John le Carré in 1996 Beeld Getty Images
John le Carré in 1996Beeld Getty Images

In Memoriam

John le Carré overleden, de oud-spion die schrijver van fantastische spionageromans werd

In Cornwall is zaterdagavond op 89-jarige leeftijd de Britse schrijver John le Carré overleden. Hij werd vooral bekend om zijn spionageromans, een genre waarin hij volgens velen zijn gelijke niet kende. De roman waarmee hij doorbrak, The Spy Who Came in from the Cold, geldt al sinds zijn verschijning in 1963 als een klassieker. Le Carré werd ook bewonderd om zijn literaire kwaliteiten.

Decennialang was de Koude Oorlog het decor van Le Carrés boeken, maar nadat deze begin jaren negentig ten einde was, schakelde hij moeiteloos over naar andere conflictlocaties. De Koude Oorlog was dan ook nimmer het onderwerp van Le Carrés werk, maar slechts een bruikbaar motief om zijn werkelijke thema aan op te hangen: het verbijsterende cynisme van machthebbers en de corrumperende effecten van macht.

John le Carré werd op 19 oktober 1931 als David John Moore Cornwell geboren in Poole, in het Engelse graafschap Dorset. Zijn vader, Ronnie, was een charmante maar volstrekt gewetenloze zwendelaar die verschillende malen fortuinen vergaarde en weer verloor, en tot tweemaal toe wegens fraude in de gevangenis belandde. Le Carré zou later het dubieuze personage Rick Pym uit A Perfect Spy (1986) op zijn vader baseren.

Zijn moeder verliet het gezin toen David vijf was. Pas op zijn 21ste zag hij haar weer. Biograaf Adam Sysman verklaarde uit deze gebeurtenissen Le Carrés “levenslange vijandigheid tegenover vrouwen”. Die vijandigheid paarde de schrijver overigens aan twee huwelijken en talloze buitenechtelijke affaires.

David ging al op jeugdige leeftijd naar een kostschool, waar hij eenzaam en doodongelukkig was, gepest werd wegens zijn nederige sociale afkomst en op zijn zevende nog in luiers rondliep omdat hij zijn blaas niet onder controle kreeg. Hij ontwikkelde er volgens zijn biograaf een zeer scherpe sociale antenne “waardoor hij details waarnam die jongens met een meer solide achtergrond ontgingen”. Het zou de basis blijken voor de vlijmscherpe psychologische portretten in zijn romans.

Op zijn zestiende ging Cornwell Duits studeren in Bern, waarna hij in contact kwam met de veiligheidsdienst van het Britse leger in Oostenrijk en werd ingezet bij het ondervragen van mensen die vanachter het IJzeren Gordijn naar het westen waren gevlucht. Vervolgens studeerde hij aan Oxford, doceerde enige tijd Frans en Duits aan Eton College en was achtereenvolgens werkzaam bij MI5 (Britse binnenlandse veiligheidsdienst) en MI6 (buitenlandse veiligheidsdienst).

Pseudoniem

Gedurende de jaren die hij in dienst was van MI6 (1960-1964), begon Cornwell onder het pseudoniem John le Carré spionageromans te schrijven. Nadat zijn derde, The Spy Who Came in from the Cold, een groot succes was geworden, en bovendien zijn status als MI6-medewerker was verraden door de notoire dubbelspion Kim Philby, koos hij voor het fulltime schrijverschap.

In The Spy Who Came in from the Cold, rekende Le Carré af met het beeld van de spion als superster, zoals Ian Fleming dat had geschapen. Zijn hoofdpersoon, Alec Leamas, is een gefrustreerde vijftiger, die een affaire heeft met een bibliothecaresse, en in plaats van dat hij door M eerlijk wordt gebrieft en door Q van de nieuwste gadgets voorzien, wordt hij door zijn superieuren gebruikt en ten slotte de dood ingejaagd. Want het uiteindelijke doel van die superieuren is van een hogere orde dan het leven van Leamas.

Zijn jaren bij MI5 en MI6 en het verraad van Philby hebben uiteraard altijd zeer bijgedragen tot Le Carrés geloofwaardigheid bij lezers en critici. Maar het heeft er ook toe geleid dat sommige critici hem vooral als een insider op spionagebied zijn blijven zien, en weinig oog hadden voor Le Carrés grote kwaliteiten als schrijver.

Het vernieuwende en fascinerende, ja literaire van zijn romans, was het feit dat hij afzag van het heldere Flemingiaanse onderscheid tussen het ‘goede’ Westen en ‘kwade’ Sovjetblok. Boeken als Tinker, Tailor, Soldier, Spy (1974), The Honourable Schoolboy (1977) en Smiley’s People (1980) zijn, naast spannende romans in een spionagecontext, evenzeer hartstochtelijke evocaties van Le Carrés verontwaardiging over het volstrekt amorele karakter van machthebbers, aan welke zijde van het IJzeren Gordijn ze zich ook bevinden. Het ware gevaar komt bij hem vaak niet van buiten, maar van binnen.

Telkens opnieuw bleek in Le Carrés boeken de onmacht van het individu tegenover ongrijpbare ideologische en bureaucratische systemen die hem overheersen, en telkens opnieuw rees de confronterende vraag hoeveel immoraliteit is toegestaan bij het verdedigen van het moreel juiste. Op bijna Thomas Hardy-achtige wijze regeerde de macht van het noodlot.

Toen in 1989 de Muur werd neergehaald, kwam al snel de vraag op hoe het nu verder moest met de spionageroman. Voor het schrijverschap van Le Carré was deze vraag echter nauwelijks relevant. Zijn boeken gingen immers niet over de Koude Oorlog, maar gebruikten deze slechts.

Nadat hij George Smiley in The Secret Pilgrim (1990) het einde van de Koude Oorlog had laten afkondigen, stokte Le Carrés ijzeren productie van één boek per twee, drie jaar niet. Hij verlegde zijn blikveld, vernieuwde zich, en schreef over zaken als de vrijheidsstrijd in Ingoesjetië (Our Game, 1995), de amorele praktijken van de farmaceutische industrie in Kenia (The Constant Gardener, 2000), de Amerikaans/Britse inval in Irak (Absolute Friends, 2003), obscure westerse betrokkenheid bij een staatsgreep in Congo (The Mission Song, 2006), de war on terror (A Most Wanted Man, 2008), een Britse-Amerikaanse missie op Gibraltar (A Delicate Truth, 2013) en de Brexit (Agent Running in the Field, 2019).

Door de jaren heen is er de nodige discussie geweest over Le Carrés politieke status. Ter linkerzijde zag men de oud-spion als een vertegenwoordiger van het establishment, omringd door oerconservatieve vrienden. Tegelijk moet worden vastgesteld dat Le Carré consequent elk officieel eerbetoon van dat establishment heeft geweigerd, tot aan de riddertitel toe.

Naar aanleiding van de publicatie van The Satanic Verses zette Le Carré zich publiekelijk af tegen Salman Rushdie: “Niemand heeft het van God gegeven recht een grote religie te beledigen”. Later had hij felle kritiek op Tony Blairs militaire ingrijpen in Irak.

Tot een echte consensus over Le Carrés literaire betekenis is het nooit gekomen. Voor veel critici is hij altijd een schrijver van genrefictie gebleven. Maar zijn bewonderaars waren niet de minsten. Zowel Ian McEwan als Philip Roth hield het erop dat Le Carré “een van de grootsten” was.

(VK)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234