Joost Conijn, allround kunstenaar, komt uit zijn pijp

In het atelier van beeldend kunstenaar Joost Conijn (41) raak ik de OK-NUL 43 aan, zijn derde zelfgebouwde vliegtuig, waarmee hij een schier onmogelijke luchtreis van Nederland naar Kenia heeft gemaakt. De neerslag daarvan staat in het boek ‘Piloot van goed en kwaad’.

Dat ‘goed en kwaad’ slaat op een gesprek dat hij ergens in Oeganda voerde. Hij stelde hardop dat goed en kwaad geen absolute begrippen waren – dat doen we allemaal wel eens - waarop zijn zwarte gespreksgenoot sprak: ‘We zullen je herinneren als de piloot die ons uitlegde dat goed en kwaad niet bestaan.’ Zo ontstaan misverstanden en boektitels.

De OK-NUL 43 is, om ruimte te winnen, ontvleugeld. Ik raak het vliegtuig voorzichtigjes aan, want het ziet er merkwaardig breekbaar uit, bijna te teer voor gekkigheden in de lucht. De cockpit biedt plaats aan twee personen. Met wind achter haalt het een maximale snelheid van 130 km per uur.

Er kan 65 liter brandstof in de tank – autobenzine – en daarmee kun je, als je mazzel hebt, zo’n vijf uur in de lucht blijven. Op de wielen, de propeller en de boordapparatuur na heeft Joost Conijn alles zelf gemaakt. Ik laat de welluidende naam van Panamarenko vallen, wiens vliegmachines een geweldige actieradius hebben in het onmetelijke luchtruim van de verbeelding, maar bovenal blijven ze aan de grond, binnen de museale muren.

Joost zegt dat hij Panamarenko bewondert omdat hij techniek tot kunst heeft verheven, maar zijn eigen kunst moet echt vliegen of rijden, en afstanden overbruggen, en dat doet ze dan ook. Er zijn bewijzen van.

Conijns werk is een soort totaalprogramma: de zelfgemaakte vervoermiddelen, de reis, de reiziger, en het boek of de film die het avontuur voor de vergetelheid moet behoeden. Eerder reed hij met een zelfgebouwde houten auto, de verrukkelijke Wood Car die op houtgas loopt, door allerlei buurtschappen in tien landen van het voormalige Oostblok.

In zijn film ‘Olland’ – vindbaar op het internet - fietste hij met twee vrienden door het Rif- en het Atlasgebergte, teneinde in het onmogelijke fietsland Marokko het echte plaatselijke leven aan den lijve te ondervinden.

Joost Conijn was ook een inspiratiebron voor ‘Joe Speedboot’, één van de mooiste Nederlandse romans van de 21ste eeuw tot nu toe. In dat boek wordt ook met een vliegtuig van eigen makelij gevlogen. 'Tommy Wieringa was toen nog helemaal geen bekende schrijver,’ zegt Joost. 'Hij kwam me gewoon vragen hoe je een vliegtuig maakt. Ik dacht: 'Wat krijgen we nou? Er komt een boek waarin ik zijdelings een rol speel. Laat ik maar ontkennen dat het iets met mij te maken heeft.’ En dat deed Tommy ook op de duur.’ Maar we moeten het over iets anders hebben. Misschien over wat kunst in een kindertijd kan betekenen.

Joost Conijn «Ik vond kunst als kind al het interessantste wat er was. En kunstenaars vond ik de meest interessante mensen. De meest raadselachtige ook - onconventioneel en romantisch. De rest van de beroepsbevolking vond ik eigenlijk best saai (lachje). Ik zag toen al weinig in een regulier bestaan, en dat soort leven associeerde ik met alle andere beroepen dan kunstenaar. Dat kunstenaars dingen maakten, trok me natuurlijk nog het meest aan, want daar was het me ook om te doen.

»Alles begint met tekenen en ik tekende altijd – ik denk dat ik de hele Nederlandse geschiedenis heb getekend: de riddertijd, schepen van de Vereenigde Oostindische Compagnie… Als ik m’n huiswerk af had, ging ik meteen tekenen, en om te kunnen tekenen, maakte ik zo snel mogelijk mijn huiswerk af.»

HUMO Dat je als kind al een idee had van wat conventioneel was en wat niet, komt nu ook weer niet zo vaak voor, denk ik.

Conijn «Ik had al snel het idee dat kunstenaars voortdurend deden wat ze wilden met hun leven, en ik zag ook dat niet iedereen dat kon. Ik heb nooit besloten dat ik zo wilde leven, het zat altijd al in me, organisch bijna.

»En dat zag ik in de loop van mijn leven steeds meer bevestigd worden. Het klopte. In het atheneum kreeg ik op een dag van een docent te horen dat er toch wel een kunstenaar in me school. Dat nam ik van hem aan, alsof ik het altijd al geweten had.»

HUMO Ik weet dat je aan de gerenommeerde Rietveld Academie als lastpak bekendstond.

Conijn «Een goede kunststudent is toch vanzelf een lastpak? Maar inderdaad, ik ben altijd heel lastig geweest voor de docenten. Wat dan nog? Docenten aan kunstscholen moeten toch met eigenwijsheid kunnen omgaan, of niet? En zijn eigenwijze studenten niet de leukste? Je moet volgens mij al heel eigenwijs zijn om kunstenaar te kúnnen worden, anders kun je het wel schudden.

»Ik heb als lastpak wel veel geleerd aan de Rietveld Academie: niet zozeer van iemand, maar wel omdat die school er ís. Kijk, je bent erg geprogrammeerd als je van de middelbare school afkomt – je bent namelijk klaargestoomd voor de maatschappij, en een kunstschool die naam waardig moet je vooral deprogrammeren, vind ik.

»Dat proces duurt best wel een tijdje. Op de duur kun je gedachten hebben die losstaan van je maatschappelijke programmering. Wie gaat er nou een houten auto maken? Of zelf een vliegtuig bouwen? Als je dat doet, moet je vrij zijn van vragen als ‘Wat is daar nou het directe nut van?’ en ‘Hoeveel geld kan ik ermee verdienen?’»

'De reis van Joost Conijn'

'Vliegtuig'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234