Jonge Leeuwen: Pieter Gerkens (22), middenvelder bij Anderlecht

Het was de vader van Chelsea-doelman Thibaut Courtois die hem als 6-jarige voor het eerst naar KRC Genk reed. Daar bleef hij zijn hele jeugd, maar echt doorbreken deed hij pas op het eind van vorig seizoen in Sint-Truiden. En nu zit Pieter Gerkens zowaar bij Anderlecht, waar hij vriend, vijand én trainer Hein Vanhaezebrouck verbaast. ‘In voetbal was ik vroeger niet geïnteresseerd. Zwaarden en pijl en boog, dát beheerste mijn jonge jongensleven.’

'Zelfs toen ik tegen Neymar speelde, was ik niet onder de indruk. Jammer, want ik wíl er graag meer van genieten'

Zo ontwapenend als Pieter Gerkens kom je zelden nog een voetballer tegen. Zijn vriendelijke gezicht verraadt nog geen achterdocht, en na het interview zal hij het zijn die de kopjes afruimt en naar het keukentje van het trainingscomplex in Neerpede draagt. Het monster Anderlecht heeft hem nog niet in zijn greep. Nóg niet. ‘Ik hoop dat dat zo blijft. Je moet misschien wel op je hoede zijn, maar in deze fase van mijn carrière heeft het geen zin om dingen níét te zeggen tegen jou. Iedereen mag weten wat er in mij omgaat.’

HUMO Het gaat tegenwoordig hard voor jou.

Pieter Gerkens «Ik had een overgangsjaar verwacht, maar zoals het nu gaat – spelen, scoren, Champions League: dat is echt te gek voor woorden.»

HUMO Je blijft er verbazend rustig onder.

Gerkens «Ik ben moeilijk nerveus te krijgen. Dat heb ik van mijn moeder. Mijn vader is vaak nogal opgefokt, maar zij laat weinig aan haar hart komen. In mijn situatie is dat belangrijk: ik mag dit niet naar mijn hoofd laten stijgen.

»Natuurlijk voelde ik me in het begin wat onzeker, ook omdat ik voor het eerst alleen ging wonen – mijn vriendin zit nog op kot in Leuven. Maar ik heb het allemaal goed opgepikt. Ik heb maar één keer moeten slikken: toen ik op training merkte dat alles een stuk sneller ging. Gelukkig heb ik me kunnen aanpassen doordat ik ben beginnen te trainen vóór de jongens van de nationale ploeg erbij kwamen – die mannen krikken het niveau nog wat meer op.

»Ook het beeld van Anderlecht als de dikkenekkenploeg van België strookt niet met hoe ik het beleef. Anderlecht is een warme, open club. Toen ik hier voor het eerst binnenwandelde, stelde ik me aan iedereen voor: ‘Pieter, aangenaam.’ Tot Ollie (Deschacht, red.) zei: ‘Hé zagevent, stop met je voor te stellen, wij kennen je wel.’ (Lacht) Ik was meteen aanvaard.»

HUMO Voelde je druk?

Gerkens «Ik voel net mínder druk dan vroeger. Bij STVV was ik al gestopt met de krant te lezen: dat scheelt een pak. Ik besef nu hoe belangrijk het is om in mijn eigen bubbel te blijven en me af te schermen van wat anderen zeggen. Om je scherp te houden heb je dat echt niet nodig. Soms lees je iets dat niet eens slecht bedoeld is, maar brengt het toch druk met zich mee. Bij Genk had ik het daar op een bepaald moment moeilijk mee: ik was 18, viel ineens naast de ploeg en begon te twijfelen aan mezelf. Nu haal ik geen krant meer in huis en naar talkshows over voetbal kijk ik niet. Volgens mij weten ze thuis niet eens dat ik er last van had. Ik heb het helemaal zelf beslist.»

HUMO Dat getuigt van maturiteit.

Gerkens «Ik ben een redelijk gesloten persoon die niet gauw een beroep doet op anderen: ik los mijn problemen graag zelf op. Dat is niet altijd goed: mensen zijn er tenslotte om je te helpen. Maar zo ben ik misschien wel iets rijper dan veel leeftijdsgenoten. Ik heb twee zussen: alle drie zijn we plantrekkers. Dat hebben we van onze moeder.»

HUMO Je kunt ook té rustig zijn.

Gerkens «Vroeger was ik een piekeraar, ondertussen al veel minder. Mijn vriendin jaagt zich daar soms in op: dat ik nooit eens zeg: ‘Verdomme!’ Op het veld kan ik me opjagen, maar ernaast is er weinig waarover ik me opwind. Ik ga problemen liever uit de weg. Dat heeft een keerzijde: als je nooit onder de indruk raakt, waar werk je dan nog voor? Je droomt ervan om ergens te geraken en dan te zeggen: ‘Wauw!’ Maar ik heb dat niet, ook niet toen ik tegen Neymar en de sterren van PSG speelde. Misschien dat ik het later pas ten volle besef, maar nu dringt het niet door. Dat is niet goed: je moet nú leven. Ik zou graag meer kunnen genieten op het moment zelf.»

HUMO Kijk je op naar mensen?

Gerkens «Ik had enorm veel bewondering voor Steven Gerrard (icoon van Liverpool, red.). En onlangs liep ik Wesley Sonck tegen het lijf. Dé Wesley Sonck uit mijn jeugdjaren bij KRC Genk! Maar een tegenstander of een stadion: dat doet me weinig. Jammer.»

HUMO Je was 20 toen je besloot bij Genk weg te gaan: je had er veertien jaar gespeeld.

Gerkens «Je zal mij nooit een slecht woord over Genk horen zeggen. Alle trainers die ik er heb gehad, hebben mij voor een stuk opgevoed en gemaakt tot de persoon die ik vandaag ben. Ik doorliep er alle jeugdreeksen, raakte tot in de eerste ploeg en heb me er altijd goed gevoeld, behalve het laatste anderhalf jaar: er kwam een nieuwe trainer (Peter Maes, red.) en het bestuur onderging grondige wijzigingen. Het voelde niet meer als het Genk dat ik altijd had gekend. Ik kon bijtekenen, maar de trainer zag het niet in mij en ik viel vaak naast de ploeg. ‘Het hoeft niet meer,’ dacht ik.»

HUMO STVV was een bewuste stap achteruit, om daarna weer een stap hogerop te kunnen zetten: reculer pour mieux sauter.

Gerkens «Uiteindelijk is het goed uitgedraaid, maar veel opties had ik niet. Het was mijn laatste kans in het profvoetbal. Geld speelde geen rol: ik kon vroeger ook al naar Anderlecht en er vier keer meer verdienen dan bij Genk. Maar zoiets strookt niet met mijn opvoeding. Ik moest nog alles bewijzen, dan mag het niet om geld draaien.

»Het eerste halfjaar ging alles goed, maar toen kwam er een nieuwe trainer (Ivan Leko, red.) en ineens deed ik niet meer mee. Misschien omdat ik na mijn goede prestaties iets te laks was geworden, of omdat ik te braaf was om mijn stempel te drukken. Dat is niet goed, want voetbal is een individuele sport waarin het ieder voor zich is. Ik heb lessen getrokken uit die periode. Mocht ik nog altijd de Pieter zijn die over zich heen liet lopen, dan zou ik het nu moeilijker hebben bij Anderlecht.»

HUMO Was je verrast dat je naar Anderlecht kon?

Gerkens «Ja, want Anderlecht blijft de grootste club van het land. Maar: ik ben jong en Belgisch, en ik had veertien goals gemaakt als middenvelder. Dat is toch bijzonder.»

HUMO Het was ook al de derde keer dat Anderlecht zich meldde voor jou.

Gerkens «De eerste keer was ik 16. Nachtenlang heb ik daar toen wakker van gelegen. Ik ben uiteindelijk gebleven omdat ik mijn school in Genk wilde afmaken. Twee jaar later stond Anderlecht daar weer, net op het moment dat ik bij Genk in het eerste elftal begon te spelen: ik zag geen reden om weg te gaan.»

HUMO Nu heette je een excuus-Belg te zijn: Anderlecht had moeite om aan het vereiste aantal Belgen op het wedstrijdblad te raken.

Gerkens «Als dat hun drijfveer was geweest, zou ik nooit naar Anderlecht gekomen zijn. Het is mooi om hier te zijn, maar ik ben jong en ik wil voetballen. Ik heb meteen een afspraak met de trainer gevraagd, toen nog René Weiler. Hij was zeer positief over mij, en ook meneer Van Holsbeeck gaf me direct het gevoel dat ze mij er echt bij wilden – als voetballer, niet als Belg.»

HUMO Het ging tussen KV Oostende en Anderlecht, en zoals Luc Appermont in een reportage voor ‘Sportweekend’ leek te verklappen, was je rond met Oostende.

Gerkens «Luc is net als wij van Bilzen en een goede vriend van de familie: hij was goed bevriend met mijn nonkel en kwam vroeger vaak bij mijn grootouders over de vloer. Toen het interview in mijn ouderlijke huis bijna was afgelopen, kwam hij binnen en begon hij meteen over KV Oostende: ‘Als je wil, kan je bij mij komen wonen, want ik heb een appartement aan zee!’ Ik bén daar ook gaan praten, maar ik had nergens getekend. Luc nam vooral zijn wensen voor werkelijkheid: hij hóópte dat ik voor Oostende zou kiezen omdat mijn ouders dan vaker aan zee zouden zijn.»

HUMO Hendrik Brulmans, stadsgenoot en één van je jeugdtrainers bij KRC Genk, adviseerde je vader om voor Anderlecht te kiezen: ‘Slimme spelers gedijen beter tussen andere slimme spelers.’

Gerkens (lacht) «Da’s precies wat hij ook tegen mij zei. Ik hoorde almaar zeggen dat Oostende mij beter zou liggen, en dat Anderlecht te hoog gegrepen was. Als iedereen dat zegt, ga je dat op den duur geloven.»

HUMO Maakte je je zorgen toen trainer René Weiler al snel moest opstappen bij Anderlecht?

Gerkens «Toch wel. Híj had mij overtuigd om naar Anderlecht te komen. Met Hein Vanhaezebrouck wist ik niet wat ik kon verwachten. Het was bang afwachten: voor hetzelfde geld had hij me niet nodig en zat ik nu in de shit.»

HUMO Dan is het opmerkelijk dat Vanhaezebrouck je van bij zijn eerste wedstrijd in de basis dropte én liet staan.

Gerkens «Weiler had me gehaald met het oog op de toekomst. Hij zei me dat ik nog sterker moest worden, maar dat hij echt in mij geloofde. Vanhaezebrouck geeft me nu al kansen, maar ik kan me niet inbeelden dat hij dat vooraf van plan was. Waarschijnlijk heb ik hem op training overtuigd. Ook dat heb ik geleerd uit mijn ervaringen bij STVV: ik ging harder trainen en uiteindelijk kon Ivan Leko me niet meer uit de ploeg houden.»

HUMO Vind je dat Vanhaezebrouck en Leko op elkaar lijken?

Gerkens (direct) «Ja! Ze zijn allebei continu met voetbal bezig én veeleisend.»

HUMO Dat zijn toch alle coaches?

Gerkens «Als ik Weiler kruiste in de gang, gebeurde het dat hij me vroeg: ‘Hoe gaat het thuis?’ Met Leko ging het alleen over voetbal. Ook Vanhaezebrouck is continu bezig met wat ik nóg beter kan doen.»

HUMO Met welke kwaliteiten heb je Anderlecht overtuigd?

Gerkens «Met mijn spelintelligentie en mijn infiltratievermogen. Anderlecht domineert meestal een defensieve tegenstander: dan is het belangrijk dat je spelers hebt die in de rug van de verdediging duiken. Daar heb ik het oog én een groot loopvermogen voor. Ik scoor ook makkelijk.

»Ik ben niet de snelste, en zeker niet de sterkste. Mijn hele jeugd heb ik niks anders gehoord. Dan probeer je andere kwaliteiten te ontwikkelen. Ik ben iemand die veel observeert. Als ik denk dat er tussen ploegmaats of tussen de trainer en een groepje spelers een interessant gesprek gaande is, zet ik mij erbij. Om te luisteren, en te leren.»

'Op mijn 10 jaar bleef ik al alleen thuis met mijn zussen als mijn ouders op reis gingen. Zelfs koken deden we zelf: macaroni in kokend water'

HUMO Volgens Hendrik Brulmans ben je uiterst gedisciplineerd: ‘Als een trainer hem iets vraagt, zal hij het perfect uitvoeren.’

Gerkens «Ik weet goed wat ik kan, en wat niet. Omdat ik geen speler ben die kan teren op zijn talent en een wedstrijd kan beslissen door zijn eigen ingevingen, is het belangrijk dat ik precies doe wat de trainer van mij vraagt.»

HUMO Over je opmerkelijke play-offs bij STVV vorig seizoen zei je: ‘Eigenlijk zit alles mee. De ballen komen in mijn voeten terecht en ze vliegen makkelijk binnen.’ Alsof je ’t ook niet kon helpen.

Gerkens «De bal viel altijd in mijn zone, en ik stond op de juiste plaats. Dat is toeval.»

HUMO Toeval?

Gerkens (lacht) «Oké: je moet er staan, en je moet ze nog binnen trappen ook. Waarschijnlijk is dat dan mijn verdienste. Maar die bal moet daar ook kómen.»

HUMO Misschien komt die bal daar net omdát jij er loopt.

Gerkens (aarzelt) «Ik kan moeilijk met alle eer gaan lopen, vind ik.»

HUMO Je lijkt wel bang om te geloven hoe goed je bent.

Gerkens «Ik vind niet dat ik geweldig goed ben. Bij de beloften van Genk speelde ik naast jongens die in mijn ogen beter waren, maar na een halfjaar zat ik wel in de A-kern, en nog een half jaar later stond ik in de basis. Dat had ik nooit durven te voorspellen. Maar om de een of andere reden zie ik het spel snel en begrijp ik wat ik moet doen: waarschijnlijk sta ik daarom waar ik nu sta.»

HUMO Waar kunnen die kwaliteiten je nog brengen?

Gerkens «Moeilijk te zeggen: ik sta nu al verder dan ik ooit heb gedroomd. (Stilte) Ik ben er nog lang niet, en ik ben nog niet geslaagd bij Anderlecht.»


Verkleed als meisje

HUMO Je vader had je liever zien doorstuderen.

Gerkens «Dat heeft hij me vaak gezegd, zelfs toen ik bij Genk in het eerste elftal speelde: ‘Zou je niet beter studeren?’ Studies zijn altijd de prioriteit geweest in mijn opvoeding, op dat vlak was papa heel streng, ook voor mijn zussen: Lien heeft TEW gestudeerd, Sofie rechten – zoals papa.

»Als het van papa had afgehangen, was ik als 6-jarige nooit naar Genk gegaan. Maar toen kwam mama tussenbeide: ‘Ik zal hem wel naar de trainingen rijden.’ Dankzij haar sta ik hier nu. Drie keer per week trainen, en vanaf mijn 11de vier keer: dan heb je iemand nodig die je brengt, hè.»

HUMO Het verhaal gaat dat je bent ontdekt en aan Genk getipt door Thierry Courtois, de vader van Thibaut, nog een Bilzenaar.

Gerkens «In die tijd had je nog de talentdagen van Genk. Ik speelde bij Bilzen en was samen met een paar ploegmaatjes uitgenodigd. Mijn papa zei: ‘Daar gaan we niet naartoe, dat heeft geen zin.’ Thierry heeft me toen meegenomen, samen met zijn zoon Gaetan, de jongere broer van Thibaut. Maar dat hij me getipt zou hebben? Toch niet voor zover ik weet.

»Wij woonden op een goeie kilometer van elkaar. Thibaut was drie jaar ouder, maar we kenden elkaar goed: toen we bij Genk speelden, werden we door hetzelfde busje opgepikt en naar school gebracht. Gaetan is even oud als ik, maar hij heeft maar even bij Genk gespeeld en is dan gaan volleyballen, zoals zijn ouders.»

HUMO Hoe belangrijk was voetbal ten huize Gerkens?

Gerkens «Papa heeft zelf gevoetbald en ging op zondag altijd met kameraden naar Bilzen kijken. Tijdens de rust en na de match ging ik het veld op om te sjotten, terwijl papa in de kantine zijn werk deed (lacht). Ik amuseerde me, en voor hem was het ook al lang goed geweest mocht ik in Bilzen het eerste elftal hebben gehaald. Hij wilde gewoon dat ik een sport beoefende, en daarnaast mijn studies ernstig nam.

»Eigenlijk is het toevallig begonnen. Na het WK van 1998 was er een overzicht van alle wedstrijden op tv. Papa had dat opgenomen en liet mij dat achteraf zien. Zo is het voetbal in mijn leven gekomen, want daarvoor was ik totaal niet geïnteresseerd. Zwaarden en pijl en boog, dát beheerste mijn jonge jongensleven: ‘Robin Hood’ heb ik misschien wel honderd keer gezien. Ik verkleedde me voortdurend. Later, toen mijn zussen zogezegde fotoshoots organiseerden, wilde ik altijd als voetballer. ‘Dat mag,’ zeiden ze, ‘maar éérst als meisje!’ Er bestaan dus nog foto’s van mij verkleed als meisje (lachje).»

HUMO Je noemt het toeval dat je voetballer bent geworden?

Gerkens «Je moet wat geluk hebben: misschien was mijn talent nooit tot ontluiking gekomen zonder die videocassette over het WK ’98. De grote voetbaldroom is gekomen toen ik een jaar of 10 was. In die tijd mocht je een wens doen als je tussen twee meisjes zat: daar zorgde ik wel voor, en dan wenste ik dat ik profvoetballer zou worden (lacht).»

HUMO Je zussen voetbalden ook.

Gerkens (draait met z’n ogen)

HUMO Of niet?

Gerkens «Jawel, maar… Ze zijn er pas laat mee begonnen, op hun 15de of zo. Mijn papa en ik vonden het nogal moeilijk om naar hun wedstrijden te gaan kijken, het zag er echt niet uit. Jammer, want zij steunden mij wel, maar omgekeerd was het voor mij een opgave.

»Mijn zussen zijn zes en vier jaar ouder. Dat was niet altijd makkelijk: zij waren met heel andere dingen bezig dan ik. Ik probeerde erbij te horen, maar dat ging niet. Het heeft vaak gebotst.»

'Ik ben niet de snelste en zeker niet de sterkste. Mijn hele jeugd heb ik niks anders gehoord.'

HUMO ‘Hij is rustiger geworden,’ zei je vader onlangs, ‘en toegankelijker voor zijn zussen.’

Gerkens «Ik ben altijd erg gesloten geweest. Als ik thuiskwam, ging ik meestal recht naar mijn kamer en hield me daar bezig, op de computer of zo. Beneden zagen ze mij alleen om te eten of tv te kijken. De laatste tijd ben ik wat meer een familieman geworden. Nu ik hen niet zo vaak zie, vind ik het belangrijk om ze af en toe te spreken. Dat had ik vroeger niet.»

HUMO Klopt het dat jullie geregeld alleen thuis bleven wanneer jullie ouders op reis gingen?

Gerkens «Wij kregen al vrij vroeg geen babysit meer. Ik was een jaar of 10 toen mama en papa ons soms al een weekje alleen thuis lieten. Sofie was 16 en mijn oma woont een straat verder, dat zal hen wel hebben gerustgesteld. Maar toch, we leerden al jong zelfstandig te zijn. Soms was er ruzie over wie er moest opruimen, maar het draaide wel: we leven nog, en we zijn sterk en gezond (lacht). Maar het is niet altijd van een leien dakje gelopen. Uiteindelijk was ik het meestal die voor de rotklusjes opdraaide. Als we voetbalden in de tuin en de bal vloog in het kippenhok, dan durfde niemand hem te gaan halen vanwege de haan, een agressief exemplaar: hij viel je écht aan. Ik was altijd het slachtoffer.»

HUMO Jullie hadden kunnen opgroeien tot boefjes!

Gerkens «We zijn redelijk streng opgevoed, vooral door papa. Waarschijnlijk heeft ons dat de discipline gegeven om niet te zot te doen. We hebben het huis nooit op stelten gezet omdat we wisten dat we het vertrouwen van mama en papa niet mochten beschamen. Anders was het gedaan met de vrijheid.»

HUMO Wie kookte er?

Gerkens «Onze oma, en anders: wijzelf. Een ‘bol’, zo noemden wij dat: wat macaroni in een bolle zeef gooien, in kokend water leggen, en klaar. Dat was ons avondeten.

»Mama kan niet echt koken. Zij is vroeg beginnen te werken en heeft papa financieel geholpen om zijn advocatenpraktijk uit te bouwen. Daarna is ze gestopt met werken. Papa kookte, maar door zijn job was hij ’s avonds vaak weg. Er zat niets anders op voor ons dan op jonge leeftijd zelf al te leren koken. Want zo’n bol, da’s wel lekker, maar drie keer per week? (lacht)»

HUMO Dat je mama niet kan koken, vertelde je al in eerdere interviews. Vindt zij dat wel prettig?

Gerkens «Mijn mama is altijd heel rustig. ‘Ik had hetzelfde gezegd,’ zegt ze dan. Maar ik probeer toch ook positieve dingen over haar te vertellen: ze kan misschien niet koken, maar ze kan heel veel andere dingen wél heel goed! (lacht)»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234