Eusebie Beeld Wouter Maeckelberghe / DM
EusebieBeeld Wouter Maeckelberghe / DM

Kledingvoorschriften

Jongeren over dresscodes: ‘Dit gaat echt niet om je te willen kleden zoals in een strandbar’

Geen blote buiken of al te korte rokjes. De voorbije weken protesteerden scholieren tegen de kledingvoorschriften op school. Wij spraken met jongeren over wat ze willen én horen te dragen.

De voorbije dagen werd er heel wat afgepuft en gezweet in de Vlaamse klas­lokalen. Niet alleen omdat er examens zijn, maar ook omdat de meeste leerlingen zich ondertussen weer netjes aan de kledingvoorschriften houden. De voorbije weken werd er duchtig geprotesteerd tegen deze regels die ervoor zorgden dat vooral meisjes zich niet naar het warme weer konden kleden omdat hun blote armen en benen “te veel zouden afleiden”. Als resultaat gingen de jongens in topjes met dunne bandjes en zomerjurkjes naar school, om deze schijnbaar arbitraire manier van regelgeving aan te klagen.

“Het moet geen strandbar worden”, was de reactie van onderwijsminister Ben Weyts (N-VA), die het protest wegwuifde.

De kans is groot dat ook u de significantie van het protest niet zag. Kledingvoorschriften horen nu eenmaal bij de middelbare school, ertegen rebelleren ook. ‘In uwen tijd’ zal u vast ook wel eens van leer getrokken hebben tegen een leerkracht die uw Nirvana-T-shirt ondanks uw slinkse uitleg niet in de les godsdienst vond passen.

Uit protest gingen veel scholieren in 'verboden kleren' naar school.  Beeld Mine Dalemans
Uit protest gingen veel scholieren in 'verboden kleren' naar school.Beeld Mine Dalemans

Bovendien zijn die regels ook van alle tijden. Vanaf de mens zich begon aan te kleden, waren daar voorschriften en voorkeuren aan verbonden. Van het voetbinden in China tot het korset aan het Franse hof, van de hellenistische Grieken die speciale toezichters hadden om ervoor te zorgen dat vrouwen niet te veel geld spendeerden aan hun outfits tot de victoriaanse Engelsen die zo hard getriggerd werden door een been (en een enkel) dat zelfs de tafelpoten een rokje kregen. In Frankrijk moeten vrouwen hoge hakken dragen voor ze de rode loper van Cannes mogen betreden, maar mogen ze geen boerkini aandoen als ze een paar meter verderop op het strand willen liggen.

Zelfs de Oude Romeinen, toch wel de influencers voor influencen een ding werd, hadden regels rond de doeken die ze om hun schouders drappeerden. Of althans, toch voor de vrouwen. Zij die getrouwd waren of tot de hogere klasse behoorden mochten een stola dragen, een kledingstuk dat tot aan de voeten hing en hun respectabele positie in de maatschappij moest benadrukken. Zij die werkten, ongetrouwd of gescheiden waren, droegen de kortere versie, ook wel eens de toga genoemd, en waren daardoor letterlijk up for grabs.

Ziet u een patroon? Dat is niet zo verwonderlijk. “Kledingvoorschriften zijn een manier van een heersende groep om een andere groep onder controle te houden”, zegt de Amerikaanse hoogleraar rechten Richard Thompson Ford in zijn boek Dress Code: How the Laws of Fashion Made History (2021). Hij begon het fenomeen te onderzoeken nadat hij ontzettend veel cliënten kreeg die de dresscode van hun bedrijf wilden aanvechten. Vrouwen die verplicht hakken moesten dragen. Zwarte mensen wier haardracht als onprofessioneel werd gezien. “Het verbaasde me hoe intens deze voorschriften leefden. Mensen waren bereid om hun job te verliezen tijdens het aanklagen van de dresscode, terwijl werkgevers bereid waren om een waardevolle werkkracht kwijt te spelen door hardnekkig aan de regel vast te houden. Ik wilde begrijpen waarom dat zo sterk leefde”, vertelt Thompson Ford in een interview met de website Futurity.

In zijn boek beschrijft hij de verschillende manieren waarop kledingvoorschriften vroeger en nu voorkomen in de maatschappij, en op welke wijze ze ingezet worden. Zijn conclusie is duidelijk.

“Als we zoveel geven om kleding dat we er een regeling rond willen opstellen, dan willen we met die dresscode iets duidelijk maken. Wat belangrijk is, is om te kijken wie de dresscode opstelt en wat die persoon of groep van personen daarmee wil controleren, onderdrukken of promoten”, aldus Thompson Ford. “Vaak maken kledingvoorschriften onze sociale aspiratie en onze politieke idealen duidelijk. Doorgaans worden ze gebruikt om een bepaalde hiërarchie te bewaren.”

Oorbel in de neus

In de loop van de geschiedenis zijn expliciete juridische kledingvoorschriften verschoven naar impliciete geïnternaliseerde voorschriften, zegt modesociologe Aurélie Van de Peer. “In de middeleeuwen was het voor sommige bevolkingsgroepen bijvoorbeeld niet toegestaan om bepaalde kleuren of stoffen te dragen die uitsluitend voor de adel of de clerus voorbehouden waren. Naarmate het individu meer centraal kwam te staan verdwenen die harde regels, maar dat wil niet zeggen dat er geen regels meer bestaan.”

Ga zelf maar na. Onbewust weten we dus heel goed wat we zogezegd wel en niet mogen dragen, afhankelijk van hoe we eruitzien, of we nagefloten willen worden of welke rol we in de maatschappij innemen.

Hannah in de kleren die ze draagt als juf Hannah (boven), en als ze gewoon Hannah is (onder). Beeld Wouter Maeckelberghe
Hannah in de kleren die ze draagt als juf Hannah (boven), en als ze gewoon Hannah is (onder).Beeld Wouter Maeckelberghe
null Beeld Wouter Maeckelberghe
Beeld Wouter Maeckelberghe

“Mensen zijn altijd verbaasd als ik zeg dat ik voor leerkracht lager onderwijs studeer”, vertelt Hannah (20). “Ik heb een meer alternatieve stijl. Ik draag graag oversized kleding of platformschoenen, soms ook visnetpanty’s of stuks die beschilderd zijn. Niet meteen hoe je je een juf voorstelt, natuurlijk.”

Hannah deelt haar garderobe mentaal dan ook in twee: de kleren die ze draagt als ze juf Hannah is, en de kleren die ze draagt als ze gewoon Hannah is. “Wanneer ik stage loop op een school zal ik meer geklede broeken dragen, en een coltrui die de piercing op mijn borstbeen bedekt. Het maakt me in die periode ook nerveus om bijvoorbeeld ouders van leerlingen of andere leerkrachten tegen te komen in mijn vrije tijd, wanneer ik mijn gewone kleding draag.”

Hannah heeft tijdens haar stages nooit te maken gekregen met expliciete kledingvoorschriften, maar ze merkte dat ze zich die vooral zelf oplegde, omdat ze de vooroordelen van hoe een juf eruit zou moeten zien geïnternaliseerd heeft. “Dat komt echt uit mezelf, de kinderen vinden dat helemaal niet erg. Ooit vergat ik een piercing uit te halen en vroeg een leerling gewoon geïnteresseerd waarom ik een oorbel in mijn neus heb. Ik denk dat het voor hen juist een goed voorbeeld kan zijn om te laten zien waarom jezelf zijn belangrijk is.

“Ach, wanneer het ooit echt mijn beroep is zal ik er hopelijk wel wat meer de balans in vinden. Vroeger twijfelde ik daardoor soms aan mezelf. Past dit beroep wel echt bij mij als ik mezelf ervoor moet veranderen? Maar ik weet gewoon dat ik een goede juf zal zijn.”

“Het hele industriële modesysteem is groot geworden op het claimen dat zij degenen zijn die kledingvoorschriften mogen voorschrijven”, zegt Van De Peer, die de sector vergelijkt met een robuuste burcht, bevolkt door de happy few. “Die autoriteit proberen ze te bestendigen via bijvoorbeeld modebladen, die je ervan willen overtuigen dat je enkel maar de regels kunt volgen, dat bepaalde kledingstukken echt niet meer kunnen vanaf bijvoorbeeld een bepaalde leeftijd of zodra je een bepaald gewicht hebt.”

Niet dapper

Het misverstand rond al deze impliciete regeltjes is dat ze De Dingen duidelijk zouden moeten maken. Ik heb een peervormig figuur, dus broeken die hoog in de taille zitten zijn beter dan broeken die op de heupen rusten. Mijn lichaamstype is een kiwi die zes weken geleden onder de koelkast is gerold, dus ik draag best jurkjes met ondersteunende naden in de taille. We kennen ze vanbuiten omdat we allemaal geknield hebben voor het altaar van modegoeroes als Jani Kazaltzis en de Britse Trinny Woodall en Susannah Constantine die plots een leidraad boden in de verwarrende jungle van eeuwig veranderende trends en artikels met de best en slechtst geklede celebrity’s.

Marijne: 'Ik draag cropped tops,  ja, ook al zou ik dat als dikke vrouw zogezegd niet mogen.' Beeld Wouter Maeckelberghe
Marijne: 'Ik draag cropped tops, ja, ook al zou ik dat als dikke vrouw zogezegd niet mogen.'Beeld Wouter Maeckelberghe

We hoopten hartsgrondig dat deze voorschriften een reddingsvest zouden zijn, maar in realiteit waren ze gewoon een ander keurslijf. “Ik weet nog goed hoe ik als dertienjarige een tuniek met brede glitterstrepen”, zegt Marijne (22). “Ik was gek op dat ding, maar ik durfde het nooit te dragen. Horizontale strepen zouden verbreden, had ik gelezen, en glitter of drukke prints ook. Dus ik vermeed ze, ook al vond ik ze zelf wel mooi.”

Een kleine tien jaar later doet Marijne lekker haar eigen ding. De studente Toegepaste Psychologie is één van de leading lady’s binnen de Belgische bodypositivityscene, en op haar Instagram zie je kiekjes van Marijne in modieuze outfits waar ze zich goed in voelt, outfits die ook wel eens wat vlees laten zien. “Ik draag cropped tops (topjes die de buik bloot laten, red.) ja, ook al zou ik dat als dikke vrouw zogezegd niet mogen. De maatschappij verwacht van mij dat ik losse kleding draag die mijn lichaam bedekt. Er is niets mis met jezelf oversized kleden als je jezelf daar beter in voelt, wél als je dat doet omdat je denkt dat je je moet aanpassen om te voldoen aan de manier waarop mensen naar jou willen kijken. Dat is ook wat ik op mijn Instagram wil doen: laten zien dat je moet dragen waar je je mooi in voelt, wars van je lichaamsvorm of gewicht.”

Marijne (22): ‘Ik wil laten zien dat je moet dragen waar je je mooi in voelt, wars van je lichaamsvorm of gewicht.’ Beeld Wouter Maeckelberghe
Marijne (22): ‘Ik wil laten zien dat je moet dragen waar je je mooi in voelt, wars van je lichaamsvorm of gewicht.’Beeld Wouter Maeckelberghe

De twintiger stipt wel aan dat het soms vermoeiend kan zijn om haar lichaam te kleden, omdat haast iedere outfit als een statement gezien wordt. “Wanneer ik bijvoorbeeld die cropped top draag, dan krijg ik twee soorten commentaren. Ofwel zijn er mensen die staren of die ronduit zeggen dat ik dat met mijn figuur écht niet mag dragen. Ofwel zijn er mensen die me zeggen hoe dapper ze het vinden dat ik dit doe. Ik weet dat die laatste opmerkingen goed bedoeld zijn, maar zou je dat ook zeggen tegen iemand met zogezegde standaardmaten? Waarom ben ik dapper gewoon omdat ik mijn favoriete shirt uit de kast heb gehaald? Een lichaam, zeker een vrouwenlichaam, zeker een dík vrouwenlichaam, is altijd politiek terrein, zo lijkt het wel.”

Martin Luther King

Wie bij de bovenstaande uitspraak even de wenkbrauwen fronste: laten we de cropped top even als symbool van de huidige kledingrevolutie nemen. Wanneer je je dit kledingstuk voor de geest haalt, wie draagt het dan? Iemand met mannelijke uiterlijke kenmerken? Een zestiger? Iemand met vet­rolletjes? Wanneer je deze denkoefening maakt wordt het meteen duidelijk dat het vaak niet om de kleding zélf, maar om de lichamen die erin zitten draait.

Wanneer een witte hoogopgeleide ondernemer een hoodie draagt, dan wordt hij geassocieerd met de techbro’s uit Silicon Valley; wanneer een zwarte tiener het kledingstuk uit de kast haalt maakt hij zich daarmee verdacht – getuige de buurtwachter die in 2012 de 17-jarige Trayvon Martin uit Florida doodschoot omdat hij een kap over zijn hoofd had terwijl hij de nachtwinkel verliet. Een kledingstuk is nu eenmaal veel gelaagder dan de stoffen en naden waaruit het bestaat. Zelfs als het om een niemendal als een zomertopje gaat.

Eusebie: 'School zou een plek moeten zijn waar zelfontplooiing centraal staat, en dat gaat ook gepaard met experimenteren met kledij.' Beeld Wouter Maeckelberghe
Eusebie: 'School zou een plek moeten zijn waar zelfontplooiing centraal staat, en dat gaat ook gepaard met experimenteren met kledij.'Beeld Wouter Maeckelberghe
null Beeld Wouter Maeckelberghe
Beeld Wouter Maeckelberghe

“Een vriendin van mij zit in de klas met twee meisjes die op een dag met hetzelfde topje naar school kwamen. Het ene meisje, dat wat zwaardere borsten heeft, werd erop aangesproken door de leerkracht en moest zich bedekken, terwijl het andere meisje niet berispt werd”, merkt Eusebie (18) fijntjes op. Zij kauwt zich momenteel een weg door haar laatste weken middelbaar die haar moeten klaarstomen op het leven als jongvolwassene. “School zou een plek moeten zijn waar zelfontplooiing centraal staat, en dat gaat ook gepaard met experimenteren met kledij. Mode is een vorm van zelfexpressie en ik vind het leuk om ’s ochtends voor de kleerkast te staan en dingen uit te proberen en echt af te tasten wat ik zelf leuk vind. Voor mij heeft dat een groot verschil gemaakt in de zoektocht naar wie ik ben.”

De tiener zit op een school waar behoorlijk wat vrijheid heerst rond kledingvoorschriften – ze kan er dragen wat ze wil. “En toch komt niemand er in bikini of een onesie naar school.” (lacht) “We weten heus wel wat ‘gepast’ is in een meer formele schoolcontext, dus geef jongeren ook dat vertrouwen.

Met kledingvoorschriften als ‘hoe kort een rokje mag zijn’ geef je ook het foute signaal, vind ik. Als mijn blote benen de mannelijke leerkrachten of medescholieren zouden afleiden, zoals dan wordt gesteld, dan ligt het probleem niet bij mijn rokje of bij mijn benen, maar bij de manier waarop ernaar gekeken wordt.

“Laat we het maar eens hebben over het overseksualiseren en het controleren van het vrouwelijk lichaam. Over waarom meisjes wel op de vingers getikt worden en jongens niet. Het is dáár waar die jongeren nu tegen strijden, niet om zich ‘te kleden zoals in de strandbar’”, zucht de tiener het argument van Ben Weyts weg.

Het protest tegen de kledingvoorschriften gaat dan ook verder dan teenagers gonna teenage. Mode wordt wel vaker gebruikt om maatschappelijk onrecht te signaleren en de status quo uit te dagen, stelt professor Thompson Ford. Hij haalt de burgerrechtenbeweging van de jaren zestig onder leiding van Martin Luther King aan. “De zwarte gemeenschap trok toen de straat op in nette pakken en jurken, hun zogenaamde Sunday Best, om te vechten tegen het stereotiepe beeld dat er over hen bestond, terwijl de Black Pan­ther-beweging die dresscode later zou verwerpen juist omdat ze niet langer braaf en stilzwijgend in de pas wilden lopen.”

Tijdens de massale marsen na de dood van Trayvon Martin droeg een opvallend groot deel van de manifestanten een hoodie, en nu de kledingvoorschriften op middelbare scholen worden gehekeld kwamen mannelijke scholieren in naveltruitjes en zomerjurkjes die ze van hun vrouwelijke klasgenotes hadden geleend naar school.

Andrèa: ‘Wanneer ik iets van de vrouwenafdeling draag doe ik dat niet als statement, maar omdat ik me er goed in voel.’ Beeld Wouter Maeckelberghe
Andrèa: ‘Wanneer ik iets van de vrouwenafdeling draag doe ik dat niet als statement, maar omdat ik me er goed in voel.’Beeld Wouter Maeckelberghe
‘In mijn Limburgse dorp moest ik het niet wagen om met make-up over straat te gaan.’ Beeld Wouter Maeckelberghe
‘In mijn Limburgse dorp moest ik het niet wagen om met make-up over straat te gaan.’Beeld Wouter Maeckelberghe

“Het is natuurlijk fantastisch om te zien dat mannen een vuist maken tegen het seksistische beleid dat vrouwen onderdrukt, maar wanneer ik of mijn queer vrienden ervoor kiezen om een jurkje te dragen worden we in elkaar gemept”, zegt Andrèa (21) die zich als non-binair identificeert. “Ik denk dat veel mensen niet beseffen met hoeveel geweld en verzet wij te maken krijgen. Nu ik in Antwerpen woon valt het beter mee, maar in mijn dorp in Limburg moest ik het niet wagen om met make-up over straat te lopen. Daarom dat mijn verhuizing me, samen met mijn naamsverandering, ook wel geholpen heeft om mijn identiteit verder te ontwikkelen.”

Zelf draagt die geen jurken, maar bij het winkelen probeert Andrèa zoveel mogelijk voorbij te gaan aan de verschillende afdelingen die er voor mannen of vrouwen zijn, maar gewoon naar het rek te lopen waar de kleding hangt die hen bevalt. “Ik zal wanneer ik iemand ontmoet altijd zeggen dat ik me als non-binair identificeer omdat het een belangrijk deel van mij is, maar het maakt me op zich niet uit dat onbekenden het niet ­meteen aan me kunnen zien. Er zijn ook dagen waarop ik geen zin heb in make-up en ik toevallig kleding draag die allemaal van de mannenafdeling komt. Dat is juist het ding, denk ik. Wanneer ik iets van de vrouwenafdeling draag doe ik dat niet als statement, maar oprecht omdat ik het een mooi stuk vind en omdat ik me er goed in voel. Vreemd genoeg vinden mensen juist dát verwarrend. Ze hebben een verhaal en een hokje nodig.”

Het is, met andere woorden, makkelijker te behappen dat jongens ‘meisjeskleren’ dragen als protest, dan om te aanvaarden dat mensen gewoon zouden moeten kunnen dragen waar ze zich goed in voelen. Zelfs wars van hun gender­identiteit.

Kleine correcties

Waarom kan een heteroseksuele man die zich als man identificeert geen kleding van de vrouwenafdeling dragen? Waarom kan een dik persoon geen trends dragen die in de bladen op dunne mensen worden getoond? Waarom vertrouwen we dertienjarigen met een passerpunt maar niet met blote sleutelbenen?

Het is wat Van de Peer de grote modeparadox noemt. “Kleding is op zich een fantastisch vehikel voor zelfexpressie en zelfactualisatie, maar eigenlijk staat mode het hele principe van autonomie in de weg. Wie niet draagt wat-ie hoort te dragen, wordt met regeltjes, met spot en soms zelfs met geweld weer in de maat gedwongen.”

Van de Peer benadrukt hoe tekenend die soms ogenschijnlijk kleine correcties kunnen zijn in het leven van jonge mensen. Bij adolescenten komen meningen over uiterlijk nog harder binnen dan bij volwassenen, omdat de vorming van het zelfbeeld bij hen nog veel sterker bepaald wordt door het lichaamsbeeld dat ze van zichzelf hebben en dat in interactie met anderen gevormd wordt. “Als het secundaire onderwijs jongeren voorbereidt op volwassenwording, welk verwachtingspatroon scheppen wij dan voor hen op het vlak van de beleving van kleding? ‘Doe maar niet te gek’, ‘wees vooral zoveel mogelijk als ieder ander’. Zo plant je niet echt de zaadjes voor een beleving van kleding waarin expressie, experiment en anders-zijn een plaats kunnen vinden. Ik vraag me af waarom dat een onderdeel zou moeten zijn van het opvoedingsproces.”

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234