null Beeld

Jan Wauters overleden: 'De overwinningskreet van Tia Hellebaut: daar wil ik mee sterven'

Oud sportjournalist Jan Wauters is op 71-jarige leeftijd overleden. Het icoon onder de Vlaamse wieler- en voetbalcommentatoren bezweek eerder tijdens opnames van het Canvas-programma 'Phara'. 'De sport en de liefde: dat zijn mijn twee wapens om te overleven.' In Zuid-Afrika, gastland van het WK Voetbal 2010, sprak Onze Man met Jan Wauters.

De omstandigheden nopen ons er toe u de afsluitende paragraaf eerst te brengen:

***

De beschouwer beschouwt

HUMO Aan het eind verliezen we allemaal, van die gedachte ben je geheel en al doordrongen. Maar 'verzet tegen de sterfelijkheid' was het vaakst je antwoord als je weer eens gevraagd werd sport te definiëren.
Wauters: «Absoluut, dat is waarom ik er ten diepste mee verbonden ben. De sport en de liefde zijn voor mij twee wapens om te overleven. Ik word beheerst door een onrust, een angst voor de totale vernietiging, en de sport stelt dat uit. Net als de liefde, die je over een aantal bobbels en teleurstellingen heen helpt.»

HUMO Mooi oud worden heb je altijd geambieerd: helpt Zuid-Afrika?
Wauters: «Zuid-Afrika helpt gelukkig een beetje. We doen hier een bonus op, ademen geestelijk zuurstof in, om dan terug te keren in de wat technischer wereld. Bornem blijft dicht bij Brussel: je blijft er betrokken bij alles wat er gebeurt, al die mensen die over elkaars voeten rijden en over elkaars benen struikelen.

Jan Mulder was onlangs in Kaapstad voor een tv-reeks over het WK. Hij vond het nachtleven zo fantastisch, de mooiste vrouwen zag hij daar. Maar hij mag ze hebben, de meisjes met de rieten rokjes; laat mij hier maar wat zitten en denken. We komen hier met de zwaluwen, zitten op de draad; we kijken en kijken en denken het onze. Mijn jongste zoon zei het onlangs nog: 'Dat kan hij het best: kijken en beschouwen.' De beschouwer beschouwt. Ontbijtje klaarmaken, de krant gaan halen, luisteren naar het radionieuws, prachtige boeken lezen overdag, genieten van het stilleven van de bergen. Ik ben een draadzitter.

Het bestaan wordt hier tijdloos, en daar ben ik aan toe. Zoals je je in het water gewichtloos kan voelen, niet altijd die Jan Wauters meeslepen, die man met al zijn meningen en gedachten.»

HUMO Het is heerlijk zo na je vijftigste, zei de grote Zuid-Afrikaanse komiek Pieter-Dirk Uys me gisteren: 'Nothing to prove anymore, just improve.'
Wauters: «Dat is de theorie. Maar gek genoeg leer je nooit af jezelf te bewijzen. Altijd blijven er dingen borrelen en komen. Soms pakt alles toch weer boven je samen, zoals er op een dag een onweershemel kan hangen en je je bezorgd afvraagt: 't gaat vandaag toch niet regenen, zeker?

Maar ik begin los te laten, en dat is in Zuid-Afrika makkelijker dan thuis. Daarom wil ik hier in de winter ook niet komen zitten, als dat prachtige licht kwijnt en verdwijnt en het hier wat mistig en naargeestig wordt, want dan krijg ik hier hetzelfde deksel op mijn kop als in België, denk ik, en ga ik toch weer naar binnen gekeerd leven.

Ik moet me openstellen, als een bloem, voor het licht. Als je de zon hier ziet opkomen boven die hottentotse bergen ginder, of alle schakeringen ziet in de vooravond - een soort lilaroze, dat vervolgens iets dieper kleurt, tot paars, tot grijs. Als je die geuren opsnuift van alles wat hier staat te bloeien zonder dat je er weet van hebt. Of als, zoals gisteren, de volle maan boven de bergen rijst, dan kán je niet gaan slapen. Dan zit ik hier met een glas wijn. Vaak is het ook een fles wijn - een bottel, zeggen ze hier zo mooi. Maar een bottel is te veel.»

***

Het integrale laatste Humo-interview met Jan Wauters (23 maart 2010):

'Kom! Kom! Wees niet te bang. Doe geen roekeloze dingen, loop niet zomaar met chique camera's door de wijken, hang 's avonds niet op onbewaakte plaatsen rond. Gedraag je een beetje. Doe niet hautain tegen de zwarte politieagent. Maar kom! Laat zien dat niet alle blanken racisten zijn, en dat het leven hier in Zuid-Afrika ook goed kan zijn. Heb er oog voor dat ze ongelooflijk hun best hebben gedaan om de wereldbeker te doen slagen. Geef ze een opstoot, zoals ze 't hier in het Afrikaans noemen. Doe het!'

Ik heb Jan Wauters gevraagd wat hij de twijfelaars onder de voetbalsupporters aanraadt: naar het Wereldkampioenschap Voetbal of niet? Moeten ze zoals zovele Nederlanders, Britten, Duitsers Zuid-Afrika maar mijden wegens te gevaarlijk, of toch nog gauw een ticket boeken? Hij maakt brede gebaren bij zijn antwoord, terwijl hij toch al helemaal in het zweet zit, na een urenlange associatieve schaatspartij door de wijde wereld van de sport: 'Kom! Kom!' Want hij wil absoluut dat het lukt, dat WK 2010, het is te belangrijk voor zijn tweede thuisland.

We zitten in de mooiste kamer van zijn Zuid-Afrikaanse buiten, tien jaar geleden gekocht met het 'klompje geld' dat hij gespaard had. Ik heb het makkelijk gevonden. Zijn routebeschrijving aan de telefoon was uiterst correct - 'Dan naar links als je rechts een crèmekleurige kerk met een torenspits ziet...' - en zijn nog altijd unieke stem had me meteen met een intens heimwee vervuld naar zijn kleurenradio van weleer.

We zitten binnen omdat het buiten te warm is, tegen de veertig graden; goed weer voor de appelboeren, zeggen ze hier. Elk jaar ruilt Wauters onze winter - hij woont in Bornem - voor de zomer van Paarl, een stadje in een vallei tussen de Kaapse bergen. Hij is zeventig nu, het grootste nog levende monument uit onze sportjournalistiek, en eindelijk uitgepraat, zegt hij. Hij mijdt interviews. Maar ik heb een voet tussen de deur gekregen (prachtige deur, victoriaanse villa) omdat de aanleiding te mooi was: vooruitlopen op dat WK in zijn nieuwe achtertuin.

HUMO Om te beginnen: blijf je hier dit jaar ook overwinteren om naar de wedstrijden te kijken?
Jan Wauters: «Ik ga niet rondtrekken naar al die stadions, ik heb ook geen accreditatie. Als de Belgen erbij waren geweest, waren er waarschijnlijk meer aanbiedingen gekomen. Misschien schrijf ik een column, dat weet ik nog niet.»

HUMO In de pers wisselen optimistische en pessimistische vooruitblikken elkaar af.
Wauters: «Ik ben er niet helemaal gerust in. Gematigd pessimistisch, zeg maar. Maar dit WK mág gewoon niet uit de hand lopen: het zou een ramp zijn voor het Afrikaanse voetbal - meer nog: voor Afrika. Het is voor de Afrikanen de gelegenheid om zichzelf te bevestigen. Ze willen erkenning van de buitenwacht, van Europa. En ze zijn niet zeker van zichzelf, en terecht: er is hier al zoveel verkeerd gelopen.

Maar het kan wel in orde komen, omdat ze hulp hebben gekregen hebben en gepusht werden door de FIFA. Want zelf vooruitplannen, dat kunnen ze niet. Er zijn stadions gebouwd met Duitse ingenieurs en constructeurs, want het WK 2006 in Duitsland is hier hét voorbeeld. 't Is moeizaam gegaan - veel stakingen, veel protesten - maar ze zijn klaar en er zijn juweeltjes bij. Misschien worden sommige stadions wel witte olifanten; ik betwijfel of ze achteraf allemaal te exploiteren vallen. En je kan vragen stellen bij hun ligging: dat van Kaapstad ligt bijvoorbeeld bij Greenpoint, midden in de witte boord van de stad, ver van de zwarte wijken.»

HUMO Terwijl voetbal in Zuid-Afrika een zwarte sport blijft?
Wauters:
«Een boefjessport, zeggen sommigen zelfs. Voetbal is iets van de laagste lagen, het staat voor samenhorigheid in de armoede. In townships als Khayelitsha en Athlone zie je de zwartjes achter een voddenbal aan lopen, en zoals wij vroeger leggen ze hun jassen om een goal te hebben.

In de steden heb je een paar grote clubs, maar landelijk is het toch vooral op het patattenveld voetballen. Mensen hebben geen geld om de competitie te volgen, de stadions zijn voor driekwart leeg. Zonder de sponsors voor de tv-uitzendingen bestaat het voetbal hier eigenlijk niet, wat in België inmiddels ook min of meer het geval is.

Ik merk dat het WK hier niet lééft. In Paarl, toch een stadje van zo'n 120.000 inwoners, is er geen voetbalstadion. Wat je wél hebt is rugby, cricket, golf. Paarl heeft een meerderheid van bruine mensen, en die sluiten zich een beetje aan bij de zwarte soccer-cultuur, maar vooral bij de witte rugbycultuur. Rugby is een soort eredienst: als je die sport volgt, hoor je erbij. En dat in een tijd dat je minder en minder bij een kerk hoort - er zijn hier achtenveertig kerkgemeenschappen, vooral protestantse.»

Ons heb demokrasie

HUMO Toen de voornamelijk blanke Springboks in 1995 thuis het WK Rugby wonnen, wist president Mandela daar een groots Zuid-Afrika-moment van te maken, een hoogmis voor zijn Rainbow-idee. Hoopt men terecht dat het WK Voetbal zwart en blank weer kan verenigen?
Wauters: «Dat was een historisch moment, Mandela die het truitje van de Springboks aantrok. Een aantal witten zijn daardoor achter hem gaan staan, en sindsdien zijn ook een aantal bruinen en zwarten rugby gaan spelen. Maar of het voetbal hen nu ook allemaal gaat verenigen? De witten zullen een zwarte sport moeten omarmen, en zij zullen die stap moeilijker zetten.

Kijk maar eens rond: waar wonen wij? Een witte wijk. Als er zich een paar bruine mensen vertoont, wordt er meteen over gepraat. Onze buurvrouw weet inmiddels dat wij met die mensen geen problemen hebben, 'maar voor ons is het toch moeilijk,' zegt ze. De scheiding tussen wit en zwart blijft enorm groot. Tom Lanoye zal daar vanuit zijn prachtige wijk in Kaapstad een andere kijk op hebben, maar hier in Paarl, een tussenstation tussen de stedelijke wereld en het platteland, zie ik dat het gesloten werelden blijven, koppen tegen elkaar.

Hier wat hoger op de berg, waar de echt rijke mensen wonen, is er recent op drie plaatsen ingebroken: de paniek die dat veroorzaakt! De politie komt extra rondrijden, een privébewakingsfirma toert rond met autootjes, maar nu proberen ze ook nog een burenwacht op te richten - de Rottweilerwacht heet hij. Ik doe niet mee!

Ik zie nog veel apartheid in Zuid-Afrika. Kom je hier in een restaurant, dan zijn het zwarten die in de bloedhete keuken staan, de bruinen die opdienen, en wie zit er te eten? Wij! Er is nog veel arrogantie aan de kant van de witten, en nu ook een soort revanchisme aan de kant van de zwarten. Er is veel onterecht verworven rijkdom. En er is te veel misdaad: die heb je overal, maar hier is ze gewelddadig. Hier niet ver vandaan: de vrouw van een witte prof komt onverwacht thuis, betrapt een inbreker die een zwembroekje van de draad heeft gestolen. Hij raakt in paniek, pakt zijn schroevendraaier en steekt haar dood...

De nieuwe politiechef zegt nu: 'Als we schieten, is het om ze te doden!' Een verschrikkelijke uitspraak. Politieagenten krijgen militaire graden. Waar gebeurt zoiets nog, zo'n versmelting van politie en leger? Alleen in dictaturen.

Er is gebrek aan opleiding. Men probeert er iets aan te doen, het lukt maar niet. Voor de miljoenen zwarten is er betrekkelijk weinig veranderd: ze moeten nog van de hand in de tand leven, terwijl hun nieuwe zwarte leiders in luxewagens rondrijden en geld verbrassen. 'Ons heb nou demokrasie,' hoor je veel. En ik voeg eraan toe, om het allemaal wat te relativeren: 'Ons heb nou demokrasie en 'n selfoon!' Want een mobieltje, dat hebben ze allemaal.

Ik zag onlangs Max du Preez, een controversieel journalist, vroeger heel erg tegen het witte regime, nu -terecht - tegen dat van president Zuma. 'Aan ons mankeert niks,' zegt hij, 'het is de regering.' Dat geloof ik niet: aan ons mankeert van alles, aan de witten en de zwarten. De kloof tussen elite en onderklasse is nergens zo diep. Kan dat allemaal samenkomen tot één natie die het voetbal omarmt? Niet in één Afrikaans land is dat het geval. Ook als dit WK zonder veel wanklanken verloopt, is dat daarom nog niet hét moment van het Afrikaanse voetbal. Het is nog tien, twintig jaar te vroeg.»

Het laatste grote interview met Jan Wauters uit 2008 (enkele quotes)Humo-dichter Sylvie Marie over Jan Wauters na het incident bij \'Phara\'
Het laatste Humo-interview met Jan Wauters (deel 2)
Zon en vrouwen

HUMO De grote vrees bij de Zuid-Afrikanen is dat hun team er al in de eerste ronde uitvliegt. Of zijn 'onze jongens' - Bafana Bafana, zoals ze heten - tot iets miraculeus in staat?
Wauters:
In voetbal is alles mogelijk, zoals het cliché zegt, maar met Uruguay, Frankrijk en Mexico zitten ze wel in een vrij moeilijke groep. De openingswedstrijd tegen Mexico op 11 juni zou kunnen bepalen of ze verder gaan: dat land staat wel een trap hoger, maar een echte grootheid is het niet.

Met Parreira, wereldkampioen geworden met Brazilië (in 1994, red.), heeft Zuid-Afrika één van de meest gewaardeerde trainers ter wereld. Hij blijft hameren op professioneel gedrag. Hij zegt het hun vlakaf: 'Wat mankeren jullie? Discipline!' En dat klopt; het geldt voor het hele leven in dit land. Ik had vroeger een ouwe baas die mij de tuin hielp onderhouden, en toen we op een dag samen aan het werk waren, zei hij plots: 'Jy het dissipline!'»

HUMO 'We gaan Bafana Bafana voorbereiden alsof er een oorlog komt,' is het uitgangspunt van Parreira.
Wauters: «Ja, hij is de leidsman. Als hij hun blijft zeggen dat ze 't kunnen, gaan ze 't misschien zelf geloven en gebeurt het ook. Ze zijn zo blij met een complimentje, zelfs met een liefdevolle bolwassing. En ze willen leren. Diezelfde ouwe baas van daarnet zat op een ochtend wel een uur op de dorpel te niksen, nadat hij wat geschilderd had. 'Gerald, wat doe je?' vroeg ik hem. En hij antwoordt - een prachtige, typerende uitspraak: 'I'm looking at my mistakes!'»

HUMO Van het Zuid-Afrikaanse voetbal zegt coach Parreira zelf: het is nog te veel vechten om de bal.
Wauters: «Het is katjesvoetbal. Ongeorganiseerd, ordeloos. Ze zijn zo naïef, zo speels. De ploeg wordt nu vernieuwd, het zijn nu vooral zwarten met inheemse namen, dribbelaars. Langer dan een kwartier kan ik naar die matchen niet kijken.»

HUMO Zie je een ander Afrikaanse land dat voor een doorbraak kan zorgen?
Wauters: «Voor mij zou het dé grote verrassing zijn mocht een Afrikaans land de finale halen. Er zijn er wel die supertalent in huis hebben, met een merkwaardige mengeling van souplesse, techniek en kracht. Ghana heeft Michael Essien, Ivoorkust heeft natuurlijk Didier Drogba. Als die man zich lostrekt en gaat... Goh! Dat zijn panters van het veld.

Ze hebben dus wel die topspelers, maar daar staat tegenover dat ze zo zelden presteren als ploeg. En voetbal is meer dan een spel: het is een spel dat je serieus moet nemen - ik blijf dat zeggen, ook al neemt Jan Mulder het me weleens kwalijk. Winnen of verliezen, daar gaat het om, en dan komt het op discipline, scholing, organisatie aan, allemaal dingen waar het in Afrika aan ontbreekt. Ze hebben geen Mannschaft, ze plannen niet. Ze zitten zo graag lekker in de zon, ze zijn zo graag bij hun vrouwen - meervoud!»

HUMO Wie zijn dan volgens jou wel de grote kanshebbers?
Wauters: «Spanje om te beginnen: onmiskenbaar de ploeg van de voorbije twee jaar, heeft zich ook met het maximum van de punten geplaatst. Misschien is het frisse er nu wel wat af. Ze hebben veel gespeeld, Torres en vele anderen; er is blessuregevoeligheid aan het ontstaan, misschien wel een algemene metaalmoeheid. Maar ze zijn nog altijd absoluut bij de top vier te noemen. En daar horen ook Brazilië en Argentinië bij: echte voetballanden.

Om het kwartet vol te maken, twijfel ik tussen Duitsland en Engeland. Duitsland is een ploeg van werkers, van lopers, een paar talenten. Ze komen altijd ver in een toernooi, ze hebben al zoveel finales gespeeld, al zoveel gewonnen. Ze hebben altijd een Mannschaft! Maar soms geven individuen de doorslag, en dat kan Wayne Rooney bij Engeland. Bij Manchester United speelt Ferguson hem nu uit als spits, terwijl niemand dat ooit in die hardwerkende middenvelder gezien had: hij is een beetje een ongeschoren varken dat zich heeft zich opgewerkt tot edelzwijn. En de Engelsen hebben in elke linie zo'n topman: achteraan John Terry, op het middenveld Steven Gerrard en Frank Lampard, die in reuzenvorm is. Maar wat ze al jaren mankeren, en eigenlijk is dat toch ongelooflijk: een topkeeper. En met uitzondering van Brazilië is nog geen enkele ploeg zonder keeper van formaat wereldkampioen geworden.»

HUMO De tijd dat Oranje ertoe deed is voorbij?
Wauters: «Ik heb nu vijf ploegen genoemd, en Nederland is voor mij nummer zes. Goeie uitslagen, wisselvallig spel. Misschien ontbreekt het hun aan echte klasbakken. Geen Van der Sar meer. Van Nistelrooy heeft zware knieblessures gehad, Robben is zeer vatbaar voor kwetsuren, de achterhoede is niet top-top. Ze hebben Van Bommel ook, een onsportieve voetballer: de vraag is in welke mate men op het WK zal toelaten dat de Van Bommels het spel mee bepalen. Da's een beest, die man - met zijn poolhondenogen. Maar goed, je moet in de sport dierlijk kunnen presteren ook, en dat kan hij. Samen met Wesley Sneijder, de kleine generaal die de motor zal moeten doen draaien.»

De Lachende Koe

HUMO België zal in 2018 het WK zelf moeten kunnen organiseren om er nog eens bij te zijn.
Wauters: «Zoals we er anders ook niet bij geweest waren tijdens Euro 2000... Maar ik vind dat niet erg. Waarom doen we niet mee? We zijn maar met tien miljoen. Maar vooral: jonge mensen kunnen zich vandaag op zoveel manieren uiten. We zijn een landeke van belofte geweest, hebben het een paar decennia zo goed gehad, en dat heeft het voetbal wat weggedrukt. De afleiding is zo groot, er zijn zoveel meer mogelijkheden, op kunstzinnige en op banale terreinen. Er is nu de internetrage, er is de spelletjescultuur op televisie, er zijn de spelletjes in eigen huis...»

HUMO De spelletjes hebben hét spel doen wijken?
Wauters: «Zo kan je dat zeggen. Men heeft het nu over het gebrek aan goeie scheidsrechters. Net zoals dat voor de pastoors geldt, zijn er niet genoeg roepingen meer. En misschien geldt dat ook voor de voetballers. Toen wij jongens waren lag sport voor het grijpen op de straat: boeken toe en naar buiten, voetballen tot het donker werd, tot mijn grootmoeder mij binnen riep om de rozenkrans te bidden.»

HUMO Kan het de Rode Duivels helpen de weg naar omhoog te vinden dat hun trainer nu Dick Advocaat heet?
Wauters:
«Allicht wel. Men was het geloof in de eigen mensen kwijt, en dus was het moment gekomen om er een soort grootheid bij te halen. Ik begrijp dat men met Advocaat in zee wilde gaan, maar de Heiland is hij niet. Hij was ook maar tweede keus, men wilde Van Gaal. Ze zijn ook op hun knieën gaan zitten om hem binnen te halen, en dat moet je voor een coach nooit doen: die moet zich bewijzen.

Ik heb Advocaat nog zien voetballen bij ADO Den Haag, en een halfjaar bij Berchem Sport. Kousen afgezakt, dikke kuiten: een kleine harde zwoeger, geen voetbal van allure. Een werker, minder dom dat hij er op het eerste gezicht uitziet. Hij kan met de Belgen wel om, monkelend, vindt zichzelf eigenlijk superieur. Niet dat ik aan hem veel superieurs bespeur, maar wat is de grote kunst? Onthou het van de wijze oude Wauters, Mark: je moet anderen kunnen doen geloven in jou, en dan moet je om te beginnen in jezelf geloven. Dat kan Advocaat blijkbaar. Hij is vandaag de enige vedette, en dat mag zo niet zijn: de coach hoort op de achtergrond.»

HUMO Wie zouden de vedetten van de nationale ploeg dan wel moeten zijn? Aardige jongens, zo vatte je het eens samen, maar nog geen venten op het veld.
Wauters: «Kijk, ik gebruik het woord niet graag, maar je moet er toch een beetje mee naar de oorlog kunnen. In de jaren tachtig had je zo'n generatie: Eric Gerets, Jan Ceulemans, Julien Cools, de eerste profvoetballers. Ze wisten dat de buitenlanders veel meer betaald werden, wilden ook zoveel verdienen, offerden daar alles voor op. Vanaf de jaren negentig was het veel minder: we konden geen goeie buitenlanders meer aantrekken, hadden geen goeie voorbeelden meer, mensen naar wie men opkeek, naast wie men zich echt wilde zetten. Het zijn eigenlijk maar vedetjes, de Boussoufa's en andere lichtgewichten van vandaag. Leuke engeltjes op het veld.»

HUMO En als je de jonge generatie Duivels overschouwt?
Wauters: «Het is nu wel tijd: als ze er in de volgende campagne niet doorkomen, komen ze er nooit meer door. Dembélé, met z'n mooie slepende beweging, wordt drieëntwintig. Witsel, éénentwintig, moet zijn fraaie ritselend-witselende stijl en houding nog in balans brengen met zijn Ardeense hardnekkigheid.

En dan kondigt zich nog een jongen van bij ons aan, zijn vader woont in de omgeving van Bornem: Lukaku, nog maar zestien. Ik omarm hem, ik vind hem zo prachtig! Hij heeft die mengeling van het Afrikaanse en het Europese, die geweldige behendigheid, gaat daarmee Van Himst achterna, maar is veel krachtiger. En als hij z'n shirt uittrekt, scoort hij nóg een keer: je kijkt meer naar de borst van Lukaku dan naar sommige vrouwenborsten! We moeten het zeggen: de zwarte parel is onder ons.»

HUMO Vanuit Zuid-Afrika bekeken, zo vatte je het onlangs samen, ziet ons voetbal er 'rommelig en onstabiel' uit.
Wauters: «Het mankeert niveau. Dat heeft betrekking op de organisatie, de top. Constant Vanden Stock, Roger Petit, Michel D'Hooghe: dat waren figuren die gezag hadden of ontzag wekten, of je ze nu sympathiek vond of niet. Ik zou niet weten waar ze nu nog zitten, de mannen met een mohairen jas en een vilten hoedje, dat ze vriendelijk voor je afnemen. Ik kniel niet voor de notabelen, maar ik hou er wel van.

Neem het sanhedrin zelf, de voetbalbond. Na de toch al halfzachte Michel D'Hooghe kwam de nog zachtere Jan Peeters, een heel vriendelijke man, streekgenoot van mij: 'Als er een probleem is, lossen we dat wel op.' Maar als je aan de top beslissingen wil forceren, moet je harder zijn. Na Peeters kwam François De Keersmaecker, een lam dat door elke buitenstaander geschoren wordt. Oneerbiedig gezegd: hij doet me te veel denken aan een danscafé in de Antwerpse stationsbuurt: De Lachende Koe.

Advocaat heeft laten weten: 'Als je aan De Keersmaecker raakt, raak je aan mij!' Betekent dat dan dat onze bondscoach ook nog eens onze bondsvoorzitter is? Het gaat er gewoon niet professioneel aan toe. Plaats bij zo'n voorzitter die het algemene overschouwt een directeur - een CEO heet dat tegenwoordig: een vakman, een man van statuur, met een opleiding, met cultuur zelfs, niet zomaar een voetballiefhebber.»

Het laatste Humo-interview met Jan Wauters (deel 3)
Baby, comeback

HUMO Gelukkig heeft het vaderland het tennis om de voetbalellende te vergeten. En daar is er het merkwaardige fenomeen van de comeback. Komen topsporters sneller terug omdat ze er te vroeg mee stoppen?
Wauters:
«Dat zou één van de redenen kunnen zijn, ja. Vroeger verbaasde me het al dat men er in het zwemmen al op twintig-, eenentwintigjarige leeftijd mee ophield - vooral de meisjes. Meisjes hebben natuurlijk nog andere ambities: ze laten om zich werven, en als dat gebeurd is, gaan ze het huiselijke leven koesteren en komen kindjes algauw ter sprake. Ze zijn aardser, meer bij de natuur betrokken.

Mijn zoon Benno was wielrenner. Ging ik met mijn vrouw naar de koers, en was het de laatste ronde - ze waren allemaal samen, of één was er vooruit, zou het Benno zijn? - dan zei zij: 'Hij gaat toch niet vallen, zeker?' Terwijl ik zei: 'Hij gaat toch wel winnen, zeker?' Wij mannen zijn behept met het winnen, vrouwen hebben dat niet in die mate. Er zijn uitzonderingen: bewonderenswaardig dat de zusjes Williams dat wél hebben, terwijl ze tegelijkertijd zoveel vrouwelijkheid in huis hebben; soms durf ik gewoon niet te kijken - 't is te veel voor Corneel!

Van Clijsters had ik gedacht dat ze weg was toen ze moeder werd. Maar misschien is één kind genoeg, en kan ze het nog eens proberen. Wickmayer, die zal volgens mij niet aan kindjes beginnen. Die heeft een franc parler: wat een taal! En wat een gezicht! Mag ik het op zijn Vlaams zeggen? Daar staat een bakkes op. Ik vindt het niet al te sympathiek, en dat moet ook niet. Onze mensen willen veel te veel behagen, al die politici die in spelletjesprogramma's gaan zitten. Nee, niet behagen, alstublieft! Zoals Wickmayer. Ze heeft iets jongensachtigs, iets opens, iets sterks.

Henin heeft dat ook een beetje. Maar als ik naar haar kijk, met die wat rossige oogjes, die tanden, dat gehemelte: dat is allemaal nog van de arme mens. In boksen en wielrennen kan het natuurlijk dat je vanuit de armoede tot de wereldtop doorstoot, maar dat het ook kon in tennis wist ik nog niet. De schijnbaar moeiteloze souplesse van haar slagen, dat is onnavolgbare klasse. En wat ze allemaal op jeugdige leeftijd al niet bereikt had, tot met haar mislukte huwelijk ook de rest wat in duigen viel. Henin had niet mogen trouwen, ze is daar niet voor gemaakt. Ze is ook geen echt vrouwelijk wezen - ik ga daar niet dieper op in. Ze moet tennissen!»

HUMO Een beetje aandoenlijk was het dat de comeback van onze tennissters zo aanstekelijk was dat ook Tia Hellebaut terugkwam.
Wauters:
«Ook een kanjer, hoor! Dat is nog wat anders dan de meer geliefde sprintster Kim Gevaert, die na haar Europese titels te gauw iedereen wilde behagen, en waarschijnlijk zichzelf nog het meest. Nee, dan zeg ik: Tia Hellebaut! Niet de mooiste, maar wat een uitdrukking in het gezicht. Wat een lichaam ook, niet vrouwelijk-vrouwelijk, maar een echt sportlichaam. En haar sprong! En meer nog dan haar sprong: haar kreet daarna! Ja, voor mij is dat dé kreet in mijn postcarrière. Dat een vrouw die op zo'n moment laat, zo snijdend, zo alles doorklievend... Dat is voor de hele wereld eromheen de bliksem die alles neerslaat. Met die kreet zou ik afscheid van het leven willen nemen.

Haar comeback vind ik de meest merkwaardige. Het moet ook de laatste zijn, vind ik - het is nu wel genoeg geweest. Hellebaut heeft werkelijk het hoogste gehaald: één keer Olympisch goud, op die hoogte, met die concurrentie en die kreet... Dus haar gun ik het wel. Maar begrijpen doe ik het niet. Je neemt volkomen terecht afscheid, je krijgt een mooi kindje, Lotte... Misschien kan ik het pas begrijpen als ik eens op mijn kop ga staan, als het bloed eens anders naar mijn hersenen loopt.»

Kitscherige Boonen

HUMO Krijgen sportlui vandaag oneindig veel meer stress te verwerken dan jouw helden in vroegere dagen?
Wauters:
«O ja. De impact van de media is enorm gegroeid. Vroeger waren sporters meer in zichzelf gekeerd, eenvoudige lieden die zich naar de top bewogen, oogkleppen op. Nu wordt hun wereld aan alle kanten opengewrikt. En dan moeten ze ook nog eens veel meer trainen, veel meer medische testen ondergaan, en al die vieringen als ze een titel winnen. Ze zijn veel meer aanraakbaar voor het publiek, en het publiek zou ze nog méér willen aanraken. Vandaar hun reactie van zich af te schermen.»

HUMO Waardoor ze los van de wereld raken en denken zich alles te kunnen permitteren, is dan het commentaar. Denk maar aan de affaire-Tiger Woods.
Wauters: «Er is in de hele wereldgeschiedenis miljarden keren vreemdgegaan. Moet die arme Tiger Woods nu echt bekennen dat hij twaalf of dertien maîtresses had? Heb je zijn echtgenote al eens gezien? Je ziet zo dat zij zijn eerste maîtresse al was.»

HUMO Een recente krantenkop: 'Sportlui gedragen zich als de moderne adel'.
Wauters: «Een manke vergelijking, want 't is nepadel. Een Tiger Woods is niet perfide, zoals de echte adel. Die sportlui hebben wel miljoenen, ze worden bejubeld en gezegend, maar ze hebben geen echte machtspositie. Eigenlijk zijn ze in handen van ons allemaal, worden ze van hier naar daar getrokken, meegesleurd, worden ze letterlijk of figuurlijk bespuwd, opgevreten. Dat is moeilijk te bestieren voor jongens zonder opleiding. Waar komt Ronaldo vandaan? Van Madeira, ook uit een armoegezin. En dan trekt zo iemand de grote wereld in, wordt voorgesteld aan rijkelui, machthebbers, vrouwen. Het gevaar is groot dat je dan afdwaalt.»

HUMO Iemand die weleens de neiging tot afdwalen had: Tom Boonen. Terwijl jij vijf jaar geleden nog het tegendeel voorspelde: 'Gelukkig laat hij zich niet zot maken. Dat is de nuchtere aard van de Kempenaar.'
Wauters: «Een kleine correctie op mezelf: ik drukte daar meer een wens uit dan mijn oprechte opinie. Er is een kitscherigheid in en rond Boonen die ik vroeger niet wilde zien. Ik wilde zo graag dat hij geen tweede Cippolini werd. Laat je niet opeisen door het volk, wilde ik 'm zeggen. Ga je haar niet te veel kleuren, ga niet pronken met allerlei uitrusting, ga niet defileren op de catwalk, ga geen coke snuiven in het gezelschap van mooie madammen, hou het bij de lekkere geuren van Pulderbos. Hij moet dat kunnen laten, hij is toch een Kempenaar, opvolger van Van Looy, Van Steenbergen? Maar hij is te vlot, soms te makkelijk met zichzelf. Zonder dat hij het wil te veel een mooie vent.»

HUMO Er is die andere mooie vent met wie het slecht afliep: Frank Vandenbroucke. Hij kwam naar dit continent om te sterven.
Wauters: «Ik volgde hem al heel lang. Had er dadelijk l'athlète pâle in gezien, zoals ze dat in de Franse sportliteratuur noemen: de bleke atleet - groot voorbeeld: Jacques Anquetil. Dat zijn sporters die het niet van hun fysieke kracht moeten hebben, die makkelijk al eens een pijntje hebben. Maar hebben ze dat niet, is het een goeie dag waarop alles meezit, dan zijn ze on-weer-staan-baar.

Frank Vandenbroucke was al heel jong een teer plantje. Kwam een beetje uit een verlept milieu, een café. Al vroeg grotemensenpraat. Voortijdig wijs: onwijs dus. Ook al vroeg aan de dope, niet alleen om te koersen, maar ook om het leven aan te kunnen. Ik zou doodgraag weten hoe het allemaal werkt, zowel cocaïne als heroïne als mandrax, en tegelijkertijd heb ik er een heilige schrik van. Maar ik versta de verleiding wel, zeker met de stress die de topsport met zich meebrengt. Het moet ongelooflijk aanlokkelijk zijn om je geest die schijnrust te geven, die verhevenheid - ergens te kunnen zweven op een wolk waar geen mens nog aan je jasje trekt of handtekeningen vraagt, waar iedereen die dat kan meedanst, waar jij het middelpunt bent.

Dat tengere lichaam van Vandenbroucke, en dan dat soort leven: dat viel niet meer te combineren. Het heeft zijn gedrag beïnvloed: scheiding van zijn ouders, scheiding van zijn eerste vrouw en kind, scheiding van zijn tweede vrouw, verdwaald in zijn eigen nirvana. En dan sterft hij mooi, vind ik.»

HUMO Mooi? In dat onooglijk hotelkamertje in Senegal, het hoertje op de loop met zijn geld en gsm? -
Wauters: «Als je zo'n leven hebt gehad, is dat de dood die erbij past. Het is de dood die aan dát leven hing.»

HUMO Is het vervelend dat de Tour deels met het WK zal samenvallen: moeilijk om ten volle van beide te genieten?
Wauters: «Men zal het weer hebben over de Sportzomer der Sportzomers, maar dat maken we nu ongeveer elk jaar mee. Ach, de mensen worden zo met sport overvoerd dat ze het er niet moeilijk mee zullen hebben. Een deel van het publiek kiest trouwens óf voor wielrennen óf voor voetbal. Het hangt ook een beetje van het verloop van de Tour en het WK af wat het haalt. Als Jurgen Van den Broeck - een Kempenaar die nooit een Tom Boonen zal worden - een topprestatie levert in één of twee bergritten, of misschien wel wint, zal de match Nigeria - Uruguay mij waarschijnlijk niet veel zeggen.»

HUMO Ook in de Tour was vorig jaar een comeback aan de orde. Was Lance Armstrong teruggekomen om te winnen?
Wauters: «In elk geval om iedereen te laten zien: 'Here am I! I'm mister Armstrong.' Toen ik 'm aan zijn eerste grote ronde zag beginnen, was hij helemaal geen ronderenner: hij had triatlon gedaan, stond veel te zwaar. Terwijl je zo mager moet zijn dat je gat eraf valt - in de jaren zeventig heb ik in de kleedkamers Gimondi gezien: die onderbroek, daar zat geen gat in! Maar ik heb nooit een renner het peloton zo zien domineren als Armstrong. Hij kan dat omdat hij een stalen karakter heeft, innerlijk zo American is. From zero to hero, hè. Net als Bill Clinton komt hij uit een gezin van niks; hij heeft zijn vader nauwelijks gekend.

Zelfs een perszaal kan hij domineren - ik geef het een politicus te doen. Aantijgingen weerleggen met één trek van zijn gezicht, scoren met oneliners. Hinault moest bijna zijn vuist of z'n fietspomp gebruiken om zijn gezag te vestigen, Merckx moest het elke keer weer doen ten koste van zijn eigen zweet. Armstrong niet: hij doet een aantal prestaties per jaar - een minimum eigenlijk, maar hij doet ze wel - en op het juiste moment stáát hij er.

En zo is hij teruggekeerd! Ongelooflijk dat hij derde is geworden. En zoals hij tot op het podium zijn misprijzen uitstraalde voor de winnaar, Contador, een ploegmaat nota bene... Dat die brave jongen de hele Ronde heeft standgehouden, tegen de druk van Armstrong in, vind ik nog merkwaardiger. Ik ben niet van een zekere innerlijke kracht gespeend, maar ik zou het begeven hebben onder die afstraffende supervisie.

Ik moet zeggen: ik sympathiseer met Contador, een jongen uit de voorsteden van Madrid, maar duidelijk met een boerengezicht. Meer Sancho Panza dan Don Quichot.»

HUMO Komt Armstrong dit jaar - met Team RadioShack - dan terug om te winnen?
Wauters: «Ja. Vorig jaar kon hij niet openlijk zeggen: ik rij tegen mijn ploegmaat Contador. Zijn grootste overwinning zal nu zijn dat Contador de Tour verliest.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234