Jef Geeraerts: 'Het is voorbij'

Wij vernemen dat Jef Geeraerts vandaag is overleden. Humo betuigt z'n medeleven aan vrienden en familie. Lees hier het uitgebreide afscheidsinterview dat vorige week in Humo​ stond.

Haar naam op de bel, nog altijd. Een zware ijzeren poort die hem van de buitenwereld scheidt – een wereld waarin vrachtwagens en graafmachines voorbijdenderen. Er wordt gewerkt aan de riolering, maar de schrijver haalt zijn neus op. ‘Al die machines,’ bromt hij, terwijl hij de poort weer op slot doet en naar binnen sloft. Zijn knaloranje trui en zijn te hoog opgetrokken leren broek maken hem nog ouder dan hij is.

'Het is voorbij. Op uw 85ste kunt ge toch niet meer achter de vrouwen aan zitten, hè?'

In februari werd Jef Geeraerts 85. Een verjaardag die geruisloos voorbijging. Op zijn 80ste werd hij nog ontvangen op het Gentse stadhuis en verscheen een heruitgave van de ‘Gangreen’-cyclus. Vijf jaar later lijkt de schrijver dood en begraven. Tenminste, dat bleek eerder dit jaar uit een enquête van het Davidsfonds, die bij zo’n duizend Vlamingen polste naar leesgedrag en literaire kennis. Meer dan de helft van de ondervraagden waande Geeraerts dood.

'Het is voorbij. Op uw 85ste kunt ge toch niet meer achter de vrouwen aan zitten, hè?'

En dan was er nog die brief in Humo: ‘Schande,’ schreef een attente lezer, ‘dat geen enkele krant en geen enkele nieuwsuitzending het de moeite vond aan deze reus van de Nederlandstalige literatuur te denken. Mocht Jef Geeraerts in Groot-Brittannië geboren zijn, hij kreeg een heel programma in ‘Front Row’ op BBC Radio 4.’

‘Goh,’ mompelt de schrijver. ‘Jongens, jongens toch. Zo zal ik nog lang leven.’ Om zijn aandacht prompt te laten afdwalen naar zijn katten Mephisto en Pipo. ‘Kijk, daar heb je ze. Kom Mephisto, kom eens goeiendag zeggen. (Tegen Humo) Ziet ge graag katten?’

Het zal tijdens het gesprek vaker gebeuren: Geeraerts’ aandacht die verslapt, vragen die hij niet goed begrijpt. Een geheugen dat hem in de steek laat, vooral wanneer het onderwerp hem niet zint. En dat alles nog in het teken staat van Eleonore Vigenon, zijn echtgenote, zijn muze, zijn alles. Toch staat hij erop dat het interview plaatsvindt – na twee warrig verlopen telefoontjes belt de schrijver zélf terug om een afspraak vast te leggen. De eerste vraag ligt dan ook voor de hand.

HUMO Hoe gaat het met u?

Jef Geeraerts «Niet zo goed. Mijn vrouw is er niet meer.»

HUMO Al een tijdje, toch?

Geeraerts «5 augustus... Euh, tien jaar geleden.»

HUMO Tien jaar? Ik dacht dat Eleonore in 2008 is gestorven.

Geeraerts (afwezig) «Awel, ja, in 2008.»

HUMO We zijn nu 2015. In augustus zal het zeven jaar geleden zijn.

Geeraerts «Ja. Ik ben alleen nu, hè.»

HUMO Wat doet u de hele dag?

Geeraerts «Ik lees. En ik, euh, praat met mijn poezen. Ik kan ook vaak bij vrienden terecht. Ik heb goeie vrienden, die dames koken goed.»

HUMO Speciaal voor u?

Geeraerts «Voor ons drieën. Maar meestal ga ik in een bistro eten.»

HUMO Koken doet u niet meer?

Geeraerts (verbaasd) «Voor mezelf? Nee.»

HUMO U gaat elke dag uit eten?

Geeraerts «Niet elke dag. En soms ga ik naar vrienden.»

HUMO Naar welk restaurant gaat u?

Geeraerts «Passe-Vite in Nevele, niet ver van hier. Ik bestel elke keer hetzelfde: friet-biefstuk met fijngesneden tomaat en ajuin. En witte wijn.»

HUMO Hoe verplaatst u zich? Ik zag buiten een fiets staan.

Geeraerts «Fietsen? Nee, ik rijd nog met de auto.»

HUMO En dat gaat goed?

Geeraerts «Wat?»

HUMO Autorijden.

Geeraerts «Jaja.»


Bang! En dood

Mephisto en Pipo hebben de gelijkvloerse villa volledig ingepalmd: in elke hoek van het huis staan bakjes met kattenbrokken, tot in de badkamer toe. Het lijkt alsof er in zijn bureau in geen tien jaar nog iemand is geweest, zoals de rest van het huis is ook hier alles bedekt met een dikke laag plakkerig stof en spinnenwebben. De ramen zijn al eeuwen niet meer gelapt, de kamers niet verlucht. De penetrante geur lijkt de schrijver niet te storen. In het keukenraam is een gat onhandig dichtgestopt met een vod en repen krantenpapier. De foto’s aan de muur zijn opgekruld en vergeeld. Hij wijst naar het versleten witte leren salon. ‘Zet u.’ Ik zoek een plek tussen de stapels boeken en de plukken kattenhaar. Ik ben onthutst dat een gevierd schrijver zijn dagen op deze manier doorbrengt. Krijgt hij nog wel bezoek?

Geeraerts «Ik ben goed bevriend met Erwin Mortier en zijn echtgenoot Lieven Vandenhaute. Soms komen zij hier eten of ga ik naar hen. Erwin kookt goed.»

HUMO Komt er voor de rest nog iemand langs?

Geeraerts (ontwijkend) «Het is hier nogal vuil. Maar mijn werkster is ziek. Eerst kwam ze een paar keer niet, maar onlangs is ze geopereerd en nu moet ze een maand thuisblijven. Ik bel haar binnenkort nog eens op, misschien denkt ze wel dat ze niet meer hoeft te komen.»

HUMO En uw tuin? Kan er niemand komen snoeien?

Geeraerts (afgemeten) «Ik laat niemand meer toe.»

HUMO U hebt mij toch opgebeld?

Geeraerts «Ik was blij dat er nog eens iemand... Die lezersbrief in Humo, die heeft u geïnspireerd, zeker? ’t Is vriendelijk. De laatste tijd was het wat minder, allemaal. In de tijd van ‘Gangreen 1’, wow! Toen moest ik de journalisten van mij afslaan!»

'Eleonore en ik konden elkaar goed verdragen. We hadden ook maar een half woord nodig. En we lachten veel. Dat had ik voordien alleen bij een paar negerinnen meegemaakt'

HUMO Op uw 75ste verjaardag zei u: ‘Het wilde beest ligt aan de ketting, maar de honger naar avontuur is nog niet gestild.’ Maakt u nog weleens wat mee?

Geeraerts «Ik heb nog één ding gedaan: een grizzly geschoten op Kodiak Island in Alaska, een jaar of tien geleden – mijn vrouw leefde nog. Ik was al eens in Alaska geweest, toen had ik een beer geschoten. Ik belde mijn gids van toen op, een man die daar woont. ‘Deze keer ga ik alleen jagen,’ zei ik. ‘You’re nuts,’ antwoordde hij. Een grizzly is een gevaarlijk beest. Ik had hem horen rommelen in de struiken – ’t was goed dat ik een kogel klaarhad in de loop. Ik heb op hem geschoten, vanuit de heup. En daarna nog drie keer in zijn hoofd. Toen was hij dood. (Laat hanger rond zijn nek zien) Kijk, dat is één van zijn klauwen.

»In Congo ging ik alle dagen jagen. Maar ik heb de kracht niet meer.»

HUMO Schrijft u nog?

Geeraerts «Nee. Ik lees wel veel: elke week Humo en bij het ontbijt de krant. En als ik een boek vastpak, is het meestal non-fictie. Laatst was ik begonnen in ‘Le chat’ van Georges Simenon. (Trekt vies gezicht) Dat is niks. Flauw. En in ‘Identiteit’ van Paul Verhaeghe. (Opnieuw die afkeuring) Een psychiater, hè.»

HUMO In 2007 zei u nog: ‘Leven is schrijven. En schrijven is leven.’

Geeraerts «Wie heeft dat gezegd? Ik? (Denkt na) Ik heb wel veel geschreven, ja. En lezingen gegeven. Ik ben uitgenodigd in veel landen, want ik ben vertaald in twaalf talen. In Amerika alleen al heb ik een half miljoen boeken verkocht!»

HUMO ‘Alle verwachtingen zijn ingelost,’ zei u toen. ‘Ik kan tevreden sterven.’

Geeraerts «Ik heb alles geschreven, alles gedaan. Ik heb stoten uitgehaald die me het leven hadden kunnen kosten. Behalve die grizzly was er nog een nijlpaard in Congo, ook een zéér gevaarlijk dier. Dat heb ik ’s nachts geschoten. Ik zag de twee ogen en heb ertussen gemikt. Ik dacht: ‘Het zal wel juist zijn, zeker.’ Bang! En dood.»

HUMO U hebt altijd last gehad van sterfangst. Is dat er met de jaren op verbeterd?

Geeraerts «Ge kunt niet blijven leven, hè. De datum nadert – 85 is toch niet jong meer.»

HUMO Hebt u last van kwaaltjes?

Geeraerts «Nee, dat is het juist! Elke drie maanden laat ik mijn huisarts een check-up uitvoeren. Ik mankeer niks! Mijn bloed is goed. Maar er zijn veel dingen die ik niet meer kan doen: zes weken naar de Himalaya, dat gaat niet meer.

»Twee, drie jaar geleden heb ik mijn achillespezen gescheurd. Paardrijden gaat dus ook al niet meer – iets wat ik al deed van mijn 8ste. Geleerd op een pony, bij een boer in de buurt van het buitenhuis van mijn ouders in Brecht. Ik kan dat laten opereren, die achillespezen, maar dan zijn mijn katten acht dagen alleen.»

HUMO Er kan toch iemand voor ze komen zorgen?

Geeraerts «Nee, nee. Ik wil met rust gelaten worden. Als ik wil, ga ik zelf wel naar buiten. Met de auto kom ik overal: ik ben de zoon van een garagist, mijn moeder had een hoedenwinkel in Hoboken.

»Ik heb een gelukkig leven gehad. Nooit ziek geweest, mijn ouders waren zeer welgesteld. Voor mijn 18de verjaardag hadden ze een vliegtuig gekocht. Een Piper Cub die... Wat, gelooft ge mij niet? Wacht, ik zal u mijn vluchtboekje laten zien. (Na wat gerommel in de slaapkamer) Ziet ge wel?»

HUMO De vluchtgegevens beginnen in 1948 en stoppen in 1949. U hebt niet veel gevlogen.

Geeraerts «Ik vond dat te gevaarlijk. Mijn vlieginstructeur deed dingen met mij... Hij vloog naar de Schelde en raasde laag over de boten. Ik zei: ‘Pierre, doe dat toch niet.’ Ik heb ook eens een noodlanding moeten maken in de Kempen, dicht bij het buitenhuis van mijn ouders. Ik wilde de mensen daar goeiendag gaan zeggen. Maar ik kwam in een luchtzak terecht en heb gas moeten bijgeven. ’t Was mijn eigen schuld, ik vloog te laag. Ik ben in een weide moeten landen. De twee wielen vlogen eraf, ik schoof voort. Als er een boom had gestaan, zou ik hier niet gezeten hebben. Toen was mijn goesting over.»

HUMO Waarom hadden uw ouders een vliegtuig voor u gekocht?

Geeraerts «Voor de Koude Oorlog. Mijn moeder zei: ‘Als de Russen komen, moet ge weg. Anders gaan ze u oppakken.’ Ze had dat bedisseld met mijn vader. (Werpt de armen in de lucht) Een vliegtuig! Een auto, dat had ik liever gehad. Al op mijn 14de reed ik thuis met de auto door de smalle poort. Nee, jong, vliegen, dat was niks voor mij.»


Es geht alles vorbei

HUMO Weet u nog wanneer en waarom u hebt beslist om schrijver te worden?

Geeraerts «Bij de jezuïeten was ik altijd de eerste in opstellen. Op een dag heb ik een verhaal geschreven, ‘Een buffeljacht’. Ik zat toen aan de Koloniale Hogeschool. Ik wilde weg uit Antwerpen, ik wilde Congo zien.»

HUMO U besteedde zo weinig mogelijk tijd aan het schrijven zelf. U documenteerde zich uitgebreid en pas daarna ging u aan de slag.

Geeraerts «En dan ging het snel. Mijn eerste boek heb ik in zestien dagen geschreven. Ik had hepatitis B opgelopen in Congo en lag zestien dagen in het koloniaal ziekenhuis in de Nationalestraat. Daar kreeg ik bezoek van een neger die ik goed had gekend in Congo. Vlak na de onafhankelijkheid had hij geneesmiddelen gepikt en in zijn dorp was hij voor dokter gaan spelen, en daar verdiende hij goed mee. Dat was het begin van ‘Ik ben maar een neger’. Maar dat is niet mijn beste boek, dat is ‘Gangreen 1’. Een half miljoen exemplaren in de VS verkocht! Vertaald in het Russisch, Noords, Zweeds, Fins, Frans en Engels. In het Spaans niet, Franco was ertegen. En Zuid-Afrika heeft het ook geweigerd.»

HUMO Waarom bent u overgestapt van de literatuur naar misdaadromans?

Geeraerts «In de Koloniale Hogeschool had ik strafrecht gekregen. Dat fascineerde mij. Toen ik gewestbeheerder was in Bumba, kreeg ik bijna elke dag te maken met mensen die iets mispeuterd hadden. Meestal slagen en verwondingen – moord heb ik maar één keer meegemaakt: een man die zijn twee kinderen had omgebracht. Toen moest ik naar Leopoldstad vliegen om die vent te laten ophangen. Verschrikkelijk. Ik zei tegen de substituut: ‘Ik doe dit tegen mijn goesting.’ ‘Ik ook,’ zei hij. ‘Waarom roept ge mij dan?’ ‘Omdat gij hem ondervraagd hebt.’ Mijn verhoormethode was zeer listig: ik begon vriendelijk, gaf de mensen een stoel. Dan schrokken ze: meestal sloegen blanken hard op tafel en begonnen ze te schelden.

»Toen ik na zeven jaar Congo terugkwam naar België, had ik veel contacten bij de rijkswacht en de gerechtelijke politie. Als ik informatie nodig had, ging ik naar hen.»

HUMO Wat boeide u zo aan de politie en het gerecht?

Geeraerts «In Congo ben ik behalve gewestbeheerder ook vijf jaar politierechter geweest. Een mens die iets misdaan heeft bij mij roepen en ondervragen: ik vond dat plezant. Allee: interessant. Ik wilde de mensen vangen met mijn vragen, slimmer zijn dan zij. Ik sprak vloeiend Lingala. Toen ik met Erwin en Lieven in 2010 terug naar Congo ben gegaan, begon ik na mijn aankomst onmiddellijk met de mensen te spreken. En dat was vijftig jaar geleden!»

HUMO In uw misdaadromans gaat het niet alleen over de feiten zelf. De lezer komt ook heel wat te weten over politie en gerecht. U schilderde een politiek-maatschappelijk canvas en schuwde de grote onderwerpen niet: corruptie, de loge, Opus Dei. Was dat uit ergernis?

Geeraerts «Vooral uit interesse. Die werelden boeiden mij.»

'Voortleven in mijn boeken? Ik ben daar niet mee bezig. Trouwens, de mensen denken nu al dat ik dood ben!'

HUMO Dan had u met de loden jaren 80 in ons land toch een perfecte aanleiding om het ook over de Bende van Nijvel te hebben?

Geeraerts «Ik zou daar nooit een boek over hebben kunnen schrijven: ik wist er niet genoeg over. De diamant, die heeft mij altijd gefascineerd. Zo klein en toch zo kostbaar, zo’n steen loopt direct in de miljoenen. Mijn vriend Eddy Elzas, een Jood, was handelaar in gekleurde diamant. Dankzij hem heb ik ‘Diamant’ kunnen schrijven.»

HUMO U ging er prat op dat wat in uw boeken stond, juist was. Bij u geen fouten omtrent vrijheidsberoving of huiszoekingen.

Geeraerts «Ah ja, natuurlijk. Als mijn boek af was, liet ik het altijd nalezen. Ik wilde niet op fouten betrapt worden. Zware correcties heb ik nooit gekregen, maar iemand heeft me ooit gevraagd niet te schrijven dat Joden in de diamantindustrie in Antwerpen geen belastingen betalen. Daar zou ik problemen mee gekregen hebben.»

HUMO Uw laatste roman was ‘Cro-Magnon’, uit 2006. Hebt u sindsdien nooit meer de behoefte gevoeld om te schrijven?

Geeraerts «’t Is genoeg geweest. Eleonore is er tenslotte niet meer.»

HUMO Kunt u beschrijven wat zij voor uw schrijverschap heeft betekend?

Geeraerts «Met haar kon ik over alles praten. Een boek is niet alleen schrijven, maar ook erover praten. Als het af was, liet ik het haar lezen, en ik vroeg haar of ik woorden moest veranderen.»

HUMO Ze ontfermde zich ook over uw boekpresentaties, ze stond naast u op het podium.

Geeraerts «O, daar was ze niet bang voor. Ze regelde alles: wie er moest komen, wie muziek moest spelen.»

HUMO Zou u zonder haar dezelfde carrière gehad hebben?

Geeraerts «Dat weet ik niet.»

HUMO Jullie levens waren enorm verstrengeld.

Geeraerts (begint walsje te zingen) «Es geht alles vorüber, es geht alles vorbei. Auf jeden Dezember folgt wieder ein Mai. Mooi, hè? Een Duits soldatenlied, in de oorlog geleerd. Maar het klopt niet: er komt geen mei meer. Het is voorbij. Op uw 85ste kunt ge toch niet meer achter de vrouwen aan zitten, hè?»

HUMO Kunt u omschrijven waarom jullie relatie zo bijzonder, zo verheven was?

Geeraerts «We konden elkaar goed verdragen. We hadden ook maar een half woord nodig. En we lachten veel.»

HUMO Dat had u nog nooit meegemaakt?

Geeraerts «Alleen bij een paar negerinnen. Dat waren echte vrouwen, ik voelde me goed bij hen.»


Afgesloten hoofdstuk

HUMO Bent u – behalve de reis die u met Erwin en Lieven hebt gemaakt – ooit nog terug geweest naar Congo?

Geeraerts «Nee. Maar die keer was het alsof ik thuiskwam – de mensen, de taal, het klimaat.»

HUMO Er is ophef ontstaan over de uitspraken die u toen hebt gedaan.

Geeraerts «O, ja? Waarom?»

'Ik hoor niets meer van mijn kinderen. Ik weet zelfs niet waar ze wonen. 't Is een afgesloten hoofdstuk'

HUMO U noemde de mensen negers. U zei dat ze zo weinig mogelijk werken, dat je zonder zweep niets kon bereiken. En dat de vrouwen wilde beestjes zijn.

Geeraerts «Heb ik dat gezegd?»

HUMO Begrijpt u dat mensen daar aanstoot aan nemen?

Geeraerts «Natuurlijk. Maar dat is hun zaak.»

HUMO Op Radio 1 liet u zich ontvallen: ‘Een neger, wat kun je daar nu mee?’

Geeraerts (lange stilte) «Dat zou me verbazen.»

HUMO Uw dochter Ilse heeft toen gereageerd. Ze omschreef u als een koloniale macho. En ze zei dat ze blij was dat ze uw dochter niet meer was.

Geeraerts (verbaasd) «Heeft ze dat gezegd?»

HUMO Ja. Heeft u dat gekwetst?

Geeraerts «Nee. Maar ik herinner me dat echt niet meer.»

HUMO Ziet u uw drie kinderen nog?

Geeraerts (schudt het hoofd)

HUMO U bent op een dag gewoon thuis vertrokken.

Geeraerts «Ik moest een grote som alimentatie betalen. Maar of dat de reden was, weet ik eigenlijk niet... (lange stilte) Mijn geheugen laat me in de steek. Ge gelooft me precies niet, hè?»

HUMO Mist u uw kinderen?

Geeraerts «Ik denk soms aan hen, het zijn grote mensen nu. Maar ik hoor niets meer van hen. Ik weet zelfs niet waar ze wonen.»

HUMO Vindt u dat erg?

Geeraerts «Eigenlijk niet meer. ’t Is een afgesloten hoofdstuk.»

HUMO Zou u het contact willen herstellen?

Geeraerts «Dat zou onmogelijk gaan.»

HUMO Denkt u dat een aantal dingen die u vroeger hebt geschreven of gezegd, vandaag niet meer zouden kunnen?

Geeraerts «Dat denk ik wel, ja. Half racistische uitspraken, die zouden niet meer kunnen. ‘Een neger, wat doe je daar nu mee,’ dat kan eigenlijk niet... Heb ik dat echt gezegd? Verdomme.»

HUMO En het seksisme in uw boeken, de manier waarop u over vrouwen schreef?

Geeraerts «Maar ik heb vrouwen altijd graag gezien! Seksisme? Nu zegt ge toch dingen die ik mij... Ik kan daar niet op antwoorden, echt niet. Ik herlees mijn boeken niet.»

Plots wuift Geeraerts met zijn hand. Het wordt hem te veel. Hij vraagt of hij nog iets te drinken moet halen en herhaalt hoe blij hij is met de fles whisky die ik meebracht. ‘Dat is echt mijn drank. ’s Morgens begin ik met een beetje in mijn Lemon Schweppes. Maar ’s avonds hoef ik geen Schweppes meer.’

HUMO Hebt u spijt van iets?

Geeraerts «Van zeer weinig. Het spijt mij vooral dat ik zo oud ben.»

HUMO U hebt samen met Lieven en Erwin een stichting opgericht. Waarom?

Geeraerts «Voor wanneer ik doodga. Dat de dingen die hier staan... De bestemming daarvan.»

HUMO Uw archief zit al bij het Letterenhuis. Is dat een geruststelling?

Geeraerts «Ja. Papieren, notities, een paar manuscripten ook. Ik heb toen een heleboel afgestaan.»

HUMO Vindt u het belangrijk om na uw dood voort te leven door uw boeken?

Geeraerts «Nee. Ze moeten maar zien wat ze ermee doen. Ik ben daar niet mee bezig. Trouwens, de mensen zijn mij toch al vergeten. Ze denken nu al dat ik dood ben!»

HUMO Zijn er auteurs die u beschouwt als uw opvolgers?

Geeraerts «Nee. Ze doen maar. Ik lees het allemaal niet meer.»


Brave journalistiek

HUMO Er staat hier veel kunst in huis. Bent u daar nog mee bezig?

Geeraerts «Nee. Ik leef. En ik wacht.»

HUMO Waarop? De dood?

Geeraerts «Natuurlijk. Het leven is geleefd.»

HUMO Klinkt deprimerend.

Geeraerts «Het ergste is de dood van Eleonore geweest. Er is toen iets veranderd... We hadden zulke goeie gesprekken. En in bed ging het ook zeer goed. Dat is ook belangrijk.»

HUMO Denkt u dat Eleonore gewild zou hebben dat u over haar dood bleef somberen?

Geeraerts «Daar hebben we het nooit over gehad.»

HUMO Is er nog vrolijkheid in uw leven?

Geeraerts «Zeer weinig. Ik ben blij dat ik gezond ben. En als ik doodga, dan wil ik dat het in één keer gebeurt.»

HUMO Luistert u nog naar muziek? Dat kon u vroeger zo ontroeren.

Geeraerts «Bwah, vaag. Zonder Eleonore heeft het allemaal geen betekenis.»

HUMO Is er nog iets dat u kan ergeren?

Geeraerts «Als een politicus of minister op tv zelfgenoegzaam staat te doen – Charles Michel is zo iemand – dan gaan mijn haren overeind staan. Ik vind ook dat er in de kranten niet veel interessants meer te lezen valt. Ik mis onthullende artikels, er wordt te weinig aan onderzoeksjournalistiek gedaan. Het is zo braaf allemaal. En saai geschreven! (Gromt naar buiten) Weer zo’n machine. Om sleuven te graven. (Plots) Heb ik niet te veel gezaagd?»

HUMO Dat valt wel mee. Uw leven staat gewoon op een laag pitje.

Geeraerts «Tja, ik zit hier alleen. Wat doe ik? Niet zoveel. Ik hoop dat ge er iets mee kunt doen, maar ik heb de indruk dat ge niet tevreden zijt.»

HUMO Ik moet toegeven dat ik iets anders had verwacht.

Geeraerts «Ik ga altijd voort op de vragen van journalisten. Zij moeten het uit mij sleuren.»

HUMO Ik denk dat ik veel gesleurd heb, maar u wilde niet altijd mee.

Geeraerts «Gaat ge er toch een schone tekst van maken? En nog eens bedankt voor de whisky. Dat had niet gehoeven.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234