null Beeld

Joe

Grauw drama waarin Nicolas Cage van het scherm wordt gespeeld door een dakloze.

De laatste maanden is het boeiend om te zien hoe de hegemonie van de superhelden in Hollywood af en toe wordt doorbroken door minder voor de hand liggende filmpersonages: drifters, scharrelaars, misdeelden, drop-outs. Mud uit ‘Mud’, Woody uit ‘Nebraska’, Russell uit ‘Out of the Furnace’, Joe uit ‘Joe’: het zijn één voor één droeve zielen die verloren lopen in Amerika – een reus die, als we bovengenoemde films mogen geloven, languit op het canvas ligt. ‘Joe’ speelt zich ergens in Texas af, in een verpauperde streek waar mensen op elkaar schieten zonder te weten waar de ruzie eigenlijk om draait, en waar oude wonden even gemakkelijk worden opengescheurd als bierblikjes.

In dit uitzichtloze landschap woont Joe (Nicolas Cage), een ex-bajesklant die voor rekening van een houtverwerkingsbedrijf perfect gezonde bomen doodt door gif in de stammen te spuiten: in Texas is het een job als een ander. Zo af en toe laat hij zich bedienen in een triest bordeel of staat hij bij vrienden in de living met een sigaret tussen de lippen een ree te villen. Voor de rest doet hij heel hard zijn best om de kurk op zijn driftbuien te houden – druk op het verkeerde knopje en hij ontploft. De ontmoeting met Gary (Tye Sheridan uit ‘Mud’), een vijftienjarige jongen die op zoek is naar een baantje­ en naar een manier om zich los te maken van zijn drankzuchtige pa, zorgt in Joe’s hart voor een tijdelijke dooi: zo krijgt Gary van Joe te horen hoe hij een coole blik moet opzetten (de truc is: glimlachen door je gekwelde grimas heen) en hoe hoeren geil worden van het geluid van een klikkende aansteker.

Een levensles om in te lijsten. De vraag is: zal Joe, fucked up als hij is, écht in de bres springen voor de jongen? Net zoals in ‘Mud’ en ‘Out of the Furnace’ vormt de goed getroffen couleur locale de grootste troef van de film: Joe heet u welkom in een beklemmend sou­­­­­­thern gothic-universum waar de sheriffs altijd Earl heten, waar de omgangsvormen ruwer zijn dan in de Oostendse Langestraat, en waar het humaner zou zijn om de baasjes uit hun lijden te verlossen dan hun pitbulls.

Cage, eindelijk nog eens in vorm, maakt even organisch deel uit van dit droeve landschap als de roestige pick-uptruck waarin hij rijdt, maar u zal het meest onder de indruk komen van de donkerte in het karakter van de man die de vader van Gary speelt, Gary Poulter – in het echte leven een aan schizofrenie lijdende armoedzaaier die door de casting director van ‘Joe’ letterlijk van de straat werd opgeraapt en enkele maanden na de opnamen dood werd teruggevonden in een vijver in Austin. Het verschil: terwijl Cage staat te acteren, staat die arme Poulter gewoon zichzelf te wezen. Jammer wel van die overbodige slowmotionscènes, en vooral van die voorspelbare ontknoping: we snappen wel dat de personages vroeg of laat in de onvermijdelijke catharsis moeten sukkelen, maar moest dat nu echt weer zó?

Regisseur David Gordon Green nu uitroepen tot de Amerikaanse evenknie van de gebroeders Dardenne, zoals sommige Amerikaanse recensenten naar aanleiding van ‘Joe’ hebben gedaan, is er natuurlijk zwaar over, maar het is een feit dat de cineast na het mooie ‘Prince Avalanche’ van enkele maanden geleden opnieuw een stap zet in de richting van de grote Amerikaanse film die hij in zich heeft. En nu gaan wij het eens zelf proberen: glimlachen door onze gekwelde grimas heen.


Bekijk de trailer:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234