De Amerikaanse president Joe Biden.  Beeld AFP
De Amerikaanse president Joe Biden.Beeld AFP

analyseverenigde staten

Joe Biden had een moeizaam, zo niet miserabel eerste jaar: ‘Hij wil meer zijn dan een president die pleisters plakt’

Het was een moeizaam, zo niet miserabel eerste jaar voor president Joe Biden. Een terugblik op het afgelopen jaar.

Bas den Hond (Boston)

Met een stellig ‘nee’ bezegelde senator Joe Manchin half december het lot van Joe Bidens Build Back Better-wet. En maakte daarmee de conclusie onontkoombaar: de Amerikaanse president had een moeizaam, zo niet miserabel eerste jaar.

Die constatering komt vooral voor rekening van de tweede helft van het jaar. Want na zijn aantreden op 20 januari leek Biden een goede start te kunnen maken. Hij kon rekenen op de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. In de Senaat hadden de Democraten vijftig van de honderd zetels veroverd, en dankzij het recht van de vicepresident, Kamala Harris, om een beslissende stem uit te brengen, maakten ook daar Democraten de dienst uit.

Corona

Zijn regering leek in eerste instantie aardig op weg om de coronapandemie eronder te krijgen. Biden kon gebruik maken van de voortvarende aanpak van zijn voorganger Donald Trump met het aankopen van vaccins. En hij tolereerde niet, zoals Trump, de aanwezigheid van adviseurs die weinig van virussen afwisten. Die prezen zonder goed onderzoek telkens weer nieuwe medicamenten aan als wondermiddel tegen de ziekte, in plaats van alles op alles te zetten om zo snel mogelijk zoveel mogelijk Amerikanen te vaccineren.

In een toespraak in maart voorspelde Biden dat op de nationale feestdag 4 juli weer enigszins normaal gefeest zou kunnen worden.

Economie

Met de economie ging het ook de goede kant op. Net als Trump leverde ook de regering-Biden bij de meeste Amerikanen een dikke cheque af, die eventuele financiële pandemie-nood moest lenigen. Daarnaast verhoogde hij tijdelijk de magere werkloosheidsuitkeringen van de afzonderlijke staten, schortte de aflossing van studieleningen op, en verbood dat mensen met een huurachterstand uit hun huis gezet zouden worden.

Dat was allemaal onderdeel van het American Rescue Plan, een pakket corona-steunmaatregelen van een kleine twee biljoen dollar.

Dat was een historisch groot bedrag, overeenkomend met maar liefst 9 procent van het nationaal product van de VS. Voor Biden was dat slechts het begin. Hij wil meer zijn dan een president die pleisters plakt.

null Beeld REUTERS
Beeld REUTERS

Opknapbeurt

Tijdens zijn campagne beloofde hij dat Amerika een grootscheepse opknapbeurt zou krijgen, zowel fysiek als sociaal.

Fysiek hield in: het bouwen of onderhouden van bruggen, wegen en vliegvelden. Op sociaal gebied wilde hij onder andere een al tijdelijk ingevoerde kinderbijslag permanent maken, beroepsonderwijs gratis maken, werknemers een aantal weken doorbetaald ziekteverlof garanderen, en de premies voor zorgverzekeringen verlagen. Hij noemde het totale plan: Build Back Better.

Daarvoor wilde Biden, ook dat was een verkiezingsbelofte, steun vinden bij op zijn minst enige Republikeinse Congresleden. Hij hoopte zo de steeds dieper doorvretende polarisatie tussen de twee grote Amerikaanse politieke partijen tot staan te brengen.

Dat werd lastig. Er waren wel Republikeinen te vinden voor het opknappen van bruggen en wegen – iets waar Donald Trump het ook vaak over had, alleen niet voor elkaar kreeg. Maar die sociale uitgaven waren te duur, vonden ze.

Tweepartijdigheid

Wilde Biden toch iets van ‘tweepartijdigheid’ redden, dan moest hij het plan splitsen. En zo gebeurde. Een deel met ‘harde infrastructuur’, totaalbedrag een biljoen, werd aangenomen met steun van enkele Republikeinen. Een deel met sociale uitgaven moest door de Democraten zelf door het Congres worden gesleept.

En dat deel heeft het tot nu toe niet gered. De reden: in eigen huis, in de Senaat, waren er ook enkele Democraten die niet voor zo’n enorme uitgave te porren waren. Tijdens taaie onderhandelingen met de meest kritische van hen, senator Joe Manchin van West Virginia, werd het bedrag steeds kleiner, van vier biljoen naar nog geen twee. En half december trok Manchin helemaal de stekker uit die gesprekken.

Populariteit flink gedaald

Inmiddels is de populariteit van Biden flink gedaald. Gemiddeld over een aantal recente peilingen vindt nog maar 43,4 procent van de Amerikanen dat hij het goed doet, en een meerderheid, 51,5 procent, van niet. Van alle presidenten sinds de Tweede Wereldoorlog deed maar één het slechter op hetzelfde moment in zijn presidentschap: Donald Trump.

Zijn de kiezers teleurgesteld door de machteloosheid van de Democraten in het Congres? Of heeft Bidens belofte van competentie na het geklungel van Donald Trump een knauw gekregen door de chaotische aftocht van de Amerikanen uit Afghanistan? Het zijn allemaal mogelijke verklaringen.

Maar vermoedelijk ligt de reden dat de kiezers even niet meer zo enthousiast zijn over deze president dichter bij huis. ‘We verwachtten dat met Biden alles weer normaal zou worden, en dat is niet gebeurd. Dat is niet per se zijn schuld, maar zo beoordelen mensen het nu eenmaal,’ zei hoogleraar politicologie Jack Pitney van het Claremont McKenna College tegen website The Daily Beast.

Slecht nieuws

Telkens opnieuw worden de Amerikanen opgeschrikt door slecht nieuws. Nieuwe varianten van het coronavirus zorgen voor uitstel van het moment dat het gewone leven weer helemaal kan worden opgepakt. Door het ondertussen toch wel flink op gang komen van de economie is er tijdelijk te weinig aanvoer van allerlei producten. Dat heeft weer prijsstijgingen tot gevolg. Of misschien komen die wel, zoals de Republikeinen zeggen, doordat de regering-Biden gewoon te veel geld in de economie heeft gepompt. Wat de reden ook is, de grote borden bij de benzinestations met die hoge prijzen voor brandstof zijn niet goed voor het Amerikaanse humeur.

Kan Biden zijn presidentschap nog redden? Daarvoor rest hem maar weinig tijd. In november 2022 zijn er verkiezingen voor het hele Huis van Afgevaardigden en een derde van de Senaat. De kans is groot dat de Democraten dan flink wat zetels moeten inleveren. Dat suggereren niet alleen de peilingen, maar ook de geschiedenis van zulke ‘tussenjaar-verkiezingen’, wanneer het presidentschap zelf niet op het spel staat: dan verliest vaak de partij van de zittende president.

Vanaf 2023 heeft Biden dus waarschijnlijk een vijandig Congres tegenover zich. De Republikeinse meerderheid zal stelselmatig weigeren zijn wetsvoorstellen goed te keuren.

null Beeld EPA
Beeld EPA

Presidentiële besluiten

In zijn laatste twee jaar kan Biden dan hoogstens presidentiële besluiten nemen met een beperkte houdbaarheidsdatum – omdat een volgende, mogelijk Republikeinse president ze weer kan intrekken. En hij kan toespraken houden om te proberen het volk aan zijn kant te krijgen en zo het Congres onder druk te zetten – maar dat is in het verleden meestal een stomp wapen gebleken.

De komende maanden, als er nog wel een door Democratisch beheerst congres is, moet Biden het dus waarmaken. Hij moet, schrijft Henry Olsen, een conservatieve columnist van de Washington Post, niet langer de aardige oom Joe uithangen die het met iedereen goed probeert te vinden en daarbij de regie overlaat aan de leiders van zijn partij in het Congres.

Gesteld al dat hij het in zich heeft, waar moet hij dan voor knokken? Een nieuwe rondje blufpoker met Joe Manchin kan misschien iets redden van zijn Build Back Better-plan, maar in vergelijking met de oorspronkelijke grote beloften zal wat daar uitkomt moeilijk als een overwinning te verkopen zijn.

Stemrecht

Biden kan ook inzetten op het veilig stellen van het stemrecht. In tientallen staten hebben Republikeinse gouverneurs en volksvertegenwoordigingen wetten aangenomen die de komende verkiezingen nog eens extra in hun voordeel zullen beïnvloeden. Dat gebeurt door het opnieuw trekken van de grenzen van kiesdistricten, maar ook door het stellen van strenge eisen aan de procedures rond verkiezingen, die mogelijk groepen kiezers zullen afschrikken. Dat gebeurt onder andere met het argument dat afgelopen november fraude de presidentsverkiezingen heeft beslist in het voordeel van Joe Biden.

Om die wetten over het stemrecht door het Congres te krijgen, heeft Biden in theorie opnieuw genoeg aan de 50 Democratische stemmen in de Senaat. Maar het is in de praktijk niet genoeg. Want als het niet om geldzaken gaat, zoals bij Build Back Better, moeten wetten in de Senaat de steun van 60 van de 100 senatoren krijgen, en zijn er dus tien Republikeinse stemmen nodig – die er niet zullen komen. Dat staat niet in de grondwet, maar het is een interne regel van de Senaat, die al decennia zowel door Democraten als Republikeinen wordt gerespecteerd. Om hun zin te krijgen, zullen de Democraten die regel, de ‘filibuster’, moeten afschaffen of op zijn minst versoepelen. Dat kan dan weer wel met 50 stemmen.

Maar niet alle 50 Democratische senatoren zijn er voorstander van. Want stel dat na de verkiezingen van volgend jaar de Republikeinen inderdaad de meerderheid in de Senaat hebben, dan zijn de Democraten maar wat blij dat die regel nog bestaat.

Filibuster aanpassen

Zowel het aanpassen van de filibuster als het daarna aannemen van de twee wetten op het stemrecht, zou Biden als historische ontwikkelingen op zijn presidentiële conto kunnen schrijven. De grote vraag is of hij als leider van de Democratische partij in staat zal zijn de laatste twijfelaars in de Senaat over de streep te trekken. Onder hen een van de meest hardnekkige: Joe Manchin.

(Trouw)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234