Jonge Leeuwen: journalistes Lauwke Vandendriessche en Karine Claassen op pad voor 'De afspraak'

De wind steekt een bulderende speech af op het Brusselse Flageyplein, dus zoek ik samen met Lauwke Vandendriessche (30) en Karine Claassen (26) beschutting in een bruine kroeg. De twee gaan voor ‘De afspraak’, het actuaprogramma op Canvas waarvan Bart Schols de zittende president is, op pad om korte reportages te maken die de actualiteit van de dag ongewenst betasten.

'Met een beetje fantasie is journalistiek hetzelfde als dansen' Karine Claassen

Karine Claassen «‘De afspraak’ is een programma dat zichzelf nog aan het zoeken is. Ik vind het fijn dat ik daar deel van mag uitmaken. Op de nieuwsdienst gebeurt het per slot van rekening niet zo vaak dat je aan iets volkomen nieuws kunt meebouwen. De meeste programma’s staan er, hè, en hebben hoogstens eens een onderhoudsbeurt nodig.»



Lauwke Vandendriessche «Ik hou van het tempo: ’s ochtends kom ik aan zonder te weten wat ik ga draaien, en ’s avonds moet mijn reportage klaar zijn. Dat zijn hectische dagen waarin ik vaak zelfs niet de tijd heb om te eten. Maar ik hou van de adrenaline, en van de instant gratification.

»Ik ga veel beter om met die stress dan enkele jaren geleden. Vroeger verkrampte mijn lichaam als ik intens geconcentreerd aan het werk was, en daardoor had ik voortdurend nekpijn. Nu niet meer.»



Claassen «De stress verlamt me niet, maar ik voel het wel nog altijd heel erg aan mijn lichaam.»

HUMO Jullie zijn ‘aanwezige reporters’, zoals dat heet: jullie banjeren vrolijk door het beeld. Zit daar een grote filosofie achter?

Vandendriessche «Het moet het allemaal wat persoonlijker maken, en zo de kijker meer betrekken bij de reportage. Soms marcheert het, soms marcheert het niet. Als je ergens ter plekke gaat, en zélf dingen voor het eerst ziet en hoort, kan het heel functioneel zijn. Als je gewoon een expert interviewt die duiding geeft, is het dat vaak niet.»

Claassen «Misschien wil Canvas op die manier ook een jonger publiek aantrekken? Ik weet het niet.»

HUMO Jullie zijn dus niet zelf gaan vragen om in beeld te komen?

Vandendriessche «Natuurlijk niet!»

Claassen «Ik was me er in het begin zelfs iets te bewust van – er sloop dan iets van ongemak in mijn houding. Nu heb ik het losgelaten. Maar we blijven ons wel afvragen waarom we in beeld komen. Het mag niet gewoon een gimmick zijn. Wat me altijd weer geruststelt, is dat de dingen die ik zelf graag zie op televisie toch de werkjes zijn van reporters en documentairemakers die een heel persoonlijke aanpak hanteren, en je echt meezuigen in hun verhaal.»

HUMO Wat maakt dat jullie tevreden zijn over een reportage?

Vandendriessche «Dat is iets intuïtiefs – ’t is niet zo dat ik een checklist heb waarop ik een handvol items moet afvinken. Ik kan mezelf wel goed inschatten, denk ik. Het gebeurt me nooit dat ik zelf blij ben met een reportage, en vervolgens alleen maar negatieve commentaren krijg – of omgekeerd. Ik weet wanneer ik iets goeds heb gemaakt, en wanneer iets stoms.»

Claassen «Komaan, noem eens een reportage van je die écht niet goed was?»

Vandendriessche «Goh, in het begin waren er wel een paar, hoor.»

Claassen «Ik kan me er oprecht geen herinneren. Jouw eerste reportage ging over de muur in Hongarije die de vluchtelingen moet tegenhouden. Meteen knál erop. Ik weet nog dat ik de dag erna míjn debuut moest draaien, en de moed me helemaal in de schoenen zonk.

'Ik mis het talent om paf te staan van iets wat ik zelf gemaakt heb' Karine Claassen

»Eigenlijk ben ik nog nooit helemáál tevreden geweest over een reportage. Ik mis het talent om paf te staan van iets wat ik zelf gemaakt heb. Het heeft ook te maken met de lat hoog leggen: ik ben niet tevreden met gewoon een goeie quote. Ik wil echt een verhaal opbouwen en een bepaald sfeertje neerzetten, en dat is moeilijk op dagbasis – zowel beeldmatig als inhoudelijk.»

HUMO Je wil je graag eens voor langere tijd vastbijten in een onderwerp?

Claassen «Ooit wil ik dat wel, ja – een beetje van de actualiteit wijken en iets grondig uitspitten. Maar voor mijn ontwikkeling is het prima om nu in dat snelle dagritme te leven. Op die manier kan ik uitzoeken wat voor verhalen ik interessant vind.»

Vandendriessche «Ik vind het plezierig om zo dicht op de actualiteit te zitten, om bezig te zijn met wat er die dag leeft. Maar onlangs zag ik in ‘Vranckx’ een documentaire van Leo Maguire, een Brit die echt was ondergedoken in het vluchtelingenkamp van Calais. Ik ben daar zelf enkele keren geweest voor reportages, maar die misten onvermijdelijk de diepgang die die documentaire wel had. Logisch, met dagreportages kún je dat niveau onmogelijk halen.»


De onzin van de jihad

HUMO Jij hebt nog voor ‘De ochtend’ op Radio 1 gewerkt, Lauwke.

Vandendriessche «Dat was héél kort op de bal spelen. En af en toe combineerde ik het werk voor ‘De ochtend’ met werk voor het radionieuws,

nieuwsbulletins om het uur, en dat was me toch net iets te hectisch. Ik heb ook liever de ruimte om even na te denken over het verhaal dat ik wil vertellen. Maar daar staat dan weer tegenover dat het op momenten van breaking news wél heel interessant is om voor zo’n snel nieuwsmedium te werken.»

'In Parijs heb ik ontdekt dat ik kan functioneren in extreme situaties' Karine Claassen

HUMO Karine, jij mocht al proeven van dat snelle werk op momenten dat de actualiteit meteen de geschiedenis zoent. Voor ‘Het journaal’ bracht je twee keer verslag uit vanuit Parijs – eerst na de aanslagen op Charlie Hebdo en een joodse supermarkt, later na die lugubere Bataclan-vrijdag.

Claassen «Puur technisch gezien waren dat geen topstukken. Ik heb er al betere gemaakt. Maar ze gaven wel de grootste voldoening. Want ik heb daar ontdekt dat ik kan functioneren in zo’n extreme situatie. Ik heb toen heel hard gewerkt en nauwelijks geslapen, en ik moest dingen leveren voor verschillende televisieprogramma’s én de radio. Dat lukte, zonder dat het bandwerk werd. Als een eindredacteur me daar in de namiddag belde, en vroeg of ik tegen de vooravond ‘efkes wat ooggetuigen van de aanslag’ kon vinden, raakte ik niet in paniek, maar ging ik gewoon op zoek. Door de heftige aard van de omstandigheden stelde ik mezelf en mijn werk veel minder in vraag dan gewoonlijk, en ging ik er gewoon voor. Blijkbaar kan ik, wanneer mijn instinct het overneemt, heel goed keuzes maken.»

HUMO Twee dagen na de recentste aanslagen brak er plots massapaniek uit op de Place de la République. Jij was daar toen.

Claassen «Ik zat in een restaurant en was aan het telefoneren met de eindredacteur van ‘De afspraak’, toen plots iemand riep dat er kalasjnikovs waren. Daarop brak er meteen massahysterie uit. Ik heb me toen ook op de grond gegooid, en tegen mijn eindredacteur gezegd dat ze aan de lijn moest blijven.»

HUMO De ultieme journalistieke reflex: je zag jezelf in ‘Het journaal’ doodsbenauwd live een aanslag becommentariëren?

Claassen «Neen, zo pervers ben ik niet. Het was een beschermingsreflex, denk ik: ik wilde op dat moment iemand bij mij – ook al was het dan iemand die meer dan 300 kilometer verder in een gsm praatte. Tegelijk bleven mijn journalistieke reflexen ook wel intact: ik wilde een goed overzicht over het plein, en ben toen naar een kamertje op de eerste verdieping gekropen. En uiteindelijk bleek er dus niets aan de hand.»

HUMO Ik hoorde dat je daarna het hof werd gemaakt door Björn Soenens. Ook na Charlie Hebdo had hij je al gevraagd om voor ‘Het journaal’ te gaan werken.

Claassen (even verrast) «Dat is waar, ja. Ik vond dat een heel groot compliment. Maar nu zit ik bij ‘De afspraak’, en ik wil die rit helemaal uitrijden. Misschien volgt daarna ‘Het journaal’, misschien ook niet. In mijn hoofd zijn de hokjes trouwens helemaal niet zo streng afgebakend. Ik beschouw mezelf in de eerste plaats als een journalist van de nieuwsdienst. En ik geloof dat het meer en meer zo zal werken: je zult in de toekomst niet meer van één programma zijn, maar aan alles meewerken.»

'Als journalist kun je met zowat alles aan de slag. Zélfs met de taxshift' Lauwke Vandendriessche

HUMO Dat zou ook jou niet slecht uitkomen, Lauwke. Over jou wordt gezegd dat je je ongelooflijk snel in een onderwerp kunt inwerken – ‘Je krijgt haar in alles geïnteresseerd.’

Vandendriessche «Ik geloof gewoon dat je als journalist met zowat alles aan de slag kunt. Zelfs in de taxshift kan ik geïnteresseerd zijn (lacht). Ik ben een allrounder op dit moment, en daar voel ik me heel comfortabel bij. Ik denk sowieso nooit na over waar ik over tien jaar wil staan – en dus ook niet over de vraag of ik me wil specialiseren in een domein.»

HUMO Jouw test voor ‘De afspraak’, Karine, was een reportage met geluksgoeroe Leo Bormans. Die is nooit uitgezonden, maar ze werd intern laaiend enthousiast onthaald. Er zou ook uit blijken dat je alles in je hebt om ook een goeie interviewer te worden.

Claassen «Ik had me voorgenomen om me niet te laten inpakken door zijn verhaaltje. Want Bormans heeft natuurlijk ook gewoon een businessmodel gebouwd op zijn specialiteit – hij is een soort van marktkramer in geluk. Op een bepaald moment dacht ik: ‘Jezus Christ, dat is hier pure pr.’ En toen ben ik speels, maar kritisch beginnen door te vragen, en daar werd hij toch wat ongemakkelijk van. Ik had zelf een goed gevoel bij die test, ja, maar of dat nu meteen een goeie interviewer van me maakt? Ik weet het niet. Ik voel wel dat ik dat misschien óóit goed zal kunnen.»

HUMO Je hebt ook Michel Houellebecq al geïnterviewd. Dat moet je durven, als toen nog 25-jarige.

Claassen «Ik sta op zo’n moment niet stil bij zijn naam en renommee versus mijn naam en renommee. Want dan zou ik toch denken: ‘Wat doe ik hier?’ Ik ben vaak zelfs minder nerveus voor grote namen dan voor gewone mensen.

»Ik vind het ook zo gek, dat leeftijdsargument. ‘Ja, maar je bent zo jong’: ik weet niet wat ik daarmee moet. Het is toch niet omdat je jong bent dat je geen recht hebt op dat soort interviews?»

HUMO ‘Het journaal’ moet tegenwoordig ‘constructief’ zijn. Wat was er ook weer zo fout met de neutrale, de feiten presenterende journalist?

Claassen «Ik wil toch vooral iets maken vanuit verontwaardiging. Iets waar persoonlijkheid in zit.»

Vandendriessche «Er moet bij mij toch ook altijd empathie in zitten. Maar ik wil geen activistische stukken maken.»

Claassen «Sommige onderwerpen zijn gewoon té belangrijk om niet te vertellen. Ik wil betrokken zijn, in het hoofd van mensen zitten. Niet die koele, kille afstand. Maar dat wil niet zeggen dat ik snel eens zal zeggen wat mensen moeten voelen of denken – god, néé. Wel dat de kijker mag zien wat me choqueert, of boos maakt.»

HUMO Wat vonden jullie eigenlijk van het interview van Bart Schols met de teruggekeerde Syriëstrijder Younes, dat zoveel ophef veroorzaakte?

Vandendriessche (beslist) «Ik vond dat een goed interview. Dát we hem opvoerden, vind ik al principieel juist – het is onze taak om ook afwijkende meningen te presenteren. En ik vind ook dat Bart het goed heeft aangepakt. Oké, je kunt als kijker willen dat je presentator iets meer zijn afkeuring laat blijken. Maar fundamenteel kon je toch niet verwachten dat Bart die Syriëstrijder ter plekke zou overtuigen van de onzin van de jihad? Dat die gast live op antenne zou gaan deradicaliseren? Bart heeft vragen gesteld en antwoorden gekregen – klaar.»

Claassen «Inhoudelijk had ik ook geen enkel probleem met dat interview. Ik heb me wel afgevraagd of de houding en de toon van Bart niet wat soft waren. But then again: de antwoorden zouden hetzelfde zijn gebleven. Ik denk niet dat hij méér uit dat interview had gekregen door te blaffen en met zijn vuist op tafel te slaan.»

HUMO Durven jullie op zo’n moment openlijk jullie mening te ventileren?

Vandendriessche (verbaasd) «Natuurlijk, waarom niet? Je kunt op de VRT je gedacht zeggen, hoor, je mag daar aangeven dat je het oneens bent met iets.»

Claassen «Er is veel over gepraat op de redactie, met en zonder Bart. Maar op een bepaald moment moet je wel verder.»

Vandendriessche «Er werd ook meer van gemaakt dan het was. In januari van vorig jaar heeft ‘Terzake’ een reportage gebracht van een RITCS-student waarin Younes gevolgd werd in zijn dagelijkse leven. Dat was ook geen hard interview, maar toen kraaide er geen haan naar.»

'Ik vond dat een goed interview' Lauwke Vandendriessche over de zaak-Delefortrie


Zang en dans

HUMO Hoe waren jullie als kind?

Vandendriessche «Niet stil, wel braaf – ik was een heel gezagsgetrouw kind. Ik ben de oudste van drie, en mijn moeder verbaast zich er nog altijd over hoe weinig problemen ze met ons gehad heeft. Maar we werden behoorlijk vrij gelaten: waar zou ik ook tegen gerebelleerd hebben?»

Claassen «Ik mocht niet veel, waardoor ik natuurlijk wél de grenzen ging aftasten. Ik zat soms op plaatsen waar ik, euh, niet hoorde te zitten (lacht).»

HUMO Zijn jullie ouders trots op wat jullie doen?

Vandendriessche «Mijn papa stuurt me vaak berichtjes – en altijd was mijn reportage keigoed (lacht).»

Claassen «Mijn mama pocht graag over me bij de kapper. Maar als ze mij belt, is het wel om te zeggen dat mijn haar weer niet goed lag. Daar zijn ouders voor, hè.»

HUMO Jij hebt een Congolese mama en een Vlaamse papa.

Claassen «Ja, maar mijn papa leeft niet meer.

»Mijn ouders hebben elkaar in Congo leren kennen, en zijn dan samen naar hier gekomen. Ik ben hier geboren.»

HUMO En in een blank, Vlaams dorp opgegroeid.

Claassen «Ja. Dat vond ik evident, en zonder er veel bij na te denken conformeerde ik me. Ik denk dat dat voor veel mensen uit gemengde gezinnen herkenbaar is: dat je eerst niet stilstaat bij die dubbele identiteit, en ze pas later begint uit te spitten.

»Bij mij begon het toen ik journalistiek studeerde in Brussel. Met een groep radiostudenten van het RITCS, sociaal werkers en studenten journalistiek ben ik toen naar Congo gegaan. We bleven meer dan een maand in de streek waar mijn familie woont. O, ironie: ik heb mijn familie dus leren kennen dankzij een hoop blanke studenten. Ik herinner me nog hoe we aankwamen in Lubumbashi, en daar een forse zwarte vrouw enthousiast stond te wuiven. Mijn grootmoeder! Ze stond op het tarmac – ze was duidelijk niet het type vrouw dat zich door veiligheidsagenten of douaniers liet tegenhouden – en vloog in mijn armen. En in de armen van de mensen rond mij (lacht).

»Tijdens die maand in Congo heb ik ontdekt dat daar óók een stuk identiteit van me ligt, dat ik half-half ben. Hoe ouder ik word, hoe meer ik ermee bezig ben. Hoe trotser ik word op mijn afkomst, ook. Die hele reis heeft zo’n grote impact gehad op mij. Als ik erover praat, kan ik voelen wat ik toen voelde, en ruiken wat ik toen rook.

»Mijn moeder verhuist binnenkort opnieuw naar Congo. Ik heb me voorgenomen om er dit jaar voor een langere periode naartoe te gaan. Eigenlijk zou ik er weleens een tijdje willen gaan wonen.»

HUMO Voor je studie journalistiek was je aan een universitaire opleiding begonnen, maar die heb je niet afgemaakt. Dat is jammer, want anders had je bijvoorbeeld een thesis kunnen schrijven met als titel ‘De lariekoek van ape(n)kool. Een psycholinguïstisch en morfologisch onderzoek naar een optimale spellingsregel voor de sjwa op de morfeemgrens van samenstellingen’.

Vandendriessche (lacht luid)

Claassen (kijkt verbaasd)

Vandendriessche «Dat was de titel van míjn thesis in de Germaanse.»

Claassen «Méén je dat nu?»

Vandendriessche «Het was nochtans geen slechte thesis, hoor. Er was net een spellingshervorming geweest, en dan laait altijd de pannekoek/pannenkoek-discussie weer op, over de tussen-n. Ik heb dat toen onderzocht, en mijn conclusie was dat het allemaal niet uitmaakt. Lig vooral niet wakker van de tussen-n! En als je er een fout tegen maakt, heeft dat niets te maken met je intelligentie.»

Claassen «Zo’n mastodont van een titel, en de conclusie was gewoon: ‘Relax, gasten’?»

Vandendriessche «Yep!»

HUMO Het is misschien een domme vraag, maar wie of wat is die ‘sjwa’ uit de titel?

Vandendriessche «De doffe e, bijvoorbeeld in pannenkoek. Sorry, da’s germanistenslang.

»Ernstig: ik heb best wel plezier beleefd aan het schrijven van die thesis, hoor. Maar tegelijk deed ze me ook beseffen dat ik niet in de zuiver taalkundige richting zou verdergaan. In de journalistiek is de relevantie van wat je doet vanzelfsprekend: ik hoef me niet voortdurend af te vragen of het onderwerp waar ik mee bezig ben wel van belang is. Bij de sjwa twijfelde ik soms.»

HUMO Had je een fijne studententijd?

Vandendriessche «Ja hoor. Slapen en uitgaan wanneer je wil... Waarom?»

HUMO Het kan haast niet anders als je in een bandje speelde dat Fimosis heet, de wetenschappelijke naam voor voorhuidvernauwing.

Vandendriessche (lacht) «O nee, hoe weet jij dat? Het klopt, ja: ik heb enkele maanden in dat groepje mogen zingen. Ik herinner me nog een optreden in een schuur in West-Vlaanderen, voor een man of tien. Ik geloof niet dat we de nieuwe Rolling Stones waren. Het was ook niet duidelijk waar we voor stonden – de drummer dacht dat we het vervolg op Bob Dylan waren, de zanger had het liever wat potiger. Enfin, we hebben alleszins veel plezier gehad.»

Claassen «Ik heb jarenlang heel intensief gedanst. Ik ben in de hiphopscene begonnen, en ben dan naar het jeugdtheater gegaan. Ik was lang lid van fABULEUS, een danstheatergroep uit Leuven. Daar heb ik veel mee getourd. Ik was een heel atypische verschijning in de wereld van de hedendaagse dans, omdat mijn achtergrond urban was. Een beetje exotisch, en dat vonden mensen interessant.»

Vandendriessche «Karine kan ook – dat weet ik sinds een cafébezoek onlangs – héél goed dansen op de muziek van Michael Jackson

Claassen «Bij fABULEUS hebben we eens een hele voorstelling rond hem gebouwd. Sidi Larbi Cherkaoui was toen gastchoreograaf. En net in die periode stierf Jackson. Daardoor konden we met die voorstelling een grote tournee doen door Europa.»

HUMO Waarom ben je ermee gestopt?

Claassen «Er is geen concreet moment waarop ik gedacht heb: ‘Nu geef ik het op.’ Ik kan er nog altijd niet precies de vinger op leggen. Het was een samenloop van omstandig-heden, denk ik. Ik had niet het lichaam van een danser – al blijf ik erbij dat ik het potentieel had om het te maken. Mijn ouders steunden me wel, maar gaven me in de eerste plaats mee dat ik moest studeren om de kansen te grijpen die ze zelf niet gekregen hadden – wat ik perfect begrijp. En scholen en stages waren ontzettend duur. Een goeie opleiding kost iets van 30.000 euro per jaar. Uiteindelijk heb ik het zélf gelost. Ook al was dat in de feiten misschien niet zo: in mijn hoofd stond ik er alleen voor. En ik had misschien niet het zelfvertrouwen om er helemaal voor te gaan, om te kiezen voor een leven van ploeteren en wroeten – want dat is de consequentie van professioneel danser worden.»

HUMO Je verhaal is haast identiek aan dat van journaalanker Hanne Decoutere. Zij krijgt het nog altijd moeilijk als ze in de zaal zit bij een dansvoorstelling.

Claassen «Dat heb ik ook. Onlangs zag ik een voorstelling in de KVS, en op het einde ben ik keihard beginnen te blèten. Die passie zal wel altijd in me blijven zitten, ook al omdat ik rond me nog veel vrienden en kennissen heb die in het wereldje zitten.»

Vandendriessche «Bij mij is de grote passie altijd journalistiek geweest. Als kind zag ik mezelf oorlogsverslaggever worden, met een kogelvrij vest aan en een helm op. Daarna is die droom wat naar de achtergrond geschoven, wist ik het niet goed meer. Maar toen ik na de Germaanse een jaar journalistiek studeerde en mijn stage deed, was het er meteen weer. Ik wist dat ik dat wilde blijven doen.»

Claassen «Voor alle duidelijkheid: journalistiek was niet mijn second best thing. Zo voelt het ook niet. Ik heb bewust voor het vak gekozen, en met een beetje fantasie is het zelfs hetzelfde als dansen: je gaat op een podium staan en je vertelt verhalen. Alleen het creatieve van dansen mis ik, de vrijheid die ik toen had met mijn lichaam.»

HUMO Jullie wonen beiden in Brussel nu. Vrij atypisch: veel van jullie Vlaamse leeftijdgenoten houden niet van de hoofdstad.

Claassen «Ik zou nergens anders in België willen wonen. Dat wil niet zeggen dat ik een romantisch ideaalbeeld koester van Brussel. Ik heb er eerder een haat-liefdeverhouding mee. Ik kan me doodergeren aan allerlei dingen die hier mislopen, maar een seconde later weer verliefd worden op iets.»

Vandendriessche «Ik vond het pendelen vanuit Gent echt verschrikkelijk, en besloot Brussel een kans te geven. Nu woon ik er een jaar of zes, en ik ben niet van plan om snel weg te gaan. Het is de roerigheid van de stad die me aantrekt, de belofte dat er op elk moment iets te beleven valt. Waar ik dan vervolgens vaak feestelijk níét aan meedoe: ik vind het heerlijk om in m’n zetel te liggen, in de cocon van m’n eigen plek, en te weten dat het buiten broeit en bloeit.»

Claassen (knikt) «Ik hou van het anonieme van de grootstad. Ik weet dat ik open en extravert overkom, maar in wezen ben ik toch heel erg op mezelf. En de stad is daar de beste plaats voor. (Denkt na) Als ik klappen krijg – of ze nu groot of klein zijn – ben ik ook niet het type dat de straat op rent, en mijn problemen met iedereen wil delen. Ik los de dingen graag zélf op. En ik geloof wel dat ik dat kan.»

Vandendriessche «Dat typeert ons beiden wel, denk ik: het leven kan ons omverduwen, maar dan krabbelen we wel weer recht.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234