Jan Vanriet, schilder met verve: 'Dankzij Luc Tuymans kan figuratieve kunst weer. Ik zou hem eens moeten trakteren'

Gisteren was Jan Vanriet in het Poolse Gdansk, waar hij een retrospectieve geopend heeft. Morgen rijdt hij naar Frankrijk om zijn tweede huis – Verkocht! – leeg te halen. Vandaag toont hij me in zijn atelier in Antwerpen schilderijen waaraan hij werkt voor een tentoonstelling in Londen. 'Voorlopig neem ik geen vakantie', zegt de schilder-dichter.

HUMO Het gaat goed met Jan Vanriet, is wat er rondzoemt. Vind je dat zelf ook?

Jan Vanriet «Ja, ik heb het gevoel in een flow te zitten, zoals een atleet die in vorm is. Bij atleten gaat het om een korte periode, en moet dat weer afgebouwd worden; bij mij is het nu een paar jaar bezig, en het houdt nog niet op.»

HUMO Maar je gebruikt geen doping?

Vanriet «De belangstelling die je krijgt, ís een soort doping. Ik werk nu twee jaar samen met de galeriehouder Roberto Polo in Brussel, en die man heeft een dynamiek in mijn leven gebracht. Hij is de galeriehouder van wie ik altijd gedroomd had: als ik ’m bel, komt hij meteen kijken, en dat is heel stimulerend. Hij heeft uitstekende internationale contacten, dat port een mens ook aan.

'Ik werd kaltgestellt door Jan Hoet en zijn acolieten. Maar ik ben een comebackkid'

»Anders dan veel mensen denken, ben ik zelf geen erg succesvol netwerker. Ik heb altijd het geluk gehad dat veel dingen me overkomen. Haast 45 jaar geleden ben ik met Adriaan Raemdonck van De Zwarte Panter gaan werken, gewoon omdat we studiegenoten waren op de academie. Hij had wijs besloten om op te houden met schilderen, want anderen deden dat beter, vond hij. En meteen was het ook logisch dat ik bij hem mijn eerste stappen zette.

»En dan was het de dichter Hugues C. Pernath, een vriend en overigens een moeilijk mens, die achter mijn rug om ging praten met Jan Lens, die destijds de grootste galerie van het land had, en me daar binnenloodste.»

HUMO Maar dat geluk is niet blijven duren. Je hebt mindere tijden beleefd toen de conceptuele kunst ging domineren: niet jouw ding.

Vanriet «Ik geef toe dat ik liever een traditionele kunstuiting zie, dan een lap textiel op een bakstenen vloer. Dat beroert me gewoon minder. Een installatie heb ik al snel bekeken, dat vind ik iets van etalagisten. Dat is misschien de prins Charles in mij (lacht).

»In de jaren 80 en 90 had je een overkill aan conceptuele kunst. Figuratief schilderen werd als een overjaarse handeling gezien, dat dééd je niet meer! Je moest je bezighouden met de nieuwe media en een nieuwe approach ontwikkelen: er moest vooral veel uitgelegd worden, er moest veel tekst op de muur komen. Je kunt je voorstellen dat ik in dat klimaat bij het grootvuil ben gezet. Maar ik ben een comebackkid!»

HUMO Werd je ook door de destijds regerende kunstpaus Jan Hoet bij het vuilnis gezet?

Vanriet «Met Hoet heb ik alleen negatieve ervaringen gehad, dat is geen geheim. Ik werkte bij hem als een rode lap op een stier. Hij kwam een keer bij een verzamelaar, was in de wolken over alles wat hij zag, tot er een nieuwe Vanriet opdook: hij stormde op zijn regenjas af en verliet woedend het pand. Een andere keer legde hij tijdens een interview uit waarom de Duitse schilder Walter Dahn niet op zijn Documenta thuishoorde: ‘Die doet me te veel aan Jan Vanriet denken!’

»Door Hoet en zijn acolieten, die her en der nog altijd in een muffig bureautje op hun stoel zitten, ben ik kaltgestellt, dat is het goede woord. Ik voelde me wegglijden in een samizdatpositie (naar de clandestiene uitgeverijen in de vroegere Oostbloklanden, die door de staat verboden drukwerk verspreiden, red.). Hoezeer bewonderde men toen die arme kunstenaars achter het IJzeren Gordijn! Maar hier gebeurde hetzelfde. Het extremisme gericht tegen de figuratieve kunst was bij ons veel heviger dan in de buurlanden. Daar had je meer musea en dus expositiemogelijkheden. Wij hadden nauwelijks musea, nog altijd hebben we er maar drie, en enkele volkscommissarissen drukten daar hun stempel op. Er zijn toen heel wat mensen gekild.»

HUMO Mag ik dat letterlijk begrijpen?

Vanriet «In het Gentse waren er mensen die er een eind aan hebben gemaakt. Kijk naar het tragische lot van Marc Maet en Philippe Vandenberg (de eerste pleegde zelfmoord in 2000, de tweede in 2009, red.). Dat had ook te maken met het koud en warm blazen van die volkscommissarissen: eerst tilden ze iemand op, dan lieten ze hem ineens vallen. Veel schilders hebben een behoorlijke depressie gekend.»

HUMO Maar niet Jan Vanriet?

Vanriet «Ik zat al eens te kniezen in mijn atelier. Het vervelende is dat je nauwelijks kunt reageren, want dan ben jij het afgunstige stuk chagrijn. Ik hield mijn mond en bleef weg van de kunstwereld, van de hofhoudingen, van de obligate gesprekken op vernissages. Je zult me nooit op een opening in om het even welk museum zien.»

HUMO Wat steun zoeken bij collega’s kan toch deugd doen?

Vanriet «Collega’s heb je niet in de kunstwereld. Ik heb nauwelijks wat gemerkt van echt gemeende solidariteit onder kunstenaars. Julian Barnes vertelde onlangs in De Standaard dat hij opgegroeid was met het naïeve idee dat kunstenaars betere mensen werden omdat ze voortdurend met kunst bezig waren. Daar is hij van teruggekomen (lachje).»


Kampliefde

HUMO Je bent een einzelgänger en sloot je nooit bij een groep aan.

Vanriet «Is dat soort groepsvorming niet iets van het verleden? Vroeger schreven de kunstenaars manifesten.»

HUMO En vandaag schrijven ze facturen?

Vanriet «Precies – je bent me te snel af! Hoe gezwollen en onnozel die manifesten ook waren, ze werden wel geschreven. Een groep bood ook een gevoel van bescherming in moeilijke tijden: kunstenaars probeerden elkaar uit de armoede te tillen. Neem de groep Zero, waar Ivo Michiels en Jef Verheyen contacten mee hadden. Ik heb ze goed gekend, ik weet hoe pover het er allemaal toeging op hun reizen naar Milaan, bij wie ze allemaal gratis gingen logeren. Nu circuleert er meer geld, en ontmoeten kunstenaars elkaar in heel andere omstandigheden.»

HUMO Ook figuratieve schilders profiteren van de bloei van de beeldende kunst.

Vanriet «De houding tegenover de figuratieve kunst is helemaal omgeslagen, en dat is bij ons voor een groot deel te danken aan iemand als Luc Tuymans. Ik moet Luc toch eens trakteren! Voor mezelf was er zo rond 2000 een scharniermoment, toen Lieven Storme, inmiddels weer uit de kunstwereld verdwenen, zich om mij ging bekommeren, uitstekende tentoonstellingen organiseerde en mijn ouder werk ontdekte.

»Ik keer zélf ook meer en meer terug naar werk uit de jaren 80, en 1986 is dan het sleuteljaar. Ik werkte toen voor een galerie in Los Angeles, en had ginder vrienden die me door die moeilijke periode hebben geloodst. Ik huurde een atelier in New York, en maakte daar een soort doorbraakschilderij, waarin al mijn werelden samenkwamen. ‘La doctrine’ (foto onder) heet het. Er staan blauwe strepen op, die aan een gevangenis doen denken: voor de eerste keer refereerde ik in een schilderij aan het concentratiekampverleden van mijn ouders. Maar die blauwe strepen konden evengoed verwijzen naar de kunst van Daniel Buren. Het strijkijzer dat erop staat, strijkt dus niet alleen de geschiedenis plat, het is ook het instrument van de doctrinairen van de conceptuele kunst die toen alles platstreken in de kunst.

»Er is nog een derde element: op dat doek staat ook een portret van de Russische avant-gardekunstenaar Tatlin, een man die het heel moeilijk gehad heeft met het stalinisme. Ik heb een intense voorliefde voor de Russische avant-garde, ik dweep met Majakovski. Al op mijn 16de had ik zijn volledig werk, in de DDR uitgegeven bij Volk und Welt, en probeerde ik een toneelstuk van hem te vertalen.»

'Ik ben het resultaat van de combinatie van twee gevangenen in het kamp van Mauthausen. Om het met Harry Mulisch te zeggen: ik ben er dankzij Hitler'

HUMO De geschiedenis van je familie zal na ‘La doctrine’ in je werk blijven opduiken. Valt ze samen te vatten?

Vanriet «Ik ben het resultaat van de combinatie van twee gevangenen in het kamp van Mauthausen. Om het met Mulisch te zeggen: ik ben er dankzij Hitler.

»Mijn vader zat in het communistische verzet tegen de Duitsers. In het kamp wist hij onder andere te overleven omdat hij viool speelde in het kamporkest – ook een keer voor Himmler, toen die op bezoek was. Het lievelingsstuk van de kampcommandant was ‘Leichte Kavallerie’ van Franz von Suppé.

»Mijn moeder kwam uit een familie van binnenschippers, mensen die gewoon tegen de Duitsers waren, en daardoor verklikt en naar Mauthausen gedeporteerd werden. Heel toevallig heeft mijn vader, die brood naar het vrouwenkamp moest brengen, haar daar ontmoet – hij hoorde haar Antwerps praten. ‘Mochten we hier ooit uitkomen,’ beloofden ze elkaar, ‘dan zoeken we elkaar op.’ Dat hadden ze misschien beter niet gedaan. Ze hadden hun kampverleden gemeen, maar dat was een te smalle basis voor een geslaagd huwelijk. Hun relatie heeft veel ups en downs gekend, op het einde vooral downs.

»Bij Joodse vrienden van me werd over dat oorlogsverleden, met tientallen doden in de familie, niet gepraat: ‘We laten het achter ons.’ Bij mijn ouders was het net het tegenovergestelde: dat verleden was de motor van hun bestaan. Ze gingen naar allerlei bijeenkomsten van oud-gevangenen, ik ben daarmee grootgebracht. Mijn eerste reactie was dat ik die beklemming in mijn werk niet wou, ook onder invloed van de popart vond ik dat het lichtvoetig moest zijn. Pas na de dood van mijn vader in 1989 ben ik heel expliciet met dat verleden in mijn werk beginnen om te gaan. Voordien had ik toch het gevoel dat hij over mijn schouder meekeek: mijn schilderij kon nooit zo sterk zijn als wat hij zelf had meegemaakt.»

HUMO ‘Een zoon van verdriet’ noem je jezelf in één van je gedichten. Maar het was je vrouw, Simone Lenaerts, die de familiegeschiedenis opschreef in een roman, ‘De onvervangbare’. Had je daar zelf geen zin in?

Vanriet «Ik heb niet de lange adem van Simone om zoiets te doen. Ik ben meer van het spurtje en schrijf gedichten; zij kan de marathon aan.»

HUMO Je vader was socialistisch schepen in Hoboken. Je hebt een rode jeugd gehad.

Vanriet «Daar heb ik me niet tegen verzet. Ik zat samen met mijn vader bij het weekblad Links, met Willy Calewaert en anderen. Ik schreef daar tv-kritieken. Strenge stukken – het was toen mode om heel vermanend te schrijven, met veel sarcasme. Daarna ben ik overgestapt naar de redactie van het politieke tijdschrift De Nieuwe Maand, met collega’s als Jean-Luc Dehaene, Karel Van Miert, Miet Smet en Wilfried Martens. Misschien ben ik de enige van die redactie die geen minister is geworden (lacht).»

HUMO Een politieke carrière, het had gekund?

Vanriet «Mijn vader had een pad voor me uitgestippeld: eerst de advocatuur en dan via de partij het parlement in. Ik heb ’m daarin ontgoocheld. Ik heb lang getwijfeld en ben lokaal in Hoboken wel even politiek bedrijvig geweest. Maar ik merkte al snel dat ik er het karakter niet voor had. Er was een incident waarbij me publiekelijk duidelijk werd gemaakt: ‘Manneke, zó gaat het hier!’ Patat! Er bleef niks meer over van Jan Vanriet. Maar je ziet waar de socialisten vandaag staan. Ze hebben het zelf gezocht. De problemen om politiek personeel met enig talent en niveau te vinden, zijn toen in Hoboken ontstaan (lacht).»

HUMO Mag ik het niet zo evident vinden dat je in dat milieu de artistieke microbe opdeed?

Vanriet «Ik ben beginnen te schilderen rond mijn 9de, en ik werd nooit afgeremd: ik kreeg altijd mijn tubes verf. Mijn vader werkte als bediende in een scheepsagentuur. Hij las, had de eerste boeken van Hugo Claus en dweepte met Marnix Gijsen, die hij thuis ook uitnodigde voor een lezing, net als Boon en Geeraerts. Zo vreemd was het dus niet dat ik begon te schilderen.»

'Ik ben niet bang voor andere schilders: als ze beter zijn, zijn ze beter – zo simpel is het'


Miljoenenbusiness

HUMO Laten we het over de comebackkid hebben. De tentoonstelling ‘Closing Time’ was erg belangrijk: in 2010 mocht je in het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten je eigen werk naast dat van de allergrootste namen uit de collectie hangen. Het was alsof je een partij voetbal mocht spelen met Ronaldinho, zei je weleens.

Vanriet «‘Closing Time’ was een ijkpunt, ja. In Antwerpen ging het van: ‘Dat is wel het toppunt van hubris, je eigen schilderijen naast die van Van Eyck hangen, op 10 centimeter van een Memling! We zullen hem met plezier op z’n bek zien gaan!’ Het zweet stónd me inderdaad in de handen, maar ik heb toch maar één moment van faalangst gehad. Dat was toen we die schilderijen echt begonnen op te hangen, en er een prachtige olieverfschets van Rubens werd binnengebracht, gevolgd door een werk van Modigliani. Ik kon ze aanraken, zat er echt met mijn neus op. Tien minuten later was dat voorbij en werd het bijna routineus: ‘Geef die Vanriet daar, naast de Titiaan, eens wat meer ruimte!’ (lacht)

»Voor mij is het terugblikken op de kunstgeschiedenis essentieel. Daarom werk ik ook veel met series: vanuit de traditie kun je allerlei alternatieven bedenken om een bepaald thema te behandelen.»

HUMO Heb je ook een idee waar je ergens staat op het speelveld van de levende kunstenaars? Stefan Hertmans schreef eens: ‘Ergens tussen Raveel en Tuymans’.

Vanriet «Dat soort positionering is lastig. Wat Stefan daar schrijft, vind ik wel kloppen.»

HUMO Maar de prijzen van Tuymans haal je nog niet.

Vanriet «Nee. Maar zie je daarom een ongelukkig mens voor je zitten? Ik schilder niet om een recordprijs te halen. Ik wil gewoon zien wat ik nog beter kan. Dat is ook het interessante aan mijn carrière, die afwijkt van een klassieke evolutie: vaak gaat een kunstenaar, als hij zijn piek heeft bereikt, zijn eigen formule uitmelken. Eigenlijk is het dan afgelopen – het wordt er in elk geval niet meer beter op, om het zacht uit te drukken. Terwijl ik mensen nog altijd verras, mezelf in de eerste plaats. De piek is nog niet bereikt, denk ik. Ik schilder nu voor een tentoonstelling in Londen volgend jaar, en weet nu al dat het werk zal zijn dat nog nooit iemand van mij heeft gezien.»

'81 miljoen dollar voor een Rothko? Ik weet niet of ik het woord immoreel moet gebruiken voor dat soort handel, alleszins: ik snap er niks van'

HUMO Het zal je intussen niet ontgaan zijn dat de kunstmarkt boomt: recent werd een Rothko verkocht voor 81 miljoen dollar.

Vanriet «Dat is een andere planeet, waar ik niet op zit. Ik weet niet of ik het woord immoreel moet gebruiken voor dat soort handel, alleszins: ik snap er niks van. Die wereld van de speculatie is de mijne niet. Veel mensen kopen mijn werk met liefde, omdat het hen raakt, omdat ze ermee willen leven. Soms weigeren ze daarom ook om dat werk uit te lenen voor tentoonstellingen. Die betrokkenheid koester ik meer dan een recordbedrag vanwege iemand die me louter als een investering ziet. Al is het verf op doek, het gaat toch altijd over het ventileren van ideeën – ook al beweerde Hugo Claus ooit dat schilders de domste mensen ter wereld zijn…»

HUMO Geen spatje jaloezie als een Giacometti voor vele miljoenen wordt verkocht?

Vanriet «Ik zie niet in waarom. Ik ben heel tevreden over wat ik maak en over de respons. En ik kan goed verdragen dat een ander ook iets krijgt. Geregeld stel ik aan de galerie werk van anderen voor. Moet ik bang zijn voor andere schilders? Als ze beter zijn, zijn ze beter: zo simpel is het leven.»

HUMO Ken je dan levende schilders die beter zijn dan jij?

Vanriet «Nee (lacht). Maar dat vraag je toch ook niet aan Ronaldo? Die zal toch niet zeggen dat Messi beter is?»

HUMO Hoeveel kost een Vanriet vandaag?

Vanriet (aarzelend) «Dat hangt af van de formaten. Olieverfschilderijen gaan nu tussen 20.000 en 100.000 euro.»

HUMO Niks in huis voor een bescheiden portemonnee?

Vanriet «De aquarellen, dat zijn andere prijzen: vanaf 4.000 euro.»

HUMO Vanwaar dat grote verschil?

Vanriet «Het is gedeeltelijk traditie, maar een aquarel valt toch niet te vergelijken met een olieverfschilderij, vind ik. Waterverf levert veel directer, impulsiever werk op. Ik werk véél langer aan een olieverfschilderij, dat is een heel fysieke arbeid. Bij Polo in Brussel hing een doek van 5,5 meter op 2: wanneer je daaraan werkt, beweeg je zó veel dat het op dansen lijkt.»

HUMO Zijn er schilderijen waar je geen afscheid van kunt nemen?

Vanriet «Dat valt mee. Maar we hebben met de familie wel een lijst opgesteld van werken die we niet meer verkopen, om hun historische of emotionele belang. Dat klein schilderijtje daar van Remco Campert die een grafrede houdt bij de kist van Hugo, dat is zo emotioneel voor mij dat ik het niet meer wil lossen. De ontmoeting met Hugo Claus was voor mij fundamenteel: hij was al God toen ik op het atheneum zat. Het was een absoluut mirakel toen die God later ook nog écht bleek te bestaan.»

HUMO Welk soort werk koop je zelf?

Vanriet «Mijn liefde voor de Russische avant-garde heeft me een tijd gedwongen veel druksels van hen te verzamelen, eerste uitgaven van Lissitzky of Majakovski. Verder heb ik een eclectische smaak: het kan abstract werk zijn van begin de jaren 50, het kan iets hedendaags zijn. Onlangs hebben we trouwens veel verkocht, waaronder een paar highlights van onze verzameling, zoals een aquarel van Warhol. Ik wilde namelijk een nieuw atelier.»

HUMO Was het oude dan versleten?

Vanriet «Nee, ik wou een praktischer atelier, waar ik mijn oudere werk ook veel beter kon bewaren, en ik heb het geluk gehad hier om de hoek iets te vinden.»

HUMO Frankijk geef je op als werkplek, je tweede verblijf daar is verkocht.

Vanriet «We zijn er de laatste twee jaar maar een paar maanden geweest, het belang van dat tweede huis was al teruggeschroefd. In de zomer word je daar verleid door het buitenleven, maar in de andere seizoenen merkte ik dat de Provence me cultureel op mijn honger liet. Het aanbod is er ondermaats in vergelijking met wat je aangeboden krijgt in de driehoek Antwerpen-Gent-Brussel. Ginds ben je blij met een tweederangsopvoering van ‘La traviata’, en dan heb je het weer voor anderhalve maand gehad. En dan is er ook nog het culinaire debacle: wat in Frankrijk voor goede keuken doorgaat, is echt beschamend. Je hebt er de ene tourist trap naast de andere, en ze hebben er nog veel pretentie ook.

»Ik ben nochtans opgegroeid met een grote liefde voor de Franse cultuur. De ontdekking van het Franse chanson! Ik heb Frans geleerd door vanaf mijn 17de, 18de naar Franse radiozenders te luisteren. De programma’s van Coluche, bijvoorbeeld. Ik zat ook helemaal in de sfeer van Charlie Hebdo. Ik kende een paar van die jongens – Reiser, de vermoorde Wolinski ook: op mijn tekenzolder liggen nog enkele tekeningen van hen.

»Op een onbezonnen moment, 35 jaar geleden, heb ik zelfs eens gezegd: ‘Ik ben geen Vlaamse schilder maar een Franse!’ Omdat ik toen dweepte met de luchtigheid van Matisse en Dufy. Ik zette me af tegen het in de modder en kluiten gewortelde van de Vlaamse ziel. Maar andere liefdes kunnen zich opdringen. De jongste jaren heb ik een grote passie voor Duitsland opgevat, wat vroeger in mijn familie moeilijk gelegen zou hebben… We reizen daar nu veel, ik ontdek de Duitse cultuursteden. En Die Zeit is een fantastisch blad, van inhoud én van vorm.»

'Toen ik op het atheneum zat, ben ik opgegroeid met het idee dat de derde wereld weliswaar een enorme achterstand had, maar alles was wél in beweging: het zou nog hooguit een jaar of dertig duren voor alles in orde kwam. Als je dan de puinhoop van vandaag ziet...'


Op zoek naar X

HUMO De ‘G’ is voor jou die van Goethe, begreep ik uit een intrigerend alfabet dat je een aantal jaren geleden tekende en dat recent verscheen in je boek ‘Het dienstbare beeld’. Het vat zowat je cultuurwereld samen.

Vanriet «In dat alfabet staan de mensen die me bepaald hebben. En Goethe is daar zeker bij: ik bewonder hem omdat hij zo’n duizendpoot is, een man die alles wil aanraken, een man die veel reist, daarover schrijft, die ook ongelooflijk mooie aquarellen schilderde.»

HUMO In je alfabet figureren meer schrijvers dan schilders.

Vanriet «Dit is hier een huis der letteren! De wereld van de beeldende kunst ligt me minder nauw aan het hart dan die van de letteren. Onder de schrijvers heb ik ook mijn vrienden, met uitzondering van de schilder Karel Dierickx

HUMO Vreemd dat Xerxes ertussen staat.

Vanriet «Ik had een ‘X’ nodig (lacht). En de film ‘Alexander the Great’ met Richard Burton heeft me ongelooflijk getroffen. Die wereld van de Perzen! En die ongelooflijke scène waarin de koning gedood wordt. In een weidse vlakte staat alleen nog zijn koets met gordijnen die wapperen in de wind…»

HUMO Er duikt in je alfabet maar één cineast op, Fellini. Nochtans, Marc Didden schreef eens dat je filmkennis buitengewoon is. Hij vermoedde zelfs dat je altijd al een film had willen maken.

Vanriet «Toch niet. Het enige wat ik altijd heb willen doen, is schilderen, en een beetje prutsen met teksten. Wat ik wel jammer vind is dat ik geen instrument speel.»

HUMO Je muzikale helden zijn blijkbaar Dylan, Sinatra en Zappa.

Vanriet «Sinatra nog het meest. Frankie – met zijn stijl, zijn klasse, zijn timing – kan bij mij een potje breken.»

HUMO Wat in ‘Het dienstbare beeld’ ook opvalt, is dat je uitstekende portretten maakt. Zo staat er een zeer gelijkend portret van Herman Van Rompuy in. Is gelijkenis voor jou belangrijk bij een portret?

Vanriet «Toch wel, anders is het onzin. Eerst moet de gelijkenis er zijn, en dan kun je er nog op een bepaalde manier van afwijken. Dat portret van Van Rompuy was voor de krant: je wilt toch niet dat de lezer er de trainer van Club Brugge in vermoedt?»

HUMO Is het dan spannend of zo’n portret lukt?

Vanriet «Nee, ik kan dat gewoon, ik hoef niks meer te bewijzen. Het vergt wel een mentale voorbereiding. Ik ben me nu aan het opladen om een dubbelportret te schilderen. Ik pieker er ieder moment van de dag over hoe ik het zal aanpakken.»

HUMO Mijd je het zelfportret? In je vele recente catalogi zie ik er niet zo veel.

Vanriet «Kom dan maar eens in mijn atelier kijken! Mijn laatste werk is er één, 2 meter op 2 bijna. Ik vind het zelfportretten wel geestig. Je kunt wat je ziet er een beetje dikker opleggen.»

HUMO En wat zie je in de spiegel?

Vanriet «Dat de tijd zijn sporen achterlaat. Zelfportretten zijn ook weer een manier om je in te schakelen in de traditie: je denkt aan de zelfportretten van de ouder wordende Rembrandt

HUMO Je beloert jezelf ook in een dichtbundel in voorbereiding, ‘Vaderland’. Ook daar is er een voortdurende ontdubbeling: ‘Je est un autre.’ Ook een comebackkid in de poëzie?

Vanriet «Zeker. Ik heb het dichten jaren laten varen. Boudewijn de Groot zei onlangs in de krant: ‘Ik maak alleen een plaat als ik iets te zeggen heb.’ Ik heb dezelfde houding, en het kan gebeuren dat je twintig jaar niks te zeggen hebt (lacht). Wat ook meespeelde: ik was close met zoveel superdichters dat ik het niet altijd aandurfde.»

HUMO Wat je nu te zeggen hebt, lijkt me een waarschuwing voor wat eraan komt. Je leest de tekens aan de wand. ‘Omens’ heet trouwens een tentoonstelling van je die dezer dagen in De Zwarte Panter loopt.

Vanriet «Wat er staat te gebeuren, stemt een mens niet vrolijk: we staan voor grote maatschappelijke keuzes, en bij de politieke leiders bemerk ik alleen kortzichtigheid, demagogie, veel te weinig sérieux.

»Weet je waar mijn somberheid vandaan komt? Toen ik op het atheneum zat, ben ik opgegroeid met het idee dat de derde wereld weliswaar een enorme achterstand had, maar alles was wél in beweging: het zou nog hooguit een jaar of dertig duren voor alles in orde kwam. Je had in Afrika grote leiders als de Ghanees Nkrumah, de Senegalees Senghor, in het Midden-Oosten had je Nasser, Beiroet was een voorstad van Parijs. Vrouwen gingen studeren. Kortom: de toekomst zag er zonnig uit. En dan de puinhoop die er nu is… Met die boten op de Middellandse Zee zien we het drama op ons afkomen.

»Ik heb geen oplossingen. In mijn gedichten zul je niet lezen hoe je bootvluchtelingen moet opvangen of tegenhouden. Kunst kan de wereld niet redden. Maar misschien kan kunst verlichten. Het gemoed verlichten door troost te bieden, het verstand verlichten door mensen tot denken aan te zetten. Die gedachte is al pretentieus genoeg.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234