null Beeld

Jef Lambrecht, Remco Campert en Rudi Fuchs - Omdat ik geen beeld ben. Hugo Claus schilder

In één van zijn wensdromen die hij met ons deelde zag Hugo Claus zijn twee zonen als oudere mannen in een tuin zitten. ‘Wat was jullie vader voor iemand?’ vragen hun kinderen. Eén van Claus’ zonen antwoordt: ‘Hij tekende wat, geloof ik.’

Mark Schaevers

Zijn kleinkinderen zijn hardnekkig, ze vragen door: ‘Was het de moeite waard wat hij tekende?’ En dan – ‘Zo hoop ik,’ aldus Claus in die bucolische wensdroom – antwoorden zijn zonen: ‘Het was minder slecht dan men tegenwoordig denkt.’

Soms, zoals hierboven impliciet gebeurt, relativeerde Claus het belang van zijn geschriften, over zijn plastisch werk deed hij bijna altijd minnetjes. Nochtans wordt er tegenwoordig helemaal niet slecht over gedacht: de tentoonstelling van zijn verftekeningen die nog tot 5 januari in het Oost­endse Mu.ZEE loopt, is enthousiast onthaald. Een even groot enthousiasme past bij het begeleidende boek over Claus als schilder: ‘Omdat ik geen beeld ben’ (Ludion).

In dit lekker geurende kunstboek staan een kleine tweehonderd werken van Claus afgebeeld: ‘Fragmenten van een creatieve clusterbom,’ noemt oud-VRT-journalist Jef Lambrecht ze. Zijn essay heeft nog meer gelukkige bewoordingen, te beginnen met de titel, waarmee hij Claus’ versplinterd plastisch oeuvre op weer een andere manier een schijnbare eenheid bezorgt: ‘Een hele grote tuin vol kameleons’.

Wat gebeurt er als je kunstkenner Rudi Fuchs, oud-conservator van het Stedelijk Museum in Amsterdam, op dat werk loslaat? Claus rommelt met kleuren, zegt hij, als schilder is hij wispelturig, verward, ongeduldig. Niet dat het allemaal oneerbiedig bedoeld is, want de tomeloze kracht van Claus’ verbeelding doet Fuchs wel door de knieën gaan. Op de schilder Claus is geen peil te trekken, dat staat er ook: misschien hebben kunstkenners daarom zo weinig over de schilder Claus geschreven.

Maar nu is er dus die voorbeeldige tekst van Jef Lambrecht, waarin hij Claus’ kleurengerommel in een brede bedding situeert, met aandacht voor bekende referenties (Appel, Corneille, Constant, Alechinsky, Raveel) maar ook minder bekende: Dotremont, Altan, Duchamp. Lambrecht maakt ook een interessante uitstap naar ‘Het verdriet van België’, zoekt terecht in het ontluikende kunstenaarschap van Louis Seynaeve naar een fundamentele typering van de artiest Claus: ‘Als alle fragmenten juist zijn komt het essentiële dan niet vanzelf naar boven?’

In oorsprong zag Claus zichzelf als een schilder, aldus Lambrecht, en al liep het anders, hij bleef zichzelf als schilder zien. Die stelling is betwistbaar, al heeft Lambrecht een goed argument: ‘Claus schilderde al voor hij schreef en bleef schilderen nadat het schrijven onmogelijk was geworden.’ Met alweer een andere stelling zit Lambrecht zeker goed: ‘De wereld wilde dat hij schreef. Schilderen was daartegen een protest, en een genot.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234