doorweekt wit overhemd bij de zijlijn. Wij, fans en toeschouwers, denken: ‘Druk de paraplu open, doe een plastic cape over je hoofd.’ Wilmots stroopt fluks de mouwen van het shirt op en coacht in het door rukwinden ver opbollende witte hemd, wanneer het dun ijs gaat regenen. Als er een standbeeld moet komen wanneer de Rode Duivels Europees kampioen zijn geworden, zal het er één zijn van een man in zeiknat hemd op een steigerend paard, als een vorst in zeventiende-eeuwse schilderijen.


1. la la la en yeh yeh yeh

Ter voorbereiding op het interview met de bondscoach stel ik een voorlopige lijst met vragen samen.
Wat is Marc Wilmots voor soort trainer? Een harde? Een voetbalfluisteraar? Een tactisch wonder? Is dat kletsnatte witte overhemd bijgeloof? Hoe hoog mogen we hem inschalen in de top van zijn professie?
Toptrainers hebben op de bank een schrijfblok bij de hand. Waar dient het voor? Schrijft Marc Wilmots ook? Heeft hij een voorbeeld als trainer? Was hij op de lagere school goed in taal?
Welke auteurs leest Marc? Waarheen gaat hij op vakantie? Waarom die flirt met Schalke 04 in de drukke tijden van de kwalificatie? Heeft hij vijanden? Wat denkt hij van de pers?
Ik zoek de coach van de Rode Duivels fictief op in een fictieve woonplaats.

Wanneer ik na een urenlange autorit met twee flessen champagne in Hoytingen-sur-Bois arriveer – het loopt tegen elven in de ochtend – drijven sluiers wolken en mist over de voorlopers van de Ardennen en duwt Wilmots net de kurk uit een babychampagne van het huis Taittinger. De zon schijnt door de enorme ramen van zijn ruime en aangename woning. In de grote hal hangt een schilderij van een abstract landschap in de Harz, de geur van biefstuk waait de bezoeker tegemoet, mevrouw Wilmots is aan het werk in een belendende kamer. Ook zij begroet mij hartelijk. Niets wijst erop dat we spannende dagen beleven, een tijd waarin de EK-koorts langzaam naar een hoogtepunt stijgt, de verwachtingen oplaaien en het middelpunt der dingen, dit echtpaar, ook het noorden verliest. Na een uitstekende vroege lunch met steak frites en een glaasje champagne of twee stel ik de eerste vraag.

‘Marc, voetbal is zoals je weet muziek, geen wetenschap. Het gaat om het ‘la la la’ op het juiste moment. In een goede nummer 1-hit zit veel ‘la la la’ en ‘yeh yeh yeh’. Soms ook een neurie. En met een paar te gekke backing vocals, die van die simpele maar o zo opwindende pasjes maken tijdens hun ‘la la la’. Ik bedoel: ben je een popsong aan het creëren of een symfonie? Gaan de Rode Duivels recht voor zijn raap rappen of hecht je nog steeds meer aan een langzamere melodie, met aandacht voor de strijkers onder in de orkestbak?’

Wilmots kijkt me zwijgend aan. Te lang om het gezellig te houden. Dan scheert hij de handen enkele keren snel over elkaar heen ten teken dat het gesprek is afgelopen.


2. De omhelzing in Milaan

Na de eerste mislukte poging probeer ik het weer. Marc klinkt bars aan de telefoon. ‘Hoe kom je aan mijn nummer?’

Hij moet in een slechte bui zijn. Zo spreekt Marc Wilmots niet tegen mij, een vriend die in Milaan was toen Schalke 04 de UEFA Cup won dankzij de tomeloze inzet en de laatste beslissende penalty van Wilmots. Ik zat op de tribune en stootte mijn buurman bemoedigend aan toen Marc zijn aanloop nam. ‘Die is binnen, zeker weten.’

En binnen. En Schalke won.

We hebben elkaar omhelsd, op die mooiste dag in het bestaan van de club. Naast veel verdriet om op het laatste nippertje verloren kampioenschappen zit Schalke in ons hart én in die van onze echtgenotes: een Marc Wilmots gaat dan op zekere dag niet op hoge toon en alreeds afwijzend aan mij vragen waar ik zijn telefoonnummer vandaan heb, ook al heb ik mij dan misschien niet geweldig gedragen tijdens de eerste afspraak, toen mijn beginvraag enigszins warrig en zelfs hoogdravend was, alsof ik de draak wilde steken met voetbal en bondscoach. Nooit van mijn leven, trouwens, dat laatste.

‘Ik heb je nummer van mij: Jan Mulder, herinner je je hem? Het zit in mijn gsm. Door jou naar me toe gestuurd. Ik sta aan je zijde. Jammer dat je me niet hebt gebeld voordat je in bespreking ging met ons geliefde Schalke om daar trainer te worden, Marc. Ik had je van advies kunnen dienen. Dat advies had geluid: niet doen, blijf bij de Rode Duivels.’

Wilmots en ik spreken voor de tweede keer af. Na een lange autorit arriveer ik in de stromende regen in Hoytingen-sur-Bois, waar Marc met zijn sympathieke vrouw een ruim en zonnig huis bewoont. Ik parkeer mijn oude Jaguar met kuren, en stap uit.

De deurbel is nog dezelfde. Ik bel aan. Een eeuwigheid later verschijnt de bondscoach achter het raam van de ruime hal. Het witte hemd knikt ten teken dat het goed volk ziet.

Na een glaasje champagne en een uitgebreide lunch met een karbonade, worteltjes en heerlijke gebakken aardappeltjes die door de bondscoach zelf in hapklare schijven zijn gesneden, ga ik naar de ruime, zonnige hal en keer met mijn tas terug in de living.

‘Wat heb je daar?’ vraagt Wilmots, alweer een beetje huiverig. Ik ben zijn vriend, maar hij vindt dat aan mijn vriendschap eigenaardige kanten kleven.

‘Klei.’

Ik haal de homp Groningse klei uit het papier, en ook mijn messen en duwstokjes voor het afmaken van zijn mond, plus nog wat ander instrumentarium van de beeldhouwer. Wilmots trekt een gezicht dat ik niet geschikt acht voor zijn buste.

Ik ga een standbeeldje van de bondscoach boetseren en later in brons gieten, als eerbetoon aan het Europees kampioenschap dat zijn Rode Duivels in Parijs, juli 2016, hebben behaald.

‘Du bist ja wohl vom Wahnsinn umjubelt.’

De bondscoach blijkt niet verguld met het idee. ‘We kunnen niet vroeg genoeg zijn, Marc. Als we straks kampioen zijn, heb je vast geen uur meer over om voor mij te poseren, dus doen we het nu maar even, vind je dat ook niet beter?’

Zijn ogen priemen de ruime, zonnige hal in, die naar de voordeur leidt. Het interview is weer vastgelopen.


3. Entr’acte: 16 februari 2016

Paris Saint-Germain - Chelsea en Benfica - Sint-Petersburg: mooie gelegenheid voor de bondscoach om de vorm van Hazard, Courtois en Witsel te testen.

Hazard werkt hard en speelt onder zijn niveau. Hij is niet de Hazard die we van vorig seizoen kennen: onnavolgbaar goed. Hij wordt na 70 minuten gewisseld.

Courtois doet het uitstekend, op het tweede doelpunt van PSG na. Had hij misschien moeten hebben, op zijn minst sneller op Cavani afgaan. Wel mooi altijd is het bedremmelde gezicht van Thibaut, dat zichzelf in twijfel trekt, bijna openbaar schuld bekent.

Benfica scoort 1-0 in de 90ste minuut, met een kopbal uit een vrije trap na een even bekende als akelige overtreding van Criscito op een achillespees. Witsel ziet er slap uit in de lucht, bij de hoge voorzet. Witsel springt maar wat. Zou ik ook doen.

De les die wij voor de Rode Duivels moeten trekken, is deze: wij gaan niet voor achillespezen. Dit uit eerbied voor de achillespees, de eigenaar ervan en het nadeel dat je van zo’n misdadige overtreding ondervindt: een goal tegen. Het is misschien goed nog een paar dingetjes te noemen die de Rode Duivels achterwege dienen te laten, op weg naar de Europese titel.

Tijdrekken.

Niet doen. Het werkt te allen tijde tegen je. Op één moment na misschien: de laatste minuut. Dan zou je het eventueel kunnen overwegen. Niet tijdrekken is natuurlijk altijd beter. Een wedstrijd ‘killen’, zoals de misplaatste tijdrekkers dat noemen, doe je het best door geen tijd te rekken maar normaal te voetballen.

Verontwaardigd zijn.

Niet doen. Verontwaardiging vermoeit. Ergert Jan en alleman, en maakt onbemind. Ik weet wel dat de moderne topvoetballer bij het minste of geringste woedend reageert, bijvoorbeeld bij een ingooi (armen omhoog, alle elf spelers). Wij gooien de bal keurig naar de tegenstander, hij weet niet wat hem overkomt en is minutenlang van slag.

De binnenkant van de voet.

Steeds vaker zie je een voetballer in kansrijke positie hard op doel schieten met de binnenkant. Doe het met de binnenkant als je de bal wilt plaatsen in de hoek. Wil je het hard, gebruik dan de wreef, die doet het harder. Ik zou dit mysterieuze nieuwe verschijnsel graag eens met Hazard bespreken.

Hard werken en veel lopen.

Uit den boze. Johan Cruijff en Pep Guardiola zeiden het al: ‘Als een speler veel heeft gelopen, heeft hij slecht gespeeld.’

'Niet één keer valt een achternaam. Marc Wilmots leeft in een Jan-, Toby- en Axel-maatschappij'

Japanse wijsheid: ‘Aan de afstand herken je de kracht van het paard.’ Zo werkt het in topvoetbal dus niet. Wel goed is de Japanse remedie tegen luiheid en periodiek ingedommelde voetballers zoals Hazard en Vertonghen, Memphis Depay en Kroos van Real Madrid: ‘Iemand in slapende toestand drukt men even hard op de bovenlip.’


4. Drie steaks per dag

Dromen van het EK. Het Laatste Nieuws publiceerde een overzicht van tweeëndertig Belgische voetballers die een kans maken op de vijf vrije plaatsen in de selectie van bondscoach Marc Wilmots. Bondscoach is een helse job. Hoe gaat Marc die puzzel in ’s hemelsnaam oplossen? En dan heb ik het nog niet eens over de sierlijke virtuoos die we afgelopen weekeinde plotseling zagen schitteren en die onmiddellijk in de selectie mag worden opgenomen: Musonda.

Ik zoek de coach van de Rode Duivels fictief op in zijn fictieve woonplaats Hoytingen-sur-Bois om hem, onder het voorwendsel van een algemeen gesprek over de problematiek van een coach, de vraag voor te leggen.

Wanneer ik na een urenlange autorit met twee flessen champagne in Hoytingen arriveer – het loopt tegen elven in de ochtend – duwt Wilmots net de kurk uit een babychampagne van het huis Taittinger. De zon schijnt door de enorme ramen van zijn ruime en aangename woning. De geur van gebakken biefstuk in een pan waait de bezoeker andermaal aangenaam tegemoet. Mevrouw Wilmots werkt in een belendende kamer aan een dossier. Ook zij begroet mij hartelijk. Na een uitstekende vroege lunch van steak frites en een glaasje champagne of twee stel ik de eerste vraag.

‘Heb je Charly Musonda jr. zien debuteren bij Betis Sevilla?’

Wilmots rolt de ogen, schudt het hoofd, zakt achterover, heft de armen in vertwijfeling en verzucht: ‘Musonda, Musonda. De kid heeft één match gespeeld en de mensen willen hem in de nationale ploeg. Zo werkt voetbal niet. Zo werkt de pers. Ik mag me niet met domme zaken bezighouden. Zo’n talent moet worden gekoesterd, niet kapotgeschreven en opgehemeld na één goede pass, hein? S’il vous plaît, Jan, gij ook?’

‘Ik zou Musonda graag kapotschrijven, als ik dat kon. Het gaat jammer genoeg andersom. Een bovennatuurlijk talent laat zich niet kapotschrijven, Marc. Wij, de liefhebber-schrijvers, zijn nu al kapot, van hém. Als Musonda zo goed is als ik vermoed, is hij onaantastbaar. Bovendien is hij geen kind meer. Paul Van Himst was 16 toen hij bij de Rode Duivels debuteerde. Musonda is 19.’

‘Moeilijk nu. Er mogen drieëntwintig spelers mee. Ik stel de statuten van de UEFA niet op, dat doet meneer Platini.’

‘Die gaat niet mee.’

‘Hij heeft geen conditie meer. Met u eens. Maar moet ik Eden thuis laten? Kevin? Origi, over wie jullie zo lyrisch waren en opeens hoor je niets meer? Ik houd niet van gekraai op de korte termijn, ik ben de laatste om Charly voor de leeuwen te gooien.’

‘Snap het. Je hebt hem nodig als hij klaar is, om over vier jaar de Europese titel mee te helpen verdedigen.’

‘Titel, titel. Weer zo’n idiote druk die de pers ons opdringt en mijn jongens onzeker maakt. Langzaam voorwaarts, stap voor stap, meneer, de belangrijkste match is de volgende match. Ik ben geen luchtfietser maar voetbaltrainer. Nog een stuk vlees?’

‘Dank je, ik kan niet meer, ’t is kwart over elf in de ochtend, Marc. Vlees is trouwens niet goed. Verhoogt het zuurgehalte in de spieren. Meer kans op verrekkingen.’

‘Ik heb heel mijn leven drie steaks per dag gegeten en kijk eens waar ik sta. Nooit geblesseerd, altijd topfit.’

‘Ben jij geen fan van de moderne wetenschap? Speciale sportdiëten en wattage meten en zo? Statistieken bijhouden? Weet je bijvoorbeeld dat Boussoufa een VO2max-gehalte van 69 heeft? Ik begrijp dat je geen computer nodig hebt om drie in plaats van vier steaks per etmaal te eten, maar in topvoetbal is de heat map belangrijk, hoor. Schrijf jij tijdens de wedstrijd, net als Van Gaal, dingen op?’

‘Dat doet Vital Borkelmans. Ik ben van het oog, niet van het papier.’

‘Jouw oog is gevormd door praktijkervaring en klassiek trainerschap. Jij gelooft in beenruimte in het vliegtuig, tactiek op het veld, balans in de ploeg. Ik geloof in dansen. Neymar jr., Musonda jr.’

Wilmots zucht en scheert de handen over elkaar heen ten teken dat het gesprek is afgelopen.


5. De bijl slijpen

Hoytingen-sur-Bois is toegedekt met flarden mist wanneer ik voor de vierde keer de Akranderweg op draai en de villa van de familie Wilmots aan de rand van de Kleine Ardennen, niet ver van Wavre, waar ik in 1965 mijn MG-b ophaalde, in zicht komt.

'Marc is zo'n man van zelf een hek maken en zijn koe door de nu omheinde vallei laten draven'


Mist en avond maken de mens serieus en aangenaam angstig. Hij vermoedt spoken en gaat fabels schrijven, bijgeloven ontwikkelen. Doe er een stel everzwijnen en een krasse uil in een boom bij en je huivert, een huiver met een niet onprettige grondtoon.

Het landschap rond Hoytingen-sur-Bois doet me aan het Zwarte Woud denken, aan het plaatsje Ach in de Harz: diep Duitsland.

Marc Wilmots doet mij ook aan Duitsland denken. Willy is van origine een Franstalige Belg, maar je ziet een bijgewerkte Rheinländer als je verder kijkt dan zijn tongval: streng opgevoed, pünktlich van aard, zwierig als de situatie erom vraagt, ernstige taakopvatting in het algemeen. Een no-nonsenseman op de juiste plaats op het juiste moment.

Witte rook kringelt op uit zes schoorstenen. Heeft de Germaan het koud? Nee, hij is een man van gezelligheid en gooit graag een zelf gehakt blok op het vuur. Ik parkeer de groene Jaguar op de netjes gelegde klinkers van de brede oprit en zie de bondscoach al in de deuropening staan. Handenwrijvend. Hij heeft er zin in. Met elk interview dat erbij komt, lijkt hij er meer belang bij te hebben dan de analist. Dat is de bedoeling, ik verricht hier goed werk, aangezien ook een professional iets kan opsteken van een betrekkelijke buitenstaander die geen last heeft van eventuele bedrijfsblindheid maar objectief de prestaties van de Rode Duivels onder de loep legt.

Hij, jolig: ‘Herr Moelder.’

Ik: ‘Auch ein schönen Gutentag, Willy.’

Vervolgens gaan we met de armen om elkaars schouders naar de lounge, waar twee volle glazen champagne ons tegemoet fonkelen. Buiten, achter de schuifdeuren naar het terras, snuffelt een everzwijn, binnen knisperen de vuren. Ik denk opeens aan variatie. Niet weer Rode Duivels, even wat anders om de zinnen te prikkelen en nieuwe energie op te doen.

‘Marc, heb jij hobby’s?’

‘De bijl slijpen. Ik houd van het geluid van ijzer op een ronddraaiende steen half in het water. Ik ben een mens van goed gereedschap, zoals mijn antieke boerenslijpsteen is. Ik zie ’s avonds ook graag een mooie film op tv.’

‘Lees je?’

‘De krant. Het Brabants Nieuwsblad. Maar niet te veel, ha ha. Ze weten het allemaal beter. Mijn vrouw doet het voor me, ikzelf moet ernstig blijven.’

‘Wat lees je het eerst in de krant?’

‘Het cryptogram.’

‘Nog tijdschriften?’

‘Vogelbladen.’

‘Boeken?’

‘De Vogelencyclopedie. Voor de platen, maar vooral ook de beschrijvingen van die kleine diertjes, die soms tweeduizend kilometer vliegen om te gaan broeden. Ongelooflijk. En dan weer terug.’

‘Ben je een taalgevoelig mens?’

‘Ik denk het.’

‘Heb je lelijke woorden die je liever niet leest of gebruikt?’

‘Onderbroek. Kaas. En vloeken. Ik houd er niet van.’

‘Als je iets anders zou kunnen zijn, wat kies je: een rivier, een berg of een boom?’

‘De berg.’

‘Waarom?’

‘De bedding droogt op een dag op en een boom kappen ze om, of hij sterft van ouderdom.’

‘Welk beroep zou je hebben als je een vrouw was: buschauffeur, directeur van een multinational, filosoof of huisvrouw?’

‘Dat is een moeilijke. Ik twijfel tussen buschauffeur en directeur. Wat voor fabriek mag ik leiden?’

‘Een groothandel in rubberbanden voor terreinwagens die worden ingezet in conflictgebieden.’

Wilmots veinst na te denken over het antwoord en zegt dan: ‘Heb jij ook zo’n zin in een steak frites? ’t Is al halftwaalf. À point, hein?’

Marc Wilmots doet het schort voor, neemt opgewekt de pan uit de onderste la van de keukenkast, een lekkere klont boter uit de koelkast en vraagt mij de aardappels te schillen. Als ik ook nog zelf de eieren uit de houder haal voor de mayonaise ontstaat er bijna een euforie in het huis. ‘Yes!’ Wie denkt er nog aan voetbal?

Marc. Ik. Er wordt een band gesmeed. Een band tussen twee mannen met een opdracht. De keuken wordt gevuld met een lach en het kloppen van de klopper in de zes eieren, en ondertussen loopt de voorbereiding op het EK.


6. Groepsgoeroes over groepsdynamiek

Als ik voor de vijfde keer de laatste meters naar de voordeur van de bondscoach maak, hult Hoytingen-sur-Bois zich in een Karpatenachtige deken, die vlak boven de schrikaanjagende bergen de aarde bedekt en de wolven bescherming biedt in zijn onmetelijke schaduw. Lichte huiver. Een winterkoninkje vliegt op. De Wilmotsen hebben een vogelhuisje met voer aan een tak gebonden. Ik zie dat graag, bekommernis om de dieren.

Wilmots doet me denken aan de Nederlandse trainer Gertjan Verbeek, nu VfL Bochum. Ambachtsman. Zelf een blokhut bouwen. Marc is ook zo’n man van zelf een hek maken. De palen met de bijl afpunten, in de grond slaan met een moker, het prikkeldraad er met de nijptang en een doos krammen aan bevestigen en zijn koe door de nu omheinde vallei laten draven, wat moeite kost: de voor-Ardennen zijn hier en daar behoorlijk steil, Wilmots zegt van zijn koe dan ook dat zijn Klaartje een Hochleistungskuh is. Er valt altijd wat te beleven in Hoytingen-sur-Bois.

'Mijn beginvraag was enigszins warrig en zelfs hoogdravend, alsof ik de draak wilde steken met voetbal en bondscoach. Nooit van mijn leven!'

Binnen flakkert een vuur, een glaasje champagne zou er wel ingaan. Het is tien uur in de ochtend.

‘Marc, hoe kan een man in ’s hemelsnaam kiezen tussen Benteke, Origi, Batshuayi, Lukaku en Depoitre? Vijf spitsen en misschien drie plaatsen om te vergeven. Wat zijn de maatstaven die een trainer hanteert om zo’n onaangename job te klaren? De teleurstelling snoeihard over hen te laten komen, het lijkt me verschrikkelijk. Laat je je adviseren, behalve door assistent Vital Borkelmans? Is er jurisprudentie over te vinden? Houd je rekening met familieomstandigheden? Ga je af op hun gehele loopbaan of laat je je leiden door de vorm van de laatste weken?’

‘Ik weet wie ik kies. Niet moeilijk.’

‘Zijn er spelers die zeker zijn van een basisplaats? Ik heb weleens gelezen dat niemand zeker is. Klopt dat? Is dat wel verstandig? Moet je je beste spelers niet het volste vertrouwen geven, de vedetten die de Duivels naar de Europese top moeten schieten? Ik zou me kunnen voorstellen dat er in psychologisch opzicht een andere methode voor een bondscoach is, en dat je een Hazard moet prikkelen of zoiets raars. Is dat zo? Zijn er bij de Rode Duivels overgevoelige mensen die ziek zijn als ze gepasseerd worden? Hoe vangt jullie staf dat op? Zijn er gespecialiseerde trainers voor de afvallers? Lees je vakliteratuur van groepsgoeroes over groepsdynamiek?’

‘Nee.’

‘Ben je blij met de groep van de Rode Duivels, samen met Italië, Zweden en Ierland? Ik bedoel, het zou slechter en ook beter kunnen, ’t is maar hoe je het bekijkt. Persoonlijk vond ik het een gunstige loting, aangezien je tegen Italië niet hoeft na te denken over de kracht van de tegenstander, die is goed. Ga je vanaf acquit vol in de aanval of doe je het, zoals op het WK in Brazilië, in de openingsmatch kalm aan?’

‘Normaal.’

‘Ben je tot in de toppen van je tenen gemotiveerd om de ploeg naar eeuwige roem te coachen?’

Waarop de coach van de Rode Duivels terloops en naar buiten kijkend zegt: ‘Wil jij het niet overnemen?’


7. Scherven van champagneglazen

Marc biedt zijn excuses aan voor het kortaffe tijdens onze vijfde symfonie. Uitgebreide excuses zelfs. Te veel, vind ik. Wat bezielt hem?

Aflevering 6 van Het Grote Marc Wilmots-interview wordt een gesprek tussen twee mannen die de Rode Duivels een warm hart toedragen. Eentje spreekt het grootste gedeelte van de tijd, de ander knikt.

Een vreemde stemming dringt door de dikke muren van het huis naar binnen. Buiten staken de kabouters hun mystieke lied. De koe staat dwars op de weg alsof zij me er niet wil doorlaten als ik vertrek. Het beeld heeft een lading die ik niet meteen kan bevatten. Het is zo droevig: dat beest, verloren op een weg in Hoytingen-sur-Bois, en baas-bondscoach die zonder glas excuses maakt aan de schrijver van ‘Duivelskunstenaar’.

Enkele dagen later, midden in mijn overpeinzingen, gaat ‘Marimba’, mijn ringtone. Het is mevrouw Wilmots. Of ik naar Hoytingen-sur-Bois wil komen, ze wil dringend iets met mij bespreken.

Boven de voorlopers van de Ardennen wordt de zon zwakker en zal binnen vijf minuten verdwenen zijn. Ik zet ‘nachtzicht’ aan. Met deze infrarode camera in de koplampen kun je de fauna in de bermen zien. Herten, vogels, een mens wandelend op een parkeerplaats.

Flarden mist slingeren als grijze guirlandes uit vervlogen victoriaanse tuinen tussen de zes bekende schoorstenen van de moderne, ruime woning. Mevrouw Wilmots opent de deur.

Scherven van champagneglazen liggen op de salontafel. Waar is Marc? Hij hanteert de bijl niet. De tuin is verlaten. Binnen flakkert geen vuur.

‘Marc is weg.’ Mevrouw Wilmots met een glimlach.

‘Weg? Hoe bedoelt u?’

‘Al drie dagen. Hij ging wandelen met Albert en Filip en na een uur of twee kwamen alleen de honden terug.’ De voetbalbond of de politie inschakelen, nee, dat vond ze niet nodig. Mevrouw Wilmots schiet hard in de lach als ze dat zegt.

‘Waarom hebt u mij gebeld?’

‘Omdat u het overneemt.’

‘Overnemen? Wat?’

‘De Rode Duivels. Dat heeft Marc ons gezegd in een brief die in zijn dossier zit. Het zijn al die interviews en gesprekken geweest die hem ervan hebben overtuigd dat u de aangewezen persoon bent om zijn levenswerk af te maken. Marc is niet overleden, hoor, hij is er alleen even niet. De gebroken champagneglazen zijn nog door hem gemaakt, ze brengen u geluk.’ Weer die mysterieuze glimlach.

Ze gaat naar een tafel met een doos erop. ‘Dit is het, hier zit het in. ’t Is vanaf nu van u. Marc zou het dolgraag willen, Jan.’

In de doos zitten twee jaar met aantekeningen die Wilmots tijdens de succesvolle kwalificatie maakte met Vital Borkelmans. Marc dicteerde, hij moet zelf niks van papier hebben.

‘Marc had er opeens genoeg van. Daarom wilde hij laatst ook naar Schalke. Het is een wispelturig en impulsief mens, ik begrijp hem goed, ik begrijp ook dat hij u als waarnemer benoemt. Er was volgens mijn man tussen jullie een vertrouwen gekomen dat niet snel tussen twee mensen ontstaat, zeker niet tussen een Belg en een Nederlander. Het zal jullie visie op voetbal zijn die het ijzer smeedde.’

‘Visie? Gezelligheid,’ verbeter ik. ‘Meer heeft een boom volgeladen met sterren niet nodig. Een trainer moet zorgen dat de bus op tijd vertrekt met Kevin en Eden erin, dan is 90 procent van het werk al gedaan.’

‘Marc vond het fijn, uw interviews, met een biefstukje erbij en zo nu en dan een greep in de frietkom, terwijl u over de bus en de finale filosofeerde.’

Ik blader in de aantekeningen. Marc en Vital zijn minutieus te werk gegaan. Alles is geboekstaafd, vanaf de goede of foute aftrap, de patronen op het middenveld en de afwerking op het doel. Corners en andere standaardsituaties zijn tot op de centimeter efficiënt nagespeeld. Mensen voor bij de voorste paal, afvallende bal en het blok om de kopper vrije doorgang te geven zijn bij verkeerde uitvoering rood aangekruist met pijlen naar betere plekken, allemaal gespiegeld tot de verdediging van de tegenstander. Glad veld, droog veld, zon of wind toen de Kroaat tegen Courtois scoorde: het staat met correcte komma’s en punten in volzinnen genoteerd.

De trainings- en wedstrijdverslagen zijn doordrenkt met liefde voor Dries en Marouane. Ik zie slechts voornamen. Niet één keer valt een achternaam. Marc Wilmots leeft in een Jan-, Toby- en Axel-maatschappij.

Zelfs de velden waarop ze hun jeugd hebben doorgebracht zitten erin, met afbeeldingen en al, met uitspraken van oude jeugdleiders, vaders en moeders. Soms een trotse constatering: ‘Christian. Sterk gekaatst, goe gelopen. De Fransen konden niet mee. Marouane in zijn schaduw perfect.’

‘U weet waar Marc is, nu?’

Mevrouw Wilmots knikt. ‘Hij kon het opeens niet meer opbrengen, ik zal nooit vergeten hoe hij het me vertelde. Marc was zeer ernstig. Hij heeft alles voor de Rode Duivels over en vond het beter dat u het afmaakt in uw en een beetje in zijn geest. Zelf wilde hij verdwijnen.’

‘Er is toch niks ernstigs gebeurd? Scheurtjes in uw amoureuze betrekkingen?’

Mevrouw schiet in de lach: ‘Nee hoor, alles gaat prima.’

Zelfs een zeer knappe en cynische actrice zou dit niet zo hartelijk zeggen. Tot de ‘verdwijning’ is in goed overleg besloten.

Ik voel me opgetild naar hoogten waarvan ik nooit had kunnen bevroeden er te (willen) komen. Wanneer een journalist mij nu zou vragen wat er door me heen gaat, zou ik antwoorden: ‘I feel humble.’

Ik bevind me in het gezelschap van Pep Guardiola, componist, en Marc Wilmots, architect – in de verte klinkt namelijk de stem van Gaudí, die tijdens de bouw van zijn La Sagrada Familia zei: ‘Waarschijnlijk lukt het mij niet helemaal, na mij zullen anderen volgen die het afmaken.’

Wanneer ik de woonplaats van de Wilmotsen achter me laat, zonder interview in de iPad, zonder van zijn aanstekelijk enthousiasme te hebben gesnoven, zonder zijn kookkunst te hebben genoten, zijn de toppen van de Ardennen donkere gedaanten en zijn de everzwijnen stil geworden.

Weemoed is over me gekomen, gemengde koren zingen hallucinerende liederen in me.

Uit de geluidsinstallatie klinkt gewijde muziek, geprogrammeerd door mijn favoriete klassieke zender Klara. Psalmen.


8. Finale: 22-24 maart 2016

De Rode Duivels oefenen tegen Portugal, een wedstrijd die honderd jaar zal duren. Aanvang dinsdag 22 maart om kwart over acht.

Ik loop van mijn auto over de binnenplaats naar de achteringang van hotel ’t Sandt in Antwerpen. Een man daalt met een aluminium ladder op de nek de ijzeren buitentrap van het eerste plat dak af. Hij roept: ‘Er is een aanslag op Zaventem gepleegd. Veel doden.’

Ik ren naar mijn kamer en zet de televisie aan. Rechtsreeks op de VRT, France 2 en NPO 1: Zaventem. Dood en verderf op het vliegveld en in de metro. Islamic State.

Ik stap in de auto en rijd naar Enschede.

Mijn oudste zoon is jarig. Deze grote liefde wordt 47. Om negen uur rijd ik naar Nieuwolda. Daar moet Fritz de kat eten hebben. Fritz is 19 en dement en bezit geen staart meer omdat hij de combine van de boer niet hoorde aankomen tijdens de muizenjacht. Hij moet verpleegd worden.

Op 24 maart schrijf ik mijn column voor Humo, aangezien de deadline wegens Pasen is vervroegd. En dan, het is omstreeks de middag, krijg ik veertig mails op mijn telefoon.

Johan Cruijff is overleden.

Ik schrijf voor de Volkskrant een stuk over de grootste Nederlander aller tijden. Humo belt voor een nieuwe column. Over Johan. Ik beloof de volgende ochtend mijn best te doen. Nu wervelen de dingen te veel door mijn hoofd. Vrienden sms’en me hun condoleances. ‘Sterkte.’ ‘Hou je haaks.’

Doe ik. Johan Cruijff is altijd in mijn leven geweest en hij was voetballer, net als ik, vandaar waarschijnlijk dat men mij troost. De NPO vraagt me om halfnegen aan te zitten voor een speciale herdenking, en voor ‘De wereld draait door’ zal ik tafelheer zijn in een uitzending met gasten die ook over de dood van de grootste speler aller tijden zullen spreken.

Mijn vrouw, die in Enschede is voor de verjaardag van onze zoon, ontvangt een telefoontje uit Anderlecht: Jean Cornelis is vanmiddag overleden. Ik heb zeven jaar met Jean gespeeld. Hij belde me de laatste jaren altijd op voor diners met oud-spelers. Hij is gestorven in coma, na een hartinfarct.

Hij was een fijnbesnaarde persoon en een avant-garde linksback die voetbalde op techniek en goed paste in onze onvergetelijke groep, van wie er nu al zovelen niet meer zijn: Laurent Verbiest, Martin Lippens, Wilfried Puis, Moysés dos Santos, Julien Kialunda, Jacky Stockman, Jean Cornelis.

'Bizarre gedachte: dankzij de dood van Johan Cruijff ben ik er nog'

Ik arriveer om zes uur op het terrein van de Westergasfabriek. Mart Smeets is er al en vertelt anekdotes over Johan. Mart voelt zich niet lekker en incasseert die avond een klein tikje tegen het hart. Kees Prins zal ‘Er is een Amsterdammer doodgegaan’ zingen, met een door hem geschreven tekst. Matthijs van Nieuwkerk gaat vroeg naar de studio en geeft me een bemoedigend tikje op de schouder. Tijdens die tien meter naar de grime wankel ik lichtjes. Onder het schminken krijg ik het warm. Begin te transpireren. Misselijk te worden. Ik ga in de kamer van Matthijs op de bank liggen, bel mijn vrouw Johanna dat ze moet komen. Twee uur rijden. Snel. Ik moet braken. Word duizelig.

Redacteur Boudewijn belt 112. De ambulance is er in vijf minuten. Ik krijg vragen. ‘Pijn in de arm? Op de borst?’ ’k Probeer te articuleren tijdens de antwoorden. Maar ik heb geen enkel stuur meer over de tong en mezelf.

Ik ben aan het doodgaan. Een prettige bezigheid. De terloopsheid ervan spreekt me erg aan. Ze pakken me in en leggen me op de brancard, filmen ondertussen het hart en nog wat organen. Met sirenes aan naar de VU-kliniek. Onderzoeken volgen. Men besluit dat het een TIA is, een voorloper van het herseninfarct en de hersenbloeding. Ik lig drie dagen aan draadjes in een kamer. De sms’en stromen nog steeds binnen. ‘Hou je goed.’ ‘We denken aan je.’ ‘Voel je je alweer wat beter?’ Berichten voor mij over Johan.

Brussel telt tweeëndertig doden. De wereld rouwt. België - Portugal is verplaatst naar een stadion in Portugal. Dit tegen de zin van de bondscoach, die zich niet wil laten afschrikken door terreur, maar het hoofd wil bieden.

Na een uur TIA – transient ischemic attack, een voorbijgaande beroerte in de kleine hersenen – voel ik me weer als vanouds, zij het iets zwaarder dan voorheen.

Johan Cruijff krijgt een reusachtig en verdiend eerbetoon van de hele wereld. Nederland speelt de dag na zijn dood tegen Frankrijk. Een spandoek met de beeltenis van zijn rug met nummer 14 bedekt de hele tribune. Het doek wappert in het stadion boven de hoofden van de versteende toeschouwers. Niemand snapt wat er is gebeurd. Johan Cruijff dood? Woorden. Herinnering, heden, toekomst, zijn en niet zijn. Waterverf. Hele tubes.

Uitgeknepen en met elkaar in een willekeurig op papier gesprenkeld water vermengd, krijg je toch weer iets wat ergens op lijkt.

Ook zonder jou gaat het door.

Recapitulatie. Ik moest voor de nagedachtenis van Johan Cruijff naar ‘De wereld draait door’ in Amsterdam. De studio bevindt zich niet ver van het VUmc (het Academisch Ziekenhuis Amsterdam); na de malaise waarmee ik plotseling te maken kreeg, was de ambulance er in no time. Alleen en thuis in Nieuwolda waren de bloedverdunners te laat gekomen. Bizarre gedachte: dankzij de dood van Johan ben ik er nog.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234