null Beeld

Jean Pierre Van Rossem: het lieve leven en hoe het te lijden

In de loop van 1989 gaf de net als oplichter ontmaskerde Jean Pierre van Rossem (62) een persconferentie: ‘Er is goed nieuws en er is slecht nieuws. Het goede nieuws is dat er vandaag een kapitalist minder in de wereld is. Het slechte nieuws: ík ben die kapitalist.’ Waar begon het mis te lopen met de flamboyante beursgoeroe? En waar met de samenleving? Want als er één Belg de hedonistische en egoïstische jaren 80 incarneerde, dan was het Van Rossem wel.

Eind 1979 lanceerde de visionaire journalist John Jansen van Galen in de Haagse Post de term ‘het ik-tijdperk’. En een ik-tijdperk zouden de jaren tachtig worden! Het altruïsme en de geniale gekte van de sixties en de seventies werden voorgoed begraven. Plotseling begon iedereen een assertiviteitstraining te volgen en ‘voor zichzelf op te komen’. Maar boven alles deed het grote geld zijn intrede in de samenleving. In 1982 werd de wet Cooreman-De Clercq­ gestemd, die het bezit van aandelen voor de gewone burger fiscaal interessant maakte. De reactie van de beurs loog er niet om: tussen augustus 1982 en oktober 1987 steeg die met ongeveer 350 procent.

Van Rossem, econometrist van opleiding, beweerde het met zijn beursmodel Moneytron nog beter te kunnen doen. Met valiezen vol (zwart) geld kwamen West-Vlaamse bakkers, slagers en tandartsen naar de zelfverklaarde beursgoeroe toe. Ondertussen groeide het eigen vermogen van onze nationale Jean Pierre uit tot achthonderd miljoen dollar, tóén. En Van Rossem tóónde ook dat hij centen had: tientallen Ferrari’s, twee Falcon-privéjets, een reusachtig jacht, zijn eigen F1-renstal Onyx: het kon niet op. Ja, Jean Pierre van Rossem leek het vleesgeworden equivalent van het Grimmsprookje ‘Tafeltje dek je / Ezeltje strek je’ te zijn geworden.

Maar toen kwam de knuppel uit de zak. Miljardair Van Rossem sprong één brug te ver en vloog de gevangenis in. Hij zou nog enkele keren, almaar krampachtiger, almaar deerniswekkender, opnieuw naar de media-aandacht hengelen waaraan hij en cours de route zo verslaafd was geraakt. Maar de tijd en een zéér ongezonde levensstijl hadden onze held ingehaald. De man die nu tegenover mij zit is nog slechts de schaduw van de ooit zo trotse Van Rossem. Hij oogt oud, versleten en ziekelijk. En hij leeft uitermate sober, om niet te zeggen armoedig, in een vervallen herenhuis in het landelijke Hoegaarden. Alleen zijn ogen zijn niet veranderd: die gloeien nog altijd met een dostojevski­aanse intensiteit. Deze man heeft de top én het dal van het leven gekend, de hemel én de hel gezien. Zijn levenslessen zijn – zo hoop en verwacht ik – goud waard.

HUMO Wat is jouw basisregel in het leven?

Jean Pierre van Rossem «Niets plannen. Je door het leven laten rollen. Vandaag is vandaag, morgen zien we wel wat er komt. Ik heb nooit enige ambitie gekoesterd, voor niks. Als ik naga wat ik ooit bezat… Daar had ik als kind nooit naar verlangd, nooit van durven te dromen.

»Al van jongs af aan had ik de verstandige reflex niet voor een baas te willen werken­. Mijn goeie raad: neem beter de risico’s zélf. Je zult gelukkiger zijn én meer verdienen. Akkoord, ik heb mijn nek gebroken. Maar desondanks ben ik overeind gebleven, wat anderen er ook van mogen denken.»


Anti-alles

HUMO Uit wat voor een familie stam je?

Van Rossem «Uit een bekrompen petit-bourgeois milieu. Mijn moeder en vader zijn allebei nog in leven, ze hebben onlangs hun zeventigste huwelijksverjaardag gevierd. Iedereen was uitgenodigd, behalve mijn twee kinderen en ik. Ik ben onterfd, zogezegd – alsof ik dáárvan wakker zou liggen.

»Mijn ouders waren vrome, royalistische, rechtse, bráve mensen. Wat hebben ze in hun leven bereikt? In hun ogen veel, in mijn ogen eigenlijk niets. Ja, ze hebben, na een leven van slavernij, een kleine villa kunnen bouwen, met parketvloer nota bene! Wat kan het mij ook schelen. Ik ben vijftig jaar niet meer bij ze langsgegaan. Onlangs dacht ik: ‘Zou ik niet ’ns met hen gaan praten? Het bijleggen?’ Maar toen kwam mijn zus ertussen: ‘Laat die ouwelui beter met rust. Je zou hun een hartinfarct kunnen bezorgen.’ Nee, het zal wel nooit meer goedkomen tussen ons.»

HUMO En toch ben je, hoe je het ook draait of keert, samengesteld uit hún chromosomen.

Van Rossem «Helaas (zucht). Ik geloof in de tegenstelling, in de dialectiek. In alles wat ik heb gedaan, zit één constante: ik heb mij altijd afgezet tegen mijn ouders. Altijd het omgekeerde gedaan van wat zij verwachtten. Zo ben ik antiroyalist geworden, links, anarchist, rebel, noem maar op. Het is iets dat langzaam groeit. Je tovert jezelf om tot het tegendeel.»

HUMO Waar ligt de kern van dat verzet?

Van Rossem (denkt na) «De kern was de dood van mijn jongere broertje. Toen ik zeven was liep ik samen met dat broertje – hij zat nog in de kleuterklas – naar school. Op een dag zou moeder ons om vier uur komen ophalen, wat niet gebeurde – ze stond allicht te kletsen met één of andere vriendin. Dus liepen wij alleen naar huis. ‘Om ter eerst naar de overkant van de straat,’ riep ik spelenderwijs tegen mijn broertje. Ik zie hem nog rennen, met zijn handjes omhoog. Hij is toen regelrecht onder een vrachtwagen gelopen. Het arme kind heeft nog vier dagen geleefd. Mijn moeder is mij dat levenslang blijven verwijten. Ze heeft nooit gedacht: ‘Als ik de kinderen op tijd had afgehaald, was het niet gebeurd.’ Nee, ik, de oudste, kreeg de schuld. En dat heeft ze mij mijn hele verdere leven laten voelen. Zo ben ik opgegroeid met het idee: ‘Zodra ik thuis weg kan, trap ik het af.’

»Als ik het verstand van mijn moeder had geërfd, was ik intellectueel een ramp geworden. Mijn vader is wél verstandig, maar hij deed niets met dat verstand. En hij werd door zijn vrouw zwaar gedomineerd. Emoties waren thuis taboe: ik herinner mij niet dat ik ooit één knuffel van mijn ouders heb gekregen.»

HUMO Die krijg je zo meteen van mij, Jean Pierre.

Van Rossem (onverstoorbaar) «Tot de eerste licentie ging ik over en weer naar huis, voornamelijk om mijn was te laten doen. En op mijn twintigste was ik al getrouwd.»

HUMO Je was een briljant student economie.

Van Rossem «Professor Van Meerhaeghe had mij gevraagd om assistent te worden. Maar ik heb dat geweigerd. Zoals ik al zei: géén baas boven mij. Mijn thesis handelde over de omloopsnelheid van het geld. Ik was gebiologeerd door de Nederlandse prof Jan Tinbergen, de vader van de econometrie. Hij beweerde dat hij daarmee de ontwikkeling van de economie met een mathematisch model kon voorspellen. Dus dacht ik: als je macro-economische grootheden als inflatie, groei, werkloosheid enzovoort kunt voorspellen, dan moet je ook het verloop van wisselkoersen of beursindices kunnen voorspellen, want dat zijn óók macro-economische grootheden.»

HUMO Wat onzin is.

Van Rossem «Dat zeg jij. Echt járen vooruitkijken, dat gaat niet – dat weet ik best. Op het toppunt van het succes van mijn beleggingsfirma Moneytron dachten wij vér in de toekomst liggende beursvoorspellingen te kunnen doen. Wel, forget it: als je iets als 9/11 op je donder krijgt, lig je daar, samen met je voorspellingen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234