Jeroen Meus kookt, eet, speelt: 'Elke dag applaus krijgen doet wel iets met je. Je gaat er zelfs naar op zoek, wat link is'

Op Goede Vrijdag, vroeger een geheide visdag, bevind ik me in een vorstelijk burgermanshuis aan de Schrijnmakersstraat in Leuven. Eens was boekhandel De Dry Coppen erin gevestigd, maar sinds een paar jaar neemt Jeroen Meus (39) er ‘Dagelijkse kost’ op, een genoegentje voor dagelijks gebruik.

'Onze huwelijkscrisis heeft anderhalf jaar aangesleept. Maar we hebben ervoor gevochten. En ik ben er als een toffere mens uit gekomen'

Heden wordt er niet gekookt. Het is dan ook alsof de hele keukeninrichting, met inbegrip van alle schoongewassen keukengerief, losgezongen van gaar-, braad- en kooktijd, aan het dommelen is. Jeroen Meus is dan weer klaarwakker en al helemaal bijgetrokken van de reizen die hij voor ‘Goed volk’ heeft gemaakt, een mooi programma waarin hij zich als keukenhulp blootstelt aan de zeden en gewoontes van gemeenschappen die hij niet kent of hooguit van horen zeggen heeft.

Zelfs al wordt er heden niet gekookt, toch pakken er net als in ‘Dagelijkse kost’ zo nu en dan tienermeisjes voor de glasdeur samen. Ze wuiven en Jeroen Meus, die onder vrienden boudweg Jerre heet, wuift welgemeend terug. Het is intussen al dertien jaar geleden dat ik hem, toen hij een aanstormend talent van 26 was, voor het eerst heb geïnterviewd. Er is sindsdien veel veranderd, want alles en iedereen verandert voortdurend, tot we uitveranderd zijn, en dan nog. Jeroen Meus, die Jerry heet in de Angelsaksische wereld, weet vast nog wel wat hem tot nog toe het meest heeft veranderd in zijn leven.

Jeroen Meus «Het eerste waaraan ik denk is: het vaderschap, en dan vooral de nasleep van dat vaderschap. Het heeft een tijd geduurd vooraleer ik me ook vader voelde, en in die tussentijd was ik niet zo’n beste papa. Nog een grote verandering was een huwelijkscrisis die mijn vrouw en ik hebben overleefd. Ik ben er als een toffere mens uit gekomen. Ik waardeer en respecteer mijn vrouw nu meer dan pakweg vijf jaar geleden.»

HUMO Wat was er toen aan de hand?

Meus «We hebben heel lang geprobeerd om een kind te krijgen, wat een geweldige druk op onze relatie zette. George, onze zoon, is een ivf-kind. Ik zal toen ook wel erg met mezelf bezig zijn geweest, al vond ik van niet. In ieder geval was ik toen op mijn carrière gefixeerd. Elke dag applaus krijgen doet wel iets met je. Je wordt er almaar gevoeliger voor, en soms ga je er zelfs naar op zoek, wat heel link is. Mijn vrouw en ik gingen bijna scheiden en we zijn toen naar een relatietherapeut gegaan. Ik ben een kind van gescheiden ouders, die hun kinderen overigens uitstekend hebben opgevoed. Mijn zoontje was tijdens die huwelijkscrisis net zo oud als ik toen mijn ouders uit elkaar gingen, en ik wilde niet dat de geschiedenis zich zou herhalen. Toen we na die therapeutische sessie weer buiten stonden, kwamen we niet meer bij van het lachen: ‘Wat was dít?’ En die lachstuip haalde op een wonderlijke manier de druk van de ketel. Ik heb al eens gedacht dat humor ons huwelijk heeft gered. Soms ben ik thuis van het ene moment op het andere een eikel, meestal omdat iemand zijn werk niet goed heeft gedaan, maar nu besef ik altijd dat mijn vrouw daar geen hol mee te maken heeft. En ik herpak me. Het is goed zoals het nu gaat tussen ons. We zijn erdoor gekomen, wat niet alle koppels kunnen, want die crisis heeft wel anderhalf jaar aangesleept. We hebben ervoor gevochten.»

HUMO Waar zat de oplossing in?

Meus «Vroeger waren we vaak samen en nu zijn we vaak apart. Ik ben de afgelopen tijd veel in het buitenland geweest voor ‘Goed volk’ en mijn vrouw laat me mijn gang gaan. En intussen leidt ze haar eigen leven. Elke dag vraagt ze me: ‘Eet jij vanavond thuis of niet?’ Gescheiden territoria zijn belangrijk, weten we nu. En doordat ik nu een eigen territorium heb, voel ik me ook meer gewaardeerd.»

HUMO Ik las dat je vrouw zich ergerde als je weer eens urenlang op culinaire ideeën zat te broeden, waar alles voor moest wijken. Zulke ideeën lijken me anders wel essentieel in je dagelijkse werk.

Meus «Ja, maar ik ben niet de aangenaamste mens als ik dat doe. Hoe creatiever ik moet zijn, hoe meer decompressie ik nodig heb. Op televisie ben ik de vrolijke frans en thuis ben ik vaak een nurks. Mijn vrouw wilde die vrolijke frans ook weleens thuis zien. ’t Kost me geen moeite om te zeggen dat ik een donkere kant heb. Ik woon nu in een huis met een toegangspoort die symbolisch voor me is. Als ik mijn huis verlaat en die poort gaat achter me dicht, dan stel ik me meteen in op de buitenwereld. Ik verander. Dat betekent onder andere dat ik me oplaad om te presteren. Gisteren stapte ik uit een vliegtuig en het eerste wat ik op Belgische bodem moet doen, is twintig selfies geven nog voor ik de douane heb bereikt. Ook dat noem ik presteren. Allemaal niet erg, hoor, maar het vergt wel iets van mij.»

HUMO Je bekendheid is niet verwonderlijk. Soms kom je verschillende keren per dag op de televisie. Nu zit je ook in het panel van ‘De drie wijzen’. Welke overweging ging daaraan vooraf?

Meus «Ik zeg in principe tegen alles ‘neen’, maar evengoed vind ik dat ik collegiaal moet zijn. Bij de VRT heb ik heel lang een vorm van samenhang gemist. Er was geen teamgeest, terwijl VIER zich bij de lancering meteen als team presenteerde. Ik hou daar wel van. Precies wegens de teamgeest doe ik mee aan ‘De drie wijzen’. Ik vind dat ik dat aan mijn collega’s verschuldigd ben, en daardoor staan ze natuurlijk ook bij mij in het krijt. Heb je al van het onderlinge bonnensysteem bij de Vlaamse zenders gehoord? Tv-figuren bij andere zenders lenen kost een zender telkens weer een bon. Echt waar. Dat gaat dan van: ‘Jullie hebben al drie tv-gezichten van ons geleend, en nu willen wij drie tv-gezichten van jullie lenen.’»

'Ik ben zeven en een halve kilo afgevallen omdat ik in plaats van een dieet te volgen gewoon weinig eet, en af en toe vast ik'

HUMO Toen ik je in 2004 voor het eerst interviewde – je was 26 – vroeg ik je of je graag een eigen tv-programma zou hebben. Je antwoordde: ‘Misschien wel, maar dan onder mijn voorwaarden. Dagelijks vind ik te vaak – ’t wordt snel banaal dan. Ik zou liever zo nu en dan een prikkel willen geven.’ Het is enigszins anders uitgedraaid.

Meus «En intussen ben ik al zeven jaar elke dag aan het werk voor de tv. Ik ben net een week met vakantie geweest – nu ja, ik heb tijdens die vakantie in Spanje mijn eigen recepten uit het hoofd geleerd. Wie doet dat? Ik. Ik wil uit het blote hoofd weten wat ik al klaargemaakt heb, 1.700 recepten intussen, en ik wil vooral geen twee keer hetzelfde voorschotelen. Ik ben er ook achter gekomen dat de verhouding tussen vlees- en visgerechten nog niet in balans is. Daar moet ik iets aan doen.

»Vroeger was ik misschien een beetje vals bescheiden, maar nu durf ik te zeggen dat ik echt een goede tv-kok ben. Als chef ben ik middelmatig, of een goede middenmoter. Ik kan een goeie pot koken, maar ik denk dat mijn uitleg erbij beter is. En ik heb ook al behoorlijk veel ervaring opgedaan.»

HUMO Vond je jezelf tijdens je opleiding in hotelschool Ter Duinen in Koksijde ook middelmatig?

Meus «Mijn cijfers waren het wel: 68 procent aan het eind van het schooljaar vond ik goed genoeg. Ik heb altijd ambitie gehad, maar nooit op studiegebied. Ik heb intussen ook geleerd dat ambitie niet altijd met professioneel succes te maken heeft, terwijl dat ooit dé drijfveer voor me was. Een Michelinster was hét streefdoel. Ik dacht toen ook: ‘Pas als ik een eigen restaurant heb, ben ik geslaagd.’ Mijn gescheiden ouders, twee leraren, konden mij financieel niet aan een eigen restaurant helpen. Ik zou het dan ook zelf moeten doen, en ik wilde ook de beste zijn in íéts: in koken dan maar. Al was ik ook goed in de zaal, want ik bedien de mensen graag, omdat ik wil dat iedereen me graag ziet. Vroeger vond ik het bijna ondraaglijk als iemand mij niet tof vond, maar daar ben ik nu wel overheen.»

HUMO In ‘Goed volk’ zie ik dat je snel het vertrouwen wint van mensen. Eigenlijk ken ik niemand die Jeroen Meus niet sympathiek vindt.

Meus «Ik anders wel (lacht). Maar goed, misschien wil ik, zonder dat ten volle te beseffen, sympathiek in het leven staan. En voor mijn programma’s zorg ik er bewust voor dat iedereen mij graag mag. In ‘Goed volk’ móét ik het vertrouwen van de mensen winnen, want anders heb ik geen programma. Drie dagen vooraf ga ik samen met regisseuse Kat Steppe en met redactrice Lyn Kerkhofs langs bij de gemeenschap die we portretteren. Zij voeren het woord, terwijl ik in stilte van alles in me opneem. ‘Ik kook niet, want dat doe ik al elke dag,’ heb ik destijds in het programmavoorstel van ‘Goed volk’ geschreven. Nu, ik kook er natuurlijk wel in, maar in ‘Goed volk’ blijkt dat koken steeds minder belang te hebben.»

'Mijn vrouw laat me mijn gang gaan en intussen leidt ze haar eigen leven. Gescheiden territoria zijn belangrijk, weten we nu'

HUMO Ik merk ook dat je op tijd je mond kunt houden, wat je gespreksgenoten juist mededeelzamer maakt.

Meus «Ja, een stilte laten vallen levert altijd wel iets op. Ik zie heel graag het verloop van een stilte op de televisie, terwijl de meeste monteurs er net zoveel mogelijk stiltes uit willen knippen. Maar iets zien uitdeinen is toch prachtig? Even voor de duidelijkheid: ik ben geen journalist en in ‘Goed volk’ speel ik ook niet voor journalist. Ik ben gewoon geweldig geïnteresseerd en ik bereid me goed voor: voor het programma over de Joodse gemeenschap heb ik echt zitten blokken, in de hoop dat ze zouden aanvoelen dat mijn belangstelling oprecht is. Ik denk dat ik een behoorlijk empathisch vermogen heb, en strategische stiltes laten vallen heb ik van Kat Steppe geleerd. Veel mensen hebben mij gevormd, maar zeker ook Kat, die ook ‘Dagelijkse kost’ heeft geregisseerd. Haar autoriteit werkt goed bij mij. Ze regisseert me niet, maar ze stuurt me wel, soms met hooguit een blik. Als ik denk dat ik het niet goed doe, hoef ik haar maar even aan te kijken. Daar komt nog bij dat ik graag door vrouwen word geregisseerd, ook door Kathryn Cops bij ‘Dagelijkse kost’.»

HUMO Waarom word je graag door vrouwen geregisseerd?

Meus «Omdat ik ze sterker vind dan mannen. Mijn temperament is niet altijd mijn bondgenoot. In de beginjaren van ‘Dagelijkse kost’ heb ik met veel mensen ruziegemaakt, vaak omdat ik hun niveau te laag vond. Intussen weet ik dat ik me tegen een vrouw anders uitdruk dan tegen een man, ook als ik het grondig met haar oneens ben. Tegen mannen zeg ik vlakaf: ‘Weet je wat jij kunt doen? M’n kloten kussen en zo snel mogelijk maken dat je wegkomt.’ Ik blijf vanzelf beschaafder in discussies met een vrouw. Vrouwen staan centraal in mijn leven. Al kunnen ze ook een pak zagen (lacht).»

HUMO Toen ik ‘Goed volk’ over de rurale gebroeders Verbaere zag, vier intelligente en ook wijze vrijgezellen in Frans-Vlaanderen, een hoogtepunt van dit tv-seizoen, ging ik ineens hevig naar een eenvoudig en geordend leven verlangen.

Meus «Ik ook. Heel hard zelfs. Sterker nog: ik mis die gebroeders Verbaere. Zij keerden de rollen om, want in hun huis was ík ineens het studieobject, en toch was ik in mijn nopjes bij hen. Eén van die broers, een zestiger, zei: ‘De mensen noemen mij Daniel Verbaere.’ Hij zei dus niet: ‘Ik ben Daniel Verbaere.’ En hij vond ook dat zijn leeftijdgenoten allemaal veel ouder waren dan hij. Ik hoef maar aan de dood te denken of de tranen springen me al in de ogen, en tegelijk moet ik ervan overgeven en ik krijg er ook nog eens de schijterij van. De dood is het slechtste concept ooit, maar onder invloed van de Verbaeres ging ik daar plots anders over denken, alsof de dood acceptabeler was. Ik vroeg Etienne, een afgestudeerde filosoof, of hij gelukkig was, en meteen kreeg ik te horen dat hij niets kon aanvangen met een begrip als ‘geluk’. ‘Het doel van het leven is het te leven,’ zei hij, en in een uitspraak van Socrates zag hij ook veel: ‘Leven is leren sterven.’ Ik werd merkwaardig rustig bij die broers. Vroeg opstaan, rubberlaarzen aantrekken, dieren voederen, groenten telen: dat zie ik wel zitten. Volgens mij waren die Verbaeres voor 100 procent met het leven bezig.»

HUMO Vier van de vijf Verbaeres zijn altijd vrijgezel gebleven. Als zondagspsycholoog vraag ik me af waarom. Jij ook?

Meus «Omdat ze altijd jongetjes zijn gebleven, volgens mij. Ze konden allemaal terugkijken op een gelukkige kindertijd, en er was voor hen zo te horen ook niets beters dan die kindertijd. En het broederschap namen ze zeer ernstig: ‘Broers bedonderen elkaar niet,’ was hun uitgangspunt. Toen ik één van hen vroeg of hij geen gezin miste, dan was zijn antwoord: ‘Voorlopig niet.’ ‘Voorlopig’: hij was al 68. Daniel kon ’s avonds lang naar zijn paarden staan kijken, met zo’n blik van: ‘Mooier kan het niet worden.’ Hij had werkelijk de hele wereld afgereisd, en zijn conclusie was: ‘Eigenlijk is het overal hetzelfde: er zijn bergen en er zijn mensen.’ Bij de Verbaeres betrapte ik mezelf op mijn cynisme van alledag, een levenshouding die hen totaal vreemd was.»

HUMO Ook bij de hutterieten, een protestantse geloofsgemeenschap in Canada, kon je een op het eerste gezicht weldoende regelmaat, rust en geleidelijkheid zien. Maar daar zat God je in de weg, hè?

Meus «God heeft mij altijd al in de weg gezeten. Het leven is voor mij erg duidelijk: je wordt geboren en je gaat dood, en intussen kun je er maar beter iets van maken, als mensen onder elkaar. Als we God daar nu eens buiten zouden laten?

»Vorig jaar kort na 22 maart, de dag van de aanslagen, zijn we naar de hutterieten vertrokken. Ik heb vliegangst en die is na de aanslagen van 22 maart nog verergerd. Toen we er aankwamen, vond ik de omgeving meteen idyllisch, een paradijs op aarde. Ik dacht toen: ‘Als de terreur in Europa nog toeneemt, dan kom ik me hier verstoppen: die Bijbel krijg ik wel uit het hoofd geleerd.’ Daar gebeurt nooit iets, en ik voelde me er veilig en geborgen. Wat de hutterieten deden, interesseerde me: groenten telen, vleesvee kweken, zelf slachten, zelf toezicht houden op het rijpingsproces. Ik zag me daar ook wel met een tractor rondrijden en ploegen. Allemaal mooi, maar geleidelijk aan werd ik de onzichtbare omwalling gewaar, en dat gaf me een gevoel van claustrofobie. Je mag er niet lezen wat je wil, en je mag er ook niet naar de films van je voorkeur kijken. Afvalligen die terugkeren naar de gemeenschap, moeten zwaar boete doen: ze worden afgezonderd in een hut in het bos. Daar mocht ik niets over vragen.»

'Ik heb te weinig gestudeerd in mijn leven, en dat blijf ik maar voelen. Ik kan nauwelijks terugvallen op culturele bagage'


Porsche in de prak

HUMO Terug naar onze vertrouwde werkelijkheid. Laten we even stilstaan bij het bordeel in Nevada waar je voor ‘Goed volk’ uitgebreid hebt rondgekeken. Wat een treurnis, hè? Of niet?

Meus «Ik zal niet zo snel naar de hoeren gaan: je kunt niet liggen pompen op iemand die pijn heeft. Maar ik heb daar wel iets heel moois meegemaakt. Ken je het nummer ‘Lost in Love’ van Air Supply? Ik was net klaar met koken in dat bordeel en ik stond buiten in het woestijnlandschap naar de zonsondergang te kijken. De hemel was roze en indigo, er reed een vrachttrein voorbij en enkele meters verderop stond één van die hoeren in haar eentje een sigaret te roken. Uit een krakerig geluidsboxje kwam ‘Lost in Love’ en ineens leek Amerika perfect. Ineens was ik volslagen gelukkig in die toch wel duistere en treurige wereld, waarvan ik op dat moment de absolute schoonheid inzag.»

HUMO Wie hoeren zegt, zegt ook geld. Op een bepaald moment ben je goed geld gaan verdienen: je kookboeken waren stuk voor stuk bestsellers. Wat heeft dat met je gedaan?

Meus «Het heeft me veranderd, want in financieel opzicht is mijn leven nu comfortabel.»

HUMO Je vertelde in ‘De drie wijzen’ over de vintage Porsche die je ooit gekocht had. Je had die auto nog maar pas of een kettingbotsing zorgde ervoor dat hij total loss was. Ik zou zo’n Porsche nooit met jou associëren, al weet ik niet precies waarom.

Meus «Ik heb een kostbaar en degelijk polshorloge, maar ik draag dat nooit in beeld. Ik ben er zeker van dat zo’n horloge niet klopt met hoe mensen over mij denken, en daar hou ik rekening mee. Maar los daarvan woon ik heel mooi op een heuvel, en ik heb een zwembad.»

HUMO Maar je wil vermijden dat het publiek je voor een patser zou aanzien.

Meus «Omdat ik geen patser ben. Maar ik vind dat de wereld er wat de perceptie van mensen betreft op is vooruitgegaan. In mijn jonge jaren was je óf een newwaver óf je behoorde tot de johnny’s en marina’s. Nu kan ik perfect met een Porsche, de mooiste auto ter wereld, boodschappen gaan doen in de Aldi. Ik weet intussen ook dat ik me met mijn vrienden rot kan amuseren op het Schlagerfestival in Hasselt, en dat mag!»


HUMO Hoe erg vond je het dat je vintage Porsche binnen de kortste keren naar de verdoemenis was?

Meus «Niet erg. ’t Gaat maar om iets materieels, hè. Het verlangen ernaar, het dromen ervan en de aankoop zelf vond ik veel mooier dan het bezit van die auto. Maar dat neemt niet weg dat niemand ooit een mooiere lijn heeft getekend dan meneer Porsche. Zo graag zie ik die auto. Zo’n auto is in de eerste plaats een esthetisch genoegen voor mij: ik ben niet bezig met z’n pk’s en met wat er zoal onder de motorkap zit. Ik heb een prachtige stoel van Mies van der Rohe en als ik thuiskom, denk ik: ‘En nu ga ik eens uitgebreid en met m’n volle aandacht in die prachtig vormgegeven stoel zitten.’»

'Vroeger vond ik het bijna ondraaglijk als iemand mij niet tof vond, maar daar ben ik nu wel overheen'


Spaar het varken

HUMO Je bent chef en tv-persoonlijkheid: hoe verhouden die twee zich tot elkaar?

Meus «Uit respect voor het werk van chefs moet ik zeggen dat ik niet langer een chef ben. Ik heb geen restaurant meer, en ik ben 100 procent met televisiewerk bezig. In het verschrikkelijke jaar 2014 heb ik beslist om Luzine, mijn restaurant, voor bekeken te houden. Mijn schoonbroer heeft het overgenomen, maar na een jaar was het definitief voorbij. Ik volg de gastronomie uiteraard nog, en ik voel me een opgeleide kok: ik heb namelijk mijn 10.000 uren op de teller staan. Pas als je 10.000 uren een vak doet, mag je zeggen dat je het kunt. Iedereen wil tegenwoordig kok zijn. Fijn, maar éérst die 10.000 uren. En als tv-kok heb ik ook al 10.000 uren op mijn actief.»

HUMO Je hebt je naam verbonden aan Würst, twee restaurants die in Leuven en Gent hotdogs op gastronomisch niveau tillen: haute dogs.

Meus «Ja, maar ik hou me alleen maar met het eten bezig, en met de uitstraling en de creativiteit. Ik heb geen zin meer in zakelijke beslommeringen. Ik laat me goed omringen: daar heb ik veel talent voor.»

HUMO Ik dacht dat jij veeleer een voorstander zou zijn van de onopgesmukte hotdog die je in voetbalstadions kunt kopen.

Meus «Lekker. Ik verlaat zelden IKEA zonder er een hotdog van een halve euro weg te proppen. Ik ben op het idee van Würst gekomen toen ik in ‘Plat préféré’ op Mulholland Drive ter nagedachtenis van Marlon Brando hotdogs heb gemaakt, zijn lievelingskostje. Op die plek realiseerde ik me dat een hotdog gastronomisch op en top in balans is: het gestoomde broodje, de zoute frankfurter, het zure van de zuurkool, het zoete van de ketchup en het scherpe van de mosterd. Dat was voor mij een vondst. Een andere vondst is: de verse frankfurter. Frankfurters zonder bewaarmiddelen en vetzakkerij bestaan niet, maar mijn slager Filip Rondou en ik hebben wel zo’n verse knakworst ontwikkeld: 100 procent vlees, glutenvrij, en er zit ook geen synthetische darm omheen. ’t Is intussen een gepatenteerde uitvinding.»

HUMO Nu we het over vlees hebben: heb je dat misselijkmakende filmpje gezien over dierenmishandeling in een slachthuis in Tielt?

Meus «Ja. Ik kan niet tegen onrecht, en onrecht tegen dieren vind ik nog het lafst. Ik kan niet tegen dierenleed, maar ik eet wel graag vlees. Vanmiddag heb ik dan weer vegetarisch gegeten. Kijk, ik probeer met gezond verstand te eten. Dat betekent dat ik er zeker van moet zijn dat het dier goed heeft geleefd en fatsoenlijk is geslacht – dat het dus niet heeft geleden.»

HUMO Dieren voelen pijn. Alleen al die gedachte zou toch elke vleeseter in verwarring moeten brengen?

Meus «En dat doet ze ook wel. We hebben laten zien hoe de hutterieten dieren slachten, en ik vond dat mooi. De kinderen van de hutterieten voeren de kalfjes en de lammetjes: dat is hun specifieke taak in de gemeenschap. Als de dieren slachtrijp zijn, worden ze pal achter hun oor doodgeschoten, en daarna worden ze versneden. De kinderen maken dat allemaal mee. Ik zou het goed vinden mocht mijn zoontje beseffen waar het vlees op z’n bord vandaan komt. Voor de rest moet je een dier niet vermenselijken, wat uiteraard nog lang niet betekent dat je het willens en wetens pijn mag doen. Wie dat doet, komt empathie te kort, en is laf.»

'Vrouwen staan centraal in mijn leven. Al kunnen ze ook een pak zagen (lacht)'

HUMO Zal er weldra even afkeurend op de vleesetende mens gereageerd worden als op rokers?

Meus «Ik rook nog altijd. Voor de rest zeg ik al jaren: ‘Eet minder vlees.’ En als je het toch eet, zorg dan dat het van een lokaal gekweekt dier komt, waarvan je weet dat het een goed leven heeft gehad, dat het buiten heeft gelopen. Dat zal meestal geen varken zijn, want scharrelvarkens komen niet op grote schaal voor.»

HUMO Waarom zou je dan geen probleem met varkensvlees hebben?

Meus «Omdat ik alleen maar goed vlees bij een lokale slager koop, van wie ik weet waar hij z’n vlees vandaan haalt. Een slager die de vetmester persoonlijk kent. Ik ben een emotioneel iemand, maar als kok kan ik me niet laten leiden door mijn emoties, want anders zou ik nog maar weinig klaarmaken. Wat voeding betreft, hebben alle sensibiliseringscampagnes invloed op mij, maar ik heb wel vraagtekens bij het slaafs volgen van altijd weer nieuwe voedselreligies. Als iemand mij zegt dat ik gedurende veertig dagen geen vlees mag eten, dan denk ik: ‘Fuck you!’ Als ik de dagen optel dat ik geen vlees eet, dan zijn dat er een pak meer dan veertig per jaar. In februari mochten we geen alcohol drinken, en als je toch een pint bestelde, was er altijd wel iemand die riep: ‘Doe jij niet mee dan?’ Alsof je een spelbreker was. Daar kan ik me over opwinden. Ook over mensen die in de media zeggen dat we geen aardappelen meer mogen eten. Meteen begint de aardappelprijs te zakken, terwijl aardappelboeren toch al geen schatten verdienen. Als je mij iets over varkensvlees vraagt, durf ik daar bijna niet op te antwoorden omdat ik de varkenskwekers niet wil benadelen. Ze hebben het al moeilijk genoeg om nog een schappelijke prijs voor hun vlees te krijgen.»

HUMO Wat voor eter ben je zelf rond deze tijd van het jaar?

Meus «Ik ben zeven en een halve kilo afgevallen omdat ik in plaats van een dieet te volgen gewoon weinig eet, en af en toe vast ik. Ik eet doorgaans zoals mijn grootouders: ’s middags aten ze warm, altijd kleine porties, en ’s avonds beperkten ze zich tot een boterham, een hardgekookt ei en een tomaat. En ze werkten hard.»

HUMO In ons gesprek van 2004 ergerde je je aan kookboeken van amateurkoks als Peter Van Asbroeck en Steve Stevaert. Je nam het toen op voor de opgeleide koks, de vaklui. Wat niet-opgeleide koks betreft, zijn Pascale Naessens en Sandra Bekkari op dit ogenblik in de mode.

Meus «Ik zal altijd de vaklui blijven verdedigen. De recepten voor mijn kookboeken schrijf ik om te beginnen zelf. Voor de rest zit er een businessmodel achter álle kookboeken, en dus ook achter die van mij: ik wil ook zoveel mogelijk boeken verkopen. Dan is de VRT tevreden en ik ook. Ik gun iedereen succes, maar die amateurkoks voldoen niet aan de 10.000 urenregel. Je kunt niet tegen mensen zijn die een gezonde levensstijl propageren, maar kok zijn ze niet, en ik wel. Ik heb mijn jeugd aan mijn vakmanschap gespendeerd, ik heb er slaap voor gelaten, en er zijn liefdes en vriendschappen op stukgelopen. Ik heb er offers voor gebracht.»

HUMO Heb je met 10.000 uren op je teller nog raadgevers nodig?

Meus «Ik krijg graag raad, ja. Ik vind het heerlijk om iets te weten. Ik ben in heel veel geïnteresseerd, wat soms heel vervelend is. Ik heb te weinig gestudeerd in mijn leven, en dat blijf ik maar voelen. Ik zal er niet de hersenen voor hebben. Talent is één ding, maar voor iets willen werken zie ik ook als een talent. Had Gilles De Bilde harder getraind, dan had hij bij Real Madrid gespeeld. Eigenlijk weet ik nu pas wat ik zou willen studeren: ofwel tv-regie aan het RITCS, ofwel geschiedenis aan de universiteit.

»Ik kijk op naar mensen die iets weten. Mijn ouders, bijvoorbeeld, twee germanisten. Ik heb pittige discussies met mijn vader over taalregisters: zodra ik een koksmes vastpak, word ik op slag een kok, maar ook een Leuvenaar (lacht). Ik associeer koken nu eenmaal met schunnige praat in de keuken en met roepen en tieren in het dialect. En op de televisie koken verandert daar niets aan. Maar goed, doordat ik niet heb gestudeerd, heb ik het gevoel dat ik voor een programma als ‘Goed volk’ kei- en keihard moet werken, omdat ik nauwelijks kan terugvallen op culturele bagage.»

HUMO Mensen met culturele bagage kunnen je dan weer benijden om je volslagen naturel voor de camera.

Meus «Een camera maakt allang geen indruk meer op mij. Ik spreek ook echt met de kijkers, zoals nieuwslezers doen, maar die leunen op de autocue. Dat ik harder mijn best moet doen, helpt me ook wel vooruit. Het besef dat ik Martin Heylen niet ben, noch Ivo Niehe, noch Louis Theroux, heeft ervoor gezorgd dat ik ‘een eigen maniertje’ moest vinden. Ik durf sinds kort te zeggen: ‘Ik hoef Martin Heylen niet te zijn, noch Ivo Niehe noch Louis Theroux, want ik ben Jeroen Meus.’ Dat ik dat durf, zie ik als een doorbraak.»

HUMO Toen ik dit interview aan het voorbereiden was, kwam Piet Huysentruyt me in kokskleding voor de geest, een populaire tv-kok die zo goed als verdwenen is, eigenlijk in een vloek en een zucht.

Meus «Dat het op een dag ophoudt, vind ik niet noodzakelijk een treurig vooruitzicht. Het is ons lot: tv-carrières zijn eindig. Ik ben 39 en heb het goed nu, maar nog maar zeven jaar geleden zat ik tot over mijn oren in de schulden en heb ik bijna geproefd van een faillissement. In die tijd had ik al mijn eieren in het mandje van VTM gelegd. Daar moest ik tegen mijn zin compromissen sluiten die ik niet meer kon aanvaarden, zodat er een eind aan onze samenwerking kwam.»

HUMO Hoe ver durf je in de toekomst te kijken?

Meus «Vijf jaar. Ik zou in die vijf jaar, behalve het tv-werk dat van mij wordt verwacht, ook iets bijzonders willen doen, iets dat er op maatschappelijk gebied toe doet: noem het maar een goed doel, of dat nu wollig klinkt of niet. Ik denk dat ik daar ook de macht toe heb: de VRT staat achter mij en ‘Dagelijkse kost’ is populair. Het leven is tot nog toe goed voor me geweest en daar wil ik wel iets voor terugdoen. Het gedicht ‘Zwerversliefde’ van Adriaan Roland Holst begint met de regel: ‘Laten wij zacht zijn voor elkander, kind.’ Dát bedoel ik.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234