Jeff Lynne: 'Speel me een paar akkoorden in een volgorde die ik nooit eerder gehoord heb, en de kans is groot dat ik klaarkom'

Jeff Lynne heeft zopas de nieuwe plaat van Bryan Adams geproducet, ‘Get Up!’, maar daarover gaan we het met voorbedachten rade totaal niet hebben. Je mag een mens niet beoordelen op één discutabele beslissing, zeker niet als hij Jeff Lynne heet.

Drie jaar geleden nam hij onder zijn eigen naam ‘Long Wave’ op, een coverplaat, en tegelijkertijd was er ‘Mr. Blue Sky’, een verzamelaar met opnieuw opgenomen ELO-songs. ‘Alone in the Universe’ is zijn eerste sinds 2001 met nieuwe eigen songs. De enige andere persoon die er naast Lynne, 67 ook alweer, op te horen is, is zijn dochter Laura op de backing vocals. Laura Lynne, jawel. Ook daar gaan we het niet over hebben.

Dit is ook Jeff Lynnes eerste rondje face-to-face-interviews in vele jaren, zo blijkt als ik mijn recordertje voor hem neerzet en hij zegt: ‘Die dingen worden altijd maar kleiner.’ Ik begin met hem te feliciteren met zijn nieuwe plaat.

Jeff Lynne «Dankjewel, ik ben er zelf ook zeer tevreden mee. Ik heb er dan ook mijn stinkende best voor gedaan, want het moest de beste plaat worden die ik in mij had. In totaal heb ik er 18 maanden aan gewerkt. Veel plezier aan beleefd, dat zeker ook. Ik wilde er alle stijlen in die de mensen van mij kennen, en volgens mij is dat prima gelukt.»

HUMO Volgens mij ook. Waarom eindelijk nog eens een ELO-plaat?

Lynne «Goesting, pure goesting. ’t Was verdorie ook alweer vijftien jaar geleden. Ik had geen grote plannen voor een plaat, maar op een dag had ik zin om een song te schrijven, en dat is ‘When I Was a Boy’ geworden, de eerste song van de plaat. Het ging zo vlot dat ik gewoon ben blijven schrijven. Niet alle songs laten zich zo snel vangen, maar ‘When I Was a Boy’ was er in een vingerknip. Dat zijn de beste, toch om te schrijven (lachje). Alsof het gewoon je geest komt binnenvloeien. Je begint eraan en voelt in je tenen dat je het eigenlijk al hebt. Nog een beetje oppoetsen, wat aan de tekst werken, de ballast eruit en klaar. Et voilà, anderhalf jaar later had ik een plaat klaar. En gelukkig was er iemand die zei: ‘Mooi! Mag ik dat alsjeblieft voor je uitbrengen?’»

HUMO Vreesde je echt dat niemand een plaat van Jeff Lynne zou willen uitbrengen?

Lynne «Wel, zo veel firma’s zijn er niet meer, en dit is een échte platenfirma (Sony Music, red.). Zo eentje die er werk van maakt, you know. Het allemaal zelf doen, daar had ik geen zin in. Too old for that. Maar toen ze vier songs hadden gehoord, zeiden ze: ‘Goed, zeg maar hoe je het ziet. Wat moeten we doen?’ Als je hard aan iets gewerkt hebt, geeft dat een heel fijn gevoel.»

HUMO Wie is doorgaans de eerste die een nieuwe song van Jeff Lynne te horen krijgt?

Lynne «Mijn vrouw. Ze kan niet anders, want mijn studio is in ons huis. Of beter: ons huis ís de studio (lacht). En ik heb best veel aan haar, ook al laat ze nooit het achterste van haar tong zien. Maar ik kan haar intussen wel lezen. Als ze zegt: ‘That’s good’, dan weet ik dat ze het maar niks vindt. Als ze het echt goed vindt, begint ze namelijk te dansen. ’t Is te zeggen: dan begint ze ongecontroleerde, gekke bewegingen te maken. Een grote danseres is aan haar niet verloren gegaan. (Buigt zich naar ons recordertje) I love you, sweety (lacht).»

HUMO Het was vijftien jaar geleden dat je nog een song had geschreven. Wist je wel nog hoe het moest?

Lynne (lacht) «Ik loop altijd wel met muziek rond, ook in die jaren dat ik geen songs afwerkte, nam ik voortdurend dingetjes op. Vroeger op een walkman, nu op mijn iPhone. Elke dag twee, drie ideetjes. Als je uiteindelijk echt aan de slag gaat, komen die dingen goed van pas. Voor een brug hier, de aanloop naar een refrein daar… De opnames van ‘Long Wave’ van drie jaar geleden hebben me veel geleerd. Ik merkte hoe mooi de akkoordenprogressies van al die klassieke songs (Lynne coverde onder anderen Roy Orbison, The Everly Brothers en Charles Aznavour, red.) wel waren. Geen ingewikkelde toestanden, gewoon mooie progressies. Door dat uit te vlooien, ben ik een betere muzikant geworden.»

HUMO Er zijn artiesten die een song beginnen met de tekst, anderen met een riff of een drumbeat. Ben jij van de akkoordenprogressie?

Lynne «Dat ben ik zeker, I’m a chord sequence man (lacht). Nee, daar heb je me aardig getypeerd. Speel me een paar akkoorden in een volgorde die ik nooit eerder gehoord heb, en de kans is groot dat ik klaarkom (lacht). In ieder geval: niets kan me meer inspireren, en je kunt er overal mee naartoe. Neem C, G en D: drie simpele akkoorden waarmee al duizenden songs zijn geschreven, maar nog steeds zou je er drie volstrekt originele platen mee kunnen maken. Of twee akkoorden, daar een melodietje tussen, die leiden tot iets anders, en weer terug naar het begin… Kijk, ik hoef er nog maar over te praten of het water loopt me al in de mond (lacht). Als je een song schrijft, hoef je ook helemaal niet te beginnen met het begin. Ik doe het weleens, maar meestal begin ik ergens in het midden, of met de outro, en werk ik naar het begin toe. In mijn methode is er eigenlijk maar één constante: de tekst doe ik het laatst. Waarom? Omdat ik het niet graag doe, haha. Omdat woorden geen akkoorden zijn (lacht).»



Roy, Bob, Tom, George en Jeff

HUMO Tom Petty heeft het in zijn biografie ‘Conversations With Tom Petty’ over een road trip met The Traveling Wilburys. George Harrison, Roy Orbison, Bob Dylan en Petty samen in de auto. Onderweg komen ze een stel goths tegen. Ze geraken aan de praat en vragen of er toevallig ergens een feestje is, en de goths zeggen: ‘We’re going to the Zombie Zoo.’ Blijkbaar haalde iedereen tegelijkertijd zijn notitieboekje boven. ‘Zombie Zoo’ is uiteindelijk een song op ‘Full Moon Fever’ van Tom Petty geworden. Ik herinner me nu niet meer of jij er ook bij was, op die road trip.

Lynne «Jaja, daar was ik bij. Ik heb ‘Full Moon Fever’ ook geproducet, en acht songs samen geschreven met Tom. Alles overlapte mekaar een beetje in die periode: de eerste Wilburys-plaat, ‘Full Moon Fever’. Je weet dat Roy Orbison backings zingt in ‘Zombie Zoo’? Die spooky geluiden op de achtergrond: dat is Roy. Hoe geweldig is dat? Dat je Roy Orbison, één van de grootste popzangers aller tijden, kunt inschakelen voor één van de onnozelste backings aller tijden. Maar wel een goeie song. En goeie backings.»

'The Traveling Wilburys, met van links naar rechts Bob Dylan, Tom Petty, Roy Orbison, George Harrison en Jeff Lynne. 'Ik kende mijn plaats wel, maak je geen zorgen.'

HUMO Had jij eigenlijk een aandeel in de teksten van de Wilburys?

Lynne «Ik heb hier en daar wel een paar regels aangeleverd, ja.

»In de namiddag namen we de backingtrack op, en tijdens het avondeten schreven we de tekst. Allemaal samen. Iemand gooide een regel op tafel, meestal Bob, en dan gingen we daarop verder. En zo is er ook af en toe iets van mij tussen beland. Maar ik heb zeker niet het haantje de voorste uitgehangen, met Dylan, Petty, Harrison en Orbison aan tafel kende ik mijn plaats wel, maak je geen zorgen. Na het avondeten gingen we onze nieuwe tekst meteen inzingen. Bij The Wilburys was het allemaal heel erg vers van de pers. Nergens heb ik zowel het creatieve als het opnameproces zo snel en vlot weten verlopen als bij the Wilburys. Amazing, really. We keken allemaal een beetje naar Dylan, maar hij wilde niet de leider zijn. Integendeel, hij vond het net heerlijk om voor één keer one of the boys te zijn. Bob wilde de groep zelfs Roy And The Boys noemen.»

HUMO Paul McCartney zegt dat hij soms zelf niet kan geloven dat hij één van de vier Beatles was. Heb jij hetzelfde gevoel bij The Traveling Wilburys?

Lynne «Maar natuurlijk! In de openingssong van mijn nieuwe plaat, ‘When I Was a Boy’, zing ik over de wilde dromen die ik in mijn jongenskamertje had, en over hoe die allemaal zijn uitgekomen. Ik ben heel erg dankbaar voor het geluk dat mij te beurt is gevallen. Bij The Wilburys heb ik me herhaaldelijk in de wang geknepen: ‘Waar zit ik hier? Is dit echt?’ The Wilburys zijn ontstaan toen ik met George Harrison ‘Cloud Nine’ aan het opnemen was, ook al een droom die uitkwam. Een paar maanden ver tijdens de opnames – we namen op in Friar Park, Georges prachtige landhuis in Oxfordshire, meer een paleis eigenlijk – zei George: ‘Jij en ik zouden een groepje moeten beginnen’. Eerst dacht ik dat hij een grapje maakte, maar toen hij het bleek te menen, zei ik: ‘Great! Wie moet er nog in dat groepje zitten?’ Ik dacht dat hij ging zeggen: ‘Arthur Nebbitt, van hier iets verderop, da’s geen slechte bassist’ – iets van die strekking, you know (lacht). Maar hij zei: ‘Bob Dylan.’ En ik dacht: oké, als het zo zit, dan wil ik Roy Orbison. Waarop George: ‘Tuurlijk, geen probleem.’ Hij kende Roy nog van toen hij in het voorprogramma van The Beatles had gespeeld. Lennon moest ’m aanvankelijk niet omdat het publiek Roy niet wilde laten gaan. Ze bleven ’m maar terugroepen. Lennon heeft hem volgens George zelfs ooit een keer van het podium geduwd: ‘Get off, Yankee’ (lacht).

'Bob Dylan vond het heerlijk om bij The Traveling Wilburys voor één keer one of the boys te zijn. Hij wilde de groep zelfs Roy And The Boys noemen'

»Tom Petty wilden we allebei even hard. Met The Wilburys hebben we opgenomen thuis bij Mike Campbell, de gitarist van Toms begeleidingsgroep The Heartbreakers. Mikes slaapkamer deed dienst als controlekamer. Enfin, niet zíjn kamer, een extra gastenkamer, die dicht bij de garage lag waarin we opnamen. Een piepkleine houten garage, ongeveer de helft van deze kamer hier, maar… (klapt boven zijn hoofd in de handen) ze klonk fantastisch, de akoestiek was er niet te kloppen. Aanvankelijk wilde ik er enkel de snaredrum opnemen, maar uiteindelijk hebben we er bijna alles gedaan. Kun je je dat voorstellen: George Harrison en Roy Orbison die in zo’n rommelige garage staan te zingen?»

HUMO Volgens mij heb ik er zelfs ooit beelden van gezien.

Lynne «Juist, klopt, in ‘Living in the Material World’, die documentaire over George. We hebben toen heel veel opgenomen in korte tijd. ‘Cloud Nine’ in ’87, de eerste Wilburys in ’88, ‘Full Moon Fever’ en ‘Mystery Girl’ in ’89. Die laatste twee zijn de laatste platen waarop Roy Orbison te horen is, ze zijn uitgekomen na zijn dood. December 1988 is hij gestorven. Zo lang geleden alweer, mijn God. ‘You Got It’ is opgenomen tijdens de opnames van ‘Full Moon Fever’. Als de opnamedag erop zat, ging ik er ’s avonds nog wat aan mixen. Fijn nog wat naar Roys stem luisteren, waarom niet? En wat een heerlijke man.»

HUMO Je mist hem echt, hè?

Lynne «Ja, absoluut. Er is niemand aan wie ik vaker denk dan aan Roy Orbison. En dan hoor ik ’m telkens weer lachen. Een heel bijzondere lach had-ie, zeer aanstekelijk. Hij kon heelder sketches van ‘Monty Python’ naspelen, helemaal in zijn eentje. Alle stemmetjes, al die grappige Britse accenten. Dat zou je niet verwachten van een kerel uit Texas. Dan lag hij dubbel van het lachen – en als Roy lachte, kon je niet anders dan meelachen. Ik herinner me dat we met alle Wilburys in een busje zaten op weg naar Grand Union Station in Los Angeles, waar we de clip van ‘Handle with Care’ hebben opgenomen, en dat we ons kreupel hebben gelachen met de fratsen van Roy. Herinner je je de clip van ‘Handle with Care’ nog? Met het zonlicht dat door de ramen van het station komt binnenvallen? Dat was het echte zonlicht wat je ziet, geen trucjes aan de montagetafel of zo. Tien over vier in de namiddag, ik weet het nog goed. Dat moesten we exact zo timen, want dan was het licht perfect. Die opnames: a total joy.»

HUMO ‘I’m Leaving You’ op je nieuwe plaat is zelfs een soort eerbetoon aan Orbison, met een paar heel duidelijke melodieuze en tekstuele verwijzingen.

Lynne «’t Is een hommage, ja. Zelfs de akkoordenprogressies – daar ben ik weer (lacht) – zijn heel erg Roy. Een verminderd akkoord, dan een augmented… George noemde ze altijd de naughty akkoorden. Bijna niemand gebruikt ze nog tegenwoordig. Prachtige akkoorden nochtans, ideaal om een op zich al mooie progressie nog mooier te maken, en langer te laten duren. Ik kan uiteraard niet zingen als Roy Orbison, maar ‘I’m Leaving You’ is zeker een poging om in zijn stijl te schrijven.»


DE vijfde Beatle

HUMO Voor de song ‘Free As a Bird’, en daarna ook nog voor ‘Real Love’, heb je in 1995 zelfs met de voltallige Beatles gewerkt.

Lynne «Ik heb het al gezegd: ik zie mezelf als een grote gelukzak. The Beatles, ja – John stond weliswaar enkel op tape, maar toch. Er zijn er niet veel die kunnen zeggen dat ze samen met Paul, George en Ringo samen in een kamertje aan een song gewerkt hebben. Niet dat het gemakkelijk was. Die demo van ‘Free As a Bird’ stond op een ouderwetse cassette: piano en stem van John op één spoor. En de piano was vals, en even luid als de stem. Ik wist waaraan ik begon toen ze het vroegen, maar toch zei ik: ‘Tuurlijk! Pretty please.’ (lacht) Ik had niks om mee te werken, kon de stem en de piano niet uit elkaar halen, maar het is me toch gelukt om er iets van te maken.»

'Ik heb John Lennon één keer ontmoet, in 1968, of begin '69. In Abbey Road, toen The Beatles aan 'Glass Onion' aan het werken waren. Geen idee meer hoe ik er was binnengeraakt of wie me had uitgenodigd.'

HUMO Lennon heb je nooit ontmoet?

Lynne «Jawel, één keer, in 1968, of begin ’69. In Abbey Road, toen ze aan ‘Glass Onion’ aan het werken waren. George Martin was bezig met het orkestreren van de strijkers, en Paul was aan Ringo aan het uitleggen waar de drums moesten invallen. John en George zaten in de controlekamer. Geen idee meer hoe ik er was binnengeraakt of wie me had uitgenodigd. Ik was net mijn eerste plaat aan het opnemen met mijn groepje The Idle Race. Behoorlijk surreëel allemaal, dat kan ik je verzekeren. Ik was 22 en The Beatles waren goden voor mij. Maar ze waren het wel degelijk, want ze droegen die debardeurkes (lacht).»

HUMO Bij elke productie die je doet, zelfs die voor ‘Free As a Bird’, hoor je meteen dat jij het bent. Kun je in gewone mensentaal uitleggen wat het is dat we horen?

Lynne «Wat ik doe is heel simpel. Ik gebruik zo goed als geen elektronische snufjes, probeer elk effect dat ik wil op natuurlijke wijze te verkrijgen. Als ik echo wil, dan gebruik ik daarvoor de kamer waarin we opnemen, zet ik de microfoon verder weg van het instrument. De helft van wat ik doe, draait rond het plaatsen van de microfoons. And I like a bit of compression. Ik hoor de ruimte graag een beetje zingen, en dat lukt beter met compressie. Het versterkt de natuurlijke echo. That’s it. Het enige gadget dat ik af en toe gebruik, is stokoud: de AMS, de eerste digitale echomachine. Gemaakt in Burnley, Engeland. Ik heb er al eentje sinds hij voor het eerst op de markt kwam, nu dertig, vijfendertig jaar geleden. Tienduizend pond kostte hij, dat weet ik nog goed: een serieuze investering. Maar wel eentje die zijn geld waard was, want ik gebruik dezelfde machine nog steeds. Niet stuk te krijgen. En in mijn ogen het beste studio-effect ooit gemaakt. Mijn enige digitale effect, en het klinkt zo analoog als de pest.»

HUMO Nog een vraagje uit het boek van Petty. Hij beweert dat ze tijdens de mixing altijd één lid van The Heartbreakers buiten laten, zodat die kan binnenkomen en zeggen: ‘De tamboerijn staat te luid.’

Lynne (lacht hard) «Het is waar dat je, als je er te dicht op zit, het perspectief kunt verliezen.»

HUMO Hoe doe jij het? Jij hebt je plaat helemaal in je eentje opgenomen.

Lynne «Ik draai minder lange werkdagen, zodat ik ’s anderendaags kan binnenkomen en zeggen: de tamboerijn staat te luid (lacht). En de koebel. Alhoewel, dat laatste mag weg, de koebel kan nooit luid genoeg staan. Goeie metafoor wel, van die tamboerijn. Ik zie het zo voor me. (Roept) ‘Oké, kom maar binnen!’ (lacht)»

HUMO Ik wil afsluiten met het prille begin. Weet je nog wanneer de dromen die je als kind had over muziek begonnen te gaan?

Lynne «Absoluut, ja. Het was de nacht nadat ik Roy Orbison voor het eerst ‘Only the Lonely’ had horen zingen. Bij mijn ouders thuis in de woonkamer, mijn moeder en mijn tante waren naar de radio aan het luisteren. Ik was 13, en ‘Only the Lonely’ was het mooiste dat ik ooit gehoord had. Ik weet zelfs nog precies wát het was dat me zo raakte: de ‘k’ in… (zingt) ‘You got to ta-a-a-k-e…’ De manier waarop hij die ‘k’ liet klakken: fenomenaal. Mijn moeder en mijn tante vonden het te sexy, maar ik dacht: ‘Noem het hoe je wil, I’ll have it.’»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234