null Beeld

Jonge Leeuwen: Roos Rebergen van Roosbeef wordt dichteres

In een brasserie op de Dageraadsplaats heb ik afgesproken met Roos Rebergen, de spil van de band Roosbeef, die met de brommer is gekomen. Ze draagt haar valhelm met gratie, zou ik later merken.

Rudy Vandendaele

Wat wil nu het geval? Dat Roos Rebergen onlangs een dichtbundel het licht heeft doen zien: ‘ik ben al 11 jaar geen 16 meer’. Die titel is een regel uit haar gedicht ‘lieve moeder’. Het parlando van Roos Rebergen behelst haar huidige plaatsbepaling in de waaiing van het leven: haar naaste familie komt erin voor, een stuk of wat geliefden, oud en nieuw zeer, en zeer dat vermoedelijk van alle mensen en van alle tijden is. Tussendoor mag er, om de wanhoop naar een latere datum te verschuiven, ook gelachen worden.

Niet gek veel mensen vragen zich op een erg inwisselbare vrijdagochtend af hoe Roos Rebergen, die 28 jaar is, deze tijd van haar leven ervaart. Maar speciaal voor deze gelegenheid ben ik één van hen.

HUMO En?

Roos Rebergen «Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld. Ik ben blij met de keuzes die ik maak. En met de rust die ik gevonden heb.»

HUMO Wat is bijvoorbeeld een goede keuze geweest?

Rebergen «Degene met wie ik nu samen ben, schept een hoop rust. Ik heb er ook voor gekozen om met hem drie jaar in Amerika te gaan wonen. Ik ben niet meer per se op zoek naar nieuwe mensen, wat me ook wel rustiger maakt.»

HUMO Waar had je onrust vooral mee te maken?

Rebergen «Ik wist niet zo goed wat ik hier deed.»

undefined

'Mijn verdrietigheid is aangeboren: ze zit in me'

HUMO Op aarde?

Rebergen «Ja. Nu denk ik: ‘Het doet er niet zoveel toe wat ik hier precies doe.’ Vroeger was ik altijd zo triestig, en ik werd onrustig van de vraag waarom ik zo triestig was, want eigenlijk had ik niks te klagen. Nu ben ik ervan overtuigd dat mijn verdrietigheid aangeboren is. Ze zit nu eenmaal in me. Mijn beroep maakt het me niet makkelijker: ik ben vaak aan het denken en iets aan het maken. Zo’n periode van creativiteit is dan ook heel onrustig voor mij.»

HUMO Melancholie komt vaker voor bij kunstzinnige mensen. Ze is niet zelden een aanzet tot het maken van iets moois.

Rebergen «Ik ben er ook wel blij mee: ’t is iets wat bij me hoort. Ik zou het erg vinden als het er níét was. Toen ik jaren geleden met medicijnen begon, was ik dan ook bang dat ik het helemaal zou verliezen. Nu, als je door en door triest bent, komt er niets meer uit je – je hebt gewoon geen zin in scheppend werk. Ik moest ervoor zorgen dat die melancholie weer een bruikbare kracht werd, en dat is me wel gelukt. Wellicht ook dankzij die medicatie. Ik ben nog wel somber, maar minder – hoe zal ik het zeggen – lusteloos somber.»

HUMO Wanneer begon je somberte je te veel te worden?

Rebergen «Het waren vooral mijn ouders die ingrepen. Toen ik nog op de basisschool zat, kon ik al niet goed praten over hoe ik me voelde – ik stopte alles in mijn liedjes, die ik toen al schreef. Ik moest ook heel vaak huilen, om zowat alles. Daar werden mij ouders ook boos om, want ze zagen geen aanleiding voor al dat verdriet: ‘Stel je niet aan.’ ’t Is verschrikkelijk en lastig als je kind aldoor om onbestemde redenen aan het huilen is. Toen ik mezelf begon te verliezen, merkten ze dat er iets ernstigs aan de hand was. Ik lag alleen maar in mijn bed, en ik wou ook niet geholpen worden. Maar goed, mijn ouders hebben daar toen erg op aangedrongen. Ik ben in therapie gegaan, en na een jaar merkte ik dat ik al een beetje beter over mijn gevoelens kon praten. Toen ben ik ook met medicijnen begonnen.»

HUMO Als het verdriet dat je voelt, onbestemd is, als je geen idee hebt waar het vandaan komt, waarover praat je dan als je erover praat?

Rebergen «Laat ik zeggen dat ik me er vooral van bewust werd dat ik overgevoelig ben. En dat het me daardoor soms allemaal te veel is. Ik moest leren mezelf daartegen te beschermen. Die medicijnen maken me minder overgevoelig, wat op zich misschien triest is. Ik heb ze jarenlang geslikt, maar ineens ben ik ermee gestopt, zonder overleg. Wat dom was. Toen – anderhalf jaar geleden – sloeg ik dan ook helemaal door. Andere dokters hebben zich ermee bemoeid, en ik ben opnieuw in therapie en aan de medicijnen gegaan. Ik wou zelf de keuze maken: óf ik geef het gewoon op óf ik probeer het opnieuw.»

HUMO Betekent ‘het opgeven’ eruit stappen?

Rebergen «Natuurlijk. In ieder geval wilde ik niet tussen ‘het opgeven’ en ‘opnieuw proberen’ in zitten. Die therapie pakte goed uit, dus heb ik maar voor opnieuw proberen gekozen. Ik ben nu ook wel ouder en sterker geworden. Hoe ik me nu voel, is in ieder geval niet meer te vergelijken met hoe ik me tien jaar geleden voelde. Ik heb ook geleerd dat het, nadat het is misgegaan, snel weer goed kan gaan met iemand.»


Nog even rood

HUMO Uit twee teksten van ‘ik ben al 11 jaar geen 16 meer’ – ‘harde wereld’ en ‘de scholen zijn weer begonnen’ – maak ik op dat je niet graag naar school ging.

Rebergen «Ik ben op m’n 17de met school gestopt. Maar ‘harde wereld’ is een verhaal dat ik van mijn vriend heb. Op school moest hij, toen hij 8 was, zijn toekomstige beroep tekenen.»

HUMO ‘jij had jezelf op een bankje voor een gezellig huisje getekend / met een zon die scheen / een schep die pauze had (of een schup zou jij zeggen) / een blikje drinken in je hand / een hond aan je voeten / en een radio die het deed’.

Rebergen «En dat was fout. Hij had geen beroep getekend en kreeg straf. Dat geeft heel goed weer wat ik over de school denk. Ik kan me zó goed voorstellen hoe een jongetje van 8 dat ervaart.

»Op school zat ik gewoon niet op de goede plek: het niveau was te laag, zodat ik ook niet hoefde te leren. Leren was er niet eens een doel, en de andere kinderen op de mbo-school (middelbare beroepsopleiding, red.) waren heel fel. Hoewel mijn ouders ook niet erg op leren uit waren, zeiden ze: ‘Ga toch naar de havo (vergelijkbaar met het ASO, red.).’ Maar studieadviseurs vonden dat ik in de mbo thuishoorde. Ik was heel eigenwijs, en natuurlijk voelde ik me ook een buitenstaander, zonder me daarom nadrukkelijk anders of speciaal te vinden. Ik vond het verschrikkelijk om elke dag naar een klas te gaan waar ik niet bij wilde horen.»

HUMO Over dat onbehagen gaat ‘de scholen zijn weer begonnen’.

null Beeld

Rebergen «Ik was 13 en op weg naar school stond ik weleens met m’n fiets voor het stoplicht. Ik was dan altijd blij als het nog even rood bleef, gewoon om het moment dat ik de school zou bereiken, nog even voor me uit te schuiven.»

HUMO In het gedicht ‘ik zal het houden’, een mijmering over de vraag ‘wat als ik zwanger zou zijn?’, zit ook een mooie referentie aan de school: ‘ik zal het in bed laten liggen als het niet naar school wil / ik zal het licht niet aanknallen / ik zal het zachtjes laten weten dat de dag begonnen is’.

Rebergen «Het licht aanknallen: dat deed mijn vader, die mij altijd heel bruusk wakker maakte. Ik haatte dat. Mijn moeder was dan weer heel lief: ‘Hé, Roosje.’»

HUMO Wat was de kern van de opvoeding die je thuis hebt gekregen?

Rebergen «Vooral dat je trouw moest zijn aan jezelf. Niet met mensen meelopen. Doen wat jij belangrijk vindt. En dus ook niet bang zijn voor het onbekende. Voor gehandicapten, Marokkanen… Geïnteresseerd zijn was ook belangrijk.»

HUMO Je ouders hebben iets met podiumkunsten te maken. Je vader is onder andere programmator van het theaterluik van het Lowlands Festival.

Rebergen «We woonden op een boerderij in Duiven, een dorp in Gelderland waar helemaal niks te doen was. Mijn vader organiseerde in de zomer ook een festival op die boerderij. Vroeger deed hij ook aan straattheater, maar dat heb je nu haast niet meer. ’t Was een paradijs voor me.»

HUMO Op een dag werd de boerderij neergehaald. Jij was 18 en had oranjerode haren. Wat er toen is gebeurd, is het onderwerp van de mooie documentaire ‘Weet ik niet zo goed …’ van Bas Berkhout, die ooit te zien was in ‘Het uur van de wolf’. Dat keerpunt in je jeugd, dat misschien wel het einde van je kindertijd was, is dus vastgelegd.

Rebergen «Ik ben daarna nog lang kind gebleven. Omdat ik niet wist hoe het anders moest. Ik was niet klaar voor een ander leven, terwijl ik daar toch ook weer heel erg naar verlangde. Het extreme heb ik altijd wel opgezocht…»

HUMO Het extreme?

Rebergen «Het extreme van de liefde, bijvoorbeeld. Als een liefde goed is, probeer ik die nu te koesteren, terwijl ik vroeger te veel stukmaakte. Bewust. Ook wel omdat ik heel egocentrisch ben, en wat asociaal. Wie bij mij past, moet mij aankunnen. Ik heb die documentaire laatst nog teruggezien. Ik was na afloop weer heel verliefd op mijn familie, en heel dankbaar voor het toch wel bijzondere leven dat we hebben geleid. Maar ik denk ook: ‘Arm meisje.’»

HUMO Ik vind je erg solitair in die documentaire. Alleen in een warm nest, verdwaald op eigen erf.

Rebergen «Zo voel ik me nog steeds, maar dat gevoel is wel niet meer zo aanwezig. Vroeger voelde ik me altijd alleen. Waarschijnlijk ben ik verslaafd aan dat alleen-zijn, waar ik uiteindelijk zelf voor kies. Het hoort bij me, denk ik. Het laatste gedicht uit ‘ik ben al 11 jaar geen 16 meer’, een gedicht over een bezoek van mijn moeder, gaat over mijn vorm van alleen-zijn: ‘ik ben er ook / maar daar is ook alles mee gezegd / een halve dochter / ik hoor je niet / al probeer ik het / ik luister niet / al zou ik niets liever willen’. Kortom: ik ben er, maar ik ben er ook niet. Als ik bij mijn familie ben, kan ik een paar uur leuk meedoen, maar daarna heb ik het wel gehad. Niet dat ik me dan zielig terugtrek, maar ik ga wel met de honden op de bank zitten, en neem niet langer deel aan het gesprek. Maar goed, vroeger kon ik niet eens een paar uur meedoen. Als ik allerlei mensen over de vloer krijg, ga ik op een bepaald moment even een halfuurtje in bad zitten, om bij te komen. Dat is dan nodig, omdat ik een overdosis aandacht en mensen heb gehad.»

HUMO Over je hang naar het extreme gesproken: in je song ‘Raak mij aan’ zing je ‘Krenk mij diep / Scheld mij de huid maar vol / ’k wil voelen of ik voel’. Is de achterliggende gedachte dat je anders niet weet of je iets voelt?

Rebergen «’t Is eigenlijk een oorlogslied. Over een meisje dat in onzekere tijden leeft en niet zozeer bang is om dood te gaan, als wel om onaangeraakt dood te gaan. Als je nog nooit iets van de liefde hebt meegemaakt, als je er nog nooit in bent teleurgesteld, als je nog nooit gekrenkt bent, heb je volgens mij niet voldoende gevoeld in je leven.»

HUMO Jij was uit op stormachtige liefdes.

Rebergen «Ja. Ik ben heel lang samen geweest met iemand uit de buurt van Gent: de kunstenaar Colin Temple, die de illustraties voor ‘ik ben al 11 jaar geen 16 meer’ heeft gemaakt. Hij was de man van mijn leven, dacht ik, maar ondertussen geloof ik dat er wel meer mannen van je leven zijn. Hij was ouder, en ik was helemaal niet gezond in mijn hoofd. Ik maakte dan ook te veel kapot. Ik was erg ontrouw. Op een gegeven moment werd ik op alles wat er rondliep verliefd, heel overdreven verliefd dan nog wel. Ik haatte dat van mezelf: ’t was vermoeiend en ook nog eens kinderachtig. En pijnlijk. Ik heb ondertussen genoeg gezien in de liefde. Ik heb nu een rustige relatie, maar mijn man verveelt me niet. Er zijn weinig mensen op wie ik telkens weer verliefd word.»

HUMO Ben je al volwassen?

Rebergen «Ja. Ik kan zelfstandig nadenken. Vroeger was ik altijd bang. Ik dacht: ‘Misschien heb ik wel geen smaak.’ Of: ‘Misschien vind ik dit alleen maar leuk omdat mijn ouders het leuk vinden.’ Dat heb ik heel vaak gedacht. Nu speelt mijn vader geen rol meer in wat ik mooi vind – dat maak ik zelf wel uit. Volwassen zijn betekent voor mij ook: ergens bewust niet heengaan, omdat je liever alleen bent.»

HUMO Je bent ondertussen ook getrouwd, hè?

Rebergen «Ja. Paul en ik zijn nog maar een halfjaar samen, en toch vond ik het totaal geen vreemde beslissing om te trouwen.»

undefined

null Beeld

Leve Radio 1

HUMO Je man is een natuurkundige, gespecialiseerd in kwantumfysica: een bèta, mogen we aannemen. Jou zou ik, indien men me dat zou vragen, veeleer bij de alfa’s onderbrengen. Een bèta kan eventueel diep in jouw teksten doordringen, maar het is een alfa uiterst zelden – zeg maar: nooit – gegeven om het fijne van kwantumfysica te begrijpen.

Rebergen «Natuurlijk verschilt kunst heel erg van kwantumfysica, maar wat mijn man doet, is óók creatief. Ik merk ook wel dat er emoties met zijn werk gepaard gaan. Als hij aan het cijferen is, is hij natuurlijk niet met gevoelens bezig, maar als hij over zijn vak vertelt, wat hij heel goed kan, zie ik zijn passie. Hij denkt over andere dingen na dan ik, maar dat betekent nog niet dat we een heel erg verschillende kijk op het leven zouden hebben. Ik weet hoe vermoeiend een relatie tussen twee kunstenaars kan zijn.»

undefined

'Dat ik een maker ben, is mijn bestaansreden. Het geeft me de meeste voldoening, hoezeer ik ook van de liefde houd'

HUMO Bedoel je dat je man, de natuurkundige, je een soort tegengewicht biedt, waardoor je in balans bent?

Rebergen «’t Is me vaak overkomen dat een geliefde gewoon triestig werd van wat ik deed. Als ik intens heb opgetreden, heb ik gewoon geen zin om met mijn partner te praten. Ik kan ’m dan ook niet vasthouden of kussen, want ik ben dan vooral met mezelf bezig. Of beter: ik ben dan in mezelf.»

HUMO Is dat aangenaam?

Rebergen «Neen, want vanbinnen ben ik dan meestal heel hysterisch. Maar wat ik wilde zeggen: nu kan ik mijn man soms niet bereiken als hij zich enkele uren in zijn vak heeft verdiept. Dan is hij ook elders. Ik vind het zowel fijn als spannend dat ik hem dus niet helemáál ken. Hij blijft er raadselachtig door. Dat vindt hij ook van mij, denk ik. We begrijpen elkaars eenzaamheid als de andere helemaal in zichzelf is afgedaald. Iemand die met mij samenleeft, moet zich erbij neerleggen dat ik een maker ben. En dat ik een maker ben, is mijn bestaansreden. Het geeft me de meeste voldoening, hoezeer ik ook van de liefde houd.»

HUMO Het verhaal gaat dat je al rond je 4de wist dat je artiest zou worden.

Rebergen «Ik stond toen al op het podium en was me daar ook erg van bewust. Toen heb ik voor het eerst gevoeld: ‘Dit bevalt me.’ Maar pas rond mijn 8ste was ik zeker dat ik artiest zou worden. Ik voelde daar toen al de noodzakelijkheid van aan.»

HUMO Hoe jong je ook in de muziek begonnen mag zijn, volgens mij heb je altijd erkenning van je talent gevoeld. Je hebt je dus nooit miskend kunnen voelen.

Rebergen «Ik zie het soms allemaal groter: ik vind dat ik het verdien om meer mensen te bereiken.»

HUMO Wil je misschien tot de mainstream behoren?

Rebergen «Neen, maar ik vind het niet aangenaam dat ze me in Nederland altijd ‘die rare’ vinden. Zo van: ‘Wat heeft ze nou weer bedacht?’ Ik ben dat namelijk niet. Ik ben misschien wel ‘opvallend’ of ‘aanwezig’ of ‘opvallend aanwezig’ – maar ‘raar’ niet. In Nederland word ik niet gedraaid op de radio. Ik merk dat sommige muziek gewoon genegeerd wordt. Radio 1 in België doet dan weer erg zijn best voor mij. ’t Is fantastisch om me zo gesteund te voelen.»

HUMO Kun je altijd aan een song of een gedicht werken?

Rebergen «Ik ben nog niet goed in de ambachtelijke kant. Ik kan er nog niet goed voor gaan zitten, al heb ik wel periodes dat ik heel veel schrijf. Er lijkt me dan ook van alles aan te waaien. Gisteravond, na cafébezoek, ging een vriend van me bij de kerk staan pissen. Ik herinnerde mij toen dat een ex-vriendje me ooit had gezegd: ‘’t Is fijner om man dan vrouw te zijn omdat je veel meer sterren ziet als je buiten pist.’ Dat gaf meteen iets bruikbaars, en daar word ik dan even heel blij van.»

HUMO Hoorde je bij de teksten van ‘ik ben al 11 jaar geen 16 meer’ geen muziek?

Rebergen «Neen. Behalve dan bij ‘alleen jij nog’, dat van meet af aan een soort liedje was. (Zingt) ‘Er komt een dag waarop je me verdriet gaat doen / bij deze het is je vergeven / bij deze het is je gegund / een groot verdriet / zo één van uit de boekjes’. Ik kan die tekst ook niet lezen zonder dat ik er muziek bij hoor. Mijn uitgever wilde eerst een combinatie van liedteksten en poëzie, maar dat zag ik niet zitten: ik wilde eens iets compleet anders maken.»

undefined

'Ik ben een halfjaar geleden voor het eerst in mijn leven begonnen met roken. Ook dát is Roos Rebergen'

HUMO Ik hoorde je op de radio zeggen dat je het woord ‘piemel’ niet kon zingen, maar wel in een gedicht gebruiken. Is dat een hoogstpersoonlijke intuïtie?

Rebergen «Voor mij is het een algemene regel. Ik vind ‘piemel’ gewoon geen mooi woord om te zingen, zelfs zonder me er meteen iets bij voor te stellen (lacht). Mag ik even een sigaretje roken? Ik ben een halfjaar geleden voor het eerst in mijn leven begonnen met roken. Heel stom van me. Ook dát is Roos Rebergen.»

HUMO Een mooie gelegenheid om een tweeregelig gedicht van jouw hand in de groep te gooien: ‘ik zag een nachtegaal roken / het kan misschien mooier zingen maar ik rook beter’. ‘Het’ nachtegaal?

Rebergen «Daar wees Vic van de Reijt, mijn uitgever, me ook op: ‘Roos, straks denken mensen nog dat je het genus van woorden niet weet.’ Wat ik ook vaak niet weet, en dat maakt me ook helemaal niets uit.»

HUMO Ik zal, mocht ik je versje in mijn stuk citeren, altijd de aandrang voelen om van ‘het nachtegaal’ een ‘hij’ te maken.

Rebergen «Dan moet je het niet citeren. Ik vind ‘het’ mooier dan ‘hij’, ook al snap ik wel dat het fout is.»

HUMO Aan dichterlijke vrijheid raak ik niet. Je hebt ‘ik ben al 11 jaar geen 16 meer’ aan vier vrouwen opgedragen, wat mogelijk een statement is. Die vrouwen heten Sara, Marijke, Goedele en Ineke – Ineke is je moeder, weet ik.

Rebergen «Die drie andere zijn mijn dokters. Die er ook voor gezorgd hebben dat ‘ik ben al 11 jaar geen 16 meer’ er is.»

HUMO Bedoel je dat die bundel een vrucht is van je therapie?

Rebergen «Neen, voor mij staat de gedichtenbundel daar los van, maar ik heb er wel een fase uit mijn leven mee afgesloten. Ik ben ver gegaan in die teksten, ze zijn erg persoonlijk.»

HUMO Waarin ben je ver gegaan, vind je?

Rebergen «Ik schrijf openlijk over bestaande mensen, niet altijd aardig, misschien hard, en ik noem namen.»

HUMO Achterin bedank je alle ‘slachtoffers’ over wie je hebt geschreven. ‘Slachtoffers’ is een groot woord. Je pleegt toch geen karaktermoorden in die teksten?

Rebergen «Nou, er zijn mensen die het absoluut niet leuk vinden dat ik over ze heb geschreven.»

'Ik houd met niemand rekening als ik schrijf, ook niet met de mensen van wie ik houd'

HUMO In dit verband citeer ik even de eerste drie regels van ‘meer dan vrienden’: ‘ik heb een goede broer die boos is omdat ik over hem schrijf / ik heb een goede vriend die boos is omdat ik nooit over hem schrijf, misschien moeten ze eens met elkaar gaan praten’. Familie is een thema in je bundel: je hebt het over je broer, je moeder, een enigszins excentrieke tante. Aan je vader lijk je voorbij te gaan.

Rebergen «Ik wilde ’t hele lijstje niet afwerken, maar mijn vader is sowieso bij deze bundel betrokken: hij heeft de foto op de achterzijde gemaakt, en hij komt ook wel eventjes in een regel voor, maar voor de rest schrijf ik niet voor mijn familie, hè? Ik schrijf voor mezelf. En ik houd met niemand rekening als ik schrijf, ook niet met de mensen van wie ik houd.»

HUMO In de litanie ‘toen wij’ maak je de inventaris op van de gedeelde jeugd met je broer – een lange reeks onuitwisbare herinneringen. Jij en je broer waren heel close.

Rebergen «Nog steeds. Al is hij wel heel erg geschrokken van ‘toen wij’. Omdat ik meer van onze jeugd heb onthouden dan hij. Ik heb hem ook gezegd dat ik nog nooit zo lief over iemand had geschreven. Zo’n tekst zal wel vreemd zijn voor hem: wat lezen betreft is hij nooit verder gekomen dan ‘Sjakie en de chocoladefabriek’. Mijn tekst heeft hem gewoon diep geraakt, denk ik. En zoals ik vroeger ook niet over mijn gevoelens kon praten, kan hij dat ook niet. Hij heeft het nooit geleerd. En hij lijkt op mijn vader. Hoewel mijn vader erg veranderd is toen hij tussen de 45 en de 50 was. Op een gegeven moment wilden mijn ouders met me mee op therapie. Mijn vader stelde aan één stuk door vragen en mijn moeder zweeg, terwijl zij eigenlijk de goede prater is. Dat deed me heel veel, omdat ik er altijd van uit was gegaan dat mijn vader niet over zulke zaken nadacht.»

HUMO In ‘sorry’ put je je uit in excuses aan je hoofd. Het begint met: ‘sorry hoofd dat ik zo slecht voor u zorg / dat ik u verwaarloos door niet te lezen / en u probeer te vergeten door te drinken’. Drank komt vaker voor in je werk.

Rebergen «Ik kan goed drinken, en ik heb er dan ook geen last van. Wat dat betreft heb ik de genen van mijn vader. Mijn broer overigens ook. Drank helpt me ook wel. Ik word er rustig van. Vroeger dronk ik om even weg te zijn, nu meer omdat ik het lekker vind. En overal waar ik kom, is er drank. Ik moet voor een optreden vaak ook wachten, en dus gaan we nog iets drinken. Ik heb ‘sorry’ geschreven in de periode dat ik met mijn medicijnen gestopt was. Daardoor was ik dus een beetje doorgedraaid. Ik vond dan ook dat ik mijn hoofd een excuusbrief verschuldigd was. Ik vind namelijk dat je hart niet in je borst zit, maar in je hoofd. Mensen zeggen: ‘Je moet niet denken, maar je hart volgen.’ Maar denken doe je ook met je hart.»

HUMO In de tekst ‘een vrouw’ borduur je voort op een wijsheid van Arno Hintjens: ‘Een kut moet niet naar parfum ruiken.’

Rebergen «Iedereen moest lachen toen hij dat in een praatprogramma op de televisie zei. Ik niet. Ik vond het niet grappig, want ik snapte het meteen. Er bleek heel veel respect voor vrouwen uit die uitspraak, ook al klonk ze niet respectvol. Hij zag de vrouw namelijk als vrouw, en niet als een etherisch wezen.»


Naar Amerika

HUMO Wat betekent gelukkig zijn volgens jouw verwachtingen?

Rebergen «Ik ben heel gelukkig als we met de band aan het opnemen zijn; ’t gaat niet zozeer om de opnames zelf, maar om de achteloze momenten van samenzijn: de ene zit te prutsen aan een onderdeel van een drumstel, de andere zit in een boekje te lezen, nog anderen doen een spelletje, en ik hang er ook maar een beetje bij. Op een afstandje. Er hoeft niet zoveel op zulke momenten. Als iedereen rustig is, doorstroomt mij een groot gevoel van vrede.»

HUMO Dat is een bescheiden voorstelling van geluk, en daarom vind ik ze valabel. Ik heb de indruk dat materialistische mensen in het Vrije Westen, die verwende zwik die zich steeds tekortgedaan voelt, geluk steeds meer met euforie verwarren.

Rebergen «Dat is voor mij niet per se geluk. Een euforische toestand als verliefdheid vind ik, behalve vermoeiend, ook veeleer ongelukkig.»

HUMO Je woont al enkele jaren in Antwerpen. Wat bracht je hier?

Rebergen «De muziek en Tom Pintens, die bas speelt bij Roosbeef. Ik was aan een nieuw begin toe en ik wou weg uit Nederland.»

HUMO Vind je Vlaanderen nog steeds een buitenland?

Rebergen «Toch exotisch. Dorpen waar het mensen niet kan schelen hoe hun huis eruitziet, zo van: het is zoals het is. Oude cafés met een binnenplaatsje waar de kousen van oma aan de waslijn hangen. Ik zie daar wel de schoonheid van in. Het eerste jaar dat ik hier woonde, schaamde ik me dat ik een Hollandse was en dan ook Hollands praatte. Daar ben ik ondertussen overheen, en ik merk het al lang niet meer als iemand mijn accent flauw nadoet. Wie dat doet, blijkt altijd een sukkel te zijn. Of een eikel. Of een dommerik. Ik vind Vlaams over het algemeen heel mooi, al hou ik niet zo van Antwerps: het snerpt me te veel, ‘èèèèèèèèèèèè’. Maar Gents ligt me wel, en West-Vlaams, dat ik ondertussen goed kan verstaan. Ik heb vaak met Wannes Cappelle opgetreden, vandaar. Ik heb ook al eens in het West-Vlaams gezongen: ‘Ek ben de keuning van de jacht’. Heel mooi. Weet je wat ik wèl intens lelijk vind? ‘Mercikes’. In Nederland vinden ze dat ik ondertussen heel erg Vlaams spreek.»

HUMO In september van dit jaar verhuis je voor drie jaar naar Amerika, waar je man onderzoekswerk gaat doen aan een universiteit in Kentucky. Hoe stel je je het leven dat je daar zult leiden voor?

Rebergen «Een vriend van mijn man, ook een wetenschapper, zei gisteren: ‘De verschrikkelijke dingen van Amerika zijn nog erger dan je denkt, maar de mooie dingen zijn ook nog veel mooier.’»

HUMO Wat is er volgens jou vervelend aan Amerika?

Rebergen «De Amerikanen? (lacht) In Kentucky barst het van de rednecks. Je kunt er makkelijker een geweer kopen dan een pakje sigaretten. Maar ik ben wel klaar voor een decorwisseling. Er is bovendien ook heel veel muziek in Amerika, en ik heb altijd al van country gehouden. Ik hou ook van ruimte. Op dit ogenblik heeft mijn man geen werk, zodat we heel veel samen thuiszitten. Ik verlang ernaar dat hij ook eens het huis uit is (lacht). Ik heb me voorgenomen om heel veel te schrijven in Amerika. Daar ga ik het beste maken wat ik ooit heb gemaakt. Ik zal er ook niet elke dag vrienden over de vloer hebben, zoals hier. Ik hoef er ook niet op te treden, noch in bejaardentehuizen voor te lezen (lacht). Ik zal er dus heel veel tijd hebben. Optreden is anders wel het liefste wat ik doe, maar telkens weer reclame te moeten maken voor mezelf, staat me tegen. ‘Ik heb een nieuwe cd. Wil je hem alsjeblieft draaien?’ Of smeken om in ‘Pauw’ te mogen optreden: ik ben er helemaal klaar mee. Misschien krijg ik een kind in Amerika, dat dan een Amerikaans paspoort zal krijgen. Toch een leuk cadeau? Als we een kind op de wereld zetten, dan doen we het daar.»

HUMO ‘Je hoeft niet overal geweest te zijn om veel van de wereld gezien te hebben’, luidt het in je gedicht ‘olifant’.

Rebergen «Omdat het overal hetzelfde is, hoe anders het ook lijkt. Mensen blijven altijd en overal hetzelfde. Als je hier een beetje oplet, heb je vanzelf al heel veel van andere landen gezien.»

HUMO Je blijft drie jaar weg. Misschien zal je terugkeer een nieuw begin zijn. Ik bedoel: dat je van voren af aan moet beginnen.

Rebergen «Dat geloof ik niet. Ik ben niet bang dat men mij over drie jaar vergeten zal zijn. Er zijn gewoon weinig Roos Rebergens. Dat is geruststellend. Zowel voor mij als voor de wereld.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234