‘Ik ga niet tot m’n 65ste tv-kok blijven. Ik heb jarenlang als een gek gewerkt, ik heb het recht om dat af te bouwen’Beeld Johan Jacobs

humo sprak metJeroen Meus

Jeroen Meus: 'Mijn vrouw verwijt me dat ik op tv veel toffer ben dan thuis. En ze heeft gelijk'

Op het keukenblad liggen sjalotten die hun rokken kwijt willen, even verderop oefenen blinkende koksmessen hun rechte rug. Tevergeefs, geen pannetje zal pruttelen vandaag. Jeroen Meus (42) doet de dingen tegenwoordig rustig, in volgorde, en vooral: niet tegelijk. En dus is er nu het gesprek, en alleen het gesprek. 'Ik ben gaan snijden in mijn leven: al het vet moest weg.'

Meus is nog altijd de trotse spelverdeler in 'Dagelijkse kost', het Eén-programma dat me de durf aanpraatte om af en toe iets meer dan alleen een koppel eieren de pan in te duwen, en deze maand tien jaar bestaat. 'Een monster dat dagelijks gevoed moet worden,' zei Meus een aantal jaar geleden. Maar genoeg over de interviewer: het moet hier over 'Dagelijkse kost' gaan.

JEROEN MEUS (lacht) «Van die monster-gedachte ben ik helemaal af. Ik heb 'Dagelijkse kost' omarmd. Het is mijn bondgenoot, mijn vriend. Dat heeft veel te maken met ons ploegje: allemaal mensen die familie geworden zijn. Ik kijk elke keer weer ontzettend uit naar een opnamedag. (Wijst naar de keuken) Dit is ons clubhuis, en in dit clubhuis geven we ongelooflijk petrol.

»Ook los van corona was er dit jaar geen 'Dagelijkse zomerkost' voorzien, waardoor ik dus een uitgebreide zomerstop cadeau kreeg. Even het slot op de deur: dat voelde goed. Want hoe ouder ik word, hoe langer het duurt voor ik weer helemaal scherp en alert ben, en klaar om aan een nieuw seizoen te beginnen. Maar we zijn nu al een poosje weer aan het draaien, en het zit goed. Ik voel dat die zomerstop me echt deugd heeft gedaan. Ik werd er creatiever van. Ik heb veel in oude kookboeken zitten lezen, en ben op zoek gegaan naar de geschiedenis achter een hoop gerechten. Ik vind het heerlijk om me in dat soort dingen te verliezen. Gewoon: thuis een beetje zitten studeren in trainingsbroek. Ik ben echt een heel goeie Onslow (lacht)

HUMO Tijdens de lockdown ben je 'Dagelijkse kost' blijven maken.

MEUS «Op de set werd ons team herleid tot drie mensen. Dat had als gevolg dat ik de afwas zélf moest doen (lacht). Nee, ernstig: misschien is het niet verstandig om dit te zeggen, maar ik was toen aan het hopen dat we níét zouden kunnen filmen. Even de machine stilleggen, even alleen maar rust... En vooral: een paar maanden niet met m'n kop op het scherm komen. Niet dat ik 'Dagelijkse kost' beu was, hoor - integendeel zelfs. Maar het leek me een aanlokkelijke gedachte om even niet aanwezig te zijn.

»Nu goed, het programma bleef dus doorlopen, maar net als iedereen heb ik in die maanden veel tijd thuis doorgebracht, bij m'n gezin. En eerlijk: ik vond het fantastisch. Dat zeg ik met de grootste schroom, omdat de oorzaak van die lockdown natuurlijk gruwelijk was. Maar zelf heb ik veel aan die tijd gehad. Ik vond Leuven zo mooi: ik was verliefd op het desolate beeld van een stad waar voor even al het leven uit gefotoshopt was. En ik merkte dat de fomo - de fear of missing out - helemaal wég is uit mijn leven. Dat ik heel, héél graag thuis ben, en mijn geluk haal uit een leven dat eenvoudigweg z'n gangetje gaat. Een fietsknooppuntroute uitstippelen, en vervolgens vertrekken: heerlijk.»

HUMO Ik wed dat je tien jaar geleden niet zo verrukt zou zijn geweest van zo'n lockdown.

MEUS «O neen! Toen was ik nog ongelooflijk ambitieus. Ik was een ventje dat geen rust had, geen rust vond, en geen rust wilde. Ik probeerde de wereld voortdurend dingen te bewijzen, en geloofde dat het geluk zat in een snel en vol leven. Nu voelde die lockdown weldadig, maar toen zou ik er gek van geworden zijn.»

HUMO Je hebt het over de tijd waarin je je televisiewerk combineerde met je eigen restaurant.

MEUS «Alles voor 'Dagelijkse kost' deed ik toen nog in m'n eentje. En na een opname ging ik nog een service draaien in Luzine (zijn toenmalige restaurant, red.), tot een uur of twee 's nachts. Tussendoor nam ik 'Plat préféré' of 'Goed volk' op, en werd ik ook nog papa. Dat was toeken, dat was fakken, en ongetwijfeld heeft dat me gevormd. Maar nú kan ik het me niet meer voorstellen.

»Het kan ook simpelweg niet meer. Dat heb ik in 2013 geleerd, toen ik feestelijk tegen een muur ben geknald. Ik voelde al een poosje dat er mist in mijn hoofd zat, en dat ik de dingen nog maar moeilijk gebolwerkt kreeg. En plots kreeg ik ook een probleem met mijn bijnieren. Ik wist: dit is de rookmelder. Er is brand. De grote crash heb ik toen net op tijd kunnen voorkomen. Ik ben gaan snijden in mijn leven: al het vet moest weg.»

HUMO Klopt het dat je sindsdien ook jaarlijks een vastenkuur volgt?

MEUS «Ja. Dat werd me aangeraden door mijn manager, Roland Keyaert, de man van Ingeborg. Elk jaar zonder ik me een week af in een hotel aan de kust. Het begint eigenlijk al de week voordien: dan volg ik een heel monotoon dieet. En in dat hotel eet ik vervolgens een hele week niets - ik drink alleen water en thee. Het is de ultieme soberheid: ik leef er een weekje in mijn hoofd. Redelijk spartaans, hè, maar het helpt me.

»Een vriendin van me vroeg me onlangs of het niet allemaal genoeg is geweest? Of ik niet al hard genoeg gewerkt heb? Ik weet dat het heel pretentieus is om dit op je 42ste te zeggen, maar ik ga het toch doen: ik ga niet tot m'n 65ste tv-kok blijven. Ik heb jarenlang als een gek gewerkt, en ik heb het recht om dat af te bouwen. Bovendien wil ik graag nog eens iets anders doen, iets waarmee ik me ten dienste stel van anderen. Dat idee is onlangs beginnen te rijpen, toen een mentor van me plots stierf. Hij was de leraar die me indertijd op de hotelschool in Koksijde de weg gewezen had, de man die me leerde dat een plat pas echt een plat is als hij met liefde bereid wordt. Dat wil ik ook doen. Ik zie mezelf nog in het onderwijs staan, als praktijkleraar, bijvoorbeeld. De erfenis van die mentor doorgeven aan jonge mensen. Ze de liefde leren.»

‘De chefs van mijn generatie waren allemaal zoveel begaafder dan ik. Maar ik heb gewérkt, verdomme. Het resultaat is dat ik niet Anthony Vanden Borre ben, wel Gert Verheyen. En daar ben ik trots op.’

DE PIEMELCOMPETITIE

HUMO Ik vond het altijd een beetje flauw als televisiefiguren zeurden over de nadelen van beroemd zijn. Tot ik op Rock Werchter eens een halfuur in jouw gezelschap vertoefde. Verschrikkelijk was dat: om de haverklap werd de conversatie onderbroken door iemand die een foto wilde, of een groot levensbeschouwelijk inzicht over een recept van je moest delen.

MEUS «Ik merk dat ik soms dingen niet meer doe, net omdat ik me geen publiek bezit wil voelen. Dat is vooral jammer voor Georges, mijn zoontje. Ik ben eens met hem naar Planckendael geweest, en de enige aap die daar gefotografeerd werd, was ik. Neen, ik ben niet graag beroemd. Dat klinkt misschien verwaand, maar het is echt zo. Ik heb er altijd naar gestreefd om een vakman te zijn, om mijn beroep góéd te doen, en bekendheid is het ongezellige neveneffect. Ik vind dat ik de fijnste job ter wereld heb, en ze bezorgt me een groot comfort. Maar eerlijk, ik weet niet of ik er nog voor zou kiezen, gesteld dat ik opnieuw zou kunnen beginnen.

»Het gaat hem niet alleen om mensen die me soms nogal dwingend om een selfie vragen. Er is blijkbaar ook een ongeschreven wet die stelt dat je deemoedig je mond moet houden zodra je een bekende kop hebt en een comfortabel leven leidt. Dan heb je niet meer het recht om ontstemd te zijn over iets, of gewoon eens fors je gedacht te zeggen. Neen, dat mag niet, 'want jij hebt alles, dus zwijg maar.'»

HUMO Dedain is erg in de mode. Ik kan me voorstellen dat er wel wat chefs zijn die neerkijken op het tv-kokje.

MEUS «Exact. In Leuven ben ik meerdere keren in het openbaar uitgemaakt door chefs van mijn generatie. Ik was inderdaad dat miezerige tv-kokje, een charlatan die nog geen fractie van het talent heeft van hén, de kunstenaars in de keuken. Alleen: ik stel vast dat niemand van die gasten nu nog een eigen restaurant heeft. Ze zijn allemaal verdronken in een leven dat met hen aan de haal ging - vaak met de enthousiaste hulp van alcohol en drugs. Tegen de laatste die me zo neersabelde, heb ik gereageerd. 'Je kunt misschien talent hebben,' zei ik toen, 'maar als je niets dóét met dat talent, ben je niemand.' Als je het geluk hebt om geboren te worden met iets bijzonders in je vingers, met een gave, dan is het decadent én ongelooflijk droevig als je daar vervolgens niets mee doet. Als je niet keihard aan het werk gaat om dat talent te verzilveren. In wezen hadden die chefs gelijk: ze waren allemaal zoveel begaafder dan ik. Maar ik heb gewérkt, verdomme, ik heb discipline getoond, en ik heb altijd geweigerd om te gaan liggen bij een zuchtje wind. Het resultaat is dat ik niet Anthony Vanden Borre ben, wel Gert Verheyen. En daar ben ik trots op.»

HUMO Toch zei je dat je misschien voor iets anders zou kiezen als je het allemaal kon overdoen. Wat dan?

MEUS «Ik zou iets studeren - geschiedenis, bijvoorbeeld, of talen. Ik ben een simpele kok, hè: ik ben maar tot mijn 19de naar school geweest. Ik mis bagage, en dat speelt me soms parten. Door al in mijn tienerjaren voor de hotelschool te kiezen, heb ik mezelf een beetje vastgezet. Ik heb lang alleen in de wereld van de keuken geleefd, waar het ging over recepten, over plats en over servicen draaien. Maar met het ouder worden zijn mijn interesses veel diverser geworden. Dat heb ik volledig te danken aan de televisiewereld. Ik kom nu in contact met regisseurs en cameralui die de hele wereld gezien hebben. Hun blik is zoveel breder: zij voeden mij, en doen me beseffen dat ik nog véél studeerwerk voor de boeg heb.»

HUMO Je bent intelligent. Je bent goed in je vak. Je hebt iets te vertellen. En toch wurm je je altijd weer in de positie van de underdog, van het jongetje dat beleefd zwijgt terwijl de grote mensen praten. Waarom toch?

MEUS «Het is pijnlijk om te horen, maar je zit er pal op met je analyse. Want het is waar: ik voel mij haast automatisch de mindere. De anderen zijn groot, slim en bevlogen, en ik prijs me gelukkig dat ik in hun schaduw mag sjokken. Ik ben heel gedienstig, op het onderdanige af. Dat zit soms in heel onnozele dingen. Dan ga ik tennissen met vrienden en voel ik me schuldig omdat ik de bal de hele tijd buiten mep. Ik ben het dode gewicht dat aan de fijne avond van mijn vrienden hangt, denk ik dan. De ballast. De gast die teleurstelt. Terwijl die vrienden dat natuurlijk helemáál niet zo zien: die genieten gewoon van een fijn avondje samen.

»Misschien moet ik het zo samenvatten: ik ben het type mens dat er per definitie van uitgaat dat hij stoort.»

HUMO Ik sta zelf ook met grote ogen te kijken naar mensen die elke dag weer de wereld inlopen alsof die een speelplaats is die speciaal voor hén ingericht is.

MEUS «Voilà, dat is het helemaal: ik benijd mensen die met een achteloos, vanzelfsprekend zelfvertrouwen geboren lijken. Terwijl ik altijd weer de neiging voel om me te excuseren voor het bestaan van Jeroen Meus. Het komt van mijn ouders, denk ik: zowel mijn moeder als mijn vader zijn mensen die niemand tot last willen zijn. Die nooit om hulp zullen vragen. Dat herken ik allemaal heel erg.

»Ken je het impostor syndrome: mensen die goed en succesvol zijn in wat ze doen, maar toch geloven dat ze elk moment ontmaskerd zullen worden als grote bedriegers? Wel, dat heb ik heel lang zo gevoeld: plots zal het de wereld duidelijk worden dat ik daar maar wat sta te klunzen in 'Dagelijkse kost' of 'Goed volk', dat ik helemaal niet op dat podium hóór.»

HUMO Het voordeel: je loopt niet het risico om zo'n bekrompen type te worden dat zichzelf Heel, Heel Belangrijk vindt.

MEUS «Absoluut. Mensen die zichzelf niet kunnen relativeren, zijn fundamenteel onaantrekkelijk. Maar het omgekeerde is ook heel kwalijk: je mag jezelf niet kapot relativeren, want dan blijft er niets over om voor te leven. Het is koorddansen. Dat béétje trots op jezelf heb je nodig - het zijn je vitamines - maar je mag niet elke ochtend een nulmeridiaan in je reet proppen.

»Nu, het goede nieuws: ik ben er vanaf aan het geraken, van die eeuwige zelfgekozen rol als underdog. Ik vind het niet langer een ramp als mensen me niet leuk vinden. Ik hoef niet iederéén te pleasen. En nog veel belangrijker: ik durf nu te zeggen dat ik trots ben op wie ik ben en wat ik doe. Ik ben een prima tv-kok. Dat is niet niets, en evenmin is het heel veel. Dat geldt ook op persoonlijk vlak. Ik ben de beste man die ik zou kunnen zijn voor mijn vrouw, en de beste vader die ik zou kunnen zijn voor mijn zoon. Binnen mijn mogelijkheden doe ik wat ik doe en ben ik wie ik ben - en dat is prima zo, daar mag ik trots op zijn. Maar luid roepen dat ik de allerbeste ben, zal ik nooit doen.

»Ik voel een fundamenteel onbegrip voor mensen die het leven opvatten als één langgerekt wedstrijdje piemels vergelijken. Altijd de grootste willen hebben, de mooiste willen zijn, de beste willen wezen: hoe pathetisch is dat? Georges is nu 8, en ik vrees dat ik in zijn eerste jaren wat te veel druk op hem gelegd heb. Ik ben daar helemaal van teruggekomen. Ik zeg hem nu expliciet: 'Gewoon goed is genoeg, schat. Wees gerust gemiddeld.'»

HUMO Maar we moeten excelleren, Jeroen! 'Dream big,' gillen de levenskunstenaars op Instagram. Er staat ons allemaal een groots en meeslepend bestaan te wachten, als we onze dromen maar najagen!

MEUS «En dat is zo onheus. Mensen krijgen de illusie aangepraat dat ze hun lot helemaal zélf in handen hebben, en dus ook: dat ze falen als ze toevallig een alledaags, weinig sensationeel leven leiden. En natuurlijk kijk ik op naar Nick Cave, naar Barack Obama, naar Matthias Schoenaerts - naar de genieën die de wereld kleuren. Maar mijn echte helden zijn al die anonieme mensen die gewoon een beetje hun best doen. Het goeie gemiddelde: daar zit zoveel schoonheid in. En dat probeer ik dus aan Georges duidelijk te maken. Mijn zoon is geen project, geen pionnetje dat ik inzet om aan de wereld te tonen. Hij hoeft geen primus te zijn. Meer nog: het lijkt me vermoeiend, saai en eenzaam om zo'n eeuwige winnaar te zijn. Dat Georges beleefd en behulpzaam is, nieuwsgierig en verwonderd, dát vind ik belangrijk.»

‘Ik merk dat ik soms dingen niet meer doe, en dat is jammer voor mijn zoontje. Ik ben eens met hem naar Planckendael geweest, en de enige aap die daar gefotografeerd werd, was ik.’

TWITTERJIHAD

HUMO Je werd ooit 'een aanstekelijke speelvogel' genoemd door Humo's Dwarskijker. 'Telkens als ik hem waarneem, hoor ik blijde surfgitaren.' Dat ging over de tv-versie, denk ik, niet over de man die nu voor me zit.

MEUS «Dat klopt, daar past eerder iets klassieks bij, of een melancholisch muziekje. (Glimlachje) Mijn vrouw verwijt me weleens dat ik op televisie veel toffer ben dan thuis. En ze heeft gelijk: zonder camera ben ik rustig, bedaagd, een beetje op mezelf. Ik hou ook van stille mensen. Ik heb nooit begrepen waarom elke minuut volgepraat zou moeten worden.»

HUMO Dan moet dit een lastige tijd voor je zijn. Mij lijkt het dat iedereen de hele tijd aan het róépen is - op Twitter, in discussies allerhande, in persoonlijke relaties.

MEUS «Ik begrijp perfect wat je bedoelt. Heel veel mensen missen heel veel kansen om te zwijgen. Je haalt zelf Twitter aan: de jihad van het eigen grote gelijk die sommigen daar voeren... Wat is dat toch? Die beslistheid, dat dedain, dat eeuwige schreeuwen: ik word gék van mensen die geen spatje zelfrelativering in zich hebben. En zo is het ook in het echte leven. Ik hou van de twijfelaars, van de mensen die hun onzekerheid niet verbergen achter een grote mond.

»Onlangs reed ik in mijn eigen dorp in een straat met één rijstrook. Ik had er voorrang - een mogelijke tegenligger zou er moeten wachten. En er was dus zo'n tegenligger, en plots stonden onze wagens neus aan neus. Ik was wat verstrooid, ik had even tijd nodig om de situatie in me op te nemen, maar ondertussen was die man uitgestapt en stond hij te bonken op mijn auto: hij wilde vechten. Ik heb me toen snel uit de voeten gemaakt, maar de rest van de dag was ik wel helemaal van slag. Omdat ik dat voorval exemplarisch vind voor hoe we in deze tijd met elkaar omgaan. Onze teentjes zijn kort, onze lontjes nog korter: het lijkt wel alsof we met z'n allen de oorlog verklaard hebben aan de nuance.»

‘Ik durf nu te zeggen dat ik trots ben op wie ik ben en wat ik doe. Ik ben een prima tv-kok. Dat is niet niets, en evenmin is het heel veel.’ (Foto: Meus in het eerste seizoen van 'Dagelijkse kost', in 2010.)

EX-ZONDAGSKIND

HUMO Hoe gaat het met Wim, je broer? Hij kreeg twee jaar geleden de koudste diagnose: kanker.

MEUS «Wim is chronisch ziek, en daardoor ben ik chronisch verdrietig. Maar er is vooral veel hoop: we blijven geloven dat de wetenschap een oplossing zal vinden.

»Ik was aanvankelijk zó kwaad, zó radeloos. Maar mijn broer zelf heeft het allemaal bewonderenswaardig snel aanvaard. Het was hij die me op een bepaald moment zei dat hij het allemaal een plaats had gegeven, en dat het misschien wel tijd werd dat ik dat ook deed. Dat was confronterend, maar hij had gelijk. En dat probeer ik nu: aanvaarden dat dat kan, een bitch slap krijgen van het leven.

»Ik sta met bewondering te kijken naar mijn broer. Hij is zo krachtig! Zo vitaal! En zijn ziekte heeft onze relatie echt deugd gedaan. 'Ik hou van jou': dat zeggen wij nu gewoon tegen elkaar. Dat is de schoonheid van het verdriet. Niet dat ik dat verdriet cultiveer, hoor - was het er maar gewoon niet. Het is klote, punt. Maar je moet wel een manier vinden om ermee om te gaan. Je moet 's ochtends opstaan en beseffen: 'Heerlijk! Hóp, de dag in!'»

HUMO Hoe heb je de diagnose uitgelegd aan Georges? Hij was toen 6.

MEUS «Plain and simple: geen donzige verhaaltjes, geen verhullende leugens. Maar ik vond dat hard, ja. Ik ben zelf zorgeloos 40 geworden, zonder ook maar een spatje ongeluk, en mijn zoontje was 6 toen hij die patat kreeg. Terwijl ik hem zo graag zorgeloos zag - ik wilde mijn kind net zo lang mogelijk behoeden voor verdriet.»

HUMO Is dat de grote achilleshiel van het ouderschap? Je kunt aanvaarden dat je zelf gekwetst wordt. Maar dat je kind...

MEUS «...onvermijdelijk ook pijn zal voelen, dat is een wrede gedachte? Ja, absoluut. En ik weet het wel: what doesn't kill you, makes you stronger. Maar dat betekent toch niet dat je moet hópen dat het leven je snel een paar flinke trappen geeft? Ik ben blij dat ik zo lang een zondagskind heb kunnen zijn.

»Het heeft me allemaal erg veranderd. Ik vervloek het verdriet in mijn leven, maar ik koester het geluk en de liefde. Ik heb rust gevonden, en mijn ambitie is helemaal opgedroogd. Of beter: ze is nu op iets anders gericht. Ik ben lang individualistisch - zeg gerust: egoïstisch - geweest. Maar nu is mijn ambitie: er zijn voor de clan. Voor mijn broer, mijn ouders, mijn vrouw, mijn zoon, de hele familie. Het voelt alsof ik de dingen aan het repareren ben: ik sta nu ten dienste van de mensen die ik graag zie. En dat is winst, pure winst.»

‘Dagelijkse kost’, Eén, maandag tot vrijdag, 18.15

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234