José De Cauwer wordt 70: 'Als ik beter voor mezelf had gezorgd, reed ik nu niet rond in een Kia'

Altijd kundig, het commentaar van José De Cauwer (70) bij wielerwedstrijden. Wéét hoe je een kamwiel in het vet zet, een stuurlint afbindt, een pothelm op je kop drukt. Vóélt wanneer een renner á bloc zit, een knecht het rood opzoekt, een kopman zijn demarrage plant. En gooit dat allemaal in een smakelijk Vlaams dat mooi contrasteert met de barokke woordenvloed van Michel Wuyts.

(Verschenen in Humo 3698 op 18 juli 2011)

'Ik heb geleerd om te genieten van wat mijn pad kruist. Een vogeltje dat fluit, of een gezellig terras waar je iedereen ziet voorbij flaneren: geluk is vaak gewoon gratis'

Dat komt er natuurlijk van als je een leven lang in de koers zit. Als renner, als ploegleider (de Tourzege van Greg LeMond! De wereldtitel van Tom Boonen!), als opleider - en uiteindelijk dus als commentator. Hij straalt bovendien de geinigheid van een sympathieke grootoom uit - de man die je als kind wat kwajongensstreken leert, en zich daar 's avonds guitig lachend bij je ouders voor excuseert. Je bent al gaan slapen, maar door het open raam hoor je hoe hij - kaasblokje erbij, een tripel van 't vat - je ouders inpakt. Zou dat beeld kloppen, vraag ik me af op weg naar het interview. De 7 Hoofdzonden, al vermoed ik geen katholiek jongetje in De Cauwer.

José De Cauwer «Eén van mijn twee zussen is onlangs gestorven. Ik zag geweldig op tegen de begrafenis, omdat ik gruw van wat pastoors doorgaans op zo'n plechtigheid uitkramen. 'De Heer heeft het behaagd tot zich te nemen', 'Het Eeuwige Leven is vol gelukzaligheid' - die blabla. Het soort praat waarbij je als nabestaande denkt: 'Zwijg asjeblieft, 't is volstrekt irrelevant wat je hier staat te vertellen.' Maar 't was een Nederlandse priester die sprak, en die deed dat zeer to the point - werelds, eigenlijk. Dat was een verademing, maar voor het overige heb ik niets met het katholicisme. Zoals zovelen geloof ik wel dat er iets is. Maar of dat iets nu absoluut 'God' moet heten?»

HUMO Wordt er in het peloton nog veel aan godsvrucht gedaan?

De Cauwer «Tja, er wordt weleens een kruisteken geslagen, en het regent god-bless-you’s. Maar veel oprechtheid moet je daar niet achter zoeken, denk ik. ’t Is in de eerste plaats bijgeloof.»


Hoogmoed

De Cauwer «Ik ken geen minisamenleving waarin iedereen zó zijn plaats kent als de wielerwereld. Het peloton is strak hiërarchisch gestructureerd: elke renner in België wéét dat op dit moment Philippe Gilbert op de eerste rij staat, en Tom Boonen op de tweede – hoewel die een grotere erelijst heeft. En haast niemand waagt het om in een rijtje te gaan staan waar hij niet thuishoort. Dat heeft te maken met de duidelijkheid van wielrennen: een renner weet wie hem pijn heeft gedaan in de koers, en waar in de pikorde hij dus thuishoort. In het voetbal gaat het anders. Als Messi een verdediger drie keer door de benen speelt, zegt die: ‘Jij maakt me belachelijk’ – om hem de vierde keer gewoon tegen de grond te werken. In de koers rijden de Messi’s en Ronaldo’s je uit het wiel, en kán je je niet revancheren.

»Jonge profs hebben het soms wel moeilijk met die duidelijke hiërarchie. Als die vol elan hun kopman in het peloton naar voren proberen te loodsen, en ze krijgen her en der een tik van iemand hoger in de hiërarchie, kijken ze weleens vreemd op. Logisch: in mijn begintijd vroeg ik me ook af waarom ik nu absoluut bang moest zijn van die Merckx. Maar al snel besefte ik: in de koers moet je je plaats kennen.»

HUMO Zijn de grote kampioenen per definitie een tikkeltje hoogmoedig?

De Cauwer «Ze onderscheiden zich door hun talent. Voelen ze zich daardoor beter dan anderen? Misschien wel, ja. Maar is dat zo onlogisch? Ze zijn ook gewoon beter. Wie er goed uitziet, weet dat ook meestal van zichzelf, hè. En sport blijft haantjesgedrag: als je beter bent, moet je dat laten zien.

»Nieuwe kampioenen zie je soms wel echt de pedalen verliezen. Kijk naar Jurgen Van den Broeck, vorig jaar in de Tour. Plots was er dat overweldigende succes, en dat kon hij niet de baas. Maar hij is veranderd: lees nu interviews met hem, en je ziet een heel andere, meer aimabele wielrenner. Hij zal niet zo gauw meer beginnen te schelden op Sarkozy (lacht). Ach, ’t was stress, mannelijkheid willen uitstralen, wat jeugdige overmoed. En omdat hij een wielrenner is, werd het allemaal uitvergroot. Maar in se gaat het om een principe dat je overal in de samenleving ziet. Haal een arbeider uit een goed draaiend team in een fabriek, maak hem ploegbaas en schuif hem een BMW onder z’n kont, en plots verandert alles: de relatie van die man met z’n ouwe makkers, zijn manier van omgaan met de wereld. Wie plots omhoogschiet, weet vaak niet hoe zich te gedragen.»

HUMO Spreek je uit ervaring?

De Cauwer «Ik heb als renner nooit last gehad van een te groot ego – daar was ik niet goed genoeg voor (lacht).

HUMO Absoluut. Zijn wielrenners door de band genomen flinke ijdeltuiten?

De Cauwer «Zeker wel. Als ze voorbij een vitrine rijden, zullen ze toch altijd eens kijken hoe ze op hun fiets zitten. En zo’n coureur die met z’n fiets één gestroomlijnd pakketje vormt, dat vind ik van een formidabele schoonheid. Aan de andere kant: ik zat recht op m’n fiets, Hennie Kuiper scheef, maar ik speelde wel knecht voor hém. Je mag moeders mooiste zijn, maar je moet ook op die pedalen kunnen stampen.

»De Italianen – Cipollini op kop, natuurlijk – hebben een zekere ijdelheid in het peloton geïntroduceerd. En in de jaren zeventig had je al het Raleigh-team van Peter Post: de eerste ploeg die echt áf was. Knappe fietsen, kledij van McGregor, bijpassende leren vesten, gestileerde kamerjassen... En een Mercedes als volgwagen – tot dan reden er alleen aftandse auto’s met van die onhandige portebagages in de koers. Het was strak, vooruitstrevend, blits – móói. »Het esthetische is voor renners tegenwoordig zelfs een factor bij de keuze van een team. Ik ken gasten die, als ze aanbiedingen hebben van twee ploegen, eerder gaan voor de mooist gestileerde, ook als ze daar minder zullen verdienen. Niets mis mee, vind ik, zolang het showgehalte niet de overhand neemt. Al die voetballers met hun Louis Vuittontasjes: daar zakt mijn broek van af.»

HUMO En hoe ijdel ben je zelf?

De Cauwer «Ik rij met een Kia, kun je nagaan (lacht). Gewoon omdat ik die heel goedkoop heb kunnen krijgen. Ik stopte aan een garage om te tanken, zag het bakje staan, en heb meteen gevraagd hoeveel dat ding moest kosten. Hoeveel het voor mij moest kosten, om precies te zijn. En jawel: ik kreeg een mooie korting. Ik heb niet eens een proefrit gevraagd – een auto is een auto. Mij maakt het niets uit dat zo’n Kia geen statusbak is. Het is niet omdat je met een BMW rijdt, dat je een BMW bént.

»Ernstig: té bescheiden ben ik ook nooit geweest. Ik weet wat ik verwezenlijkt heb – in mijn periode als ploegleider, bijvoorbeeld. Maar ook toen was het plaatje niet af. Ik was te weinig manager. Voortdurend met het team bezig, met die gasten op hun fiets – ik wilde rennerszweet ruiken. En ondertussen vergat ik mezelf te verkopen, achter sponsors te lopen, al dat wheelen en dealen. Ik ben te weinig komediant geweest. Al hoef ik me daar natuurlijk ook niet voor te schamen. ’t Is wel schoon, niet, mijn passie voor de koers?»

HUMO Als sidekick van Michel Wuyts krijg je een podium: er wordt naar je geluisterd. Dat moet je ego toch strelen?

De Cauwer «Tuurlijk wel. Ik ben altijd heel blij als ik voel dat andere mensen – het liefst nog de kenners – me respecteren. Als ze zeggen: ‘Verdomme, Cauwertje, met die voorspelling zat je er pal op.’ De stelling dat het Belgisch wielrennen weer floreert omdat de dopingcontroles veel strenger geworden zijn, wordt nu algemeen gedeeld. Maar maanden geleden was ik de eerste om die uit te spreken. Daar ben ik trots op, ja.»

Jaloezie

De Cauwer «Mijn tweede zus heeft redelijk veel geld – zeg maar: heel veel geld. Maar ze heeft daar ook keihard voor gewerkt. Dan ben ik helemaal niet jaloers: inzet mag beloond worden. Maar ik heb wel een verschrikkelijke hekel aan mensen die op de rug van anderen iets bereiken, en daar dan vrolijk mee uitpakken. Mensen horen elkaar niet op te lichten, punt. Ik kan nijdig worden als iemand ergens raakt waar hij niet hoort te zijn – als er valsigheid aan te pas is gekomen, en ellebogenwerk.»

HUMO Wie zijn de mensen die je bewondert?

De Cauwer «Iedereen die iets klaarmaakt. Ik heb nogal wat maten die het goed doen in het leven, en die hebben allemaal een verhaal. Of neem een jonge wielrenner die helemaal ontpopt: die heeft per definitie ook een verhaal. ’t Is nooit uit de lucht komen vallen, bedoel ik. Er is altijd passie mee gemoeid, en drive, en veel hard werk.

»Ik bewonder iemand als Patrick Lefevere om wat hij bereikt heeft – ook al heb ik vaak met hem in de clinch gelegen. Of beter: hij met mij (lacht). Hetzelfde geldt voor Johan Bruyneel. Dat zijn gasten die speciaal in elkaar zitten, voor wie de sky het begin is en niet de limit. Zelf ben ik niet zo: ik voel die brandende ambitie niet, die drang om altijd dat stapje verder te gaan.»

HUMO Zijn er veel mensen jaloers op jou, denk je?

De Cauwer «Ik geloof van niet. Maar er zijn er wel veel die denken dat drie weken rondlopen in de Tour neerkomt op een plezierreisje. Drie weken vakantie! Geloof me, dat is niet zo. Veel mensen zouden volledig perte totale zijn na één Tourweek. Het is fysiek slopend, en ook mentaal kan het hard zijn. Na enkele dagen in telkens weer een ander hotel – als je weer eens ’s nachts bent wakker geworden en goed moest nadenken of de badkamer nu links of rechts in de gang was – ontstaat er een soort van vervreemding.»

HUMO Laten we, alhoewel ik dat liever wel wil doen, de liefde niet vergeten: kan die jou tot jaloezie porren?

De Cauwer «O ja. Als je iets graag hebt, wil je dat niet afgeven. Logisch, toch? Als een relatie vooral gebaseerd is op vrijheid, als er véél kan, dan zit er iets fout. Ik hoop dat ik niet te antiek klink, maar ‘Alles kan, alles mag’: dat werkt niet.»


Woede

HUMO Een beetje sportman kan niet tegen zijn verlies – jij dus ook niet?

De Cauwer «Ik zal er altijd alles aan doen om niet te verliezen. Alle truken uit de kast, tot op de limiet. Maar als het dan niet lukt, zit ik er niet mee. Ik heb in een leven lang wielrennerij meer verloren dan gewonnen, hè. Ik word dus niet boos van verlies – wel van geflikt worden.»

HUMO Zoals ten tijde van de ADR-affaire: je was ploegleider van Greg LeMond toen die in 1989 de Tour won, maar geldschieter François Lambert kwam zijn verplichtingen niet na. Waarop je de renners uit eigen zak betaalde.

De Cauwer «Ja, ik ben geflikt toen, maar dat was evengoed mijn eigen schuld. Opnieuw: te veel bezig met het spelletje, te weinig met wat er allemaal rondhangt. Nu laat ik me niet meer vangen. Ik kom het nog tegen, hoor, mensen die me vol enthousiasme aanspreken: ‘We gaan een nieuwe ploeg vormen, en jij moet meedoen!’ ‘Goed,’ zeg ik dan, ‘maar kom pas af als alles op papier staat.’ Ik ben een keer te veel geflikt geweest. Geen avontuurtjes meer: ik ben slimmer dan dat. Geworden, toch (lacht).

»Na de ADR-affaire was ik kwaad op mezelf én op Lambert. En ik heb er toen inderdaad zelf voor gezorgd dat de meesten toch nog hun geld kregen. Waar ik wel spijt van heb: dat ik toen niet goed voor mezelf gezorgd heb. In die mate dat de financiële problemen tot op vandaag niet helemaal weg zijn. Had ik wel voor mezelf gezorgd, dan kocht ik nu toch misschien een Porsche in plaats van een Kia.»

HUMO Dus toch een smerig wereldje, dat wielrennen?

De Cauwer «Misschien was de koers vroeger wel een sporttak die charlatans en dromers aantrok. Maar da’s voorbij: we zien nu de geboorte van het wielrennen 2.0. Alles wordt professioneler. De mensen die nu met koers bezig zijn, zijn van een ander niveau dan vijftien jaar geleden. Wielrennen heeft een bepaald sérieux gewonnen. Als kaderlid van een groot bedrijf scoor je tegenwoordig als je klanten tijdens de Ronde van Vlaanderen een vip-behandeling kan aanbieden. Dat haalt het wielrennen toch wat weg uit het kermissfeertje. Zo’n story als met ADR zou nu veel minder makkelijk voorkomen. Wie nu in de shit belandt, is echt dom geweest.»

HUMO Zijn er nog dingen waar je boos van wordt?

De Cauwer «‘Boos’ is een groot woord, maar ik sta met verwondering te kijken naar wat er allemaal op het internet gebeurt. Iedereen vindt klaarblijkelijk van zichzelf dat hij het recht heeft om een ander ongeremd te bekritiseren. Ik vraag me soms af of er een profiel bestaat van de mensen die op forums en socialenetwerksites hun gal spuien. Wie zijn die lui? Zijn dat de gefrustreerden uit onze samenleving, of net de supers, of mannen met geitenwollen sokken? En: waar halen ze al die tijd vandaan?

»Maar da’s een kleine ergernis. Fundamenteel kwaad word ik wanneer onschuldige mensen getroffen worden. Iemands zwakke plek zoeken, en daar genadeloos op inbeuken – walg ik van. Als twee topzakenlui elkaar de duvel aandoen: mij best. Maar sterke mensen die misbruik maken van hun minderen, daar heb ik het heel moeilijk mee.

»Je ziet dat ook in het wielrennen. Altijd gebeurt het op dezelfde manier: iemand wordt tot zwart schaap gebombardeerd – meestal omdat hij minder mondig is dan de rest van de ploeg, of niet het zelfvertrouwen heeft om in de pikorde op te klimmen. En dan heb je altijd anderen die daar gebruik van maken om zich te profileren. Als ploegleider was ik er dan ongelooflijk snel bij om de boel te corrigeren. Ik nam het op voor diegene die gepakt werd, en durfde het aan om een klootzakje voor de hele groep tot zijn ware proporties te herleiden. Dat werkte, hoor. De meeste renners begrepen het snel.»


Luiheid

De Cauwer «Ik heb een hekel aan luiaards – een verschrikkelijke hekel zelfs. Mensen hoeven van mij niet elke ochtend om vijf uur op te staan, maar een zekere discipline mag wel. En: iets méér kunnen doen op bepaalde momenten.

»Een mecanicien moest ooit fietsen gaan halen in Heerenveen. Ik zei hem dat ik dat graag tegen de volgende middag in orde had, en hij pruttelde tegen: dat kon onmogelijk zo snel. Waarop ik gewoon zélf de camionette pakte, ’s ochtends om vijf uur vertrok, in het noorden van Nederland die fietsen ophaalde, en klokslag twaalf uur weer thuis was.»

HUMO Die gedrevenheid had je al als jonge profwielrenner.

De Cauwer «Ik stond om halfvijf op. Dan ging ik trainen, om halfacht begon ik te werken in de fabriek, en ’s avonds ging ik dan ook nog naar de avondschool. Om tien uur kwam ik thuis, ik at, ging naar bed, en was er om halfvijf weer uit. Tja, in die tijd ging dat gewoon zo.»

HUMO Het jonge volkje van nu wordt weleens een zekere vadsigheid aangewreven.

De Cauwer «Ach, zo spartaans als in mijn jeugd hoeft het heus niet meer. En van de generatie vóór mij hoorde ik verhalen over mensen die vanuit Sint-Niklaas elke dag te voet naar hun werk in Antwerpen gingen: dat was nog een streepje erger. Ik zie trouwens veel jonge mensen wél hard werken. Als Louis Tobback beweert dat de jeugd een hoopje lamstralen is, toont dat alleen aan dat hij de voeling met wie jong is helemaal verloren heeft.

»En natuurlijk zijn er ook jongeren die ronduit lui zijn, of hun talent weigeren te benutten. Maar dan is er ook nog zoiets als coaching. Je mag jonge mensen niet aan hun lot overlaten. Je kan geen wielerploeg maken met alleen maar renners, mecaniciens, dokters en verzorgers van drieëntwintig jaar. Je moet de ouderen vinden die bereid zijn hun kennis over te dragen, en de jongeren die willen luisteren. Vorige winter ben ik gaan spreken voor een kmo uit de buurt. Daar werkten zo’n vijftig mensen – vergelijkbaar met een wielerploeg, dus. Ik legde de nadruk op die mix: je hebt jonge krachten nodig die enthousiast zijn en in het rond springen en nieuwe dingen proberen. En je hebt ouderen nodig die de boel wat temperen.

»(Op dreef) In het wielrennen worden jonge gasten soms te snel afgeserveerd door hun ploegleider: ‘Hij is niet goed genoeg, en dat is zijn eigen schuld.’ Sorry, maar dat is het betere parapluwerk. Als je iemand aanneemt van wie je weet dat hij getalenteerd is, maar van wie je óók weet dat er kosten aan zijn – een moeilijk karakter, wat te veel temperament – dan ga je er als ploegleider van uit dat je dat geregeld krijgt. Als het mislukt, wil dat dus zeggen dat je het níét geregeld kreeg. Succes in de koers hangt evenzeer af van de entourage als van de wielrenner zelf.

»Waarom zouden we ’s niet gaan denken aan personal coaches? In heel veel andere sporttakken wérkt dat. Probleem is dat je in het wielrennen dan meteen die mannetjesputtershouding krijgt: ‘Hoho, jij gaat mijn plekje niet afpakken.’ Ploegleiders en entourage beschouwen renners nog te vaak als hun eigendom – als een zon waar ze zich graag dicht en liefst als enige tegen aanschurken.»

HUMO Als renner werkte je in dienst van je kopman, als ploegleider leidde je je talenten naar winst, als commentator vul je Michel Wuyts aan: altijd ten dienste van. Eigenlijk ben je je hele leven een knecht geweest.

De Cauwer «Zit iets in, maar ik heb ook altijd veel voor mezelf gedaan, hoor. En ik geloof dat je zelf beter kan worden door voor anderen te werken. Om tot die dienstbaarheid te komen, moet je wel eerst jezelf kunnen aanvaarden zoals je bent. Zolang dat niet lukt, kan je anderen niet helpen. Maar ik weet wie en wat ik ben.»

HUMO Heb je daar lang over gedaan?

De Cauwer «Ik heb al heel jong geleerd om over mezelf na te denken – of beter: over hoe ik me tot de wereld verhoud. Ik ben niet groot, hè. Dat maakte dat ik me op de lagere school altijd heb moeten weren-weren-weren om erbij te horen. Ik kon redelijk rap lopen – dat was al een begin. Bij sport of spelletjes werd ik altijd als één van de eersten gekozen, omdat ze me konden gebruiken. Nu goed, dat was op zich nog niet genoeg om het te redden. Ik heb ook moeten leren om me verbaal uit de slag te trekken. Met m’n kleine gestalte was vechten geen optie, hè. De volgende stap: als piepjong gastje in Nederland gaan koersen – ik was daar één van de eerste Belgen. Als ik daar iets durfde zeggen, kreeg ik meteen die typische Hollandse cassantigheid over me heen. Ik leerde snel om er wat agressiever te zijn, om me niet de kaas van het brood te laten eten. Een geweldige manier om mezelf te leren kennen.»

HUMO Valt je competitiedrang ook te herleiden tot die kleine gestalte?

De Cauwer «Is competitiedrang zo typisch voor wie klein is? Iederéén heeft dat toch? Als je loopt, wil je niet de laatste zijn. En liever ook niet de voorlaatste.»


Hebzucht

De Cauwer «Vorige week zat ik met een hele groep op café. De rondjes gingen over en weer, maar een Nederlander deed niet mee: ‘Ik betaal gewoon m’n eigen drank: dat is het meest correct.’ Eigenlijk, dacht ik later, is dat nog niet zo’n slecht systeem. Want nu voelt iedereen zich verplicht om altijd maar rondjes te geven, en dat kan tot wrevel leiden. De ene heeft veel geld maar wil het niet laten zien, de andere heeft niet genoeg maar wil het toch laten rollen, nog een andere probeert vooral van de rest te profiteren... In de sociale omgang zorgt geld vooral voor problemen.

»Daarom vind ik all-in-vakanties zo’n briljante uitvinding: die vegen de sociale verschillen – en dus ook de onderhuidse conflicten – grotendeels weg. Ik zie het op de fietsvakanties die ik in de winter in Turkije organiseer. Die zijn all-in, en dat werkt de vriendschap in zo’n groep ongelooflijk in de hand. Iedereen speelt garçon voor elkaar, en er is nooit discussie of wrevel. Een verademing.»

HUMO Hoe ga je zelf om met geld?

De Cauwer «Geld moet rollen. Naar de juiste kant, liefst (lacht). Ik vind het altijd spijtig als ik mensen zie die vergeten te leven.

»Mijn moeder had een heel nuchtere kijk op geld. Ze was zuinig, maar vond wel dat ze overal een stofzuiger moest staan hebben. Eentje voor beneden, eentje voor boven, en dan nog eentje op reserve. Die filosofie heb ik ook voor een stukje overgenomen: iets wat praktisch is, daar kan ik geld aan uitgeven. Maar aan verspilling heb ik een hekel. Mijn ouders waren oorlogsmensen, en ik kan het zelf nog altijd niet zien als er voedsel wordt weggegooid. Ik ben diegene die thuis alle onnodig brandende lichten uitdoet.

»Decadentie is mijn fort niet. Een fles wijn van vijfhonderd euro smaakt mij niet beter dan een fles wijn van dertig euro. Ik vind het allemaal wat vies – een fles wijn hoort gewoon geen vijfhonderd euro te kosten. Er zit ook geen champagnedrinker in mij. Ik was gisteren in een café, en ik hoorde jonge mensen een fles Veuve Clicquot bestellen. Dan denk ik: ‘Welke papa heeft dat hier betaald?’»

HUMO Ik neem aan dat je financiële problemen je wel het belang van geld hebben duidelijk gemaakt?

De Cauwer «Geld maakt niet gelukkig. Maar je moet het wel hebben. Een vorm van financiële onafhankelijkheid is belangrijk. En ik weet nu dat mensen en stoemelings in de goot kunnen belanden – gewoon, door de omstandigheden. En dan komen we weer op hetzelfde punt uit: mensen moeten elkaar coachen. Een beetje bereid zijn om elkaar te helpen, en het goeie in elkaar willen zien.

»Ik ben ooit eigenaar van een ijzergieterij geweest, maar die heb ik ten tijde van mijn financiële debacle voor een habbekrats moeten verkopen. Ik loop daar nu nog vaak langs, en dan denk ik: ‘Dju.’ Ik ben financieel niet onafhankelijk op dit moment – mét die ijzergieterij was dat wel zo geweest. Langs de andere kant: mijn zus had een beenhouwerij in Brussel, heeft daar heel haar leven keihard in gewerkt, maar is amper vierenzestig geworden. Tja, wie is dan eigenlijk de gelukkige?»

HUMO Wielrenners verdienen behoorlijk veel geld. Valt dat te billijken?

De Cauwer «Een renner begint nooit te koersen om geld te verdienen. Je kan niet afzien als puber, je kan niet je hele leven in het teken van een zwoegsport zetten als alléén maar geld je drijfveer is. Eerst is er de passie, de financiële bekommernis komt later.

»En ja, ik vind die hoge lonen gerechtvaardigd. Vraag en aanbod: geen enkel probleem mee. Ik heb een veel groter probleem met de toplonen en de bonussen van bankiers. Als je in een normaal bedrijf uitspookt wat die gasten jarenlang ongestoord hebben uitgevreten, word je onmiddellijk ontslagen – als je al niet in de gevangenis vliegt. Maar zij mogen gewoon verder doen – meer nog: ze worden ervoor beloond. Daar word ik echt-echt-echt ziek van. Kijk, onkunde kan je iemand vergeven. Maar dat spelletje poker van de bankiers was geen onkunde, het was een luchtbel waarvan ze zelf wisten dat het een luchtbel was. En daar word ik dus ziek van: bewust de boel belazeren. Je kan niet op iemand boos zijn omdat hij dom is, wél omdat hij een klootzak is.»


Gulzigheid

HUMO Ben je een bourgondiër?

De Cauwer «Dat kan je wel stellen, ja. Ik ben er graag bij (grijnst). Maar: de volgende ochtend sta ik er óók, desnoods met een houten kop. Ik heb een hekel aan mensen die ’s avonds de grote man zijn, maar dan de volgende dag in hun bed blijven liggen. Een béétje karakter, asjeblieft. Als er op je gerekend wordt, dan sta je er.

»Alcohol is mijn enige drug. Niet dat ik naar een drankprobleem zweem, maar ik ben altijd trots als ik het een periode zonder alcohol doe. Ik heb mijn fierheid, hè. Ik wil mijn lichaam fit houden. En de dag nadat ik gedronken heb, ben ik altijd weer kwaad op mezelf. Dan vind ik mezelf een zwakkeling. ‘Dat kan toch niet,’ denk ik dan, ‘ik heb toch karakter?’ Maar je kent het: ’t is gezellig, iedereen zit te drinken, er hangt leute in de lucht. En ook al heb ik mezelf dan voorgenomen om het bij water te houden, toch ga ik overstag voor dat Duveltje dat me aangeboden wordt.»

HUMO Heb je ooit gerookt?

De Cauwer «Rond m’n eenendertigste, toen ik net gestopt was met koersen, en ploegleider werd. Iederéén rookte toen. Maar ik ben er nooit in geslaagd om een sigaret aan te steken zonder de rook in mijn ogen te krijgen (lacht). Ik ben er dan maar wijselijk mee gestopt: een sigaret stáát gewoon niet in mijn handen. En ik kan niet zeggen dat ik daar nu ongelooflijk veel spijt van heb. ’t Is een nijdige verslaving.»

HUMO Je lijkt me iemand die voor het volle, gulzige leven gaat.

De Cauwer «Ik ga tot mijn tachtigste bezig zijn. Ik zou niet weten waarom ik morgen of overmorgen moet stoppen. De koers, dat is een lief waar ik verslaafd aan ben.

»(Denkt na) Het leven gaat niet aan mij voorbij – ik ga hier gewéést zijn. En ik heb geleerd om te genieten van wat mijn pad kruist. Een vogeltje dat fluit, of een gezellig terras waar je iedereen ziet voorbij flaneren: geluk is vaak gewoon gratis.»


Onkuisheid

HUMO Is dopinggebruik per definitie onkuis?

De Cauwer «Een wielrenner die bewust doping neemt: dat is een doodzonde. Er is niets vervelender dan hard werken, vroeg opstaan en je helemaal geven, om dan door slapers voorbijgereden te worden.

»Maar: er mag niet overgereageerd worden. Ik merk dat haast niemand in het peloton Contador als een bedrieger ziet. Terecht: er is maar een absoluut minimale hoeveelheid spul in zijn bloed gevonden, en de voorbije jaren waren de controles ontzettend streng. Contador is geen Riccò, beseffen zijn collega’s. Die heeft de boel duidelijk wel genaaid, en wordt nu met de nek aangekeken.

»Ik pleit voor veel en strenge controles, maar niet voor een heksenjacht waarbij mensen geslachtofferd worden die in wezen nauwelijks wat misdaan hebben. Mag ik het een beetje overtrokken vinden als een wielrenner om halfzeven gewekt wordt, geprikt wordt voor bloed, en moet plassen terwijl de controleurs er op staan te kijken? En hop, twee dagen later staan ze daar wéér. Want alle wielrenners zijn per definitie bedriegers! Ik vind dat mensonterend. Net zoals het onzinnig is om een renner twee jaar te straffen omdat er iets in zijn bloed gevonden is dat net zo goed uit een babyproductje uit zijn badkamerkast kan komen.

»De whereabouts: nog zoiets. Iedereen loopt tegenwoordig met een don’t touch me-mentaliteit rond. De wereld ligt aan onze voeten, we vliegen naar waar we maar willen, onze hele aardbol is een dorp geworden dankzij het internet en de technologie. Maar als je een wielrenner bent, dan valt al die vrijheid weg. Dan moet je netjes in het gareel lopen, altijd perfect op voorhand weten waar je wanneer zal zijn, en daar als een brave bode verslag van doen.

»Ik pleit voor een beetje meer logica, en een beetje minder regelneverij. Je bent geen slecht mens als je eens iets verkeerd doet. Je bent wél een slecht mens als je systematisch de boel belazert. Maar begrijp me niet verkeerd: de georganiseerde maffiatoestanden moeten eruit. De flikkers moeten weg uit de koers.»

HUMO Over naar de seksuele sfeer: een renner die drie weken Tour de France achter de kiezen heeft, en hoogstens op de rustdag een snelle wip heeft meegepikt, die komt toch als een testosteronbom over de meet in Parijs gebold?

De Cauwer «Een deel van het peloton wel, ja. Maar net zo goed heb je de uitgemergelde lijken die zelfs de fut niet meer hebben om aan seks te dénken. Tuurlijk: als je daar iets bij zet, dan is de vonk er weer snel. Maar het wielrennen is anders geworden, serieuzer: tijdens de Tour kan een renner zich geen frivoliteit meer veroorloven. Decadente feestjes worden cash betaald. Plus: professoren mogen dan wel zeggen dat seks niets verandert aan de fysieke prestaties van een renner, ik herinner me toch een verzorger van Greg LeMond die kon zíén aan hem of hij bezoek gekregen had van zijn vrouw – the eye of the tiger was gone dan.

»Op weduwnaarschap spelen – je kent die term uit de duivensport? Vroeger had je echt geheelonthouders, vooral in de periode van de klassiekers: renners die weken of zelfs maanden geen seks hadden. Dat was een vorm van jezelf pesten. Die gasten reden puur op seksuele drive – op al de honger die ze hadden opgespaard.»

HUMO Wat is onkuisheid voor jou?

De Cauwer «Kijk, wat zich met wederzijdse toestemming tussen vier muren afspeelt, daar heeft niemand wat mee te maken. Ik herinner me de veroordeling van de Mechelse sm-rechter: een pure schande vond ik dat.

»(mijmert) Ach, onkuisheid... Als een mens alleen is, dan passeren er weleens rare gedachten. Bij mij ook, hoor. Ik heb soms ook gedachten waarvan ik denk: Cauwer, wat schiet er nu door je kop? Stel je voor dat er op je voorhoofd een display zou staan met wat je écht denkt: ’t zou nogal een wereld zijn. Aanschouw de mens, ge kent hem niet. En vroeger bleef alles beperkt tot het eigen hoofd, maar het internet heeft de boel opengegooid. Nu blijkt dat wel heel veel mensen met gekke fantasietjes zitten. Het heeft het voordeel van de duidelijkheid: we zien nu hoe het menselijk beestje in elkaar zit.»

HUMO Mag ik bij wijze van primeur toch even in je hoofd kijken? Eén rare gedachte, José, één!

De Cauwer «Goh, sporadisch mogen we in de Tour in zo’n oud kasteel logeren. Als ik daar na een vermoeiende rit binnenkom, gejaagd door de wind, met m’n trolley achter me aan, en ik loop over die uitgesleten vloeren, dan denk ik weleens: ‘God, wat is hier in de loop van de geschiedenis allemaal gebeurd? Hier zal ooit toch wel ’s iemand verkracht zijn? Misschien is er wel een moord gepleegd? En het kan toch niet anders dan dat nonnen het hier ooit met paters aangelegd hebben?’

»Nu goed: als we in een Ibis slapen heb ik dat niet, hoor.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234