Jelle Veyt: de ex-kraker die naar de Mount Everest fietste en hem beklom

Jelle Veyt mag zich de eerste Belg noemen die naar de Mount Everest fietste en de 8.848 meter hoge aardepuist ook ineens opklauterde. Hij deed dat met een rugzak van 30 kilo. Zonder sherpa’s. Bij min 50 graden. En in een ijzingwekkende wind. Het betrof al zijn derde poging: vorig jaar moest hij tijdens de aardbeving in Nepal nog rennen voor zijn leven.

'Als je ooit uit vuilnisbakken hebt moeten eten, geef je niet snel op'

Veyt heeft de teint van een Italiaanse wielrenner en staat zo scherp als een kapmes. Negen kilo is hij afgevallen, daarboven. Op die ijle hoogte liggen hartslag en energieverbruik makkelijk dubbel zo hoog als op zeeniveau, doceert hij. We wandelen in een tempo dat als doodnormaal te beschouwen valt voor twee fitte dertigers.

Jelle Veyt «In het basiskamp zou dit snel zijn, vergelijkbaar met lopen. Je zou beginnen te hijgen als een gek. Op 8.000 meter zet je één stap en adem je vier keer. Daarna hef je je voet op voor de volgende stap. Zo duurt een kilometer lang. Zeker als er een agressieve wind aan je lijf rukt. Maar ik heb geleerd om geduld te hebben op die berg.»

HUMO Je expeditie startte tweeëneenhalf jaar geleden, toen je met de fiets van Dendermonde naar de voet van de Mount Everest peddelde, 13.364 kilometer door Europa, Rusland, Kazachstan, Kirgizië, China en Tibet. Dat jaar kon je niet naar boven, nadat een ijsblok 16 sherpa’s had vermorzeld en het klimseizoen werd afgeblazen. Vorig jaar zaaide de aardbeving in Nepal dood en verderf in het Everest-basiskamp. Hoe was het om daar terug te zijn?

Veyt «Ik ben daar met een dikke krop in de keel aangekomen. De laatste kilometers voor het kamp kwamen alle herinneringen terug. Ik was dankbaar dat ik nog leefde, en dat ik daar opnieuw mocht zijn. Maar het was ook onbehaaglijk. Ik had er al zo veel dood en ellende gezien. In 2014 brachten ze de lijken van de overleden sherpa’s naar beneden. Die hingen te bengelen aan een helikopter. En vorig jaar leek het basiskamp helemaal op een oorlogsslagveld.»

'Je moet zo veel mogelijk eten en drinken'

HUMO Jouw GoPro-filmpje haalde het wereldnieuws. Je kwam half hyperventilerend een tent binnen en prijsde jezelf gelukkig dat je het had overleefd.

Veyt «Ik kwam net terug in het basiskamp na een acclimatisatieklim, toen de grond begon te daveren. Heel heftig, een halve minuut lang. Het leek alsof ik op een tafel stond waar iemand mee aan het schudden was. Toen het stopte, dacht ik: niets aan de hand, hier zijn toch geen gebouwen. Maar de ogen van de sherpa voor me zeiden wat anders. Hij wees. Er kwam een gigantische sneeuwwolk aangerold. Als gekken begonnen we te lopen. Strompelen eigenlijk, door de zware rugzak en stijve klimschoenen. Na enkele tientallen meters kon ik niet meer. In paniek gooide ik me achter een boeddhistisch altaar. De poederorkaan sneed mijn adem af. Het was een razende witteluchtverplaatsing. »De sneeuw plakte op mijn kleren en ik zag niks meer. Blind begon ik te kruipen, op handen en voeten, tot ik bij een tent kwam. Daar trokken ze me naar binnen. De storm duurde hoogstens een minuut, maar het leken er wel vijf. Volgens National Geographic had die lawine de kracht van 200 atoombommen. De stenen vlogen door de lucht. Gelukkig lag ons gedeelte van het kamp in een dal. De zwaarste brokken passeerden boven ons hoofd. Sommige slachtoffers waren in hun tent tientallen meters door de lucht gevlogen en weer neergesmakt. Als kinesist ben ik wel iets gewend, maar die taferelen vergeet ik nooit meer. Mensen met schedelfracturen, open beenbreuken, een oog uit. Ruggen vol wonden, doordat de ijskogels zich dwars door hun donsjassen hadden geboord. Twee dagen ben ik nog gebleven om de gewonden te helpen verzorgen en de doden naar de helikopters te brengen. ’s Nachts kropen we bij elkaar in de tent, omdat we niet konden slapen van de schrik. Elk geluid, elke lawine deed ons verstijven.»

'Ik huilde van ontroering.' Jelle Veyt op de top van de Mount Everest


Muizenval

HUMO Je had al twee keer ervaren hoe genadeloos die berg kan zijn. En toch wou je dit jaar terug. Is dat koppigheid of…

Veyt «…krankzinnigheid? (lacht) Veel mensen verklaren me gek, maar dat stoort me niet. De dingen die ik heb meegemaakt mogen me niet beletten om mijn dromen na te jagen. Ik ken de risico’s, ik weet dat je kunt sterven op die berg. Maar dat kan ook in het verkeer. Moet je dan altijd binnen blijven? Ik wil ten volle leven. Mijn terugkeer in het basiskamp was emotioneel, maar de drive om de top te halen overheerste.

»De weken voordien had ik in de buurt tochten van zes tot acht uur gemaakt, naar enkele toppen van 4.000 meter en meer. Soms met een rugzak vol stenen. Ik voelde me klaar. Maar in het basiskamp werd ik ziek. Een luchtwegeninfectie met een verschrikkelijk pijnlijke hoest. Ik heb me in jaren niet zo slecht gevoeld. Op sommige dagen raakte ik mijn tent niet eens uit.»

HUMO Wat deed je daar dan godganse dagen?

Veyt «Slapen, films kijken op mijn laptop en shakes drinken. Je zit daar op 5.000 meter hoogte. Zelfs als je geen klap uitvoert, verbruik je nog 5.000 calorieën per dag. Ik moest dus zo veel mogelijk energie opnemen, anders zou ik te fel verzwakken. Even heb ik gevreesd voor mijn expeditie. Op die hoogte recupereer je slecht. Dankzij de antibiotica raakte ik er na een dag of vier vanaf. Die vierde dag ben ik naar 6.000 meter geklommen, het moeilijkste en gevaarlijkste stuk van de Everest. Het is de uitloper van een steile gletsjer die verbrokkelt in diepe spleten en grote ijsblokken die plots kunnen loskomen. Zo zijn die zestien sherpa’s twee jaar geleden omgekomen. Die icefall beweegt een meter per dag. Het is een muizenval die op elk moment kan dichtklappen. Vorig jaar was ik er samen met enkele sherpa’s de routes gaan afbakenen. Touwen spannen, ladders plaatsen. Het was een mooie kans om bij te leren en te zien of ik hun klimtempo aankon. Maar dit jaar voelde ik me te slecht. Ik heb enorm afgezien tijdens die eerste klim. Geen gram energie had ik. ’s Namiddags kwam ik helemaal leeg in het basiskamp aan. De dagen nadien voelde ik me weer sterker worden.»

HUMO Voor je naar de top ging, ben je nog drie keer naar boven geklommen om op grote hoogte te slapen, één keer zelfs in kamp 3, op 7.300 meter. Is het niet frustrerend om weer af te dalen naar het basiskamp als je de top al kan zien?

Veyt «Ja, maar je moet respect hebben voor die berg. Het is veiliger om het in fases te doen. Sommigen maken maar één acclimatisatieklim, tot in kamp 2 (op 6.600 meter, red.). Na een paar dagen rust gaan ze naar de top. Maar ze hangen wel vanaf kamp 2 aan de zuurstoffles. Dat is onverantwoord. Vlak bij de top hebben wij problemen gehad met een zuurstofmasker. Dat was geen reden tot paniek: wij waren geacclimatiseerd. Maar als zulke mensen dat meemaken, komen ze in de problemen.

»Sommige rijke toeristen bereiden zich amper voor. Ze gooien er een fortuin tegenaan en denken dat ze weleens gauw op die berg zullen raken. Vorig jaar was een gids aan zo’n klant aan het uitleggen hoe hij moest rappellen (afdalen met behulp van een touw en een klikgordel, red.). In de icefall! Waar ben je dan mee bezig? Die technieken moet je al lang beheersen voor je je aan de Everest waagt. De icefall is niet de plek om nog lessen te volgen. Daar wil je zo snel mogelijk doorheen.»

'Wat is je prestatie waard als je je rugzak van 30 kilo laat dragen door een sherpa?'

HUMO Is dat de reden waarom je als één van de eersten naar de top wou?

Veyt «Ja. Ik klim graag in mijn eigen tempo en wil niet in de file staan. Enkele dagen voor we naar de top vertrokken, kondigden ze goed weer aan. Er werd wel veel wind verwacht. Onze expeditieleider vond het te gevaarlijk voor de rest van het team, maar liet mij wel gaan. Ik had mijn eerdere tochten gemaakt met Tahar, een brandweercommandant uit Parijs die ook perfect was voorbereid. We zijn meteen naar kamp 2 geklommen. De meesten rusten daar enkele dagen, wij zijn de volgende dag al naar kamp 3 gegaan. Er was weinig tijd. Twee dagen na onze geplande aankomst op de top zou het weer echt slecht worden.»

HUMO Hoe was het om te slapen op 7.300 meter hoogte?

Veyt «Als je de hoofdpijn negeert, valt het best mee. In de zon was het er aangenaam, ’s nachts werd het min 30. Een lange nacht hebben we er niet gehad. We zaten urenlang ijs te smelten. In onze rugzak stak twee liter water. ’s Avonds waren die flessen leeg en moesten we ze weer vullen met ijs dat we op een gasvuur smolten.»

HUMO Is er ook een luxueus toilet in kamp 3?

Veyt «Er was een put die als wc diende. Maar op die hoogte vergaan uitwerpselen niet. Om ecologische redenen stoppen wij onze drollen in zakken met ritsen, die we meesleuren op onze tocht. We zijn de enigen die dat doen, maar elk jaar zitten er honderden mensen op die berg. Straks loopt iedereen door de stront.»


Doping

Veyt «De volgende dag was het D-day. We zijn om vier uur ’s morgens opgestaan. Pas twee uur later waren we onderweg. Op die hoogte duurt het al 10 minuten om je schoenen aan te trekken. ’s Middags waren we in kamp 4. Daar slaap je niet meer. Je moet er alleen wat rusten, water smelten en zo veel mogelijk eten en drinken. Op 8.000 meter hoogte is dat niet evident. Een wielertoerist die de Mont Ventoux beklimt, krijgt in volle inspanning ook niet veel binnen, hè.

»’s Avonds hebben we ons vertrek naar de top moeten uitstellen. De wind was te fel. Kamp 4 ligt op een plateau, tussen twee andere bergtoppen in. Het was alsof we in een tunnel lagen waar een ijzingwekkende storm doorjoeg. Ik was bang om uit mijn tent te komen. Om halftwaalf ’s nachts zijn we toch maar vertrokken. Met zuurstofflessen. Door die wind was dat de enige optie. Vooraf wou ik de berg per se volledig op eigen kracht beklimmen. Dat maakte veel mensen ongerust. Sommigen hebben me gesmeekt om dat niet te doen. ‘Waarom maak je het jezelf zo moeilijk, is het zo al niet straf genoeg?’»

HUMO Dat lijken me logische vragen.

Veyt «Ja, maar ik beschouw de hulp van een sherpa of het gebruik van zuurstof als doping. Wat is je prestatie waard als je je rugzak van 30 kilo laat dragen door een sherpa? Met een beademingsmasker sta je niet écht op die top, maar 1.000 meter lager. Daarom wil ik alles zelf doen. Voor noodgevallen had ik wel een zuurstoffles bij me. Dat maakte mijn aanpak veiliger. Ik had een vangnet.»

'Ik weet dat je kunt sterven op die berg. Maar dat kan ook in het verkeer'

HUMO Voelde het als een nederlaag om die zuurstoffles te gebruiken?

Veyt «Nee. Ik had er veel over gepraat met ervaren klimmers. Ze zeiden dat de top halen belangrijker was dan het meteen zonder zuurstoffles te doen. ‘Wees niet te koppig. Als je straks de top haalt mét zuurstof, kun je de week nadien misschien nog eens proberen zonder.’ Daardoor heb ik in kamp 4 sneller de klik gemaakt. Het was tenslotte de eerste keer in mijn leven dat ik in the dead zone kwam, boven de 8.000 meter. En het weer was echt op het randje. We hebben er bijna elf uur over gedaan om vanuit kamp 4 de top te bereiken. Het pad was nog niet afgebakend. Bij elke stap moesten we sneeuw platstampen. Ik hield voortdurend mijn data in het oog: hartslag, hoogte, de tijd die we nodig hadden om 100 meter te stijgen. Er waren lastige momenten, maar de man met de hamer heb ik niet gezien. Soms dacht ik zelfs dat ik het me te gemakkelijk maakte met die zuurstoffles.»

'Een Australische vriend van me heeft 15 seconden zijn handschoenen uitgedaan om een metalen fles open te draaien. Hij is nu zijn pink kwijt'

HUMO Kon je genieten op de top?

Veyt «Zeker. Het is een hellend plateau waarop je met een man of twintig kunt staan. We hebben er even gezeten en foto’s gemaakt. Echt op mijn gemak was ik niet. De wind kwam van alle kanten en het was min 50 graden. Dan mag je je handschoenen niet uitdoen of je verliest je vingers. Een Australische vriend van me heeft 15 seconden zijn handschoenen uitgedaan om een metalen fles open te draaien. Hij is nu zijn pink kwijt. Ook Tahar had achteraf een vriesplek op zijn kaak.

»Dat gevoel op de top is magisch, het mooiste wat ik ooit heb gezien. Je hebt ontelbare keren naar die top getuurd, en plots sta je daar en kijk je voor het eerst in je leven op de bergen neer. Je ziet ook de kromming van de aarde. Ik huilde van ontroering en dacht aan alles wat ik had moeten doorstaan om daar te raken.

»In de afdaling waren we extra voorzichtig. De meeste doden vallen daar, door de vermoeidheid en de overmoed. Dalen gaat sneller, dankzij de touwen die er hangen. Als je jezelf vastklikt en je arm rond zo’n touw draait, kun je een stuk naar beneden glijden. Net voorbij kamp 4 hoorde ik Tahar roepen. Hij viel 10 meter omlaag. Gelukkig stopte het touw zijn val. Een paar dagen later is een sherpa op dezelfde manier omgekomen. Hij had zich niet vastgeklikt en viel honderden meters naar beneden.

»We zijn die dag nog helemaal tot in kamp 2 afgedaald. Dat hadden ze ons vanuit het basiskamp aangeraden via de walkietalkie. De wind was nog heviger geworden. We moesten zo snel mogelijk weg uit the dead zone, waar je lichaam langzaam afsterft. De Nederlander Eric Arnold is dit jaar gestorven in kamp 4. Hij lag te rusten in zijn tent. Na vijf pogingen had hij eindelijk op de top gestaan, maar hij was te moe om verder af te dalen en is bezweken aan hoogteziekte.

»Om acht uur ’s avonds waren we in kamp 2. We waren bijna 20 uur aan een stuk onderweg en al 36 uur wakker.»

HUMO En dan val je met een euforische grijns in slaap?

Veyt «Nee, we moesten de volgende dag nog door de icefall. De euforie kwam pas in het basiskamp. Het hele team stond ons op te wachten, met bier. Maar ik was nog niet voldaan. Ik wou een week rusten en dan opnieuw naar de top, in beter weer en zonder zuurstof. Maar de Nepalese administratie gaf geen toestemming. Er zat niks anders op dan naar huis te vertrekken.»

'Voor ik het vliegtuig terugnam, moest ik 260 kilometer terugfietsen, van de voet van de Everest naar Kathmandu, dwars door de jungle'


Ergere dingen

Veyt «Voor ik het vliegtuig nam, moest ik nog 260 kilometer terugfietsen, van de voet van de Everest naar Kathmandu, over een stoffige zandweg door de jungle. Een jeep doet er tien uur over, ik vier dagen. Daar werd ik ingehaald door de vermoeidheid. In enkele dagen tijd was ik van min 40 naar plus 40 graden gegaan.

»Ik had dat traject twee jaar geleden al eens gefietst. Schitterende ervaring. Het is een straatarme regio, waar je als blanke toerist een levende attractie bent. ’s Nachts kon ik terecht in een café, een bamboehut, je kan er eten en slapen voor 2 dollar. Ik sliep er meestal op een houten tafel.»

HUMO Dat moeten rozige nachten geweest zijn.

Veyt (lacht) «Ik slaap goed op hout. Als kind ging ik altijd op de grond liggen als ik niet kon slapen. De hardheid van de vloer deed me goed. Op zo’n tafel hoef ik ook geen deken of matje. Als kraker heb ik geleerd om met weinig content te zijn.»

HUMO Hoe ben je als 17-jarige eigenlijk op straat beland?

Veyt «Mijn ouders zaten in een vechtscheiding, het werd onhoudbaar. Mijn broer studeerde in Brussel en kon bij vrienden terecht. Mijn enige optie was een groepje krakers in Gent. Ze sliepen in de oude scoutslokalen van Gent, met een bos eromheen. Ze sprokkelden hout en maakten vuur om eten te bereiden. Ieder had zijn eigen lokaal. Die eerste avond kreeg ik een vuile matras die ze hadden gevonden op straat. Hun welkomstcadeau. Ze hebben geprobeerd me te troosten, want ik voelde me door iedereen in de steek gelaten. Ik was de jonkie tussen een groepje dertigers en veertigers. Gelukkig hebben ze me in bescherming genomen. Sommigen kraakten uit protest tegen de huurprijzen. Anderen konden nergens anders terecht. Drugs? Nee. Er was een ex-junkie bij, maar hij zou me klappen hebben gegeven als ik me met drugs had ingelaten. Zo erg waren ze met me begaan.»

HUMO Herinner je je nog je eerste nacht, alleen in dat lokaal?

Veyt «Ik moest wennen aan de geluiden, aan het getrippel van de ratten. Als kind had ik een panische angst voor die beesten. Kwam door een film waarin iemand door ratten werd opgevreten. Daar, in dat scoutslokaal, heb ik die angst overwonnen (grinnikt).

»Als we wilden koken, liepen we met lege flessen naar een ander pand waar ze leidingwater hadden. Dat was een paar kilometer verderop. Op een hete dag had ik geen zin in die wandeling. Ik had honger en kookte spaghetti met water uit de regenput. De dag nadien zag ik een dode rat in die put liggen. Die lag daar zeker al een paar dagen, want hij was al helemaal aan het ontbinden. Ik ben niet ziek geworden van die pasta, maar dat was degoutant.»

HUMO Ben je ooit als uitschot behandeld?

Veyt «Die eerste zomer ben ik met drie vrienden naar Frankrijk gereden. Mijn eerste fietsreis (lacht). Met een geleende tandem en een tent reden we helemaal tot Cap Gris-Nez. Onderweg kampeerden we in het wild en aten we uit de vuilnisbakken van supermarkten. In de zomer was dat geen pretje. Je deed die vuilnisbak open, de weerzinwekkende stank waaide je tegemoet, en dan moest je erin hangen om de eetbare dingen eruit te vissen.

»Twee keer hebben we op die reis moeten bedelen. We scheurden van de honger en ons geld was op. ‘Ga toch werken, profiteur!’ snauwden sommigen. Vernederend. Ze kenden niet eens mijn verhaal. Als iemand bij mij komt bedelen, open ik ook niet automatisch mijn portemonnee. Misschien is het een junk. Maar ik ga die mens ook niet veroordelen, want ik ken zijn achtergrond niet. Ik zal hem eerder een pak friet kopen.»

HUMO Ben je vaak in aanraking gekomen met de politie?

Veyt «Elke keer als we er ergens werden uitgezet. In drie jaar tijd hebben we op acht verschillende plaatsen gewoond. Eén keer stonden de flikken in het midden van de nacht in onze living: ‘Kom jongens, opkrassen.’ Ik moest de volgende dag naar school. Het gebeurde ook altijd in de winter. Dan sloften we door de vrieskou naar een ander kraakpand, waar we vrienden hadden. De onderlinge solidariteit was heel groot.

»We braken nergens in. We kozen plekken die 100 procent zeker leegstonden. De politie was altijd verbaasd omdat we die vervallen gebouwen zo mooi opruimden. Wij waren geen beesten, we wilden daar wonen. Elke week waren er krakersfeestjes, de hele buurt mocht voor 2 euro komen eten en drinken, soms in heel arme wijken. Wie niet kon betalen, mocht gratis binnen.»

HUMO Uitgerekend in die periode verloor je vier vrienden in een halfjaar tijd.

Veyt «De eerste was een vriendin die ook kraakte. Vermoord door haar vriend. Een week later werd mijn beste vriend doodgereden. Bart was te voet onderweg naar huis, na een punkoptreden waar we samen naartoe waren geweest. De dader pleegde vluchtmisdrijf. Op de top van de Everest heb ik veel aan hem gedacht. Ik had een knuffelbeer van hem bij me. Het voelde alsof hij daar naast me stond. Na zijn dood hebben zijn ouders me een tijdje financieel gesteund. En zijn zus is mijn zus geworden. Ik heb heel veel aan die mensen te danken.

»Twee maanden na Barts dood hing iemand uit onze krakersgroep zich op. Wat later stierf een jongere vriend aan klierkanker. Het was veel. Veel te veel.»


'Je moet nú leven, niet als je ooit misschien met pensioen kan'

HUMO Hoe verwerk je dat, als je op straat leeft en niet eens bij je ouders terechtkan?

Veyt «Het was zwaar. Ik was bezig met overleven, maar ik moest door. Het heeft me taaier gemaakt. Anderen hadden de Everest na vorig jaar misschien opgegeven. Ik ga door, want ik heb al ergere dingen meegemaakt.»

HUMO Hoe ben je uit de kraakpanden weggeraakt?

Veyt «Na drie jaar ging mijn vader weg en kon ik weer bij mijn moeder terecht. Dat eerste jaar ben ik in de bouw gaan werken om geld te verdienen voor mijn studie. Het zesde jaar kunstonderwijs had ik als kraker afgemaakt. Ik ben dit land heel dankbaar dat het me de kans heeft gegeven om nadien nog kinesitherapie te studeren als beursstudent. In de meeste landen is dat ondenkbaar voor wie van de straat komt. Veel jonge Britten studeren af met een berg schulden. Ze beginnen hun studielening pas af te betalen als ze een job hebben. Toen ik mijn diploma behaalde, had ik geen euro schuld. En zonder dat diploma had mijn leven er anders uitgezien. Als kinesist heb ik na een reis meestal binnen de week werk.»

HUMO Hoe is de band met je ouders nu?

Veyt «Mijn vader zie ik niet meer. Met mijn moeder heb ik een heel goeie band. Ze is er weer helemaal bovenop.»

HUMO Vraag je jezelf nooit af wat je vader nu van je denkt?

Veyt «Vorig jaar zat ik in ‘De Zevende Dag’, vlak voor ik voor de tweede keer naar de Everest vertrok. Een dag later kreeg ik een mail van hem: ‘Hoewel ik niet achter zulke projecten sta, wens ik u succes.’ Ik had hem zeven jaar niet gehoord. Voor mij is hij een afgesloten hoofdstuk. Ik ben niet kwaad op hem, maar ik mis hem ook niet.»


De ranzigste wc’s

Veyt «Misschien komt het wel door mijn krakersperiode dat ik de moed heb gehad om uit het modale leven te stappen en te doen wat ik graag doe. Ik heb geleerd dat je nú moet leven, niet als je ooit misschien met pensioen kan. Veel Belgen denken omgekeerd. Die hollen zichzelf voorbij en offeren hun beste jaren op voor hun hypotheek en hun kinderen. ‘Genieten doen we later wel.’ Een rare visie, vind ik.»

HUMO Hoe kwam je erbij om naar de voet van de Mount Everest te fietsen?

Veyt «Dat is geleidelijk gegroeid. Vlak na mijn krakersperiode smeedde ik met een paar vrienden op café het plan om naar een vriendin in Tsjechië te fietsen. De volgende dag bleek ik de enige die dat écht wou doen. Ik ben alleen vertrokken en het was fantastisch. Ken je ‘Wherever I May Roam’ van Metallica? Dát gevoel. Alle vrijheid, geen timing, gaan en staan waar je wilt.

»Ik was eraan begonnen met het idee dat het de reis van mijn leven zou worden, maar op de terugweg wist ik al dat het nog maar een begin was. Onderweg had een oude Duitser me verteld dat het hem speet dat hij zulke dingen nooit had gedaan. Het jaar nadien ben ik met mijn broer naar de Pyreneeën gefietst. Nog een jaar later reed ik naar de voet van de Mont Blanc om die te beklimmen. Daar is het idee ontstaan om zo ook de Everest te doen.»

HUMO Je was vijf maanden onderweg van Dendermonde naar Kathmandu. Wat blijft je bij van die tocht?

Veyt «De tegenslagen die ik overwon. In het Tian Shan-gebergte tussen Kazachstan en China had ik een tang nodig om mijn fietskar te repareren. Niet veel later zag ik er één liggen langs de kant van de weg. Ongelofelijk! Ik heb een filmpje gemaakt, waarop ik euforisch ronddanste.

»Op de Mongoolse steppe had ik last van eenzaamheid. Dagen aan een stuk reed ik er door een landschap dat geen moer veranderde. Soms zakte de moed me zo in de schoenen dat ik twijfelde of het wel iets voor mij was. Maar dan stopte er een auto en kreeg ik koekjes en karamelsnoepjes van de chauffeur. En dan sloeg mijn gemoed weer om.»

'Geldgebrek mag nooit een belemmering worden om mijn droom na te jagen'

HUMO Je kon geregeld bij mensen thuis overnachten. Viel het eten mee?

Veyt «In Kazachstan werd ik uitgenodigd bij een arme familie. Ze zetten een schapenkop op tafel, met de ogen er nog in. Die kop sneden ze in drieën en aten ze met de hand op. Meer dan wat rauwe ui, stukjes brood en wodka om alles door te spoelen, was er niet. Ik heb minuten op een ader zitten kauwen. Vreselijk. Maar als ik niet at, zou ik hen beledigen en de volgende dag een slappe vod zijn. Gelukkig ben ik niet ziek geworden op die trip.»

HUMO Wat was de zwaarste hindernis?

Veyt «Tibet, de ergste plek ter wereld. Elke reiziger wil daar weg. Het is een hoog plateau van zand, rotsen en bevroren rivieren… Het was er steenkoud, de wind was verschrikkelijk en ik fietste er constant tussen de 4.000 en 5.000 meter. Ik werd gevolgd door een auto van de overheid. Geen enkele toerist mag daar alleen binnen. Ze sturen altijd een bewaker mee. Die auto was mijn grootste angst. Het was zo zwaar dat ik vreesde dat ik in een zwak moment gewoon zou instappen.

»Op een dag werd ik hoogteziek. Als je daar niks aan doet, kun je sterven. Je verdrinkt in je eigen longen. Die bewaker heeft mijn leven gered. Hij bracht me naar beneden, waar ik medicatie kreeg en enkele dagen kon rusten. Daarna ben ik verder getrokken. Ik herinner me een dag waarop ik een bergpas van 5.200 meter over moest. Er stond een felle tegenwind en het was min 20. Ik moest mijn fiets te voet de berg op duwen. Ik was voortdurend buiten adem. Aan het eind van die dag had ik 14 uur gefietst en amper 150 kilometer afgelegd. Dat was de zwaarste dag uit mijn leven. Ik voelde me zo leeg dat ik alleen nog het asfalt zag, en die witte lijn. Ik was misselijk van vermoeidheid. Gelukkig moest ik die avond mijn tent niet meer opstellen. Ik sliep in lodges, smerige herbergen op grote hoogte. Hygiëne kenden ze daar niet. Ik zag er de ranzigste wc’s ooit: 2 balken met een gat ertussen, waar je met vijf man naast elkaar kon zitten. De stront hing overal. Maar een paar dagen later arriveerde ik in het Shangrila Home in Kathmandu (waarvoor hij al jaren geld inzamelt, red.) en was alles vergeten. Die ontvangst en de hartelijkheid van de kinderen vergeet ik nooit meer.»

HUMO En nu? Wat is je volgende plan?

Veyt «Ik wil op eigen kracht op de hoogste top van elk continent raken. Geen vliegtuigen, geen auto’s, geen openbaar vervoer. Alleen fietsen, roeien, skiën en wandelen. Dat heeft nog nooit iemand me voorgedaan.

»In het najaar fiets ik van Kathmandu naar Singapore. Vanaf daar ga ik de Zuid-Chinese Zee overroeien, tot het Indonesische eiland Papoea. Daar ligt de Carstenszpiramide, de hoogste berg van Oceanië (4.884 meter, red.). Daarna ga ik door naar Mount Kosciuszko (2.228 meter) in Australië.»

HUMO Is een stuk oceaan oversteken met zo’n kleine roeiboot niet compleet waanzinnig?

Veyt «Er zijn er nog die het hebben gedaan. Ik ga het doen met de Australische vriend wiens pink werd afgezet. Hij kent dat gebied goed. Het mooie is dat je van eiland naar eiland kan gaan. Vermoedelijk zullen we een zestal weken op zee zitten. Ik ben al begonnen met het nemen van roeilessen en heb een zes meter lange boot op het oog in Australië. Die gaat me minstens 10.000 euro kosten. Ik moet hem ook nog laten verschepen naar Singapore. Gelukkig duiken er sinds mijn Everest-expeditie enkele nieuwe sponsors op. Ook Discovery Channel is geïnteresseerd. Geldgebrek mag nooit een belemmering worden om mijn droom na te jagen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234